De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voorbereidende genade 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voorbereidende genade 1

Pastorale overwegingen

9 minuten leestijd

Bij de redactie van de Waarheidsvriend zijn enkele vragen binnengekomen, die in verband staan met de onderwerpen, die de laatste tijd in de pastorale rubriek besproken zijn. In het onderstaande willen wij daar een korte bespreking aan wijden.

Wat is voorbereidende genade?

Het gaat hier in het bijzonder om een aantal vragen, die een briefschrijver stelde ten aanzien van wat genoemd wordt de voorbereidende genade. H. Bavinck spreekt daarover in zijn Gereformeerde Dogmatiek (deel IV, blz. 9 v.v.). Hij zegt daar, dat de algemene roeping Gods door wet en evangelie, waarmee de Heere tot al Zijn schepselen komt en Zijn recht op hen laat gelden, van grote waarde en betekenis is, ook al wordt door die roeping de zaligheid slechts het deel van weinigen. De algemene roeping door wet en evangelie is volgens Bavinck een 'gratia reprimens', waardoor God de totale bedorvenheid in het leven en in de uitleving van de mens afremt. Daardoor ontstaat er b.v. een normbesef en fatsoen op het terrein van het recht, de kunst, de wetenschap, het gezin, de maatschappij, de staat, waardoor er onder de mensen toch niet alles meer mee door kan. 'Neem die algemene roeping Gods weg', zegt Bavinck, 'en er ontstaat een oorlog van allen tegen allen, de éne mens wordt een wolf voor de ander'.

We zouden dit, wat Bavinck de weerhoudende genade noemt, kunnen aanduiden als een algemene uitwerking van de bijzondere genade van het Woord Gods en de prediking. Daaraan voorafgaande zijn er ook reeds de invloeden van de algemene genade, buiten het Woord en de prediking om. Alle schepselen, ook zij, die nooit in aanraking gekomen zijn met het Woord van God, staan onder de beïnvloeding van Gods algemene openbaring in de natuur, in de geschiedenis en in het geweten. Op duizend en één manieren remt God de radicale boosheid van de mens af, doordat Hij Zich als de Schepper en Onderhouder van het leven aan die mens presenteert, zonder dat het van 's mensen kant komt tot een ware kennis van en gelovige overgave aan God. Daardoor zijn er onder de volkeren altijd al religieuze beseffen geweest en zedelijke maatstaven, die het leven op aarde draaglijk en leefbaar maken. Door deze algemene openbaring wordt alle onschuld de mens ontnomen (lees Rom. 1 en 2).

De algemene genade

Over dit laatste, de algemene genade Gods en de uitwerking daarvan in 's mensen bewustzijn ga ik nu eerst enkele opmerkingen maken. Deze algemene genade brengt nl. niet met zich mee, dat we kunnen spreken over aanknopingspunten in de mens, waarop God in Zijn bijzondere openbaring zou voortbouwen. Als we het zo zouden stellen, zou de mens ook buiten het Woord en de verkondiging van het evangelie tot een zekere natuurlijke godskennis kunnen komen, die slechts aangevuld behoeft te worden door de bijzondere genade, door de kennis van Christus. Plato zou dan in het voorportaal van het christendom hebben gestaan. Hij was immers de Griekse wijsgeer, die zulke illustere ideeën heeft verkondigd over de mens en zijn eeuwige bestemming. Help hem nog wat verder en hij is een christen. In dat verband zou men dan ook kunnen spreken over voorbereidende genade. En in die geest heeft b.v. een man als Philo, een joodse schrijver uit de dagen van Christus' verblijf op aarde, geprobeerd om. de joodse godsdienst met het Griekse denken te verbinden. Ook zijn er in de eerste eeuwen van onze christelijke jaartelling in de christelijke kerk hele verhalen verteld over een 'Logos spermaticos' (het Woord, dat door heel de schepping en de geschiedenis is uitgezaaid), waardoor de mensheid op de komst van de historische Christus is voorbereid en nog wordt voorbereid. In de nieuwste theologieën, die ons in onze dagen worden opgedist, keren soortgeHjke opvattingen weer terug. Het christelijk geloof wordt daarin vervaagd tot een algemeen religieus besef en tot een humanitair normbesef, waardoor christenmensen zich verbonden zouden moeten gevoelen met allerlei sociale systemen (denk aan het neomarxisme), waarin God Zich zou openbaren. Men spreekt in dit verband dan zelfs van een oecumene van de wereldgodsdiensten.

De Romeinen-brief

Het zou te ver voeren om hier uitvoerig op in te gaan. Uit Romeinen 1 en 2 volgt zonneklaar, dat de mens krachtens de algemene openbaring Gods niet tot een zekere mate van Godskennis komt, die een soort 'Vorstufe', een springplank zou kunnen zijn van de zaligmakende kennis van Christus. Er staat juist in Rom. 1 : 21, dat de mens God niet als God heeft verheerlijkt, maar verijdeld geworden is in zijn overleggingen en dat zijn onverstandig hart verduisterd is geworden. Leest u maar de verzen 24 en volgende van dat hoofdstuk, waar Paulus zegt, hoe schandelijk zich de mens gedraagt tegenover zijn Schepper, Die niet ophoudt hem na te lopen. Daarom besluit de apostel allen onder de zonde: Er is niemand rechtyaardig, ook niet één; er is niemand, die God zoekt; allen zijn ze afgeweken, te zamen zijn ze onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe...' (Rom. 3:10, 11). Hoe edelmoedig van karakter, hoe veelbetekenend voor de leefbaarmaking van de aarde de mens ook moge zijn, zonder de bijzondere genade van het Woord en van de wederbarende werkingen van Gods Geest, blijft hij in Gods ogen verwerpelijk en dwaas.

De prediking bouwt dus ook niet voort op toestanden en ervaringen van 's mensen hart, die er voor de bekering zouden zijn als vruchten van de algemene genade, die de bijzondere voorbereiden. Zeker, God knoopt in Zijn bijzondere openbaring telkens weer aan bij de algemene. Het is één machtige roepstem Gods in de schepping, de geschiedenis en het geweten van de mens èn in de prediking van wet en evangelie. En dat alles dringt tot geloof in Hem, Die de Heere gaf tot een Zaligmaker, Die alleen zalig kan maken. Maar de bijzondere openbaring vindt in het hart en leven van de mens, die onder de invloeden van de algemene roepstem Gods staat, niets, dat als een soort aanknopingspunt kan dienen en dat de mens reeds tot een christelijk mens zou maken. Dergelijke beschouwingen zijn nergens in de bijbel te vinden.

Het algemene in de bijzondere genade Maar dan blijft toch de vraag, of wellicht de algemene roeping Gods door wet en evangelie op het terrein van de bijzondere genade, van verbond en kerk, zulke aanknopingspunten oplevert. Wordt de mens door deze vorm van algemene roeping van God innerlijk niet voorbereid op de ontvangst van Gods genade in persoonlijke zin, voorbereid dus op de wedergeboorte? Wat de wedergeboorte is, zeggen de Dordtse Leerregels heel duidelijk. Zij zeggen, dat God daartoe niet alleen het evangelie aan Zijn uitverkorenen uiterlijk doet prediken en hun verstand krachtiglijk door de Heilige Geest verlicht..., maar dat Hij oök doordringt tot de binnenste delen van de mens met de krachtige werking van dezelfde wederbarende Geest, dat Hij het hart opent, dat gesloten is, dat Hij vermurwt, dat hard is, dat Hij besnijdt, dat onbesneden is, dat Hij in de wil nieuwe hoedanigheden uitstort en maakt, dat die wil, die dood was, levend wordt, die boos was, goed wordt, die niet wilde, nu metterdaad wil, die wederspannig was, gehoorzaam wordt...' (Dordtse Leerregels, Hl—IV, 11). De wedergeboorte is een daad van God de heilige Geest, waardoor de mens van dood levend wordt.

Bavinck-Wiersinga

Maar nu is de vraag, of dat wederbarend werk des Geestes niet voorbereid wordt door de algemene roeping Gods via wet en evangelie ? ! Gaat er van dat laatste niet een zegenrijke werking uit? We moeten niet doen, alsof het maar niets is, dat er in Nederland dan toch altijd nog zoveel duizenden naar de kerk gaan, ook al komt het bij velen wellicht nooit verder dan dat ze weerhouden worden van uitbrekend kwaad ? ! Met andere woorden, moeten we wel zo exclusief verlangen naar een wederbarend en doorbrekend werk van God de heilige Geest in het kerkelijk en persoonlijk geestelijk leven? Alsof dat altijd maar plaatsvindt in een punt des tijds, alsof dat eigenlijk alleen maar kan in een opwekkingsbeweging. Gaat het niet soms veel geleidelijker ernaar toe? Dat wil zeggen, dat er toch allerlei indrukken kunnen zijn in het hart van een mens dankzij de bijzondere leidingen van God met zijn leven, dankzij de prediking van wet en evangelie (b.v. vrees voor straf, verlangen naar vrede voor zijn verontrust gemoed). En zijn deze indrukken dan niet te waarderen als een gratia praeparans, een voorbereidende genade, waarvan Gods kind na zijn bekering zegt: De Heere is al zo vroeg en zo lang met mij bezig geweest ? ! In die zin spreekt H. Bavinck in zijn Gereformeerde Dogmatiek. Hij zegt: God bereidt Zelf op menigerlei wijze Zijn werk der genade in de harten voor. Hij wekt in Zacheüs de begeerte om Jezus te zien (Luc. 19 : 3), wekt verslagenheid onder de schare, die Petrus hoort '(Hand. 2 : 37), doet een Paulus ter aarde vallen (Hand. 9:4), brengt de stokbewaarder tot verlegenheid (Hand. 16 : 27) en leidt zo het leven van al Zijn kinderen ook vóór en tot de ure van hun wedergeboorte toe'. W. A. Wiersinga zegt hetzelfde in zijn boek 'Gods werk in ons'; 'Deze dingen bewerken de wedergeboorte niet', zegt hij. 'Deze is immers geheel en uitsluitend een wonderwerk Gods, waarmee Hij onmiddellijk het hart omzet. Maar deze werkingen en ervaringen, die aan dit wonderwerk Gods voorafgaan, zijn van Gods zijde gezien en door Hem bedoeld als de toebereiding van de akker, waarin straks zijn zaad vallen zal'. Wiersinga voegt er dan aan toe: 'Hoevele waren deze voorbereidingen Gods in het leven van Paulus vóór zijn bekering. Dit alles mogen wij zeker voorbereidende genade noemen'. Wel zegt hij dan nog tenslotte, dat het beter is om te spreken over voorafgaande genade. In een volgend artikel zullen wij zien, hoe wij over deze vragen hebben te denken.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Voorbereidende genade 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's