'Hier en Heden'
Satan op de 'saamtrek', satan ter synode of satan op de stafvergadering. Hoe moet ik het uitdrukken? Het is een titel om een patent op te vragen. Tijdredenaars die om een onderwerp verlegen zijn, willen er best iets voor bieden.
Satan op de stafvergadering en dan denk ik aan wat we lezen in het eerste hoofdstuk van het boek Job. 'Daar was een dag, als de kinderen Gods kwamen om zich voor de HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam. Toen zeilde de HEERE tot de satan: Van waar komt gij? En de satan antwoordde de HEERE en zeide: Van om te trekken op de aarde en van die te doorwandelen'.
Op hemelse samenkomsten verschijnen gasten, die we daar niet verwachten. Hebt u nooit gehoord van de gast zonder bruiloftskleed op het koninklijke bruilofsmaal?
Hier gaat het over satan, die terug blijkt van weggeweest.
Een heel zonderlinge inleiding op mijn traditionele kattebelletje over een ding van de dag of een toestand van de tijd. Want over ding en toestand van deze dagen probeert Hier en Heden licht te werpen. U kunt u echter niet indenken waar een kroniekschrijver terecht kan komen als hij zich suf prakkizeert op de vraag waarover hij het hebben wil. Het ontbreekt niet aan onderwerpen. Er gebeuren genoeg dingen waarover we ons opwinden, waarover we verontrust, verontwaardigd, verbaasd, verbitterd en wat al niet meer zijn. Het ontbreekt echter wel eens aan de zin om de onderwerpen bij de horens te pakken. Het is voortdurend wat anders, dat is waar, variatie in overvloed, als we tenminste met een oppervlakkige beschouwing volstaan. Anders ontdekken we dat zoveel toch feitelijk in de grond der zaak steeds verdrietig hetzelfde laken en pak is. Satan trekt rusteloos voort om verkenningstochten te doen op aarde en om zijn critisch oog te laten gaan over al wat hij ziet in de hoop dat hij iets kan ontwaren om Gods werk in discrediet te brengen.
Nu gaat elke vergelijking mank en een enkele zwaar kreupel. Ook deze. Dat zeg ik vast op voorhand. Als stukjesschrijver voel ik echter een tikje overeenkomst. Beroepshalve — al is het dan altijd een minieme nevenwerkzaamheid — gaat een kroniekschrijver ook voortdurend op pad of hij iets kan ontdekken, waar hij zijn critiek aan kwijt kan.
Het is wel een afmattende bezigheid om om te trekken op de aarde en om die te doorwandelen ook al kunnen we de reis maken in de stoel met behulp van krant en tijdschrift.
Wij komen genoeg tegen. Zoveel, dat wij gaan begrijpen hoe de dichter tot de verzuchting kwam: Och dat mij iemand vleugelen als van een duif gaf: ik zou heenvliegen waar ik blijven mocht. Maar niemand geeft mij die. Tenminste, dat denken we vaak.
In de vergadering van de kinderen Gods zullen we verslag doen van alles wat verkeerd gaat op aarde, van alles wat van God afwijkt, van alles dat spot met Gods Wet en Gods oordeel. Dit laatste kan stellig niet uitblijven.
Elke week kan ik mijn beklag doen, omdat het adembenemend teruguit draaft. Waar zijn de deugden van vroeger, en waar is het goede vertrouwde christelijke leven van weleer?
Naar mijn smaak halen sommige schrijvers al te veel uit alsof ze toch een heimelijk welbehagen hebben in al die toestandjes en symptomen van verval. De oudste zoon, die braaf thuisgebleven was, weet pijnlijk exact weer te geven hoe volgens zijn gedachten zijn jongere broer het geld er doorgejaagd had. Je zou denken, dat hij het zich had ingeleefd.
Een kleine moeite is het die verdenking ver van je af te schuiven. Goed zeggen hoe funest dat allemaal is en dan besluiten met de verplichte opmerkingen dat bij Christus en in Gods koninkrijk zoveel heerlijker genot en zoveel zaliger vreugde en dat uiteraard voor eeuwig te vinden is. Dat is het stichtelijk slot van ons verhaal. U ziet dat ik het recept goed in mijn hoofd heb. Dat krijg je vanzelf, wanneer je als gediplomeerd medicus de vinger aan de pols van deze tegenwoordige wereld houdt. Op terrein van kerk en maatschappij, van cultuur en staat valt ontstellend veel aan te wijzen dat gegarandeerd verkeerd afloopt. En maar schrijven en maar ons opwinden. Hoe jammer dat we het niet voor het vertellen hebben. We zouden al die misstanden drastisch de kop indrukken. Ja, er is iets van spijt dat onze invloed en zeggenschap praktisch verdwenen zijn. Uit ontevredenheid daarover zouden we onze bemoeienis met het praktische staken. Al hebben we zeer zwaarwegende bezwaren tegen staken. Maar wanneer we in goede dagen ons consciëntieus gekweten hebben van roeping en taak, is het dan eigenlijk niet opstandig tegen God zelf om nu onze neus vroom op te trekken, omdat het milieu zo verregaand is verontreinigd? Ik voor mij vind van wel. In goede dagen het wel gedaan hebben en nu niet, omdat het getij gekeerd is. In dezen geldt: Houd aan, tijdig en ontijdig ongeacht resultaat en vrucht. Houd aan zoals Christus leerde en voorbeeld gaf u in te laten met de vraagstukken van de praktijk.
Verder moeten we niet te veel blijven hangen in de gemeenplaats. Nadat we het gruwlijk verval hebben gesignaleerd en volgens de regel van de kunst becritiseerd, de opmerking dat bij Christus alles beter is en volmaakt. Met een vraag of onze lezers daar deel aan hebben en daar kennis van bezitten valt fraai af te ronden. Ik zou willen dat we in de eerste plaats als het over het laatste gaat veel en veel meer concreet worden, dat we man en paard noemen. Tonen zelfs. Het moet ons gaan als Mozes, die bidt: Dat uw werk aan uw knechten gezien worde. Die toon van: zo slecht is het in deze wereld en helaas ook in de kerkelijke vrome wereld, het zou zoveel beter kunnen en moeten zijn en een vrome verzuchting op de koop toe, is vrijblijvend. De spanning is daar dra uit verdwenen. We worden immuum en reageren nauwelijks op dit medicijn'.
Ik bedoel dat wij als satans satan (satans tegenstanders ) alom kwade ontwikkelingen en anti-christelijke tendenzen ontdekken als we rondtrekken her en der. Er is echter ook een andere kant ingeleid door de vraag: 'Christus als Hij komt zal Hij geloof vinden op aarde'. De tijd is er wel naar dat er ook iets positiefs uit onze vingers moet komen, dat we laten zien 'hoe lief' en dat er tegenover onware eenheid ook waarachtige eenheid openbaar wordt. Want ik vraag me af of satan zelf nog veel ontdekt dat niet naar zijn zin gaat als hij rond gaat. Of hij op mannen stuit als Job, vroom, oprecht, wijkende van het kwaad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's