De tienden in het schathuis
De bekende Zwitserse predikant dr. Walther Lüththi schrijft in zijn boek 'De zeven gesprekken van Maleachi' n.a.v. de tekst: brengt de tienden in het schathuis (Mal. 3 : 10) het volgende:
'Brengt de tienden volledig in Mijn voorraadkamer!' Verwaarloost de eredienst en wat daarbij hoort niet langer! Ziet eerst maar eens of daar alles in orde is! Wij doen er juist als protestantse christenen goed aan, wanneer wij bij het licht van dit woord van de Bode onze gedachten over de kerk aan een nauwgezet onderzoek onderwerpen. Er zijn inderdaad dingen in het leven van een kerkelijke gemeente, die op zichzelf onbelangrijk kunnen zijn, maar die toch verraden in welke richting 'de trein rijdt', en die daardoor opeens van groter belang worden, dan men oppervlakkig gezien, denken zou. Zo brak er bijvoorbeeld eens, meer dan twintig jaren geleden, in een gemeente in de buurt van Bern, onverwacht een kleine kerkstrijd uit. Daarbij ging het om een doopvont. Deze bevond zich vóór in de kerk, in het midden van het koor, en op zekere dag stond zij een deel van de bevolking in de weg. Tenslotte werd door een toonaangevende groep in die plaats de eis gesteld, dat de doopvont verplaatsbaar gemaakt móest worden, opdat men haar van tijd tot tijd bij zang-repetities, concerten, filmvoorstellingen en verenigingsvergaderingen in een hoek van het koor zou kunnen wegzetten. Een doelmatig en verstandig voorstel! Maar onverwacht gaat een deel van de kerkeraad daar eens over nadenken en verzet zich tegen het plan van de meerderheid van de bevolking. Deze tegenstand lokt een algemene opstand uit, hoon en spot worden uitgegoten over die 'kleingeestige, onaangename kerkmensen', die zo bekrompen en stijfhoofdig kunnen zijn. En toch stond de groep in die kerkeraad, die zich tegen de mening van het volk verzetten, in de zin van de profeet Maleachi volstrekt op haar plaats. Was het namelijk overigens in die gemeente prachtig in orde geweest, dan had het hinderlijke obstakel in het koor gevoeglijk af en toe weggezet kunnen worden. Dan had men het verzoek met een zekere humor kunnen beantwoorden en het kunnen toestaan. Maar nu was juist in die gemeente (en in welke gemeente is dat niet het geval ? !) tevoren reeds van allerlei van zijn plaats gebracht. Onder andere waren daar jaren voorbijgegaan, waarin het Avondmaal nog slechts éénmaal gevierd was, zodat voor die groep in die kerkeraad het verlangen van de bevolking wel tot een alarmsignaal moest worden. Zij kon in de gestelde eis tenslotte niet anders meer zien, dan een stap verder op weg naar de volledige afbraak van de kerk. Daarom was het niet kleinzielig en stompzinnig, maar een teken van late bezinning en daaruit voortgevloeide ommekeer! Daarom was het niet stijfhoofdigheid, maar eenvoudig geloofsplicht om eindelijk eens vast te stellen, dat men nu niet verder mocht afglijden! Zo bedoelt ook Maleachi het als hij de eis stelt: 'Brengt de tienden volledig in Mijn voorraadkamer'.
God alleen weet hoeveel er in de laatste honderd jaar in onze protestantse kerken in verkeerde 'beegelijkheid' en 'aanpassing' verplaatsbaar en verchuifbaar is gemaakt, God weet hoeveel er, heel onmerkbaar, niet alleen in de hoek gezet, maar geheel en al uit de kerk weggewerkt is. De tijd die an de eerste wereldoorlog voorafging, was wat de Protestantse kerken betreft, een tijd zonder weerga, een tijd van steeds grotere ontwikkeling, niet slechts van de kerkelijke gebruiken, maar ook van de Christelijke wezensinhoud. Ongetwijfeld is de kerk in een hoek van het leven, in een hoek van het betaan weggedrukt. En daarvoor was niet eens veel gweld van buitenaf nodig. De kerk heeft zich immers zelf maar al te bereidwillig teruggetrokken, totdat de wereld tenslotte begon met halve en hele kerken, al dan niet in overleg met de kerklijke autoriteiten, om te bouwen tot musea (Barfüsserkerk in Bazel) en concertzalen (Franse kerk in Bern). Voorbeelden van verbouwing tot bioscopen akn men wel voldoende vinden in Amerika en in Rusland.
In deze toestand ziet de Bode de eredienst in Jeruzalem. Daarom is zo belangrijk zijn eis: 'Brengt de tienden volledig in Mijn voorraadkamer'. God is de Heere en Hij verandert Zich niet. Hij is onveranderlijk in Zijn goedheid en in Zijn ernst. Hij wil, niet alléén, maar toch óók in de cultus, óók in de redienst, het voor het zeggen hebben!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's