De twaalfjarige Jezus in de tempel 3
En zij, Hem ziende, werden verslagen; en Zijn moeder zei tot Hem: Kind! - waarom hebt Gij ons zo gedaan? zie, Uw vader en ik hebhen U met angst gezocht. En Hij zei tot hen: Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders? Lukas 2 : 48 en 49
Hij Die hemel en aarde mede schiep in het Woord van Zijn kracht, zit hier als een kind onder de leer van de voornaamsten van Israël. Wat een mysterie! Hij was niet arrogant. Hij was niet aanmatigend. Hij veroorloofde Zich op Zijn leeftijd geen opmerkingen over de leraren van Israël, die sommigen hier en daar in onze gemeente zich wel eens veroorloven. Er zijn soms mensen van vijftien jaar of twintig jaar of van drieëntwintig jaar, die, zoals wel eens spottend wordt opgemerkt, hun leraren overtreffen in beleid. Nu, ze mogen ze overtreffen in godsvrucht. Dat mag. Ze mogen ze overtreffen in kennis van God en van Zijn genade en van Zijn Middelaar. Maar er zijn er bij die opmerkingen maken, die kant noch wal raken. En als ze dertig jaar oud zijn dan zouden ze het misschien mogen zeggen, maar dan zeggen ze het niet meer. Dan kennen ze hun eigen hart te goed. Het zij alleen maar gezegd om dat eens mee te nemen en te overdenken. Maar de Heere Jezus overtrof Zijn leraren in beleid. Psalm 119 : 50 zingt ervan. Het is goed om dat met aandacht te overdenken. Waarom? Omdat Hij steeds in Gods Woord en in Gods wet was gebleven.
De Heere Jezus werd onderwezen en overtrof ze. Terwijl Hij daar zo zit zijn Hem de woorden Gods als even zovele fonteinen, als even zovele muziekinstrumenten, die Hem vertolken de lof Gods; als even zoveel eten en drinken. Hij leeft eruit. Vandaar zijn verwijt: 'wist ge niet dat Ik moest zijn in de dingen Mijns Vaders? ' Maria wordt terechtgewezen. Het lijkt wel alsof de Heere Jezus van haar moederlijke zorg Zich helemaal niets aantrekt. Was het dan niet wat onbehoorlijk dat een jongen van twaalf jaar z'n vader en moeder niet gewaarschuwd had en gezegd: Vader en moeder, ik blijf hier nog even? Neen, het was niet onbehoorlijk. Want Hij laat Zich niet gelijkschakelen met andere kinderen.
Waarom laat de Heere Jezus Christus mensen in de gemeente aantobben en rondtobben, die zich alle moeite geven, althans naar hun eigen inzicht, om dat Kind te zoeken en het niet vinden? De Heere Jezus heeft geen medelijden met vlees en bloed. Hij staat altijd aan de kant van de Vader. Die van de Vader getrokken wordt, die vangt Hij allemaal op. Ons vlees deugt nergens voor, ook ons vrome vlees niet. Is het dan niet waar dat wie Hem zoekt Hem vinden zal? Ja zeker, dat is waar. Maar weet u, wij zoeken Hem altijd op een verkeerde plek. We zoeken Hem altijd waar Hij niet is en zo zelden waar Hij wel is. Waar is dat, waar Hij is? Dat is, wanneer Hij voor ons de Schriften gaat openen. Ja, waar kun je beter zijn dan onder de opening der Schrift, zei eens iemand. Ja, waar kun je beter zijn dan onder de schriftlezing zei eens een ander. Waar kun je beter zijn dan wanneer je je handen vouwt en je ogen sluit en zegt: Heere, wilt U mij onderwijzen uit de geheimen van Uw Woord?
De dingen van de Vader gaan Hem boven de dingen der mensen. Dat is geen tegenstelling, zegt u. Nee, dat is het niet. Maar het eerste gaat wel voorop. Eerst het recht van de Vader, eerst de gehoorzaamheid aan de Vader. Het vlees is tot niets nut. Dat is een harde les, als je zo ernstig meent te zoeken en je krijgt een dreun op je hoofd en er wordt je gezegd: ja hoor eens, dat doe je allemaal verkeerd. Dat is wat. Toch is het zo nodig, gemeente, dat we van ons zelf worden afgebracht en Hem eindelijk zoeken waar Hij te vinden is. Zeker, er is een vindenstijd. Zeker, er is een openbaring Gods in Christus, die langzaam maar zeker of in een bliksemflits opengaat. De Heere kent niet alleen Zijn tijd, maar ook Zijn plaats en Zijn wijze. Hij wil ons hebben waar Hij Zelf is. Wat is dat heilzaam, dat God bij u en mij ons vlees eraan waagt.
'Wist gij het niet, dat Ik moest zijn in de dingen van Mijn Vader? ' Dat is een zijdelingse kritiek op Maria, die zegt: 'Uw vader en ik...' Hij zegt niet: Jozef is Mijn vader niet, maar Hij zegt: wist gij niet, dat Ik moest zijn in de dingen van Mijn Vader. Dat is het grote geheim: dat God Zijn Vader was en Maria Zijn moeder. Maar van nu aan, hoezeer Hij ook Z'n ouders onderdanig is, zijn allen, die in de wil van God zijn, Zijn moeders, broeders en zusters. 'In de dingen van Zijn Vader' betekent: in de opdracht, in de taak, in de vervulling van datgene wat God gezegd had dat Hij doen moest. In het Woord, in de Geest.
Wat zien we Hem geconcentreerd, helemaal wèg van de Vader, helemaal weg van Zijn Woord, schepping, verzoening, verlossing. Wat is dat een aangrijpende zaak, dat we Hem zo bezig zien.
Waar is God, vraagt de moderne mens. Ja, zegt iemand. God is overal. Dan kun je net zo goed zeggen: God is nergens. Al zit er een waarheidselement in dat Gods almachtige en voorzienige kracht overal is. Maar God is daar waar Zijn Woord en Geest zijn. Daar is Hij. Anders is het maar een bleek geval. Hij is de God van Zijn belofte: waar twee of drie in Zijn Naam vergaderd zijn. En nu is de tempel verwoest. Wat is de tempel? Dat is de kerk Gods Zelf. Gij, zegt de apostel, zijt de tempel God. Niet een kerkgebouw, hoezeer we dat ook in ere houden. Maar gij zijt de tempel van de Heilige Geest, in u wil God wonen. En wij, jongens en meisjes, als we twaalf jaar oud zijn, dertien, veertien jaar, gaat dan niet een hele nieuwe wereld voor ons open?
Wat hebben we het dan soms eenzaam, bij al ons geschreeuw naar buiten, dat hoort er dan zo'n beetje bij. Wat zitten we dan vaak met ons zelf in de knoop. De Duitsers noemen dat de 'Sturm-und Drangperiode'. Die periode waarin alles overeind gaat en alles ondersteboven gaat. Die periode waarin je lichamelijk en geestelijk gaat rijpen en met jezelf geen weg weet. Ach, wat horen we dan vaak op die leeftijd: ik wil niet, want ik ontwaak en wil er dwars tegenin. Ach, wat een verdriet voor vader en moeder. Wist gij niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader? Moeten? zeggen we tegenwoordig, dat is er niet meer bij, we kunnen het hoogstens netjes vragen. We zijn zogenaamd, jongens en meisjes, anti-autoritair. Een hele mond vol. Dat wil zeggen: tegen het gezag. Gezag moet waargemaakt worden. Daar zit wat in. Maar er kan geen gezag zijn als het niet waargemaakt wordt. Eerst het gezag en dan waarmaken. Maar alles, die revolutionair, die rebel in ons schreeuwt: Néé, geen móéten! Ik heb veel mensen ontmoet die zeiden: vroeger móest ik naar de kerk, maar tegenwoordig, ik kijk er niet meer naar om. Er zijn jongens die zeggen: nu ja, m'n vader en moeder, die willen het hebben, maar als je me diep in m'n hart keek dan zag je me niet. Of jongeren, die er wel zijn, maar ze zijn er toch tegelijkertijd niet. Ze zitten soms allerlei narigheden uit te halen, och dat valt toch nog wel eens mee. Maar soms gebeurt het wel eens, dat ze zich een beetje zitten te vervelen omdat ze denken: ik moet. De Heere Jezus zegt: Ik moet zijn. Dat moeten was bij Hem zo vervuld en gevuld met het mógen, dat het één groot mogen en tegelijkertijd een moeten was. Kijk, daar komt onze rebellie bloot. God heeft recht op ons hele leven, lichamelijk, geestelijk, van de jeugd tot de ouderdom toe.
Waar zijn wij mee bezig? Met welke dingen? We zeggen wel eens, tegenwoordig is dit of dat 'in'. Dat betekent: dat is in de mode, dat is in discussie, 't zit in de lucht, zeggen we dan. Waar zijn wij in? Waar zijn wij vol van? Waar zijn wij druk mee? Wat een gehoorzaamheid van de Heere Jezus Christus. Moet je Hem nog éénmaal zien, dat Hij zó wèg was van de Vader, dat Hij zo wèg was van Zijn Woord en van de Geest, dat Hij Z'n vader en moeder vergat en alles wat om Hem heen was, opdat Hij ons zou ontdekken. Waaraan? Och er was eens een vader die had twee jongens, ze deugden geen van beiden. De één zei: ik wil niet, hij kreeg berouw en hij ging toch. De ander zei: ja vader, ja vader, maar hij deed het ook niet. De huichelaar! En denk maar aan die vader van deze twee zonen. De één zegt: ik ga er vandaar hoor, bonjour. De ander loopt precies het traditionele paadje, maar dacht je dat hij zich bekeerde? Niks hoor. Daar leren we uit, dat de beste jongens en meisjes, die in het spoor lopen, bekering nodig hebben. Kijkt u ze erop aan? En u zelf niet te vergeten! Want anders loopt dat mis. Zelfs wanneer er sporen van de vreze Gods in de jeugd zijn, en dat is een kostelijk voorrecht, en een jongen en meisje zichzelf leert kennen, dan gaat hij nog met David bidden: gedenk niet aan de zonden van mijn jeugd, noch aan de overtredingen van mijn jonkheid. Waarom? Omdat er zoveel verachting is van het Woord, juist ook in die jaren, ook wel later, maar juist in die jaren. De verachting. Weet u wat God het ergste vindt? Dat we Zijn Woord licht achten, verachten. Wie nu zichzelf leert kennen, z'n leven terug te zien krijgt als in een film, die zo aan hem voorbij draait, ook z'n jeugd, al z'n zonden en al z'n ongerechtigheden, die buigt nog dieper en zegt met David: gedenk niet aan de zonden van mijn jeugd, noch aan de overtredingen van mijn jonkheid. Hij mag gewezen worden op die verstilde Christus, op die vragende en antwoordende Christus, onder de leraren der wet. Die zo bezig was in de wil des Vaders, dat er een volkomen verzoening is van al onze zonden, van de wieg tot het graf. Omdat Hij alle leeftijdsfasen heeft doorgemaakt en door God volmaakt is bevonden. O, wat een gehoorzaamheid! O, wat een verzoening! Zult u Hem dan liefhebben? Omdat Hij ook die zonden van uw jeugd, die zelfs in de ouderdom kunnen aanklagen, in Zijn vlees op het hout gedragen heeft. Wel, zouden we dan maar wat ronddwarrelen in onze jeugd en dan maar zien waar we terecht komen? Zouden we dan maar wat aan doen? Hier wat lopen en daar wat lopen? Wat heeft de Heere recht op ons! Wat breidt de Heere Jezus in het bijzonder tot de kinderen, tot de jonge mensen, tot de mensen die in de jonge huwelijken staan, ja tot de hele gemeente Zijn armen uit en zegt: Wendt u tot Mij heen en wordt behouden, want Ik ben God en niemand meer!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's