De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik geloof in God 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik geloof in God 1

6 minuten leestijd

Bovenstaande belijdenis is het eerste en tegelijk het meest fundamentele van het 'christelijk geloof. Daar begint het geloof mee. Als wij belijdenis afleggen van ons christelijk geloof, is het eerste wat wij zeggen: ik geloof in God.

Vandaar dat de beginwoorden van het Apostolicum zijn: ik geloof in God, de Vader, de almachtige Schepper van hemel en aarde. En vandaar dat ook ónze Nederlandse Geloofsbelijdenis inzet met de woorden: wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er is een enig en eenvoudig geestelijk Wezen, hetwelk wij God noemen.

Deze belijdenis is zelfs zo fundamenteel en tegelijk zo algemeen, dat zij niet eens tot het christelijk geloof alleen beperkt is. Het zijn niet alleen christenen, die in God geloven. Er zijn de wereldgodsdiensten, die elk op hun eigen manier geloven in God of in een god. En er zijn er ook velen die in onze moderne wereld beslist niet voor christen willen worden aangezien en die toch in een God geloven. Zo schijnt het geloven in God een vrij algemene, menselijke aangelegenheid te zijn.

Juist deze stand van zaken is het, die ons ertoe dwingt om ons af te vragen, wat wij als christgelovigen dan belijden, als ook wij zeggen: ik geloof in God. Zeggen wij daarmee iets, waarin wij met de anderen in deze wereld op één lijn gesteld kunnen worden? Hebben wij dit geloof met vele andere niet-christenen gemeenschappelijk? Of is er reeds in deze fundamentele belijdenis een wezenlijk verschil te ontdekken? Gaan hier de wegen al uiteen?

Deze vragen zijn belangrijk, omdat er in onze tijd steeds meer contact komt tussen de verschillende wereldreligies. De zendingsconferentie onlangs in Bangkok heeft dit opnieuw bewezen. Men wil de dialoog aangaan met wat men dan noemt de 'anders-gelovigen'. En in deze dialoog zijn er niet weinigen, die menen, dat bij alle verschil er toch eenzelfde grondtoon, hetzelfde fundament aanwezig is, waarop allen staan. Als dat zo zou zijn, zou dat verstrekkende gevolgen hebben. Dan zou in ieder geval niet meer het volstrekt unieke en eigene van het christelijk geloof moeten worden gehandhaafd. "Dan zou het in deze wereld, waarin alles gericht is op de éénwording, tijd worden, dat ook de diverse geloofsovertuigingen tot een grotere eenheid zouden komen.

Maar is daar inderdaad reden voor? Is het fundament hetzelfde? Zoeken wij allen dezelfde waarheid, en gaan wij allen uit van dezelfde waarheid? Als wij menen, dat dit niet het geval is, moeten wij ons wel kunnen verantwoorden. Wij moeten de redenen kunnen opgeven, waardoor het duidelijk wordt, dat als wij als christenen zeggen: ik geloof in God, wij dan iets totaal anders zeggen dan wanneer een niet-christen dit zegt. En dat vraagt dan weer bezinning. Een bezinning, die niet alleen door hen moet worden beoefend, die dit ambtshalve doen, de predikanten en de theologen. Maar deze bezinning zal ook steeds meer door de gewone gemeenteleden dienen te worden beoefend. Omdat ook zij steeds meer in de praktijk van hun dagelijks bestaan voor deze vragen komen te staan.

Er is echter met deze belijdenis nog iets meer aan de hand. Niet alleen in de verhouding tussen de verschillende godsdiensten is het een belangrijke vraag, wat wij bedoelen met de belijdenis: ik geloof in God. Maar ook binnen het christelijk geloof zelf is deze vraag aan de orde. Want zelfs binnen het christelijk geloof bestaat de mogelijkheid, dat als twee zeggen: ik geloof in God, deze twee dan toch niet hetzelfde bedoelen.

We kunnen ons zelfs nog sterker uitdrukken. De meeste diepe verschillen, die zich binnen het christelijk geloof openbaren kunnen teruggevoerd worden tot het verschil in het geloven in God. Als in dit geloof de wegen uiteengaan, dan gaan de wegen op alle andere terreinen van het geloof ook uiteen. Dat is in de geschiedenis van de kerk altijd al zo geweest. We kunnen dat constateren in de vroege christelijke kerk. Wij vinden het ook weer terug in de tijd van de Reformatie. En wij vinden het ook terug in onze tijd.

Trouwens, in onze tijd staat het geloven in God wel heel sterk in het middelpunt van de belangstelling. Wat zijn er in de achter ons liggende jaren al geen schokkende dingen hierover gezegd en geschreven. Wij denken b.v. aan het destijds schokkende boek van de Engelse bisschop Robinson: Eerlijk voor God. Dit boek is daarom zo schokkend geweest, omdat daarin staat, dat het oude christelijke Godsgeloof voor de mens van vandaag niet meer geldig is. Het moet worden afgedankt en een ander geloof moet ervoor worden in de plaats gebracht.

Daarna is de God-is-dood-theologie gekomen, die ook grote invloed heeft gehad, niet alleen in de kerken maar ook buiten de kerken.

Nu in onze tijd beleven wij de theologie van de revolutie met haar verwante verschijnselen. En ook daarin gaat het ten diepste om het Godsgeloof, waarin een ingrijpende correctie wordt aangebracht op wat de kerk vanouds ten opzichte van God geloofd heeft.

Wij kunnen echter nog dichter bij huis blijven. Nog onlangs is er een nogal emotionele discussie geweest tussen prof. Velema en anderen rondom de theologie van prof. Kuitert. Ook daarin ging het ten diepste om de vraag, wat het wil zeggen: ik geloof in God. Ook binnen de gereformeerde theologie blijken er dus verschillen te bestaan, die bepaald niet gering zijn. Er is in de laatste tijd een nieuwe ontwikkeling op gang gekomen ook met betrekking tot het geloof in God. Een ontwikkeling met vergaande consequenties.

Het ligt in onze bedoeling om hierover enkele artikelen te schrijven. Wij menen, dat dit goed en nodig is met het oog op de bezinning, waarover wij boven spraken. Natuurlijk zijn er ook gevaren aan verbonden. Er is het gevaar, dat het gauw te theologisch en te theoretisch wordt. Dan zou het verstand misschien wel worden verrijkt, maar het hart zou eronder verschralen. Er is ook het gevaar, dat wij door onze bezinning de eenvoudigheid van het geloven in God kwijtraken. En ook dat zou verlies zijn en geen winst. Daarom moeten wij wel op onze hoede zijn. Wij hebben zo ontzaglijk nodig de leiding en de verlichting met de Heilige Geest. Omdat deze Geest het is, die ons alleen in alle waarheid leidt. Maar in die afhankelijkheid is het dan toch ook noodzakelijk om ons te confronteren met de vragen van deze tijd en vanuit de Schrift en de belijdenis onzer kerk de antwoorden te zoeken en te vinden op de uitdaging, die tot ons komt. Welnu, vanuit deze gezichtspunten willen wij nadenken over wat wij belijden, als wij zeggen: ik geloof in God.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ik geloof in God 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's