Boekbespreking
Thijs Booy: Gereformeerd: Hoe lang nog? Ten Have, Baarn, 1972, 112 blz., ƒ 9, 50.
Over dit boekje las ik al ergens een zeer scherpe recensie. Daarna las ik het boekje zelf en ik moest toen de kritiek grotendeels beamen. Niettemin wil ik trachten de eigenlijke bedoeling van de schrijver met dit boekje te benaderen. Ik meen die gevonden te hebben in twee richtingen. In de eerste plaats is duidelijk dat hij zeer positief staat tegenover allerlei ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken in de laatste tientallen jaren. Daarin klinkt door een toon van tevredenheid (op zijn zachtst gezegd), want is Booy niet de man geweest die in de eerste jaren na de laatste wereldoorlog in de Geref. Kerken een grotere openheid bepleit heeft, wat hem toen niet in dank werd afgenomen door allen? Maar in de tweede plaats, ik meen aan te voelen dat toch ook hij een zekere zorg heeft. Die blijkt b.v. op de laatste bladzijden van zijn geschrift. Men zou zo radicaal zich kunnen vernieuwen dat het geloof in Jezus erbij inschiet! Ik had graag gehad dat deze zorg wat dieper had doorgeklonken, maar dat is helaas niet zo.
Wat het waardevolle in dit boekje is is dit dat men hier op een vlotte, journalistieke wijze beschreven vindt wat er zo ongeveer allemaal in de Geref. Kerken de laatste 25 jaar aan de orde is geweest (en nog is). Het biedt in dit opzicht een gemakkelijk leesbare inventarisatie. Er komen ook allerlei persoonlijke belevenissen en ontmoetingen in naar voren. De een wordt geprezen, de ander soms hard bekritiseerd of psychologisch benaderd. Een dergelijke psychologische benadering vind ik vaak nog erger dan de zwaarste kritiek. Hoofdbezwaar is echter, dat de ontwikkelingen in de Geref. Kerken door mij heel anders beoordeeld worden dan door Booy. Zelf heeft hij daarin een rol gespeeld. Ik wou dat hij voor iets beters zijn krachten gegeven had.
K. Exalto
Prof. J. Hovius: Notities betreffende de synode te Emden, 1571, en haar artikelen; Apeldoornse Studies No. 4. Kok, Kampen 1972, ƒ 4, 95.
Het eerste wat wij ten aanzien van dit boekje willen opmerken is dat het een deel uitmaakt van de zg. Apeldoornse Studies, alle geschreven door de hoogleraren van de hogeschool der Chr. Geref. Kerken te Apeldoorn. Al meer dan een goed boekje is in deze serie verschenen.
In de tweede plaats merken wij op dat wij hier een studie voor ons hebben die rijk gedocumenteerd is. De voetnoten verwijzen naar een respectabele hoeveelheid literatuur, een bewijs dat de schrijver in hoge mate de stof die hij behandelt kent. Toch is de leesbaarheid van het geschrift er niet minder door; ieder kan het geschrevene begrijpen.
Onze derde opmerking is de belangrijkste. Het boekje is verschenen in verband met de herdenking van de eerste synode van de Nederlandse kerken, gehouden te Emden in 1571. Prof. Hovius geeft allereerst een beeld van de situatie waarin het vaderland in die tijd verkeerde. Zijn conclusie is dat Emden een geloofsdaad is geweest. Vervolgens stelt hij vast dat de kerkorde die te Emden ontworpen en vastgesteld is, ontstaan is in volledige geestelijke vrijheid. Door geen overheidsinmenging gehinderd konden de vaderen een regeling van het kerkelijk leven ontwerpen naar eigen principia, welke zij aantroffen in de door haar aanvaarde Ned. Geloofsbelijdenis, terwijl de Franse kerkorde als model functioneerde. Bijzondere aandacht wordt door Hovius besteed aan het eerste artikel van de kerkorde van Emden, waarin de zg. gulden regel van het gereformeerde kerkrecht wordt aangetroffen, namelijk dat geen dienaar des 'Woords over een ander mag heersen en dat evenmin de ene gemeente mag heersen over de andere. Hovius laat zien hoe deze regel terug te vinden is in alle andere artikelen van deze kerkorde. Deze kerkorde is dus opgebouwd uit één beginsel. Hier krijgt Hovius' beschrijving, hoewel zij strikt historisch blijft, toch een uitgesproken actueel karakter. Tot slot wordt door hem ook nog gewezen op het geestelijk en pastoraal karakter van deze kerkorde.
Aan het eind van het geschrift wordt door de schrijver heel bescheiden opgemerkt dat hij niets nieuws heeft gebracht. Maar nieuw is naar ons oordeel in ieder geval toch wel de hele toonzetting van het verhaal. En niet overal komt men een zo getrouwe weergave van de zin van de Emdense kerkorde tegen. En niet ieder die over Emden heeft geschreven was zo duidelijk in het aangfeven van wat het leidend beginsel van deze kerkorde is. En tot slot, de bijbelse verantwoording van het gereformeerde kerkrecht zoals die hier te vinden is, is ook niet te versmaden. Het is maar een klein boekje maar het bevat veel. Wij zijn de schrijver er dankbaar voor en bevelen het van harte aan.
K. Exalto
A. M. Lindeboom: In het uur van bezinning, dl. 1 , Geestelijk arm, 200 blz., f 10, —. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 1972.
Toen ik de ondertitel van dit boek las, moest ik denken aan de zaligspreking van Jezus: zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Toen ik het boek gelezen had, begreep ik, dat de ondertitel in ieder geval in die betekenis niet moet worden verstaan. Het is geen zaligspreking maar veeleer een requisitoir van de schrijver, waarin hij de geestelijke armoe van de kerk aan de kaak stelt en ook duidelijk de schuldigen aanwijst, die daarvoor verantwoordelijk zijn. Hij doet dat nogal in een persoonlijke vorm, wat natuurlijk zijn voordelen heeft wat betreft de verstaanbaarheid. Toch heb ik al lezend me wel afgevraagd, of dit nu wel de juiste vorm is. Ik moet zeggen, dat ik het in heel veel dingen met de schrijver eens kan zijn. Maar de toon, waarop dit boek geschreven is, kan gemakkelijk tot een nog grotere kortsluiting leiden. En wat is er dan in feite mee gewonnen? Trouwens, als het puntje bij het paaltje komt en de vraag gesteld wordt, of mensen als Kuitert c.s. als ketters dienen te worden beschouwd, blijkt toch ook de schr. voor deze consequentie terug te schrikken. Hij wil ze wel tot zwijgen laten brengen, maar dat zij ketters zijn, durft hij toch niet te stellen. Zo laboreert ook dit boek aan de door de schrijver zelf, zo gewenste duidelijkheid. Het volgende deel zal positiever uitvallen, belooft de schr. Daar hopen wij op.
C. Graafland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's