Kruisdragen
'dat hij het achter Jezus droeg' Lucas 23 vs. 26b
Wij zijn vertrouwd geraakt met het kruis, en met het kruisdragen. We kennen de woorden, de spreuken. Maar weten we werkelijk, wat ermee bedoeld wordt ? Kruis dragen, wie wil dat? Wij zijn die wandelaar, die genoot van de vrije natuur, die Simon, die misschien naar de tempel ging om Pasen te vieren. Jongeren, ouderen, mensen net als iedereen. Wij hebben onze bezigheden en worden vaak door onze zorgen in beslag genomen. Zeker, we zijn ook godsdienstig, we zouden niet graag nergens van weten, en nergens aan doen.
Kijk nu eens! Plotseling bevinden wij ons in een volksoploop; er gaat een man voorbij, kennelijk een misdadiger: hij werd ter dood veroordeeld, dat kan ieder zien, hij draagt zijn kruis. Doorlopen! Wat ? ? Wij 'trachten ons nog uit de voeten te maken, maar het is te laat. Het kruis wordt ons opgelegd. Nu goed, voor even dan. Wij nemen het op, om het zo spoedig mogelijk weer van ons af te werpen. Het loopt niet gemakkelijk met zon kruis. Er zijn wat gemeentenaren, belijdende lidmaten, die geen kruisdragers zijn, en toch onder het kruis gebracht werden.
Zal het u en mij zo vergaan? Zullen wij innerlijk vreemd en wars blijven aan het kruis van Christus, hoewel het ons werd gepredikt, betekend en opgelegd? Zullen wij onze natuurlijke weerzin overwinnen, en ons hart gewillig schikken onder het kruis? Wij? Daartoe helpe ons de almachtige God en Vader van onze Heere Jezus Christus, door Zijn Heilige Geest. De Heilige Geest maakt ons kruisdragers achter Jezus. Als wij dezer dagen 'ja' zeggen, dan in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Belijden en bidden, dat hoort bij elkaar. Als wij beloven de Heere Jezus te volgen, dan kan het kruis niet buiten beschouwing blijven. Trouwens, de gemeente is gemeente onder het kruis, ook wanneer er van vervolging en verdrukking weinig sprake is. Onder Zijn kruis.
Wat is dat dan, kruisdragen? Wij belijden zo graag vrijblijvend, wij houden liever een slag om de arm. Wij spreken over het kruis, terwijl het ons niet aangaat, niet raakt. De woorden klinken wel, maar ze klikken niet, er komt geen levende verbinding tot stand. Hier lezen we: dat hij het achter Jezus droeg. Wij worden erbij betrokken, we kunnen er niet meer onder uit, onder dat kruis bedoel ik. Daar zegt iemand — en meerderen vallen hem bij — : 'Ik heb er wel degelijk mee te maken, dat Jezus gekruisigd werd. Want ik dwong Hem dat kruis te dragen, door mijn zonden. Het kruis is in elkaar getimmerd uit zonde, oordeel en vloek! Dat hout heb ik geleverd'. Zodra we dat ontdekken worden we kruisdragers. Zie ik iemand lopen met dat kruis, dan vraag ik hem: Bent u een ter dood veroordeelde? Hoe komt u daarbij? U draagt een kruis. Dan valt u door de mand en knikt toestemmend: Ja, dat ben ik. Ik moet sterven omdat ik de wet heb overtreden.
Zegt het niet te gemakkelijk: ik heb de dood verdiend. Want het is een verstrekkende belijdenis. Ik had er geen erg in, al had ik het vaak gehoord, maar sinds Jezus mij ontmoette weet ik het. Zoals de moordenaar aan het kruis — alweer dat kruis — het te weten kwam. Wij toch rechtvaardig. Sindsdien kan ik niet zo goed meer uit de weg, daarvoor weegt het kruis te zwaar. Het spelt mij vloek en dood, van God en mensen verlaten en zo eenzaam, dat er geen woorden voor zijn. Dat hij het achter Jezus droeg. Achter Jezus! Simon loopt niet verder, en sleept het kruis mee op zijn weg naar de stad. Hij maakt rechtsomkeer en gaat Jezus achterna. Een christen is een ter dood veroordeelde, die Jezus in het oog mag houden. Jezus. Zaligmaker. Vloekdrager. Kruisdrager. Nee, wij nemen niets van Hem over; Hij nam alles voor Zijn rekening, de zonde en het oordeel. Wat wordt de Heere Jezus ons dan alles waard. Was Hij er niet, dan moest ik mijn eigen pak dragen. Nu mag ik roemen in Zijn kruis. Hij draagt en ik draag, doch niet meer ik, Christus draagt voor mij. De ogen strak op Hem gevestigd maak ik de kruisgang. Het is geen martelgang, het is geen dodenweg. Ik ben met Christus gekruisigd, en ik leef. Ik. Ons ik houden we zo lang mogelijk overeind. Hier komt er een dwarse streep door: doch niet meer ik. Een staande en een dwarse balk, dat is een kruis..
Dat is dan ook het echte kruis dragen. Dagelijks onze oude natuur doden om met Christus te leven. Wij kunnen Jezus niet volgen en de zonde aan de hand houden, de wereld dienen. Zijn kruis dragen, dat is veel ingrijpender, dan wij aanvankelijk vermoeden. Dat trekt diep door in ons leven. Wij plegen dadelijk en lijdelijk verzet, ons ik wil de ruimte hebben. Onder het kruis krijgt het die ruimte niet. Maar Jezus wordt steeds groter. Hij wordt steeds meer. Hij wordt mij alles. Lidmaten worden geroepen tot kruisdragers.
Met zo'n kruis loop je voor gek in de wereld. Het kruis is 'in'. Het bengelt om de hals van jongens en meisjes, het wordt uit vele metalen gesmeed en gevormd. Maar dit kruis... De wereld haalt daarvoor de schouders op. Het kruis van Christus ergert ook godsdienstige mensen, het is een dikke streep door hun rekening. Het is een dwaasheid, voor ieder die verstandig denkt. We leggen er geen eer mee in, integendeel.
Wie zo achter Jezus aangaat, wordt met Hem versmaad en veracht. Een spotlach hier, een schimpscheut daar. Hoe kan de wereld kruisdragers verdragen, zij zweert bij de levensstandaard, zij houdt het vaandel van het leven hoog. Het kruis is het vaandel van de dood, van Christus' dood. Ik ben daardoor der wereld gekruisigd en de wereld mij. Kruisdragers zijn geen gestroomlijnde christenen, die gladweg met de wereld leven. Zij kunnen met de wereld niet verder, zij kunnen alleen verder met Jezus. Hij gaat voor ons uit.
Simon liep erin! Zijn dag werd vergald. Nee, toch niet. Simon is tot geloof gekomen, zijn zonen Alexander en Rufus nemen straks hun plaats in, in de gemeente. Het werd voor hem een dag om nooit te vergeten. Dat hij het achter Jezus droeg. Als de namen van de nieuwe lidmaten worden afgeroepen, als ze bij name geroepen worden dm te antwoorden, dan wordt eerst de naam Jezus afgeroepen. Die andere namen volgen op die Ene Naam! Dat is de vreugde van het belijden: na U. Achter Jezus. Van Hem verwacht ik het. Hij volbracht het. Wie Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben.
De lange, lange stoet van kruisdragers trekt de eeuwen door, verder. Er worden er voortdurend aan toegevoegd en er valt niemand uit, omdat Jezus niet uitvalt. Wordt het geheim van het kruis ons onthuld, dan nemen wij het vrolijk op ons. Dan houdt Jezus ons vast in de gemeenschap van Zijn dood en Zijn opstanding. En wij moedigen elkaar aan:
Immers wij gaan
volgen voortaan
meer ende meer
't Kruis van de Heer'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's