De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Eimert Pruim: Vindplaatsen van God, mensen op zoek naar God en godsbeleving. Een brochure in de serie 'Ter Sprake' (informatie voor het gesprek over zaken die aan de orde zijn in de gemeente); uitgave W. D. Meinema, Delft; prijs ƒ 1, 75, bij 25 ex. ƒ 1, —.

Dit boekje, dat ontstaan is in het kader van een stuk geloofsoriënterend vormingswerk in het Vormingscentrum Den Alerdinck (bij Zwolle), wil proberen wat helderheid te brengen in de veelheid van godsbegrippen, godsvoorstellingen en godservaringen, die de ronde doen. Nu is dat natuurlijk een loffelijk streven. Alleen verwachten we wel van iemand, die leiding geeft aan een vormingscentrum, dat hij dan ook vanuit zijn bijbel een antwoord geeft op de falsificaties van de Godsleer, die voor een gelovig christen met handen te tasten zijn in ettelijke karakteristieken van godsvoorstellingen van onze tijd. Maar daarover treft men in de brochure van Evert Pruim geen woord aan. Integendeel, het geheel is een grabbelton van ieder wat wils. De lezer wordt uitgenodigd om er zijn eigen godsvoorstelling in te herkennen en... wie weet, zijn God in te vinden. Meent Evert Pruim ook, dat iemand zijn God terugvindt, als hij Huub Oosterhuis gelooft, die zegt: 'Kunnen we afspreken, dat we een stem bedoelen, als we zingen en bidden en zeggen: God? De stem, die roept: Wie ben je, waar is je broeder? ' In één van de kleine hoofdstukjes wordt zelfs gesproken over 'hedendaagse godsmanifestaties in de Wereldraad van kerken, paus Joannes de 23ste, de Verenigde Naties, een nieuwe maatschappij-vorm in Chili...' En vindt de mens zijn god ook terug, als hij de stelling van paragraaf 9 aanvaardt: 'Het marxistisch humanisme, het boeddhisme en het christendom laten zich interpreteren als evenzoveel wegen, waarlangs de mens tot de voltooiing van zijn menselijkheid komt' (blz. 27: nodig is een oecumene der 'wereldgodsdiensten). Of om een andere uitspraak te noemen: 'God wordt alleen gekend door mensen, die zich wagen aan de revolutionaire verandering van de wereld; de anderen kennen Hem niet en hebben Hem ook nooit gekend'.

In één woord, als het over vindplaatsen van God gaat, dan acht ik het eenvoudig misleidend, wanneer wij hier slechts een doolhof van menselijke opvattingen en belevingen van God worden ingestuurd, terwijl de bijbel nergens en nooit ter sprake komt. De paragraaf over God de Ondoorgrondelijke (par. 6), waarin de belijdenis van onze kerk (Heid. Cat., N.G.B.) genoemd wordt, past dan ook in dit boekje heel niet. Onze belijdenis dient zich nergens aan als een mogelijke manier van Godservaring temidden van allerlei andere wijzen van geloven. God is in dit boekje dan ook alleen maar gespreksonderwerp. Hij is helaas nergens de God, Die in Zijn Woord tot ons zegt. Wie Hij is. En voor ieder, die het christelijk geloof wil belijden, is het eenvoudig ongepast om God zo puur ter discussie te stellen. De waarheid komt niet voort uit de worsteling der meningen, ook niet uit een knappe gesprekstechniek. Zo heeft ons vroeger Socrates misschien voorgehouden. De waarheid wordt ons alleen maar eigen, als wij door wedergeboorte uit de leugen van ons bestaan zijn gehaald. Eén van de leugenen is, dat wij dromen van een paradijs hier op aarde buiten het Borgtochtelijk lijden van Christus om en zonder radicale bekering van ons hart, waardoor wij voor de levende God van hemel en aarde zijn gaan leven.

 C. den B.

L. Praamsma: Het water was veel te diep, 104 blz., Uitg. Mij T. Wever, Franeker, 1972.
Vanuit Canada schreef dr. Praamsma in de jaren 1970 en '71 een aantal brieven aan een vriend in Nederland, die zich met allerlei vragen tot zijn geemigreerde vriend had gewend. Op populaire wijze komt heel wat aan de orde. Het worden gesprekken over verdraagzaamheid in de 19de eeuw, over vergeten vreemdelingschap, over de mannen-broeders, over formele en formidabele Schriftkritiek en de nieuwe theologie, waarvan de schrijver zegt, dat ze toch niet zo verschrikkelijk nieuw is, over de evolutieleer en het fundamentalisme, een term, die gebruikt wordt om de mensen, die gewoonlijk de orthodoxie genoemd worden te diskwalificeren. Diep kan de schrijver niet op de dingen ingaan, het is ook zijn bedoeling niet, maar hij geeft welgemeende pastorale vermaning en bemoediging: Blijf in hetgeen gij geleerd hebt (2 Tim. 3 : 14).

H. Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's