Artsenactie 'Eerbiediging menselijk leven'
Op 4 november 1971 werd door een groep medici (2241 in totaal) een schrijven gericht aan het bestuur van het Koninklijk Nederlands Medisch Genootschap (K.N.M.G.) inzake de door dit genootschap opgestelde richlijnen over abortus provocatus. Thans hebben deze medici, onder wie professor Plate, mevr. M. M, Plomp-van Harmelen en S. J. van Riessen een nieuwe artsenvereniging opgericht: 'Het Nederlands Artsenverbond! In een toelichtende brief aan alle artsen in Nederland schrijven zij o.a.:
Sindsdien (d.w.z. na het schrijven van de 2241 artsen) hebben wij niet afgelaten aandrang op het HB uit te oefenen om haar standpunt en haar Richtlijnen inzake de abortus provocatus te wijzigen, maar zonder tastbaar resultaat. Wij deden dit niet omdat wij niet liever ons gewone medische werk zouden doen, maar omdat wij weten dat dit gewone werk weldra ons gewone werk niet meer zal zijn, wanneer de eerste stap eenmaal gezet is op een weg die ons onvermijdelijk steeds verder verwijdert van wat het wezen van de geneeskunde uitmaakt.
Het is altijd de eerste van het principe afwijkende stap die het allerbelangrijkst is, omdat hierdoor de verdere ontwikkeling wordt bepaald. Meestal wordt het ook zo voorgesteld, als gaat het hierbij om een vrij onschuldige concessie.
Tijdens de Duitse bezetting hebben wij dit goed beseft, toen de nazi's trachtten ons te verleiden in te stemmen met de liquidatie van ernstig en ongeneeslijk zieken, hetgeen in Duitsland zelf de weg opende voor de 'euthanasie' van de sociaal onproduktieven, de ideologisch onbruikbaren en de racistisch ongewensten.. .
Thans ligt de situatie iets moeilijker, omdat nu de nieuwe orde niet van buitenaf door een direct aanwijsbare vijand wordt opgelegd, maar zich van binnenuit sluipend manifesteert en het medisch beroep aantast. Dit wordt op den duur van zijn eigenheid ontdaan en dienstbaar gemaakt aan een maatschappelijk — uiteindelijk totalitair — systeem, dat de waarde van het menselijk leven relativeert, teneinde concepties als 'de qualiteit van het leven' te kunnen verabsoluteren. Deze kwaliteit wordt dan gemeten met de maatstaven van een ideologie, wier ethiek de 'integrale geneeskunde' nodig heeft voor het selecteren van wie wèl en wie niet mag leven, en in het algemeen voor het dekken van de lading.
De abortus-klinieken zijn de eerste 'geneeskundige' centra in ons land, waar niet meer genezen maar wordt gedood.
De abortus op sociale indicatie — in de praktijk op verzoek — éénmaal geaccepteerd en gelegaliseerd zijnde, hoeven wij ons over de toekomst werkelijk geen illusies meer te maken, in het bijzonder ook niet over de toekomst van ons vak. Wij hebben dan — als samenleving — het principe geaccepteerd dat ongewenst (en onschuldig) menselijk leven ongestraft mag worden vernietigd en daarbij de artsen aangewezen als de onmisbare executeurs. Vanaf dit moment is alles mogelijk.
Wanneer dit punt eenmaal is gepasseerd en er dus een verschil in beschermwaardigheid is ingevoerd. bestaat er principieel geen gelijkheid meer voor de mensen wat betreft recht op leven, respectievelijk de bescherming daarvan. Dit recht wordt dan afhankelijk van criteria als de beschikbare hoeveelheid grondstof, milieubehoud, nuttigheid voor het algemeen belang, gezondheid en erfelijke eigenschappen. Kortom, van willekeurig te stellen en te interpreteren criteria, waaraan men tijdelijk kan voldoen.
Wij willen geen artsen zijn die het recht — en op het ogenblik de plicht — hebben, een ander het leven te benemen, noch ook burgers van een land waarvan de publieke opinie respectievelijk de overheid bepaalt onder welke voorwaarden en voor hoe lang wij recht op — bescherming van ons — leven hebben.
Vandaar ons ijveren voor het handhaven van de hoogste eerbied voor het leven van de ander, zoals dit steeds de opdracht is geweest van de medicus, zoals dit steeds gegolden heeft in een democratische orde van gelijkgerechtigdheid voor allen, en zoals dit wordt voorgeschreven door de universele ethische grondregel dat wij een ander zullen behandelen zoals wij zelf willen worden behandeld. Nog steeds accepteert niemand van ons dat een ander uitmaakt of en voor hoe lang hij leven mag. En nog steeds begint ons leven bij de conceptie.
Het is ons niet gelukt het hoofdbestuur tot betere gedachten te brengen, resp. tot herschrijven van zijn ontoereikende en inconsequente Richtlijnen. Ook heeft ons voorstel tenminste een referendum onder de leden van de K.N.M.G. te houden, geen gehoor gevonden. Niettemin is het zeer de vraag of meer dan een beperkt aantal van hen zich met het standpunt van het HB verenigen kan. Wij stellen dit o.a. op grond van een recente ervaring in Utrecht.
Aan het eind van dit schrijven, bij de vraagstelling, worden twee stellingen genoemd (de arts heeft niet het recht het menselijk leven te beëindigen; abortus provocatus is een tegen het leven gerichte handeling), Waaraan wij een derde hebben toegevoegd, m.b.t. de euthanasie (Ik zal onvoorwaardelijke eerbied bewaren voor het menselijk leven van de bevruchting af). Deze beide stellingen zijn tijdens de 1034de Vergadering van de Afdeling Utrecht op 19-9-1972 in stemming gebracht en aangenomen met een zeer grote meerderheid: van de ongeveer 60 aanwezigen stemden slechts 6 tegen met 4 blanco's (1ste stelling), respectievelijk 3 met 1 blanco (2de stelling).
Tijdens de 160ste Algemene Vergadering van 28-10-'72 is door één der afgevaardigden van het district Utrecht deze uitslag naar voren gebracht maar ook dit is voor kennisgeving aangenomen en had geen verdere consequenties.
Nu is gebleken dat de K.N.M.G. niet meer garant kan of wil zijn voor het handhaven van de onmisbare hoeksteen van onze beroepsethiek, menen wij dat het onontkoombaar is tot een hergroepering te komen voor leden en niet-leden van de K.N.M.G. Om die reden zijn wij overgegaan tot het stichten van een vereniging, het 'Nederlands Artsenverbond', welke zich ten doel stelt het in bedoelde stellingen uitgedrukte in praktijk te brengen, respectievelijk te handhaven, te weten de eerbiediging van het menselijk leven als doel en begrenzing van het medisch handelen. Men kan zeggen dat wij een ontwikkeling trachten te keren die 'toch niet meer is tegen te houden' en verder — met schuldige gelatenheid — de dingen op hun beloop laten. Wij vinden dit een onwaardige en onredelijke houding.
Ook zijn er collega's, die — achteraf met spijt — aanvankelijk voor de druk der omstandigheden gezwicht zijn, en daarom vinden nu niet meer gerechtigd te zijn hun stem te verheffen. Wij menen dat het nooit te laat is de norm helder en ondubbelzinnig vast te leggen, zodat de uitzondering weer de regel bevestigt en niet gebruikt kan worden om de regel te veranderen. Het getij kan nog worden gekeerd: gezien het feit, dat in die landen, waar abortus provocatus is gelegaliseerd, de oppositie ertegen toeneemt.
De stuurgroep artsenactie 'Eerbiediging Menselijk Leven'
Jhr. dr. A. E. M. v. d. Does de Willebois te Utrecht, dr. M. A. van Dongen te Leiderdorp, prof. dr. T. K. A. B. Eskens te Malden, K. F. Gunning te Rotterdam, P. Jasperse te Leiden, dr. A. J. F. v. d. Kar te Maastricht, W. Kortmann te Zoeterwoude, A. M. J. Leyten te Oegstgeest, prof. dr. G. A. Lindeboom te Amsterdam, prof. dr. W. Plate te Den Haag, J. K. Platteschor te Alphen, M. M. Plomp van Harmelen te Bosch en Duin, S. J. van Riessen te Lunteren, dr. H. Rottinghuis te Amsterdam, dr. B. P. M. Schulte te Tilburg, K. Zuidema te Wezep, A. G. de Jager te Katwijk aan Zee, F. E. Reitsma te Zeist, dr. J. G. Verhoeven te Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's