De machten onttroond
'We leven in een tijd'... is een soort vaste uitdrukking geworden. Meestal volgt er na dit gezegde een klacht over de neergang, het verval in kerk en samenleving, het verlies van waarden en normen. Geen rooskleurig beeld van de tijd althans. Een klaagzang. En wie zou inderdaad zijn hart niet vasthouden bij wat hij ziet gebeuren in onze tijd: de ontwaarding van alle waarden, de toenemende wetteloosheid, de brute wereldsgezindheid, de toenemende chaos?
Velen zien het dan ook niet meer in onze tijd. Jongeren zeggen: we zien het niet meer zitten. Maar ouderen houden hun hart vast als ze denken aan hun kinderen. Waar moet het heen? Hoe zullen onze kinderen erdoor komen, door deze wereld? Zullen ze staande blijven als de vloedgolven van het moderne leven hen bespringen? Zullen ze staande blijven als ze gaan studeren of als ze in de samenleving hun plaats gaan innemen, terwijl de geest van de revolutie om zich heengrijpt? Zullen ze een eigen levenspatroon trouw blijven als waarden om hen heen wankelen en de samenleving steeds meer anti-christelijke trekken gaat dragen? Zullen ze kerkelijk nog hun weg vinden en zo ja, zullen ze blijven bij het Woord en de belijdenis van de kerk, nu zich in de kerken een geest breed maakt die een radicale breuk met het verleden der kerk dreigt te gaan betekenen en de religie meer en meer op de achtergrond raakt en vervangen wordt door onbijbelse ideologieën?
Velen — dat moet ook gezegd — leven maar bij de dag en denken niet aan de toekomst, want de toekomst is dreigend.. We leven in een tijd...
En toch
En toch, we leven in een tijd na Pasen en vóór de wederkomst, tussen de tijden. En dan mogen en kunnen we toch ook met een zekere onbevangenheid leven omdat, zoals Paulus zegt, Christus op het kruis de overheden en de machten uitgekleed heeft, ze openlijk te kijk heeft gezet en zó over hen heeft getriomfeerd (Col. 2 : 15). Wat machten er ook mogen zijn, voor ons en onze kinderen, ze liggen aan de ketting, ze zijn overwonnen. Aan het kruis leed en stierf de Borg, de Middelaar. Maar juist door die dood werd het kruis — jazeker! — een praalwagen, een zegekar, waaraan de machten definitief gebonden werden. Elke spijker die door de handen en de voeten van Christus ging bracht de machten vaster aan het kruis. De slagen, die Hem troffen, waren evenzovele slagen waarmee de machten verslagen werden. Omdat Christus gehoorzaam werd tot in de dood werden de machten Hem gehoorzaam, onderdanig. Calvijn zegt: Er is geen rechterstoel zo kostelijk, geen koninklijke stoel zo schoon, geen triomftocht zo buitengewoon en geen wagen zo hoog verheven als deze galg, waaraan Christus de dood en de duivel de overste des doods overwonnen, onder Zijn voeten vermorzeld heeft.'
Zonder deze wetenschap is er geen uitzicht. Met deze wetenschap is er uitzicht door alles heen. De beslissende slag is al geleverd. En de Opstanding, die we met Pasen gedenken, was de triomf van Christus over de dood en het graf, over de machten die definitief onschadelijk waren gemaakt. Paulus kon daarom zeggen dat de machten onttroond waren aan het kruis, omdat Christus door de macht van de dood niet gehouden kon worden. Zijn kruis werd gevolgd door de Opstanding, de bekroning van God op de strijd die Christus streed met de machten. Sindsdien mag het met Pasen worden uitgezegd, dat Christus Koning is, Kurios, Overwinnaar, Heere over alles. En sindsdien mag het gezegd worden dat de gemeente, die naar Zijn Naam is genoemd, mee overwinnen zal omdat ze met Hem overwonnen heeft. Het vraagt — dat moet gezegd — een oprecht geloof om de kracht van de Opstanding te ervaren. Maar ook zonder mijn geloof is het nochtans waar, dat de machten overwonnen zijn, dat Christus ze onttroond heeft. Zijn overwinning is waar en zeker, ondanks ons en zonder ons. Wanneer wij — zoals de moderne theologie ons in feite zegt — Zijn overwinning op de machten nog waar zouden moeten maken door onze daden was het een uitzichtloze zaak. Trouwens, hoe strijdt deze gedachte alleen ook al met de feitelijke situatie van Christus' lijden. Hij streed Zijn strijd alleen. Niemand van de volkeren was met Hem, zegt de Schrift. Niemand was bij Hem. Een van de meest aangrijpende tekeningen van het lijdensevangelie vind ik altijd weer wat Lukas zegt: Het volk stond erbij en zag het aan. Terwijl Christus Zijn doodsstrijd streed met de machten, de overheden, terwijl Hij onder de toorn van God doorging, was Hij een kijkspel voor mensen. Ze stonden erbij en zagen het aan. En zo is het ten diepste telkens weer geweest. Wij mensen staan erbij en zien toe. Christus moet het van onze daden en activiteiten niet hebben. Maar desalniettemin, de strijd is beslist. De overwinning is zeker,
uitzicht
Vanuit Pasen is er uitzicht. Het leven kan nog geleefd worden. Sterker nog, de Schrift, spreekt erover, dat dit het geloof is dat de wereld overwint (1 Joh. 5:4). Wereldoverwinnend geloof omdat Christus overwonnen heeft. We worden zo eindeloos moe onder de last, die veel prediking in onze tijd ons oplegt en die het voorstelt alsof wij het allemaal zélf nog moeten doen. We worden ook zo eindeloos moe van het steeds maar weer te moeten ingaan tegen deze in feite wettische prediking en theologie. En het gevaar is dan niet denkbeeldig dat we het zicht op de overwinning, die behaald is, kwijt raken. Leven we niet veel te veel onder de druk van de omstandigheden, onder de dreiging van wat voor ogen is, onder de vrees voor wat komen zal gezien wat nu al te zien is? Ik krijg zo vaak brieven van mensen die er moedeloos van worden, in de kerkelijke situatie waarin ze staan, van de omstandigheden waaronder de kinderen opgroeien, hun opleiding ontvangen, hun weg moeten gaan door het leven. Maar toch, Pasen betekent overwinning. En Christus zal met Zijn gemeente zijn tot aan het eind van de dagen. Daarom mag er ook onbevangenheid zijn, tenminste als dit in het geloof wordt verstaan, in een levend geloof, waarin de Heilige Geest zicht geeft op de overwinning van Christus op de machten en zo ook op de toekomst die openligt.
Als de wetenschap er niet zou zijn, dat Christus de overwinning op de machten behaald heeft, en dat er zo toch veiligheid en geborgenheid kan zijn onder de hoede van de hoop op de heerlijkheid, dan zou een mens toch de moed vergaan om nog verder te leven, om nog kinderen te verwekken en groot te brengen? In welk een wereld brengen wij onze kinderen? In een wereld waar de machten huishouden. En toch, in een wereld waarin deze machten aan de ketting liggen, wachtend tot de definitieve ontknoping. Temidden van de politieke en economische machten, temidden van de machten van het ongeloof, temidden van kabinetscrises en politiek gekonkel staat Christus die zegt: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. En tot Pilatus zei Christus: Gij zoudt geen macht over Mij hebben als ze u niet van boven gegeven was. Bevrijdende zekerheid.
We moeten de zekerheid van deze bevrijding niet laten overspoelen door de onzekerheid van wat voor ogen is, door de vrees voor wat we om ons heen zien. Het geloof kent zijn redenen die voor de rede niet toegankelijk zijn, zei Pascal.
Er kan een gelatenheid komen, ook in de gemeente, die zich niet verdraagt met wat op Pasen is gebeurd. De strijd moet er zijn, jazeker, zelfs zo dat altijd geldt: gij hebt ten bloede toe nog niet tegen gestaan, strijdend tegen de zonde. Maar dan toch wel zo dat het geschiedt vanuit de zekerheid van wat op Pasen is gebeurd, toen Christus dood en macht overwon. Anders kan het allemaal zo vleselijk worden, en heeft het niet de geur en de smaak waar iets van uitgaat naar buiten. C. Rijnsdorp heeft op de gereformeerde synode onlangs gevraagd hoe het komt dat we van de oude wijn niet meer dronken worden. Hij bedoelde: waarom spreekt de oude boodschap niet meer aan? Ik zou op die vraag af willen dingen. Want het is niet de oude boodschap die niet meer dronken maakt. Maar het gemis aan doorleving van de oude boodschap, aan vertolking van de oude boodschap dat de machten onttroond zijn. Is er daarom niet te weinig uitzicht meer op de toekomst omdat er te weinig zicht is op de grote daden Gods in Christus, op het kruis en de opstanding?
We kunnen zo eindeloos bezig zijn met de zorg voor wat zich in onze tijd voltrekt dat we niet meer weten van de hoop die vanuit Pasen mogelijk en reëel is. Dan kan ook maar al te gemakkelijk de uitzichtloosheid worden overgebracht op het jongere geslacht, dat niet geleerd heeft dat er uitzicht is. Maar zijn we daarom niet in deze wereld, omdat God het wilde? Zijn we daarom niet in de gemeente omdat God dit wilde? En omdat Hij wil dat we Zijn getuigen zijn? Het leven is toch, ondanks alles, de moeite van het leven waard. Laten we dit overbrengen op het jongere geslacht en zo zelf onze roeping verstaan. Zolang er leven is is er hoop zeggen we. Welnu dat lijkt me veel te schraal. Zolang er hoop is is er leven. En er is hoop. Gegronde verwachting. Daarom kunnen dominees blijven preken en behoeven ze er ook in onze tijd niet onderdoor te gaan. Daarom kunnen nog steeds kinderen geboren worden en door het leven worden gebracht. Daarom kunnen we nog trouwen. Daarom kunnen we nog werken, zolang het dag is zelfs. Vanwege Pasen. Anders zou er slechts wan hoop zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's