De Gereformeerde Gezindte en het vraagstuk van de kerk
De conferentie van het COGG
Enkele dagen voordat vorige week het Contact Orgaan van de Gereformeerde Gezindte (C.O.G.G.) in conferentie bijeen kwam, kwam bij de uitgeverij Kok te Kampen het boekje Tien keer Gereformeerd van de pers, waarin de artikelen gebundeld zijn, die in ons blad door vertegenwoordigers van de onderscheiden delen van de gereformeerde gezindte werden geschreven, alsmede de referaten van prof. dr. W. H. Velema, ds. C. den Boer en drs. A. Vergunst, die gehouden werden op de predikantenconferentie, die de Gereformeerde Bond vorig najaar organiseerde.
Dit boekje was voor de referent op deze conferentie — prof. dr. W. van 't Spijker — aanleiding om de crisis van de gereformeerde gezindte te typeren. Tien keer Gereformeerd wijst op de versplintering, die steeds verder doorwerkte. Een kort overzicht van het referaat van prof. Van 't Spijker, zoals dat door hem was opgesteld en aan de conferentiegangers ter hand was gesteld, is bij dit artikel afgedrukt. Ik wil bij enkele noties uit het betoog en bij de conferentie zelf enkele opmerkingen maken.
Tien, twee of één keer?
Prof. Van 't Spijker merkte op dat de situatie van nu wel erg verschilt van die in de vorige eeuw. Moet men nu spreken van tien keer gereformeerd, in de vorige eeuw was twee keer genoeg. Er waren toen gereformeerden in de Hervormde Kerk en gereformeerden buiten de Hervormde Kerk. Het tien keer van nu duidt erop hoe de gereformeerde gezindte buiten de Hervormde Kerk uiteenviel in allerlei groepen. De verzamelnaam Gereformeerde Gezindte kan daarbij dan maar al te gemakkelijk een pleister worden op de wonde van een slecht geweten, aldus prof. Van 't Spijker.
Ik leg graag de vinger bij deze uitspraak. Want inderdaad mag de uitdrukking Gereformeerde Gezindte niet gebruikt worden om de kerkelijke brokstukken onder een hoedje te vangen en dan te doen alsof we op het spoor zitten van Groen van Prinsterer, van wie deze uitdrukking afkomstig is. Bedoelde Groen het goed recht van de Afgescheidenen om tot de Gereformeerde Gezindheid gerekend te worden naast deze Gezindheid in de Hervormde Kerk, hij zal niet vermoed hebben dat deze naam in later tijden zou moeten dienen om de nood van de kerkelijke gebrokenheid te verhullen. Thans is de uitdrukking Gereformeerde Gezindte een verlegenheidsuitdrukking. In de dagen van Groen lag in deze uitdrukking een gewetensappèl van Groen voor erkenning van de Afgescheidenen als Gereformeerden, zonder dat hij met de Afscheiding als zodanig mee kon gaan. Met het twee keer gereformeerd uit de vorige eeuw is dan ook intussen de crisis begonnen. Konden we de geschiedenis maar terugdraaien zei een afgescheiden broeder me op deze conferentie. Ik vrees echter dat we het in kerkelijk Nederland weer op dezelfde manier zouden doen, omdat we óok in onze tijd de breuk zich zien herhalen, waarmee duidelijk wordt, dat de geschiedenis in deze weinig of niets heeft geleerd. Met deze opmerking wordt echter tevens duidelijk dat gereformeerden buiten de Hervormde Kerk in verlegenheid zijn geraakt gezien de Ontwikkeling van de Gereformeerde Gezindte.
Samenwerking een alibi?
Terecht stelde professor Van 't Spijker ook, dat de toenemende samenwerking op allerlei terreinen tussen de delen van de Gereformeerde Gezindte geen alibi mag zijn om de vraag aangaande de kerk te ontwijken. Er is inderdaad sprake van een verheugende toenadering van de onderscheiden delen van de Gereformeerde Gezindte wat betreft bepaalde activiteiten. De Sociale Academie, die gedragen wordt door het geheel van deze gezindte, is er een sprekend voorbeeld van. Bij een dergelijke samenwerking blijkt dan hoe er sprake is van éénzelfde gerichtheid vanuit eenzelfde basis. Maar inderdaad mag een dergelijke samenwerking nooit worden een soort pleister op de wonde van de verdeeldheid, een sussen van een kwaad geweten. Want de vraag van de kerkelijke verdeeldheid blijft recht overeind staan.
Het is dan ook goed dat het COGG in een brief aan de kerkeraden, die hiernaast ook is afgedrukt, uitspreekt dat het de gemeenschappelijke schuld is, dat men elkaar wederzijds teveel aan eigen moeilijkheden heeft overgelaten, te weinig verantwoordelijkheid jegens elkaar heeft betracht en daardoor te weinig heeft laten uitkomen dat ons aller zaak op het spel staat bij de moeiten, die elke kerk of groep afzonderlijk heeft. Ik heb uit de verslagen over de discussie — waar ik helaas niet bij kon zijn — begrepen dat met name de gereformeerden, die op deze conferentie goed vertegenwoordigd waren, de klacht hebben geuit dat in de strijd om de waarheid, die in de Gereformeerde Kerken zich afspeelt, te weinig steun van buiten is ontvangen. In dit opzicht moet geconstateerd worden dat de geschiedenis zich herhaalt. In het verleden moesten de gereformeerden in de Hervormde Kerk hetzelfde zeggen. Sprak Groen nog over het goed recht van de Afgescheidenen om deel uit te maken van de Gereformeerde Gezindte naast de Gereformeerd Gezinden in de Hervormde Kerk, in de loop van de jaren werd de Gereformeerde Gezindte meer en meer vereenzelvigd met de gereformeerde denominaties buiten de Hervormde Kerk en moesten de hervormden opkomen voor hun recht om er ook bij te behoren. De Hervormden streden hun eigen strijd. Er ligt in dit opzicht ongetwijfeld een stuk wederzijdse schuld. Daarom is het goed dat er in de verklaring op wordt gewezen dat men plaatselijk elkaar dient te zoeken en zich voor elkaar verantwoordelijk moet weten.
Intussen blijft wèl het probleem, dat de vragen in de diverse kerken soms geheel verschillend liggen. Als ds. M. P. van Dijk b.v. op deze conferentie zegt dat je het humanisme pas bestrijden kunt als je er eerst doorheen gekropen' bent en ook ingaat op de wezenlijke uitdagingen dan mag dit in zeker opzicht waar zijn, maar het wijst op een problematiek die èn in de Hervormde Kerk èn in de Gereformeerde Kerken op dit moment actueel is, maar die andere denominaties minder aan den lijve ervaren. Zou dat toch de reden zijn waarom de samenstelling van deze conferentie(s) van de C.O.G.G. en van de conferentie die de G.B. vorig jaar belegde, wat de deelnemers betreft toch verschillend is? Wat de ontmoeting tussen alle denominaties van de Geref. Gezindte betreft ligt het ook nog niet zo eenvoudig.
Het verbond
In het bovenstaande attendeerde ik op de brief van het C.O.G.G., waarin over de wederzijdse schuld gesproken wordt. Toch moet gezegd dat de schuldvraag per saldo dieper ligt. Ik herhaal wat ik in dit verband al eerder schreef, namelijk dat de schuldvraag ligt bij het breken van de eenheid van het verbond. Ik geloof dat we de problematiek van het tien keer gereformeerd nooit zullen oplossen als we niet bij de wortel beginnen. Het is altijd de visie van de gereformeerdgezinden binnen de Hervormde Kerk geweest dat men deze kerk niet mocht loslaten vanwege het verbond. Men kon het volk in deze kerk niet loslaten vanwege het verbond, omdat God Zijn trouw houdt tot in duizend geslachten.
Op de C.O.G.G.-conferentie kwam dit aspect te weinig uit de verf. In de gespreksgroep waarin ik zat bemerkte ik wel dat er een groot stuk verlegenheid is ten aanzien van dit punt, met name gezien de geschiedenis van de Afscheiding en de Doleantie. Je bemerkt ook telkens dat er de vertwijfeling is als het gaat om de vraag of Afscheiding en Doleantie verantwoord zijn geweest, juist gezien de eenheid van het verbond. Maar de doordenking van deze kwestie is nog maar nauwelijks op gang gekomen. En hier ligt toch het kernpunt, voor hervormden, dolerenden en afgescheidenen. Zouden we hier niet eerst tot een gezamenlijke schuldbelijdenis moeten komen?
Calvijn heeft gezegd — daarop attendeerde prof. Van 't Spijker ook — dat de kerk telkens weer moet opstaan uit haar doodsstaat. Betekent dit in feite niet dat het telkens weer moet gaan om de vernieuwing van het verbond, door de gehoorzaamheid aan de Schrift vanuit een verlevendiging door de Heilige Geest? De vraag is of de kerkelijke versnippering het nog mogelijk maakte dat de kerk telkens weer uit haar doodsstaat opstond. De brokstukken liggen om ons heen. Zijn het de dorre doodsbeenderen uit Ezechiël 37, waarover dr. Bremmer bij de avondsluiting sprak? Als dat zo is dan gaat het erom dat de dorre beenderen eerst bijeen komen en dat er weer vlees en huid op komt, dat de Geest erover komt en de dorre beenderen weer tot leven brengt. Maar dan gaat 't dus om de samenvoeging. Gaat het dan in feite niet om het herstel van wat bij Afscheiding en Doleantie verbroken werd, niet in het minst ook door de schuld die de Hervormde Kerk in deze heeft.? De schuldvraag ligt dieper dan dat we elkaar vaak niet meer zagen. De schuldvraag ligt bij het uiteenvallen zélf. En sindsdien stond en staat ieder op zijn stukken, zijn kerkelijke stukken. Maar de vraag van het verbond, die in feite de vraag van het kerk-zijn is, blijft liggen. Zijn we daarom niet te oppervlakkig om gereformeerd te heten, om een uitspraak van ds. Boer aan te halen? We worden in deze tijd naar elkaar toegedreven. We zijn voor elkaar verantwoordelijk. We hebben elkaar tot hand en voet te zijn in de strijd om de waarheid. Maar laten we de kerk-vraag niet vergeten. Want de kerk is één van de geloofsartikelen. Ik geloof één heilige algemene christelijke kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's