Ongeïnspireerde voorjaarssynode
Impressies van de synodevergadering
De hervormde synode was weer drie dagen bijeen. De zitting werd afgesloten met een afscheid van de secretaris-generaal, ds. Landsman, die ook nu nog weer enkele nota's ter tafel had gebracht. Verder waren de besprekingen weinig inspirerend. Het was alles bij elkaar een wat matte aangelegenheid. In het onderstaande wil ik wat uitspringende punten naar voren halen.
Oecumene
Er waren ter synodetafel nogal heel wat punten die de oecumene betreffen. Allereerst aanvaardde de synode een voorstel om leden van de Vrij Evangelische Gemeenten, de Remonstrantse Broederschap, de Evangelische Broedergemeente en de Quakers de mogelijkheid te geven gastlid te worden van de Ned. Hervormde Kerk. Bij deze groeperingen hadden de richtlijnen, die daarvoor in de februarisynode van de hervormde kerk waren aanvaard, instemming gevonden (alle rechten van het lidmaatschap met uitzondering van het actief en passief kiesrecht). De gereformeerde synode achtte overleg in het kader van 'Samen op weg' gewenst. De kleinere gereformeerde denominaties wezen het gast-lidmaatschap af. De roomskatholieken, doopsgezinden en lutheranen hadden hun standpunt nog niet bepaald.
De synode besloot aan leden van andere kerken dan de genoemde, die het gastlidmaatschap aanvaarden wilden, alleen in speciale gevallen het gastlidmaatschap te geven (bijvoorbeeld als er in de buurt geen eigen gemeente van de betrokkenen is).
Verder discussieerde de synode over de zgn. 'Concordie van Leuenburg', een formule van eendracht opgesteld in het Zwitserse centrum Leuenburg, waar in september 1971 een groot aantal kerken van lutherse en calvinistische achtergrond bijeen was. In deze concordie wordt gesteld dat het wederzijds verstaan van de kerken sinds de Reformatie duidelijk veranderd is, met name door het historisch-kritisch onderzoek van de bijbel, de vernieuwingsbewegingen en de veranderde situatie in de wereld. Vandaar dat de vraag gesteld kan worden, aldus het stuk, of veroordelingen over en weer, die er in het verleden waren over bijvoorbeeld de predestinatie, het Avondmaal en dergelijke, nu nog wel gelden. De concordie wilde dus een soort afrekening met het verleden zijn wat betreft de veroordelingen over en weer.
Dr. R. J. Mooi gaat nu met de kritische opmerkingen van de synodeleden naar de volgende conferentie in Leuenburg. Kritische noties waren bijvoorbeeld: de Avondmaalsvisie is te sterk luthers bepaald in het stuk, en de plaats van Jezus als de Messias ontbreekt te veel, met name ook de gerichtheid op de plaats van Israël (dr. K. Blei, Haarlem). Ds. Wursten (Veenendaal) kritiseerde het stuk in verband met het ontbreken van de leer van de Heilige Geest en in verband met wat over de predestinatie werd gezegd, met name ten aanzien van de verwerping. Dr. Mooi krijgt een stuk met kritische noties mee, dat opgesteld zal worden door dr. C. P. van Andel en prof. dr. K. Strijd. Wat prof. Strijd betreft, deze had als kritiek dat het stuk veel te vaag bleef over aardse gerechtigheid, waarbij hij inmiddels alle door hem steeds weer aangeroerde onderwerpen, van NAVO af tot abortus toe, ter sprake bracht. Hij wilde dat dit als inbreng van de synode zou worden doorgegeven, 'dat wij als kerken samen zijn geplaatst in de bevrijdingsbeweging die van Jezus-Messias uitgaat'. Moet dit — zo zou ik willen vragen — nu de inbreng zijn van het Nederlandse calvinisme in dat Europese hervormd-lutherse gesprek? Deze stem van prof. Strijd heeft dunkt me weinig meer met het calvinisme te maken.
Tenslotte kwam ook ter sprake een voorstel om nauwere plaatselijke samenwerking met de doopsgezinden mogelijk te maken, ondanks 'aanzienlijke accentsverschillen' inzake de doop en het ambt. De discussie ter synode cirkelde hoofdzakelijk over de kwestie kinderdoop-volwassendoop. Diverse synodeleden waren beducht voor een te oppervlakkige consensus omdat de doopsgezinden de volwassendoop als een zeer principiële zaak zien, en de kinderdoop niét als volle doop beschouwen. Aan het eind van de discussies gaf de synode de commissie, die het gesprek met de doopsgezinden voert, mandaat om verder te werken, waarna in juni de zaak opnieuw aan de orde komt.
Duidelijk is dat onze kerk bij dit alles een oecumenische koers vaart, waarbij de kerken van de gereformeerde gezindte, die de reformatorische belijdenisgeschriften als basis hebben, nauwelijks of geheel niet in het blikveld liggen. En inmiddels is er maar al te vaak sprake van een ombuigen of verzwijgen van datgene, wat vanuit de confessie in het verleden de verschillen tussen de diverse kerken uitmaakte. Dat is een koers die we niet toe kunnen juichen. Integendeel!
Herindeling classes
Er wordt momenteel gewerkt aan een plan om te komen tot een herindeling van de classes. In een laatste nota van ds. Landsman werd de vraag gesteld of de huidige classicale indeling nog wel een bevredigende representatie van de Ned. Hervormde Kerk in haar synode mogelijk maakt. Opgemerkt wordt, dat het aantal gemeenten en gemeenteleden in een classis toch wel een belangrijke factor is, hoewel naast dit aantal ook 'de omvang en de eigenheid van een bepaald gebied mogen meespreken bij de vertegenwoordiging in de synode'. Wat dit laatste betreft wordt dan gewezen op het verschil in stadsituaties en agrarische gebieden. Verder besteedt de nota ook aandacht aan het feit dat er, wat onze kerk betreft, behalve een geografische indeling ook een indeling naar modaliteiten is, waar rekening mee gehouden zal moeten worden. Juist die modaliteitenkwestie is één van de oorzaken dat er vanuit de classes zelf zo weinig constructieve voorstellen komen. Ook met het oog daarop zou een classicale herindeling wenselijk zijn. Er zal daarom een commissie gevormd worden, bestaande uit enkele sociologen, een lid van de Generale Visitatie, een deskundige op het terrein van kerkrecht en een vertegenwoordiging van het platteland en van de grote steden. Deze commissie zal een opdracht voor een onderzoek tot herindeling moeten opstellen voor een sociaal wetenschappelijk instituut, bijvoorbeeld van de VU.
Het zal duidelijk zijn dat we een herindeling ten zeerste zouden toejuichen. We hebben al vaak op het aambeeld gehamerd dat de kerk in de synode niet op de juiste wijze gerepresenteerd wordt, als we zien dat classes met zeer veel meelevende leden en classes met nog maar heel weinig leden elk een even sterke afvaardiging hebben naar de synode. De plannen die nu gemaakt worden zijn dus ten zeerste toe te juichen. Als het nu maar niet zó wordt dat door de grote inbreng van de sociologie de representatie vooral toegespitst gaat worden op het verschil in eigenheid van de onderscheiden gebieden, waarover de nota-Landsman al spreekt. In dit soort zaken zijn sociologen heel sterk. Dat verschil in eigenheid is voer voor sociologen. Maar als deze dingen het hoofdaccent zouden krijgen dan ben ik er nog niet zo zeker van dat de stem van het kerkvolk op een juiste wijze door gaat komen op de synode. Maar we wachten af. De goede aanzet is er.
Nog eens de herstructurering
Ik zou wel eens willen weten hoeveel manuren, om deze bedrijfsterm maar eens te gebruiken, er al zijn gaan zitten in de besprekingen van het rapport-Kaptein inzake, de herstructurering van de gemeente. Op de synode vergde het weer een aantal vruchteloze vergaderuren. Er werd overigens alleen maar wat over en weer gepraat. Slechts 17 classes hadden hun oordeel over het rapport gegeven, terwijl de kerkeraad van Huizen een apart schrijven gestuurd had, omdat het rapport 'een nieuw met Woord en belijdenis in conflict zijnd kerkbeeld propageert'. De classis Harderwijk stelde dat het hele rapport in strijd met de Schrift is en de classis Doorn meende dat meer naar de situatie dan naar de Schrift geluisterd wordt. Zo ook de classis Bommel. En verder waren er vragen en opmerkingen, die in totaal overigens niet meer dan 40 pagina's in beslag namen. Ds. Landsman concludeerde enerzijds dat het geringe aantal reacties van de classes te wijten was aan het vaak niet goed functioneren van het scribaat van de classes, zodat men geen kans ziet een belijnde weergave te geven van het oordeel van de classis. Anderzijds stelde hij dat het rapport z'n functie al weer gehad heeft.
Maar inmiddels geeft dit rapport toch wel weer — zo zou ik willen opmerken —, wat in allerlei gemeenten en gebieden toch al gebeurt, namelijk allerlei experimenten tot gemeentevernieuwing, zonder concentratie op de prediking vanuit de Schrift en de confessie. De heer Morreau van de classis Hilversum stelde bijvoorbeeld dat het in de bijbel om vernieuwing gaat. Dat we daarom dankbaar mogen zijn voor de experimenten die verricht zijn, dat we daarbij niet al te voorzichtig moeten zijn, en vooral oecumenisch. Hij was intussen de enige spreker van die middag waarbij ds. Kaptein van harte aansloot.
Voor wie verder nog wat opmerkingen wil horen uit de warrige discussie, ds. Huizing (Spijkenisse) vroeg aandacht voor de Woordverkondiging, want waar die devalueert zakt de gemeente in; ds. Voortman (Oud-Vossemeer) vond dat aangenomen vormen telkens doorbroken moesten worden; het gemeentelijk leven moet niet te veel ingepast en besnoeid worden. Snoeien doe je pas als er uitwassen komen. Daarom ruimte voor nieuwe vormen, en vooral: elkaar aanvaarden; niet eerst elkaar herkennen maar elkaar aanvaarden. En dan nog iets van professor Strijd: We hebben in de kerk nog steeds te weinig aandacht voor de alledaagse werkelijkheid. Daarom reageerden de classes niet. Men stelt zich veel te geestelijk in en vervalt in de dwaling van het docetisme, dat stelt dat Christus alleen maar een schijnlichaam had. We moeten meer protest aantekenen — aldus prof. Strijd — tegen het kader waardoor de kerk omkaderd wordt: maximale winsten, NAVO, allerlei politieke blokken. De prediking zou er moeten zijn om dat kader steeds maar weer aan te wijzen en af te wijzen. Ik vroeg mij af tijdens het betoog van prof. Strijd waarom er niet eens iemand opstond die vroeg of daar misschien dan ook bij mocht behoren het kader, waarin prof. Strijd denkt en dat bij elk onderwerp in praktisch dezelfde bewoordingen weer ter tafel wordt gebracht. Het kader van het politiek messianisme.
Alles bij elkaar was het een vermoeiende, en weinig inspirerende discussie, die uitliep in een maar weer eens benoemen van een nieuwe commissie. Maar in ieder geval komt het rapport-Kaptein nu niet meer terug.
De eerste synodespeech van dr. v. d. Heuvel — Bangkok
Dp de tweede synodedag hield dr. A. H. v. d. Heuvel zijn maidenspeech. Hij sprak over de zendingsconferentie in Bangkok, de omstreden conferentie waar het tot scherpe tegenstellingen kwam en waarvan de kranten ons berichten gaven die deden uitkomen dat zending zoiets is als sociale actie, en dan nog wel met een duidelijk links getinte politieke achtergrond. Dr. Van den Heuvel vertelde dat in Bangkok 300 kerken bijeen waren, waarvan er 200 aangesloten waren bij de Wereldraad en 100 niet, namelijk de 'evangelical conservatives' (de evangelisch conservatieven). De kranten hebben, aldus Van den Heuvel, uitsluitend datgene naar buiten gebracht wat in de secties aan de orde kwam. Daar was inderdaad de polarisatie en daar kreeg inderdaad het sociale alle accent. Maar als de conferentie uiteen ging in bijbelgroepen, dan was er eenheid vanuit het gezag van de Schrift. Persoonlijke aan de tekst gebonden Schriftstudie gaf een eenheid die boven verwachting was, aldus dr. v. d. Heuvel.
Vervolgens ging Van den Heuvel in op wat in de tweede sectie aan de orde kwam, namelijk de politieke en sociale vraagstukken. Wat dit betreft was er allereerst de 'wanhoop van de vertegenwoordigers van de Noordamerikaanse kerken, die zich in eigen land gediscrimineerd voelen'. Maar verder was er ook aandacht voor de angst van de bevolking van Zuid-Vietnam voor het communisme. De Noordamerikanen hadden nogal moeite om de angst van deze Zuidvietnamese bevolking serieus te nemen, terwijl er ook een kleine groep was die niet kon begrijpen dat het westen de communistische staatsinrichting niet zó vernam. Verder bleek in Bangkok welk een enorme kloof er was tussen het westen en de derde wereld. De kerken in de derde wereld hekelden de 'theologische arrogantie van de kerken in het westen en Noord-Amerika'. Wij exporteren nog wel personeel naar de derde wereld maar importeren geen per soneel vanuit de steeds groeiende kerken uit die derde wereld naar het westen, waar de kerken al maar kleiner worden. Zij zeggen dan ook: Wij willen geen mensen meer uit Europa, en tegelijkertijd zeggen ze toch ook weer dat ze Europeanen nodig hebben. Men vraagt ons om mensen, die vervolgens niet welkom zijn. Ze zeggen tegen de Amerikanen: wie in de gevangenis gezeten heeft is welkom, wie geprotesteerd heeft is onder protest welkom, wie dat zelfs niet gedaan heeft kan beter thuis blijven.
Verder ging het in Bangkok ook om de dialoog met de wereldgodsdiensten. Die dialoog is daar de normale verhouding tussen het kleine percentage christenen en de aanhangers van de andere godsdiensten. Dat geeft geen syncretisme, geen vermenging van godsdiensten, aldus dr. v. d. Heuvel, maar de diepste getuigenissen; vandaar dat de wereldgodsdiensten er juist zo bang voor zijn. Wat heeft Bangkok tenslotte opgeleverd, zo vroeg Van den Heuvel? Een ongehoorde kracht vanuit de studie van de Schrift. Daarin liggen aanwijzingen voor het richtingsgesprekjin onze kerk, zo concludeerde hij.
Van den Heuvel eindigde met aandacht te vragen voor de kerken in Oost-Europa, voor de baptisten die daar in gevangenissen verkeren, voor kerken die in een gigantische ideologische strijd zijn gewikkeld, voor kerken die niets aan maatschappijkritiek kunnen doen ('Dat zeg ik tot degenen die links van mij staan'), voor landen waar de bijbelverspreiding allermiserabelst is (zoals in Rusland). 'We zullen moeten denken aan hulpverlening, aan stille dienst aan deze kerken'.
Commentaar
Dit was dus de hoofdinhoud van Van den Heuvels eerste speech. Om er iets zinnigs over te kunnen zeggen, moet je er eerst afstand van genomen hebben. Want het betoog werd op kundige en overtuigende wijze gebracht. Maar wie het nog eens allemaal op zich in laat werken kan toch een aantal vragen niet onderdrukken. Ik wil de volgende kanttekeningen maken bij dit betoog.
1. De bril die iemand op heeft bepaalt kennelijk mede de beoordeling van deze zendingsconferentie. Wie de dagbladen las moest wel concludereti dat de zendingsgedachte, in de zin van de confrontatie van de mensen met het evangelie van de Gekruisigde en Opgestane Christus, vervangen was door politieke en sociale actie. Vandaar de scherpe tegenstellingen op die conferentie. Maar dr. Van den Heuvel zegt: in de bijbelgroepen ging het anders. In de eerste plaats is dat volkomen oncontroleerbaar. In de tweede plaats ontbrak intussen toch een duidelijk getuigenis van wat als de hoofdopdracht voor de zending vanuit de Schrift wordt gezien. En in de derde plaats: aan de vruchten wordt de boom gekend. Is het nu écht mogelijk dat je eerst intensief bijbelstudie doet en dat er dan in de secties, wanneer de zaken aan de orde komen, alleen maar sociale en politieke actie uitkomt? Dan zal dit toch ook wel mede voortkomen uit de wijze waarop men met de Schrift is omgegaan?
2. Oók in het betoog van dr. Van den Heuvel ontbrak wat de spits van de zending heeft te zijn. En inmiddels is dan in dit betoog alles wat er dan in Bangkok aan polarisatie geweest is dunkt me teveel gladgestreken alsof er bij dit alles toch ook niet sprake is van een fundamenteel verschil van visie op de taak van de kerk in de samenleving. Vanuit Bangkok kreeg je sterk de indruk van een stuk vereenzelviging van het evangelie met een bepaalde links getinte politiek. In de speech van Van den Heuvel werd toch in feite daarbij aangesloten, en vandaaruit werd toch de zending bezien. Er was geen aansluiting bij wat de 'evangelical conservatives' met de zending beoogden.
Intussen acht ik het ook bepaald misleidend als dr. Van den Heuvel zo vergoelijkend over de dialoog spreekt, omdat 'dat nu eenmaal de normale situatie voor de christenen daar is'. Maar zit in de hele zendingstheologie van nu dan niet een stuk syncretisme, een stuk vermenging van godsdiensten, op basis van de gedachte dat godsdienst zich voltrekt op het vlak van de sociale vragen? Van den Heuvel vergoelijkte de dialoog door het syncretisme weg te wimpelen. Dat acht ik een bagatellisering van een immens gevaar dat de zendingstheologie thans bedreigt. 3. Tenslotte vroeg ik mij af hoe het nu mogelijk is dat dr. Van den Heuvel thans zo serieus sprak over de angst van de christenen in Zuid-Vietnam voor het communisme, terwijl hij daar enkele weken geleden, bij de handtekeningenactie inzake Zuid-Vietnam, niet over sprak, dat hij nu de mensen die links van hem staan voorhield dat de kerken in Oost-Europa niet maatschappij-kritisch kunnen zijn, terwijl hij enkele maanden geleden in Wereldraad-kader de bekende Vastenbrief van Solzjenytsin nog kritiseerde, en dat hij nu zo begripvol sprak over de kerken achter het ijzeren gordijn, terwijl hij daar — alweer in Wereldraadverband — voorheen zo weinig van liet merken. Op zich zijn dit uitermate verheugende zaken, maar het deed bij mij nogal wat vragen overblijven! Déze vraag heb ik vooral na de speech over Bangkok: hebben al die journalisten die in Bangkok waren dan niets opgevangen van al dat positieve, dat dr. Van den Heuvel ter tafel bracht? Met name van de bijbelstudies niet? Wat was nu het echte gezicht van Bangkok?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's