In memoriam Johannes Jakobus van der Krift, dienaar van het Woord
We kunnen het ons nog nauwelijks voorstellen, zo snel is het gegaan. En de ontsteltenis is groot. Hij was in het ziekenhuis opgenomen, maar er was goede hoop op herstel. Toen bleek het ernstiger dan wij dachten, en woensdag 21 februari overleed hij volkomen onverwacht.
Hij was predikant in Renswoude, Katwijk aan Zee, Ermelo en Veenendaal. In 1970 werd hij benoemd tot leraar 'godsdienst' aan het christelijk college 'Nassau-Veluwe' in Harderwijk, waaraan hij al vele jaren les gegeven had. En vlak voor zijn heengaan deed de gemeente van Driebergen een beroep op hem, dat hij zou hebben aangenomen. Het mocht niet zo zijn.
Het gaat er niet om, dat wij, en velen met mij, een zeer goede en trouwe vriend in hem verliezen. Wij denken eerder aan zijn gezin en bidden vrouw en kinderen Gods bijstand toe. Wij denken vooral aan de kerk. Hij was dienaar van het Woord. God had hem daartoe gaven verleend, en die gaven heeft hij aan de gemeenten besteed. Ook aan de kerk in haar meerdere vergaderingen.
Drie dingen waren voor hem kenmerkend. Zijn grondig preekwerk, grondig voorbereid en eenvoudig voorgesteld. Zodoende bereikte hij veel mensen, jongere mensen vooral. Hij sprak de taal van zijn tijd, en kende de noden en de zonden van zijn tijd. Hij wist met het Woord te troosten, te vermanen, te bestraffen, te leren. Met het Woord, dat hem lief was en waarop hij zelf hoopte. Onze kerk kan zulke dienaren node missen.
Dan was er zijn eerlijkheid. Ieder wist wat hij aan hem had en wat hij ervan vond. Eerlijkheid hoort in de kerk thuis, maar wordt er helaas vaak de deur gewezen, omdat ze hinderlijk is. Wie ze zocht, kon bij hem terecht. Een verademing bij veel vroomdoenerij, die dekmantel en masker tegelijk is.
Partijzucht was hem vreemd. Openhartig, vaak wat uitdagend, weigerde hij zich te laten indelen. Dat bracht wel enige verwarring te weeg, vooral bij hen, die met de partij, de groep, staan en vallen. Maar, niemand kon ooit twijfelen aan zijn verknochtheid aan allen die de Heere zochten en vreesden. Aan zijn liefde voor de Schriften, aan zijn belijden van het geloof, dat de vaderen is overgeleverd. Hij leefde en diende niet tevergeefs. Van veel zegen gewagen de woorden en de brieven, bij zijn overlijden. Wij wisten het wel; hij hoorde het soms en het stemde hem dankbaar.
Een man, die niet vervangen wordt. Anderen mogen wat op hem lijken, en zo de plaats innemen, die hij moest inruimen. Niet zonder verwachting. 'Gij zijt mijn schuilplaats en mijn schild; op Uw woord heb ik gehoopt'. Dat was de tekst, in de dienst van het Woord, die we rouwdienst noemen. En hoe fors klonk het lied: Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's