De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een slavenprijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een slavenprijs

6 minuten leestijd

'Toen ging een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, tot de overpriesters, en zeide: Wat wilt gij mij geven, en ik-zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegezegd dertig zilveren penningen. Mdtth. 26 : 14, 15

In het voorjaar of in de zomer kan het gebeuren dat alles volop zon is. Binnen en buiten is alles door de zon overgoten. Helder licht. Warm. Maar als er wolken voorbij gaan is het ineens anders. Buiten en binnen. Donker en koud. In één ogenblik. Van die momenten zitten er ook in de lijdensgeschiedenis van onze Heere Jezus Christus. Het éne ogenblik zien we Maria. Zij zalft Hem. Kostbare nardus over Zijn hoofd en over Zijn voeten. Dan is alles licht! Hier zien wij Judas. Hij verraadt Zijn Meester. Nu wordt alles donker.

Van alle personen die in de lijdensgeschiedenis voorkomen, is Judas wel de meest huiveringwekkende. We weten het: Petrus, Pilatus, Herodes ... er is niemand die vrijuit gaat. Maar Judas, die naam doet ons huiveren. Er is geweldig veel slechts van Judas te vertellen. Hij heeft aan de wereld laten zien dat je kunt kussen uit haat. Dat je uit haat zou bijten, kan ik me indenken. Maar kussen . .. ! Judas . .. zijn naam alleen al geeft een smaak in de mond als van sigarenas. En toch is het zo'n mooie naam. Godlover. Daar hebt u de betekenis. Hij was de zoon van Simon Iskariot. Toen hij geboren werd, was er vreugde. Hij werd op de achtste dag ingelijfd in het verbond van God. Vergeet u dat vooral niet. Hij was een verbondskind. Wij hebben meestal geen goed woord voor hem over. We vinden hem een verrader. Een dief. Maar zo is het niet begonnen. Hij heeft alles verlaten om Jezus te volgen. Judas is één van de twaalven geweest. Hij heeft er zich niet ingedrongen. O nee. Hij is door Jezus geroepen. En die roeping heeft hij eerlijk aanvaard. Judas zag veel in Jezus. Zijn ogen glansden als het ging over het Koninkrijk. Hij had grote verwachtingen. Hij deed mee.

Misschien kijkt u erg vreemd als ik zeg dat deze Judas zich telkens nog laat zien. Ik zie hem ook onder ons. Hij wil graag een mooie preek. En van de wonderen van Christus komt hij onder de indruk. Voor de zaak van Jezus heeft hij echt wel wat over. Maar zichzelf verloochenen, z'n leven verliezen, wat is dat? Mijn leven haten, niet Christus sterven . . . Alleen door een nieuwe geboorte in te kunnen gaan in dat Koninkrijk... Dat is vreemd! Hebt u soms medelijden met Judas? Zoek hem niet te ver! Judas moet u zoeken in de kerk. Vlak bij Jezus. Onderzoek u zelf. Of u misschien onder de beademing van het Woord leeft, maar van binnen gekant bent tegen de genade.

Judas heeft met Jezus en bij Jezus zichzelf gezocht: macht in de wereld, grootheid, eer. Maar toen er van zijn ideaal niets terecht kwam, kwam er in zijn leven een bittere teleurstelling, die omsloeg in haat. Hij verkoopt zich aan de duivel. Hij gaat naar de overpriesters. 'Wat wilt ge mij geven, en ik zal Hem u overleveren'.

Wat een tegenstelling. Bij Maria gaat het hart open. Bij Judas slaat de deur dicht. Een begraven Messias. Wat een dwaasheid. Weet u ... een mens wordt vernederd en vertederd, of hij gaat zich verzetten en verharden, 't Is van tweeën één! We worden neergeworpen door het Woord en bestraald door de liefde van Christus, of een speelbal van de satan en een prooi in zijn hand. Maar dan rust hij ook niet voordat hij een mens helemaal heeft. Wat ontzettend als mensen die naar Gods beeld geschapen en tot tempelen van de Heilige Geest bestemd zijn, verblijfplaatsen van de satan worden.

Wat wilt ge mij geven .. . Ach, het is bij Judas begonnen met een kleine zonde: zucht naar eer, naar geld. Het is geëeindigd met een verwerpen van Christus en een verwerpen van zichzelf. Een kleine zonde ... Als die niet werkelijk bestreden wordt, kan ze allerverschrikkelijkst eindigen. Ze kan een invalspoort voor de satan zijn. Als u ze niet voor Christus belijdt, gaat het naar de ondergang. Maar als er strijd is in uw leven, dan komt u ermee tot Christus. Dan schuwt u het niet om door Hem ontdekt te worden. Dan gaat u met uw nood naar Jezus.

Judas gaat naar de overpriesters. Dat is aan het verkeerde adres. Judas! Ze verstaan elkaar goed. De kinderen der duisternis verstaan elkaar altijd. 'Wat wilt ge mij geven en ik zal Hem u overleveren'. Hij wil geld hebben. En zij betalen het hem. Het hele bedrag kontant. De Zoon van God, de werkmeester van het leven. Verraden. Overgeleverd.

U zit met een vraag. Moest het bij Judas niet zo gaan? Was hij hier niet toe bestemd? Is het dan niet zo dat de één door God is uitverkoren en dat Hij tegen een ander zegt: verworpen? Was het dat niet bij Judas? Zo wordt het nog wel eens voorgesteld. Een mens is door God uitverkoren of verworpen, 't Is één van beide. Ja, zo redeneren wij. Maar de Schrift redeneert nooit. Weet u wat mij opvalt? Dat de Heere Jezus voortdurend en dringend tot Judas heeft gesproken! Jezus heeft door Zijn woorden steeds cirkels rond het geweten van Judas beschreven. Om deze man terug te roepen! Het éne been van de passer stond in het geweten van Judas. Met het andere been werden cirkels beschreven, zó dat die cirkels hoe langer hoe kleiner werden. Bij de voetwassing. Bij het Avondmaal. Steeds weer kwam Zijn Woord tot z'n hart. Maar het ketste af. Het werd verworpen. Al deze dingen gaan niet buiten Gods raadsbesluiten om. Zeker! Maar tot u en mij komt de roeping. De roeping van het Woord. Dat hebben onze vaderen goed geweten. Ze spraken van de keten des heils. En de keten des heils begint met de uitverkiezing maar hij wordt gegrepen bij de middelste schakel. Dat is de roeping. Daar hebt u het. Dat mag u hier leren. Judas heeft de uitgestoken hand van Christus afgeslagen. Zijn Woord verworpen.

Wat is deze Christus u waard? Voor Judas staat de prijs vast. Dertig zilveren penningen. Dat was zo de prijs van een slaaf. De vergoeding die men schuldig was als een slaaf of slavin door een rund werd gedood. Op deze waarde wordt Christus geschat. Een slavenprijs. Meer niet! O, zie het. Hier breekt door, het licht van Gods eeuwige raad. Slaven van de zonde, dat zijn wij. Maar goddelijk Evangelie: Christus heeft ons vlees aangenomen. Slavenvlees. Een slavenprijs werd voor Hem uitbetaald. Zo moest het. Waarom? Opdat slaven van de zonde, door het geloof in Hem, een eeuwig Koninkrijk zullen beërven. Door Hem Koningskinderen!

Als het geloof ontbreekt, dan ontbreekt alles. Dan komt de wanhoop. Vroeg of laat. Kijkt u maar naar Judas. Als Hij straks de dertig zilverlingen op de grond werpt, dan werpt de duivel er nog een steen bovenop. Maar het bloed van Christus maakt vrij. Hij zegt: 'Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen'.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een slavenprijs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's