De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Volwassendoop en/of  kinderdoop 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volwassendoop en/of kinderdoop 3

6 minuten leestijd

We willen na het voorgaande ingaan op een volgende merkwaardige zaak die opvalt bij het lezen van geschriften uit de hoek van de verwerpers van de kinderdoop, nl. dat zo weinig gezegd wordt over het verbond. Men heeft het veel meer over de bekering en het geloof van de mens dan over de beloften van God. Met andere woorden, de bekeerde mens krijgt veel nadruk, terwijl de belovende God wat op de achtergrond blijft. Ik weet niet of het zo bedoeld wordt, maar de indruk wordt wel zo gewekt.

We vragen ons af: Is het juist om de doop afhankelijk te maken van ons geloof? Is de doop een getuigenis van wat er met mij is gebeurd of van wat er van Gods kant is geschied? Wordt zo bij de volwassendoop niet de mens groot gemaakt?

Letterlijk zegt iemand uit die kringen: wij geloven naar Gods Woord dat de wedergeboorte plaats heeft op grond van het aannemen van Jezus Christus en het geloof in Zijn Naam (Joh. 1 : 12) .Daarna volgt dan de doop die deze wedergeboorte bezegelt.'

Ook hier constateren we een onjuiste exegese die aan de context geen recht doet. In het volgende (13de) vers staat immers: 'welke niet uit de wil des vleses maar uit God geboren zijn'.

Zo is het duidelijk dat in de kringen van de voorstanders van de 'groot-doop' de doop geen teken en zegel is van de beloften Gods, maar van ons geloof en onze bekering. Nu heeft de doop zeker alles te maken met bekering en geloof, maar om een bepaalde volgorde als volstrekte voorwaarde te zien is onjuist. De Heilige Geest werkt voor, tijdens en na de doop (zie Hand. 8 over de Moorman en Hand. 10 over Cornelius).

Als we de doop zien als teken van het geloof en bezegeling van de wedergeboorte moet men afgaan op de bewuste ervaring van het geloof en moet de mens dus zelf uitmaken of hij voor de doop in aanmerking komt. Hij wordt teruggeworpen op zichzelf en zijn geloof wordt zo de maatstaf. Welke grote gevaren dit inhoudt heeft de kerkgeschiedenis al vaak bewezen. De kerk leert terecht dat wij mèt onze kinderen teruggeworpen worden op God en niet wij maar Hij maakt uit wie voor de doop in aanmerking komt. Dat betekent heus niet dat onze verantwoordelijkheid wordt uitgesloten. Een prediking die krachtig de beloften benadrukt zal tevens sterk oproepen tot geloof en bekering. Het is dacht ik geen al te onjuiste beschuldiging als we bij hen een soort modern individualisme bespeuren dat de mens, net zoals Barth doet, op zichzelf wil beschouwen.

Doop en gezin

Laten we echter niet vergeten dat de Schrift, zowel het O.T. als het N.T. nadruk legt op de betekenis van het gezin. Het 'ik en mijn huis' en het 'wij met onze kinderen' is een duidelijk bijbels gegeven. De oudste gestalte der kerk was die van de huisgemeente. De kinderen waren lid van de kerk van Israël en zijn ook lid van de christelijke kerk. 't Verbond met : Abraham Zijn vrind bevestigt Hij van kind tot kind. Het is geheel bijbels om het gezin en de gemeente te zien niet als losse individuen, maar als een organisch ge­heel, ook al blijft het geloof een persoonlijke zaak.

Hoe meer we ons met de reformatoren verdiepen in de levensverbanden waarin mensen door God worden geroepen tot gehoorzaamheid aan Zijn geboden en beloften des te meer zullen we oog hebben voor de geweldige betekenis van het verbond, waarvan we de grondstelling vinden in Gen. 17 : 7 'Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u en tussen uw zaad na u in hun geslachten tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God en uw zaad na u'.

In het doopsformulier volgt dan ook de tekst Hand. 2 : 39 'Want u komt de belofte toe en uw kinderen'. Het lijkt me bepaald niet juist om voor 'kinderen' te lezen 'geslachten die volgen' zoals men bij verwerpers van de kinderdoop doet.

Om uit Marcus 16 : 16 'Wie gelooft zal hebben en gedoopt zal zijn' te concluderen dat het geloof een voorwaarde is voor het ontvangen van de doop en kinderen nog niet kunnen geloven zodat ze niet gedoopt kunnen worden, is niet zonder meer te aanvaarden omdat de volgorde geloofdoop bij kinderen niet zo eenvoudig is als we denken. En daarbij is het echt niet nodig om met Kuyper uit te gaan van een kiem van wedergeboorte die we bij het kind veronderstellen. Ook op deze wijze wordt de grond voor de doop verlegd naar de mens. Daarom komen de opvattingen van de Wederdopers, van Kuyper en van de Pinkstergroepen op dit punt op hetzelfde neer: de doop onderstelt de aanwezigheid van de genade (wedergeboorte en geloof) en ontleent daaraan zijn geldigheid.

Met het rapport-1947 zijn we van mening dat het onjuist is om het kind alléén te zien als ontvanger van de doop. De ouders als degenen aan wie het kind als erfdeel des Heeren werd toevertrouwd ontvangen mede. De doopvragen aan hen gaan vooraf. Alleen voor het kind zelf volgt het geloof na de doop. Door de volgorde geloof en doop ook zo te zien worden we genoodzaakt de grond der zaligheid niet te zoeken in ons geloven, maar in de beloften Gods die aan ons in de doop zijn betekend en verzegeld. En zo is de Heere in alle dingen de Eerste en de Laatste. Vandaar dat het doopsformulier er terecht vanuit gaat dat de ouders gelovigen behoren te zijn. Vandaar dat op een doopzitting hen erop gewezen moet worden dat hun jawoord een geloofsbelijdenis inhoudt en het derhalve inconsequent is wanneer men dit ja-woord wel geeft voor de doop van zijn kinderen, terwijl men zelf nog niet kwam tot aanvaarding van de eigen doop in de openbare belijdenis des geloofs.

Trinitarische handeling

Laten we dus als we spreken over de doop niet alleen wijzen op allerlei losse teksten maar deze plaatsen in het licht van heel de Heilige Schrift als de openbaring van de Drieënige Verbondsgod.

Juist het bedenken van het gewichtige feit dat Christus opdracht gaf te dopen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, zal er ons voor bewaren de doop alleen en eenzijdig te verbinden met het werk van de Heilige Geest. Trouwens wilde de Heilige Geest op het Pinksterfeest iets anders dan Christus verheerlijken, Die eens sprak: Niemand komt tot de Vader dan door Mij ? Ook het doopsformulier gaat uit van een trinitarische behandeling van de doop.

Eenzijdig nadruk leggen op de leiding en het werk des Geestes houdt ook het gevaar in dat het heil teveel beperkt wordt binnen de grens van het bewuste leven. Zo vallen de kleine kinderen, maar ook de geestelijk onvolwaardige ouderen erbuiten. Is dit in overeenstemming met het Woord om de Geest beperkingen op te leggen? De deur naar geestdrijverij staat dan open! Wij geloven in de Heilige Geest, Die van de Vader en de Zoon uitgaat (Nicaea). In het sacrament komen alle lijnen van het heilshandelen Gods samen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Volwassendoop en/of  kinderdoop 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's