De Middelaar van het Verbond 1
Het Verbond Gods
Bijgaand artikel verschijnt in een serie over het verbond, waarin naast een algemeen overzicht van wat de Schrift in het Oude en het Nieuwe Testament zegt, allerlei aspecten van het verbond aan de orde komen. De bedoeling is te komen tot een thetische weergave van dit centrale thema en zo de bezinning erop te stimuleren.Het artikel dat thans geplaatst wordt is van ds. H. G. Abma, em. predikant te Gouda.
Ben ik gelukkig met de titel van de bijdrage die van mij verwacht wordt? Ü zult zeggen dat ik dat zelf het beste kan weten. Inderdaad. Ik ben evenwel benieuwd wat u ervan denken zoudt als u achter mijn schrijfmachine zat. Wat mij betreft wil ik wel weten dat ik erover zit te denken of ik er niet beter aan deed om te proberen enkele opmerkingen te maken over het Verbond van de Middelaar. Dat is andere koek. Want als ik ga praten over de Middelaar van het Verbond bekruipt me de gedachte, dat het Verbond een voornaam Instituut is of misschien wel een statige Structuur, waar ergens een betrekking bijhoort, die geschikt kan worden waargenomen door een Persoon, Die we Middelaar noemen. U proeft mijn reserve. Mogelijk is het slechts een gevoelskwestie, maar naar mijn smaak suggereert de titel te zeer, dat het Verbond superieur is en dat de Middelaar meer dan betamelijk ondergeschikt voorkomt. Natuurlijk moet ik niet overdrijven, want ik weet — zo goed als sommigen, die terstond erop wijzen — dat de Zoon immers Zichzelf heeft vernederd en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen en gehoorzaam is geworden tot de schandelijke dood aan het kruis, die vervloekt was. Juist toen Hij Zich op deze manier presenteerde openbaarde Hij Zich als de Middelaar bij uitstek. Toch wil ik nog wel even voortborduren.
Alvorens ik dit doe toch een opmerking. Ik realiseer me heel wel dat de titel: Het Verbond van de Middelaar voortreffelijk op zijn plaats zou zijn aan het hoofd van de complete serie artikelen, die zijn aangekondigd en nu bezig zijn om te verschijnen. Doch daar wil ik verder niet op ingaan. Ik blijf binnen mijn boekje.
Een andere heilsorde ?
Blij ben ik, dat ik, mogelijk een tikje agressief of volgens u wat overdreven, mijn kwestie ter overweging stel als inleiding op mijn contributie (bijdrage) aan deze reeks beschouwingen over het Verbond. Ik zal u ook zeggen waarom ik blij ben. U vergeeft me een brokje levensbeschrijving. Als ik dat niet vrijgeef, kan ik minder gemakkelijk duidelijk maken wat mij ten diepste beroert. In de jaren dat ik een beetje kwam kijken op wat deftig heet het territoir (terrein) van de theologie, hoorde ik op luide toon rondom vanuit diverse windstreken discussies in vol ornaat over het Verbond. Eerlijk gezegd ging het mij vaak boven mijn jongenspetje. Sommigen waren in het woordenspel bedreven als was het tafeltennis. Ze sloegen een aantal termen en begrippen gewiekst heen en weer of het niets was. Ik kon wat heen en weer ging nauwelijks met mijn ogen volgen. Ik moet er onmiddellijk bij zeggen, dat ik vanwege mijn geestelijke voedsterheren een zware last argwaan meedroeg wanneer alleen maar het woord Verbond viel, hoewel ik natuurlijk wel wist dat het woord in de bijbel voorkwam. Er zijn echter wel meer bijbelse termen te noemen, waar onverantwoordelijk mee wordt omgegaan, zodat het soms geraden lijkt deze niet nadrukkelijk te bezigen. Uitdrukkingen als: verbondskinderen, en ver bondsbeloften, die tot rijke troost waren, hadden voor mij een verdachte klank.
Het kwam hierop neer — om het verhaal niet te lang te maken — dat ik gaandeweg ging geloven, dat het beroep en de steun op Verbond en op daarbij horende beloften de allure hadden van een alternatieve weg ter zaligheid. Ik ben benieuwd of er zijn die evenals ik die idee hebben gekoesterd. Een alternatieve heilsweg, een enigszins andere en naar me voorkwam gemakkelijker manier om tot de zaligheid te komen. Weliswaar niet een ander evangelie, maar gewis een andere heilsorde. Geen bekering, geen wedergeboorte, geen ontdekking, geert noemenswaardige worstelingen althans niet uitdrukkelijk. Zoals volgens een uitspraak van Paulus de voorhuid tot besnijdenis gerekend kan worden, zo zou mogelijk via die Verbondsweg bekering, wedergeboorte, ontdekking en geloofsworstelingen wel toegerekend kunnen worden, daar wil ik af zijn, maar het waren kennelijk niet de belevenissen, waar Verbondskinderen erg sterk in waren. Ik ben me bewust, dat ik de opvattingen, die ik tracht weer te geven, chargeer. Met opzet gebruik ik het dure woord, omdat ik de Nederlandse betekenis: overdrijven wat te onomwonden vind. De bedoeling is intussen duidelijk geworden. Zich zalig prijzen met een redenerend beroep op de factor van het Verbond alsof we van doen hebben met een soort verlicht examen of met een of andere achterdeur mag geen voet krijgen. Het komt de eer van de Middelaar te na.
Heiligen en heiligheden
Ik meen niet dat men op die manier wil ontkennen, dat de Middelaar niet al het heil volkomen heeft verworven. Nee, dat wordt uitbundig genoeg naar voren gebracht. Christus is echter niet slechts Middelaar van verdienste maar ook van toepassing. Het is niet het geval, dat het Verbond dermate geladen is met de waardij en de kracht van wat Christus deed en leed, dat dit Verbond, zoals de term daarvoor luidt: ex opere operato (vanuit het volbrachte werk) het heil meedeelt. In de sacramentsleer van de Rooms-Katholieke Kerk heet het dat vanwege het volbrachte werk (ex opere operato) doop, avondmaal enzovoort capabel zijn om zonder meer genade te verlenen, mits de ontvanger zélf er geen stokje voor steekt.
We kunnen ook nog denken in de richting van een andere figuur eveneens uit de rooms-katholieke heilsleer. De vraag namelijk luidt of mensen die zaligheid en welvaren zoeken bij heiligen, bij zichzelf of ergens elders ook aan de enige Zaligmaker of Middelaar Jezus geloven. De catechismus waarschuwt ons geheel terecht voor de dusgenaamde verering van heiligen. Op volstrekt verwante wijze kunnen we ook heiligheden eer toekennen: in ons geval aan het Verbond. De achtergrond van de misstap van de aanbidding van heiligen is volgens de belijdenis de levensschrik voor de grootheid van de Middelaar, die ons beangst op een afstand houdt. Om die_ afstand te overbruggen verschijnen de heiligen als geroepen. Alsof er middelaars nodig zijn tussen zondaren en de Zaligmaker der zondaren. Niemand heeft ons meer lief dan Die Zijn leven gaf, zegt de confessie. In deze context is het goed nog eens intens in ons op te nemen de grief van de eigengerechtigheid: Deze ontvangt zondaars en eet nota bene met hen. We kunnen Christus nimmer in overlopende maat lastigvallen terwille van onze zielezaligheid. Het Verbond daarentegen kan niet als bij voorraad van het heil verzekeren. In onze opinies moeten we ons nauwgezet hoeden, dat de idee van het Verbond niet de figuur van de Middelaar overschaduwt. Het Verbond mag beslist niet een eigen leven gaan leiden. Niemand kan anders zalig worden dan door de enige Middelaar Jezus Christus.
Christus, het Verbond
Graag zou ik u ter afronding van mijn eerste bijdrage willen wijzen op wat de profeet Jesaja in hoofdstuk 42 zegt aangaande de Knecht des Heeren. Of juister hoe de profeet de dialoog tussen God de Vader èn de Gezondene des Vaders weergeeft. In het eerste vers staat: 'Ziet, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun. Mijn uitverkorene, in Denwelken Mijne ziel een welbehagen heeft. Ik heb Mijnen Geest op Hem gegeven; Hij zal het recht de heidenen voortbrengen'. We hoeven er niet lang over na te denken aan Wie deze woorden gericht zijn. De toelichting van de Statenvertalers: 'Dit zegt God de Vader van Zijn Zoon Christus...' willen we gaarne onderschrijven. Als we slechts denken aan wat de hemelse Vader gesproken heeft na de doop van Zijn Zoon en later ter gelegenheid van Diens verheerlijking op de berg.
Ik sla nu enkele verzen over om de nadruk te laten vallen op wat ik in dezen niet onbelangrijk acht. Vers 6 dan luidt: 'Ik de HEERE heb u geroepen in gerechtigheid en Ik zal u bij de hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een verbond des volks, tot een licht voor de heidenen'.
Ik zal u geven tot een verbond des volks. Natuurlijk ga ik met de parafrase mee, die uitlegt: Dat is, tot een Middelaar van het Verbond, namelijk van het Genadeverbond. Dat zal waar zijn. Intussen is toch geprofeteerd: Ik zal u geven tot een verbond, en — om met de catechismus te spreken — dat niet zonder grote oorzaak! Hij, Die gerechtigheid verwerft, schenkt en toerekent, is onze Gerechtigheid; de Heere onze Gerechtigheid. Hij, Die vrede geeft en laat en in elk opzicht anders en beter dan de wereld, is onze Vrede. Hij, Die verlossing teweegbrengt, is de menigvuldige Verlossing van mijn aangezicht. Ik dacht dat het, wat ruimer uitgebreid, in het kader van de krampen verdrijvende waarheid van Gods Eenvoud gepast is te bedenken dat onze Heere Jezus in velerlei opzichten is wat Hij heeft en geeft. Hij is het Verbond in de omvattende eenheid en eenvoud van Zijn Persoon. Je vraagt je in gemoede af of het welbeschouwd geen tautologie (herhaling van wat gezegd is; twee woorden voor dezelfde zaak) is om je te vermeten boven je opstel te schrijven: De Middelaar van het Verbond, of — als je een beetje eigenwijs bent — het Verbond van de Middelaar. Immers het Verbond is zozeer Middelaar, dat het zonder Hem niet met al voorstelt.
'Wij geloven, dat door deze ontvangenis de Persoon van de Zoon onafscheidelijk verenigd en te zamen gevoegd is met de menselijke natuur' en 'Twee naturen... . in één persoon.. . zelfs door Zijn dood niet gescheiden. ..' (art. 19 N.G.B.). We mogen deze geloofsuitspraken samenvatten in de slotsom dat in Christus Jezus het Verbond is belichaamd. Hij is het Verbond van Zijn volk. In het Hoofd van het Verbond is het wezen èn, kort doch wel compleet, het begrip van het Verbond aanwezig. We kunnen niet godvruchtig over het Verbond theologiseren of mediteren, wanneer we niet tegelijk in onderlinge betrokkenheid het Verbond in de Middelaar en de Middelaar in het Verbond zoeken. Goede Schriftgeleerdheid haat de abstractie (afgetrokkenheid) als onwaarheid en als ongehuwde moeder van de dwaling.
Conclusies
Mijn betoog in dit eerste artikel over de Middelaar van het Verbond komt erop neer dat ik bang ben voor teveel redelijkheid tussen mijn God en het menselijk geslacht, waarvan ik deel uitmaak. In de trant van heiligenverering kunnen we ook heiligheden creëren. Dr. F. de Graaff waarschuwt tegen verabsolutering van wat hij noemt een 'tussenwezen'. In die richting zouden we ook kunnen gaan met onze Verbondsbeschouwing, die in dat geval tekort doet aan de persoon en het werk van Christus. Aan deze Christus wordt dan onder druk van de theorie het stempel opgelegd van een ondergeschikte functie, waarvoor Hij overigens met de mond alle lof ontvangt. Het Verbond is geen Idee uit een Ideeënwereld, waardoor het heerlijk en bevrijdend zicht op het Lam Gods, Dat de zonde der wereld draagt, zou benomen worden.
Het Verbond is er uiteraard tussen God en mensen, doch het is er ook vóór God en mensen èn God en mensen zijn er niet voor een Verbond, waarmee ik in dit verband bedoel een star statuut, dat wij verstandelijk hebben vastgesteld en dat 'zich omkerende', alle waarachtige godsvrucht 'verslindt'. Op deze manier heb ik op mijn manier willen bewijzen, wat Bavinck in zijn Dogmatiek naar voren brengt, namelijk dat de dogmatische uiteenzettingen over het Verbond te zeer in details (onderdelen) zijn afgedaald en vooral wat hij zegt dat de leringen omtrent het Verbond te schools zijn geworden.
Hij is het Verbond van Zijn volk.
Hallelujah.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's