De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geloof 4

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geloof 4

Pastorale overwegingen

7 minuten leestijd

Waarbij zal ik het weten?

We gaan langzamerhand dit gedeelte afronden. Veel vragen zijn misschien onbeantwoord gebleven, dat kan ook moeilijk anders bij zo'n veelomvattend onderwerp. Maar één vraag mogen we niet ontlopen. Aan het slot van de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter heeft de Heere Jezus deze vraag gesteld: 'Als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan nog geloof vinden op aarde? ' En die vraag moeten we maar steeds op onszelf richten: 'Zal Hij, als Hij komt, geloof vinden bij mij? Wellicht zijn er onder de lezers, die met deze vraag zitten: 'Heb ik wel geloof? En is mijn geloof wel het echte, het ware geloof? '

Het is altijd goed deze vragen eerlijk onder ogen te zien. Want alles wat echt is, en bovendien waarde heeft, wordt nagemaakt. Men hoort nooit dat centen worden nagemaakt, wel bankbiljetten van duizend gulden. Zo is er, behalve echt geloof, dat door de Heilige Geest wordt gewerkt, ook veel namaak-geloof. Geloof dat geen geloof is. Geloof dat ons aangepraat is, dat we zelf beredeneren kunnen.

We laten nu het namaak-geloof en het schijn-geloof verder rusten, omdat in het vervolg van deze rubriek daarover breder gehandeld zal worden. Maar niet laten rusten mogen we de opdracht van de apostel: Onderzoekt uzelf of gij in het geloof zijt, beproeft uzelf' (2 Cor. 13 : 5a). Nu moeten we van te voren maar vaststellen dat een schijngelovige, een tijdgelovige niet veel van die opdracht weten wil. Wanneer er aangedrongen wordt op zelfonderzoek staan de haren, bij wijze van spreken, al gauw overeind! Iemand met een namaak-geloof is nooit bang om zichzelf te bedriegen. Hij of zij heeft het geloof als een soort paspoort bij zich en kan dat op elk gewenst moment tonen. Hij of zij kan altijd geloven, heeft nooit last van ongeloof en twijfel, ook nooit last van bestrijdingen en aanvechtingen.

Maar, zo zegt Calvijn, waar de vonk van het geloof brandt, daar is ook de rook van de twijfel. Iemand met een waarachtig geloof is altijd doodsbenauwd voor zelfbedrog, voor inbeelding. Die vraagt zich telkens af: Waarbij zal ik het weten? Die vraagt vooral aan de Heere: 'Doorgrond me, en ken mijn hart, beproef me en ken mijn gedachten; en zie of er bij mij een schadelijke weg is' (Psalm 139 : 24).

We zouden hier gevaarlijk terrein kunnen betreden: het terrein van de zogenaamde kenmerken. Zeker, alles wat echt is, heeft een bepaald kenmerk. Ook de Heilige Geest zet het stempel op Zijn eigen werk. Het ligt dus voor de hand dat men naar kenmerken van het geloof gaat zoeken. Soms bij zichzelf, soms ook bij anderen.

Hier dreigt het gevaar dat we willekeurig te werk gaan. Dat we onze eigen 'weg' gaan voorschrijven aan een ander. Dat we tenslotte met een meetlat rondlopen om het geloof of de bekering van een ander af te meten.

De bijbel — stellen we dat voorop! — spreekt niet over 'kenmerken', maar over 'vruchten'. Vruchten van de Heilige Geest. En één van die vruchten van de Geest is altijd: Het geloof (Gal. 5 : 22).

De Heid. Cat. zegt, 'dat elk bij zichzelf van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij' (Zondag 32, vraag 86). En de Dordtse Leerregels spreken over 'de onfeilbare vruchten der verkiezing, in het Woord aangewezen' (I, 12). En als eerste vrucht noemen ze: een waar geloof in Christus.

Hoe kunnen we nu weten of we een waar geloof hebben? Dat kunnen we hieraan weten of we het Woord liefhebben, of het Woord ons boven alles dierbaar geworden is. Want de Heilige Geest ontsteekt in onze harten het geloof, dat het Woord de waarheid is. En het geloof richt zich altijd op de beloften van het evangelie. Welnu, al hebben we dan nog maar een geloof als een mosterdzaadje, dan gaat toch héél ons hart naar het Woord uit. Dan kunnen we niet meer leven zonder het Woord. Dan verlangen we ook telkens naar de bediening van het Woord. Want in het Woord heeft de Heere alles geopenbaard wat we nodig hebben om te leven en om te sterven. Leven uit het geloof is dus niets anders dan leven bij het Woord en uit het Woord.

Dat gaat weliswaar gepaard met de klacht, dat we toch zo weinig van dat Woord verstaan. Maar dat leidt ook weer tot het gebed: 'Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest...'

Waarheden krijgen

Het geloof is dus sterk gebonden aan het Woord, richt zich ook telkens weer op het Woord. In dit verband kan de vraag worden gesteld: 'Hoe denken we over het krijgen van een tekst of een psalmvers? '

Ieder kan weten dat daaraan in bepaalde kringen grote betekenis wordt toegekend. De vorm waarin het meegedeeld wordt kan verschillen: 'Ik heb een waarheid gehad'; 'ik kreeg met kracht in mijn ziel'; 'de Heere kwam mij voor met...', enz. Maar in alle gevallen bedoelt men dat de Heilige Geest in een bepaalde situatie tot een bepaald persoon spreekt door een tekst of een psalmvers met kracht op het hart te binden.

Wat moeten we hiervan denken? Dat de Heere door Woord en Geest in de harten van mensen werkt, is niet voor tegenspraak vatbaar. 'Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft. Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft'. Dat Woord komt tot ons, telkens als we het opslaan. Dat Woord komt óók tot ons, telkens als het gepredikt wordt. En altijd wanneer de Heere spreekt hebben we te luisteren, want 'alle Schrift is van God ingegeven en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is...' (2 Tim. 3 : 16). In het algemeen mogen we dus zeggen: We krijgen niet af en toe een waarheid, maar we hebben de hele waarheid van de Heere gekregen. God spreekt .niet nu en dan door een tekst in ons hart, de Heere spreekt altijd tot ons door Zijn hele Woord!

Is het dan uitgesloten, dat een bepaald Schriftwoord onder bepaalde omstandigheden ineens levend voor ons wordt? Dat zou ik niet graag beweren. Maar ik meen wèl dat het uitzondering is. Sommige mensen doen het voorkomen alsof ze de ene waarheid na de andere krijgen, maar dat is zo oncontroleerbaar! Wanneer we bij het Woord zijn opgevoed en ook bij het Woord leven, dan komen ons per dag wel tien of twintig teksten voor de geest. Wie moet dan uitmaken welke van al die teksten onmiddellijke uitspraken van de Heilige Geest zijn? We moeten altijd maar op onze hoede zijn voor ons eigen hart, dat zo bedrieglijk is...

Al te veel waarde hechten aan het krijgen van teksten houdt twee grote gevaren in. Het eerste gevaar is dat we het Woord gaan onderschatten. Dan leven we niet genoeg bij het hele Woord, maar dan Ieven we bij bepaalde inspraken, soms zelfs uit het verband gerukt! Het tweede gevaar is, dat we onszelf gaan overschatten. Zó rijk begenadigd zijn we, en zó intiem gaat de Heere met ons om, dat Hij af en toe tot ons persoonlijk het Woord richt.. !

We moeten leven door het geloof en — nogmaals — dat is leven bij het hele Woord. Het Woord, dat door het toepassende werk van de Heilige Geest zó levend en krachtig voor ons geworden is, dat we met de psalmdichter mogen zeggen: 'Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar Woord, ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord'.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het geloof 4

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's