De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Middelaar van het Verbond 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Middelaar van het Verbond 2

Het Verbond Gods

7 minuten leestijd

Bijgaand artikel verschijnt in een serie over het verbond, waarin naast een algemeen overzicht van wat de Schrift in het Oude en het Nieuwe Testament zegt, allerlei aspecten van het verbond aan de orde komen. De bedoeling is te komen tot een thetische weergave van dit centrale thema en zo de bezinnning erop te stimuleren. Het artikel dat thans geplaatst wordt is van ds. H. G. Abma, em. predikant te Gouda.

'Ik heb U gegeven tot een verbond van het volk, tot een licht voor de heidenen'. Er is alle aanleiding om te spreken over de plaats van het volk Israël en die van de volkeren in het Verbond. Het voert mij wat te ver van mijn onderwerp als ik erop inga, hoe graag ik het zou willen doen. Van belang is slechts op te merken als grote schetslijnen, dat Christus als Middelaar van het Verbond de scheidsmuur heeft neergehaald, dat Hij andere schapen toebrengt, dat het Zijn universele grootheid te na is om alleen Knecht te zijn voor het huis Israels. Als het Verbond van Zijn volk is Hij waarachtig mens en waarachtig God. Als mens is Hij jood, doch als jood mens onder alle mensen. Ik begrijp dat deze notities vragen om brede uitwerking.

Het verbond in de moderne theologie

Ik citeerde de tekst in de allereerste zin van dit artikel, omdat ik erop wijzen wilde dat in dit getuigenis, zoals in andere uitspraken van God in de Schrift, de HEERE spreekt tot mijn Heere. Om duidelijk te zijn de Verbondsgod spreekt tot Zijn Zoon in Wien het Verbond zijn kern vindt. Ik stel een en ander aan de orde om de gelegenheid te hebben een andere actuele zaak aan te snijden. Bij de uitgever Callenbach verscheen onlangs het boek 'Geloven vandaag' van de hand van dr. E. Flesseman-van Leer. 'Geloven vandaag' is wel iets anders, dat blijkt bij lezing op elke bladzij, dan geloven gisteren en eergisteren. Mevrouw Flesseman houdt een omvangrijke schoonmaak van zolder tot kelder in onze gereformeerde geloofsleer. Er komt nogal wat op de rand van het trottoir terecht. Ik zal me aan een boekbespreking niet wagen. Ik wil er slechts op wijzen, dat deze studie kan doorgaan voor een eigentijdse dogmatiek en in zijn strekking als een verbondstheologie. Mijn grote bezwaar tegen het karakter van deze verbondsleer is dat ik sterk de indruk krijg, dat overeenkomstig de koers van de moderne theologie, die uitsluitend God vastlegt in verhoudingen. God slechts bestaat als Verbondsgod, als Bondgenootgod. De auteur erkent wel dat God meer en groter is dan Hij Zich aan ons heeft meegedeeld, maar toch is Hij niet anders. God-op-Zichzelf of God-in-Zichzelf bestaat niet. Het gevaar is levensgroot en onontkoombaar dat Gods Wezen als Bondgenootgod opgaat in de relatie. De genade van het Verbond als geschenk Gods — Ik geef u tot een Verbond — wordt een 'natuurlijke' noodwendigheid. De Middelaar van het Verbond wordt in deze voorstelling een andere. Hij is volgens de uitdrukkelijke omschrijving niet God èn mens. Mevrouw Flesseman wil liever spreken van God in de mens. Ze zegt: 'Hij is volledig Gods verbondspartner, die in ongebrokenheid met Hem geleefd heeft. En dan geldt vanzelfsprekend ook het omgekeerde: omdat Jezus in deze volstrekte verbondenheid met God heeft geleefd, wil God ook volledig samen niet hem zijn'. Schrijfster mag er grote voordelen in zien om het 'waarachtig God en waarachtig mens' te vervangen door naar constructie, waarmee ze uiteindelijk toch heel dicht in de buurt meent uit te komen van de bedoelingen van deze oude formule, maar in feite loopt nu de lijn toch wel van de mens naar God en niet omgekeerd. De theoloog Brunner definieert in zijn boek over de Middelaar ('Der Mittler') een dergelijke opvatting scherp, door te schrijven dat deze theologen in Christus 'geen nieuwe categorie vinden, maar een maximum'. Een maximum van een zo gehoorzaam mogelijke mens. In deze Godsbeschouwing of, wat hetzelfde lijkt: Verbondsbeschouwing, is in feite geen plaats en geen wezenlijke opdracht voor een Middelaar. Christus is de grote primus inter pares, de grote eerste onder gelijken. Met de preëxistente Christus (Christus die bestond voor Zijn menswording) en de maagdelijke geboorte heeft dr. Flesseman grote moeite. Trouwens ze heeft daaraan ook geen behoefte.

Het humanisme van God?

Ietwat in die richting kijkt ook dr. J. J. Buskes. In zijn boek 'Het Humanisme van God' met als ondertitel: 'God en mens als bondgenoten', waarin hij een scherp vonnis velt over het 'Getuigenis van de zes', licht hij toe, waarom hij deze titel gekozen heeft. De titel is ontleend aan een publikatie van Karl Barth uit de vijftiger jaren: 'Die Menschlichkeit Gottes' (De menselijkheid van God), waarin Barth uitgaat van Titus 3 vers 4. Goedertierenheid lezen we in de St. V. In het Grieks staat philanthropic, mensenliefde. Dr. Buskes zegt: 'God ziet naar de mens om, doch doet dat niet zonder tegen zijn 'overtreding' neen te zeggen. Wat in Gods mensenliefde geschiedt is dit: dat God ja tegen de mens zegt, terwijl dit ja neen in zich besluit. Barth noemt dat Gods humanisme: God en mens als bondgenoten!'. In deze drie volzinnen geeft dr. Buskes een samenvatting van de bedoelingen van Barth in zijn genoemd geschrift en een toelichting op de titel van zijn verweerschrift. Ik wil beslist niet voor mijn rekening nemen, dat dr. Buskes de zogenaamde verticale lijn wil laten verdwijnen en dat hij aan het verzoeningswerk van Christus wil voorbijlopen. Toch vraag ik me af of hij, als het gaat om de gerechtigheid, niet te eenzijdig kiest voor 'onze kleine revoluties' als de meest wettige consequenties van 'Gods grote revolutie'. Te gemakkelijk wordt heiliging gelijkgesteld met humanisering. Gerechtigheid bestaat alleen in het sociale vlak en is te zeer post pro memorie in het religieuze vlak. De betekenis van de Middelaar van het Verbond als de Heere onze Gerechtigheid komt niet tot volle uitdrukking.

Niet gelijkerwijs de wereld

Voor goed begrip, en laat ik hopen billijke beoordeling, wil ik nog even terugkomen op de zojuist aangehaalde drie volzinnen. God zegt neen tegen de overtreding en ja tegen de overtreder en in dat ja wortelt de bondgenootschappelijkheid. Is dit ja tegen de overtreder niet gezegd tegen iemand die zelf ja tegen de zonde heeft gezegd? Titus 3 (wanneer we dit hoofdstuk toch citeren) zegt in het voorafgaande vers: Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde en elkander hatende. De verschijning van Gods goedertierenheid, mensenliefde, humanisme of hoe we dat noemen willen, houdt niets minder in dan redding, zaligmaking, wedergeboorte (denk aan de uitdrukking in vers 5: bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes), bekering. Dat 'ja' tegen de overtreder komt niet ineens tot stand. In het voorstaan van goede werken, waarop Buskes aandringt als consequentie van Gods grote werk moet de notie: 'niet gelijkerwijs deze wereld' veel sterker verdisconteerd worden.

Tenslotte is het niet teveel gevraagd, wanneer die goede werken, die ons opgedragen worden, blijkbaar al te gemakkelijk uitlopen in onze kleine revoluties als uitvloeisels van Gods grote revolutie alsof geen kritischer bezinning noodzakelijk is in het licht van uitgerekend het eerste vers van Titus 3, waarin wordt vermaand tot onderdanigheid aan overheden en aan machten.

Ik heb slechts enkele verwijzingen gedaan naar overigens onderling genuanceerde moderne beschouwingen, die naar mijn overtuiging het beeld oproepen van de Middelaar van het Verbond, dat al te sterke en te onkritische maatschappelijke geëngageerdheid en gezindheid tot structuurhervorming suggereert. Het gaat om een Hogepriester, — Verbonds-Middelaar — Die ons betaamt. Die heilig is, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaren en hoger dan de hemelen. Het afgescheiden van de zondaren houdt meer in dan een al te vlot 'ja tegen de overtreder'.

Samenvatting

Als ik het betoog in het eerste artikel en in het tweede artikel tot hiertoe mag samenvatten wil ik op de voorgrond stellen dat we het zicht op de Middelaar te zeer schools maken, wanneer we uit het oog verliezen dat de Middelaar hoogsteigen Zelf als Verbond is geschonken, waardoor het Verbond als zodanig een wonderlijke en sprankelende vitaliteit verwerft; doch anderszins te onverantwoord uit de leerschool van Christus en van de Geest brengen, wanneer we de Drieënige God te volledig in het Verbond laten opgaan.

Om het niet te lang te maken, ofschoon de stof moet ik zeggen er dringend om vraagt, wil ik besluiten met een aantal korte opmerkingen, die een uitnodiging inhouden om er verder over na te denken. Ik heb mijn bijdrage niet bedoeld als een volledige en evenwichtige samenvatting van dit hoofdstuk van de geloofsleer. Integendeel voor veel verwijs ik u naar een eenvoudige geloofsleer of naar een afzonderlijke uiteenzetting van het Genadeverbond. Ik heb slechts een aantal overwegingen u aangeboden, opdat u daarmee toegerust, met begrip en onderscheid gaat kennisnemen van wat u over deze aangelegenheid in elke geloofsleer aantreft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Middelaar van het Verbond 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's