De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Volwassendoop en/of kinderdoop 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volwassendoop en/of kinderdoop 2

6 minuten leestijd

In 1968 heeft de synode weer veel aandacht geschonken aan de doop in de bespreking van een rapport, waaraan vijf jaar was gewerkt, over de vraag of de kinderdoop en de volwassendoop kerkordelij k als gelijkwaardig naast elkaar gesteld kunnen worden. Hierbij ging het niet zozeer om de volwassendoop die de kerk altijd heeft gekend en die bediend wordt ingeval de doop niet plaatsvond in de kinderjaren en welke plaats heeft na de openbare blijdenis des geloofs. Deze volwassendoop bedoelt geenszins de verwerping van de kinderdoop. Het ging vooral om de vraag of de volwassendoop die tevens en verwerping inhoudt van de kinderdoop kan bestaan in de kerk naast de kinderdoop. We zouden dan de situatie krijgen dat sommigen de kinderdoop blijven handhaven maar dat anderen hun kinderen niet meer laten dopen, niet omdat er geen kerkelijke belangstelling meer is, maar omdat men er nog niet mee klaar is of er pertinent tegen is en meer voelt voor een zg. kinderzegening, het opdragen van het kind aan God. Zo'n kind kan dan nog alle kanten uit. De tegenstanders van de kinderdoop beweren dan ook vaak dat de doop voor de kerkmensen vaak een vrij uitwendige handeling is en dus niet zoveel heeft te betekenen in de praktijk.

Inderdaad moet worden toegegeven dat velen de doop hooguit nog wel als teken maar veel te weinig als zegel zien van Gods beloften. Maar moet een verkeerd gebruik in de kerk het juiste gebruik dan opheffen?

Wanneer de synode de gelijkstelling van kinderdoop en volwassendoop had aanvaard zou meteen de deur ook zijn komen open te staan voor de zg. 'her'-doop. Tijdens de discussie in 1968 in de synode bleek ook dat de overeenstemming met wat de kerk over de doop belijdt in art. 34 van de N.G.B, lang niet meer zo groot is als in 1960 en 1947. Dat lijkt ons een weinig geruststellende ontwikkeling. Een meerderheidsrapport voelde wel wat voor gelijkstelling in tegenstelling tot een minderheidsrapport. De uitvoerige discussie leverde maar liefst een zevental voorstellen op en het was op deze wijze geen wonder dat de zaak weer werd geschoven op de lange baan van een nieuwe commissie. Terecht merkte de praeses dr. De Ru, die promoveerde op 'De Kinderdoop en het Nieuwe Testament', op dat het niet in eerste instantie ging over de tegenstelling volwassendoop—kinderdoop, maar of de kinderen der gemeente behoren gedoopt te wezen of niet.

Uit het voorgaande blijkt wel dat de vraag die boven dit artikel staat: Volwassendoop en/of Kinderdoop? in de kerk niet zo eenvoudig is komen te liggen.

Hebben de voorstanders van volwassendoop gelijk?

Hebben de voorstanders van de volwassendoop gelijk met hun bewering dat er voor de kinderdoop in de Bijbel geen plaats is? Is daar wat tegen in te brengen? Ik meen zelfs van heel veel.

Allereerst valt het sterk op dat zij die de kinderdoop verwerpen vrijwel uitsluitend uitgaan van het Nieuwe Testament. Wat hun opvatting over het Oude Testament betreft las ik o.a.: Het Oude Testament kan nooit de basis vormen van een leerstelling voor de nieuwtestamentische gemeente en waarom zouden we terugkeren tot de zwakke armelijke dienstbaarheid van het Oude Testament? ' De laatste vraag lijkt mij een onjuiste en tendentieuze interpretatie van , Gal. 4 : 9. We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat het O.T. alleen maar een soort bijlage bij het N.T. is, alleen maar een uitbeelding van wat in Christus werd vervuld.

Tegen dit bijbelgebruik moeten we ernstig bezwaar maken. Dikwijls ook krijgen als het O.T. bij hen ter sprake komt de boeken van Mozes een zwaar accent terwijl andere gedeelten als de Psalmen de Profeten te veel buiten schot blijven. En juist de profetische kritiek op het godsdienstig beleven is zo belangrijk om de juiste bedoeling van God te verstaan met Zijn inzettingen, zoals de besnijdenis, waarvan de kerk in Catechismus vr. 74 belijdt dat in het Nieuwe Verbond de Doop ervoor in de plaats kwam.

Dit wordt uiteraard sterk bestreden door de verwerpers van de kinderdoop. Als in Col. 2:11 en 12 gesproken wordt over de besnijdenis die zonder handen geschiedt door de besnijdenis van Christus, zijnde met Hem begraven in de doop, dan wordt beweerd dat we hier een geheel nieuwe openbaring van de besnijdenis hebben. Ze is immers geen werk van mensenhanden zoals in het O.T. Als de doop de opvolger van de besnijdenis zou zijn moesten alleen de jongetjes gedoopt worden, beweert men. We vragen ons af, heeft de kerk zich dus ook vergist toen ze de zondag als dag des Heeren stelde in plaats van de Sabbath?

Er wordt b.v. in het N.T. toch ook nergens met name gezegd dat vrouwen aan het H. Avondmaal mogen deelnemen? Het gaat zeker niet aan om met de verwerpers van de kinderdoop over de O.T.-ische besnijdenis te spreken als over een 'vleselijk' sacrament omdat de biologische opeenvolging der geslachten hier bepalend is, terwijl dan de doop een 'geestelijk' sacrament zou zijn omdat deze geschonken wordt op de geestelijke daad van overgave aan de Heere Jezus Christus.

Alsof we de betekenis van de besnijdenis hebben gepeild door alleen de uiterlijke dingen te bezien! Het zijn juist de profeten geweest die erop gewezen hebben dat de natuurlijke besnijdenis niet genoeg was zoals b.v. Jeremia: Besnijdt u de Heere en doet weg de voorhuid van uw hart' en 'Ik zal bezoeking doen over alle besnedenen en degenen die de voorhuid hebben' (Jer.4:4en9:25).

De eenheid van de Schrift

Voorts vragen we ons af: Is de God en Vader van Jezus Christus een andere dan de God van Abraham? Is God in het O.T. een God van gezinnen en van een volk en in het N.T. slechts van enkelingen?

De eenheid van de Heilige Schrift waarop de kerk der reformatie steeds grote nadruk heeft gelegd wordt door de voorstanders van de volwassendoop die de kinderdoop verwerpeh geweld aangedaan. Daarmee komen hun beweringen te staan in het teken van een Bijbelgebruik dat ook vele sektarische groepen kennen, het gebruik van teksten zonder recht te doen aan de context van de hele Schrift.

Ongetwijfeld zijn besnijdenis en doop niet gelijk. De handeling is verschillend, maar dit neemt niet weg dat er ook een eenheid is: beide zijn teken en zegel (Rom. 4:11) van de beloften Gods. De reformatoren brachten dit duidelijk onder woorden in de leer van het Verbond.

N.

L. D.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Volwassendoop en/of kinderdoop 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's