De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De twaalfjarige Jezus  in de tempel 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De twaalfjarige Jezus in de tempel 2

8 minuten leestijd

En zij, Hem ziende, werden verslagen; en Zijn moeder zei tot Hem: Kind! waarom hebt Gij ons zo gedaan? zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht. En Hij zei. tot hen: Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders? Lukas 2 : 48 en 49

Wanneer God Zich onttrekt liggen wij in het stof, dan weten we het niet meer.

Waarom doet God nu zo? Daar heeft de Heere veel redenen voor. In de eerste plaats wil Hij leren, dat wanneer de genade overvloediger wordt, ook het kruis en de aanvechting overvloediger worden. Maria was de gezegende onder de vrouwen. Was zij niet de moeder van de Zoon Gods? En had ze ook niet bijzonder veel druk nodig om aan de grond te blijven? God weet wat Hij doet, in het leven van Petrus, in het leven van Paulus, die met een zware doorn in zijn vlees door het leven ging. God weet wat Hij doet. Het is in de tweede plaats ook om de goddelozen te waarschuwen, want als God met Z'n liefste kinderen zo nauw omgaat, waar zullen de goddelozen, dat wil zeggen, de mensen die zonder God leven, ook in de kerk, ook in de kerk in haar aardse gestalte, waar zullen ze terecht komen? Wat een vlammende waarschuwing, dat God Zijn Heilig Kind Jezus zo hoog acht. In de derde plaats wil Hij de waarde van dat Kind onderstrepen. Hij wil leren dat wij dat Kind zoeken en vinden. Het ligt niet te grijp op de straat. Genade ligt nooit op de straat. Maar genade is zo kostbaar, dat wie het Kind kwijt is, het gaat zoeken, overal. Of is dat bij u niet waar? Praat ge maar zo'n beetje toe? 'Ja, je kunt het krijgen of je kunt het niet krijgen, maar.. .' Maar is het nu waar bij u dat ge dat Kind zoekt, dag en nacht, waar het ook maar te vinden is? Wanneer een gelovige dat Kind kwijt is, dan moet hij terug naar het punt waar hij het verloren heeft. Weet u, er zijn kinderen Gods, die al pratende dat Kind kwijt raken. Kan dat, dat terwijl je over Gods dienst praat en over de vreze Gods, ondertussen dat Kind uit je hart vertrekt? Ja, dat kan. Dat gebeurt wanneer we het meer over ons zelf hebben en wanneer we geen tijd hebben om te bidden. Als we veel gepraat en weinig gebeden hebben, zegt Bunyan, dan zijn we Hem zeker kwijt.

O wat een les. Jozef en Maria waren dat Kind kwijt en daarmee alles kwijt. Ze gingen de andere morgen als op arends­ vleugelen naar Jeruzalem terug. En aan ieder die ze tegenkwamen vroegen ze: hebben jullie Jezus gezien? En in Jeruzalems straten hebben ze iedereen aangeklampt en gevraagd: heb je m'n Kind gezien? Ze hebben drie dagen lang gezocht. Dat is geen kleinigheid. Bent u uw kind wel eens een halve dag kwijt geweest, of een dag? Nu, dan weet u nog precies de tijd wanneer en het punt waar u het vond. Drie dagen! En toen kwamen ze eindelijk in de tempel terecht. Eigenaardig, zegt u, dat ze toen pas naar de tempel gingen. Ja, daar hadden ze Het Kind niet gedacht. Ze dachten: dat Kind is verdwaald, is ergens terecht gekomen, wie weet waar? Tenslotte kwamen ze in de tempel. En daar, in één van de nevenvertrekken, één van de bijzalen zouden we zeggen, daar hebben zij een grote ontdekking gedaan. Want wat zagen ze? Daar zat de Heere Jezus met andere leerlingen aan de voeten van de leraren van Israël. Die zaten ook wel op de grond, maar meer op een verhoging. Vandaar dat je in de bijbel altijd de uitdrukking 'zitten aan de voeten van' tegenkomt. Dat betekent: leerling zijn van. Paulus zegt: ik heb gezeten aan de voeten van Gamaliel. En als we zeggen: ik heb gezeten aan de voeten van deze of gene, dan willen we zeggen: hij is m'n leermeester of één van m'n leermeesters geweest.

Welnu, zo zat de Heere Jezus aan de voeten van de leraren van Israël. Al de opgekropte emotie en al de wanhoop en al de angst zoekt een baan in het woord van Maria als ze zegt: 'Kind, waarom heb je dit ons aangedaan? Je vader en je moeder hebben je gezocht tot op dit ogenblik'. En dari volgt dat majesteitelijke woord: 'wist ge niet dat Ik moest zijn in de dingen van Mijn Vader? ' Wat een les voor Maria en voor Jozef! Waar hebben zij hun Kind gevonden? Waar Hij tot Zijn tempel kwam, waar het lichaam in de schaduwen inschoof.

Oh, wat een machtige gedachten! Daar vonden ze Hem. Hij was bezig met het vragen naar en het uitleggen van het Woord Gods. Ze hebben Hem niet gevonden in de gezelschappen en bij de vrienden en bij degenen die nauw met hen verbonden waren. Neen, ze hebben Hem gevonden in Zijn tempel. In de dingen van Zijn Vader. Kijk, dat is voor ons een grote les, daar leven ook in de gemeente mensen in hun gemis, ze zijn het kwijt. En als je iets van waarde kwijt bent, dan weet je je geen raad. Gesteld dat u thuis komt, u had uw mooiste sieraden ergens opgeborgen en u merkt: ze zijn allemaal verdwenen, dan vindt u dat vreselijk. Gesteld dat u iets dat u elke dag nodig hebt kwijt bent, dan vindt u dat erg. Wanneer we in ons gemis leven. God kwijt zijn, dan, is er wel eens de gedachte: laat ik maar thuis blijven, het helpt toch niets. Maar dat is van de duivel. Waar wil God Zich laten vinden? In de uitlegging en toepassing van Zijn Woord. Daar, en nergens anders. Aldaar, zegt de Heere in het Oude Testament, aldaar, dat is vanaf het verzoendeksel, zal Ik tot u spreken. De belofte luidt: daar zal Ik u vinden, daar zult gij Mij vinden.

Wat een verrassing als dat Kind zich weer laat horen en zien in de prediking! Wat een wonderbaarlijke verrassing als Hij tot ons terugkomt, waar het altijd onze schuld is, dat we Hem zijn kwijt geraakt. Hij was er wel, maar wij waren er niet. Hij is wel op Z'n plaats, maar wij zijn niet op onze plaats. Wat hebben we daarvoor de Heilige Geest nodig want anders geloven we er niets van. Dan zeggen we: ja maar ik wil wel, ik zoek Hem. Maar Hij is op Zijn plaats, ook vandaag. Hij is daar waar Hij te vinden is. Zijn wij daar ook? Niet alleen lichamelijk, maar geestelijk? Er helemaal bij? Zie Jezus zitten. Als de leraren spreken, dan luistert Hij, want Hij was onderdanig, niet alleen aan Zijn ouders, maar ook aan de leraren van Israël. Maar in dat onderwijs was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Daarvan heeft ook de Heere Jezus, nadat Hij geluisterd had, gebruik gemaakt. De mensen, die eromheen stonden, waren verbaasd (er staat: ontzet) over Zijn verstand. Er staat een woord in het Grieks, dat betekent: Zijn begrip'. Zijn bevattingsvermogen. Zijn vermogen om het één met het ander in verband te brengen. Een Kind van twaalf jaar! Zo'n opmerkingsgave! Met zo'n doorgewinterde Schriftkennis! Met zo'n verlicht verstand! De leraren van Israël waren verwonderd, ze waren perplex, ze dachten: dat is een geniale leerling. Als wij een kind hebben, dat zeer begaafd is dan verprutsen we dat kind meestal. We gaan er een paradepaardje van maken. Ik ben wel eens op huisbezoek geweest bij iemand waar nog een klein kind in huis was. En dat jongetje kon zo mooi bidden volgens z'n moeder, dat hij dat aan iedereen moest voordoen. Vindt u het niet afschuwelijk? Het heiligste tot een paradepaard maken ? Wanneer we een zeer begaafd kind hebben en soms sporen van de vreze Gods daarin menen te, ontdekken, wat zijn we dan een dwazen, wat een dwaasheid om zo'n kind een plooi in z'n bestaan te geven die hij of zij misschien althans op aarde nooit meer kwijt raakt. Maar Jezus niet.

Hij ondervroeg de leraren van Israël. Waarover? Ja, daar zijn we net niet bij geweest en de Heilige Geest vertelt het ons niet. Maar dat het ging over God en Zijn woord en Zijn belofte en over de Messias en over de beloften aangaande deze Messias, dat staat wel vast. Ze waren verwonderd. Dat is heel wat, maar niet genoeg. Want zolang dat bleef in het discussievlak waren de leraren van Israël best te benaderen. Dat zijn ze vandaag nog net zo. Zolang je met de leraren van de kerk in gesprek blijft, en dat kan bijzonder boeiend zijn, dan kan dat allemaal nog wel goed gaan. Maar weet u wanneer het fout loopt? Als Jezus aan een ruw houten kruis bloedend sterft. Dan gaat het mis. Als Jezus ook de leraren van Israël duidelijk maakt, dat ze wederom geboren moeten worden. Als Hij tot hen zegt dat ze achter Hem aan moeten komen. Dan gaat het mis.

Gemeente, wat een vernedering voor de Heere Jezus, dat Hij, Die waarachtig God en waarachtig mens was. Zich liet onderwijzen door de leraren van Israël.

(Wordt vervolgd)

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De twaalfjarige Jezus  in de tempel 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's