De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Scriba van den Heuvel  op eenzame hoogte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Scriba van den Heuvel op eenzame hoogte

'Hier en Heden'

6 minuten leestijd

De benoeming van dr. Van den Heuvel als opvolger van ds. Landsman woei stof op. De nieuwe secretaris-generaal houdt daar kennelijk rekening mee. Hij doet zijn best om zo rustig als maar mogelijk is plaats te nemen achter zijn schrijftafel. Om te beginnen wil hij afstand doen van zijn bureaucratisch-militante titel namelijk secretaris-generaal en gewoon, net als alle collega's tot in de kleinste dorpsgemeenten toe, scriba heten. Dat siert, waarom zullen we dat niet zeggen. Woorden gelden door het gebruik en dr. Van den Heuvel kan het zelf in de hand houden in hoeverre hij de naam scriba, voorzover deze scriba van de synode en van de kerk is, geduchte zwaarte wil laten krijgen.

Voorts gaat de scriba van onze kerk in het interview, dat hij weggaf aan een medewerker van 'Trouw', in op een drietal punten, die hem na aan het hart liggen. Hij spreekt namelijk om het op mijn manier samen te vatten over beleid en belijden. De drie punten betreffen het belijden, de gemeente-opbouw en last. .. de kerk en de maatschappij. Over elk van de drie wat vriendelijk vragend commentaar van deze kant.

Ten eerste het belijden. Dr. Van den Heuvel denkt bij belijden allereerst — en het siert hem — aan de drie formulieren van enigheid. Alleen — en ik weet niet of onze scriba dit letterlijk zo heeft uitgedrukt — doemt altijd de vraag op hoe dat (het belijden van de drie formulieren) actueel wordt. Ik vind namelijk dat opdoemen dreigend als een onweersbui en dat hoeft toch echt niet met onze goede belijdenisgeschriften. Goed, we zijn dit nare puntje gauw voorbij. Want dr. Van den Heuvel vervolgt dat het met het voortgaand belijden (dat is weer een ander nummer dan het historisch belijden) er veel beter voorstaat. Gelukkig maar. Het voortgaand belijden is een hele stroom van geschriften sinds 1945. Onder de honderden kerken uit de oecumene heeft daar geen kerk zo stug aan gewerkt als de hervormde. Dr. Van den Heuvel kan dat uiteraard vanuit zijn vorige werkkring voortreffelijk weten.

Wat dat voortgaand belijden betreft staat de hervormde kerk op een eenzame hoogte. Is dat nu een gelukkige positie of niet? Het doet wat Brontë-achtig aan. Het belangrijkste beleidstuk van voortgaand belijden is het nieuwe liedboek. Wat nu precies beleidstuk van belijden betekent is me niet volstrekt duidelijk. Is belijden zaak van beleid. Liever wilde ik beleid bepalen vanuit belijden. Tenslotte bespreekt dr. Van den Heuvel de wenselijkheid om elke tien jaren een groepsfoto van het belijden van de kerk te maken zoals Fundamenten en Perspectieven er eentje was. Dit was het dan. Om nu nog even op de verhouding historisch en voortgaand belijden terug te komen en op die opdoemende vraag hoe de drie formulieren actueel te maken zijn. In mijn onnozelheid zou ik hebben willen zeggen: we kunnen in dat voortgaand belijden het historisch belijden voortreffelijk actueel maken, maar na de woorden van dr. Van den Heuvel zal dat wel een aartsdomme opmerking wezen. Moet ik het zo begrijpen, dat wanneer wij een lijn trekken van de bijbel naar het voortgaand belijden, dat we dan op onze route niet midden door het punt van het historisch belijden gaan?

Het tweede punt van de gemeenteopbouw. Dr. Van den Heuvel heeft zich persoonlijk op de hoogte gesteld van wat er aan kerk in de kerk leeft. Het viel niet tegen. In veel gemeenten bestaat een levende gemeenschap en dan volgt als letterlijk gezegde: 'Veel meer bij elkaar roepbaar volk is er in de hervormde kerk dan sociologen waar willen hebben'. De eind-van-alle-wetenschap-en-tegenspraak sociologen ten spijt hoeven we ons, zegt dr. Van den Heuvel, ook sociologisch geen zorgen te maken. In goede gemeenten functioneren pastoraat en liturgie altijd grondig, gaat het gesprek voorwaarts. Dat betekent, lees ik belangstellend, binnen de theologische discussie een paar punten voor de rechterzijde, want zij hebben dat altijd gezegd. Dat is fijn. Mij interesseert niet alleen een aantal punten binnen de theologische discussie, want het is geen nummertje hersenvoetbal, maar vooral hoe dat nu zit met die levende gemeenschappen in vele en dus niet in alle gemeenten in relatie tot het historisch en het voortgaand belijden. Valt er iets te zeggen of de frequentie van levende gemeenschappen in vele gemeenten enige samenhang heeft met waardering voor het historisch belijden, zeg voor de drie formulieren van enigheid? Niet dat wij hier op een schouderklopje zitten te wachten, want wij zijn ons te bewust met hoeveel gebrek en zonde alles toegaat. De betrekkelijkheid van een en ander ontgaat ons te enenmale niet. Wel zijn we geïnteresseerd bij het antwoord om te weten of we niet op een verkeerd spoor zitten. Het zou immers een antwoord kunnen zijn op de vraag of ditmaal vele theologen ten spijt, want waarom de sociologen een veeg uit de pan en niet de theologen, het historisch belijden meer een voortgaand belijden is dan zij theologen waar willen hebben.

Ten derde de maatschappij, waar het volgens een aantal nieuwlichters alleen maar om gaat. Gelukkig is het voor dr. Van den Heuvel één van de vele punten en laten we hopen niet het punt.

Dr. Van den Heuvel verklaart dat er niet in de laatste plaats ook oecumenisch kritisch gekeken gaat worden achter het ijzeren gordijn. Aandacht zal er zijn voor kerken in Oost-Europa, voor de joden en voor hen, die zich 'daar kritisch melden'. Gedacht wordt aan het boek van dr. Hebly en op die manier ook aan rumoer zoals dat heet rondom een figuur als Wurmbrand, veronderstel ik. Al deze aandacht mag niet in mindering komen op de aandacht die er altijd was voor Zuid-Afrika, voor Portugal (bevrijdingsactiviteiten in Angola incluis neem ik aan) en voor Griekenland. Het ene doen en het ander niet nalaten. Zo is bedoeld blijkbaar. Wel dan moeten zij zich achter het ijzeren gordijn goed schrap zetten, want als het om niet te discrimineren in Oost-Europa navenant zal verlopen als in Zuid-Afrika, hebben ze daar een heel beetje te goed. Met spanning volgen we het optreden van de scriba onzer kerk. Dit is oprecht gemeend ter voorkoming van misverstanden, waar niemand iets voor koopt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Scriba van den Heuvel  op eenzame hoogte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's