De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pasen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pasen

8 minuten leestijd

'Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan' Lucas 24 vs. 6a

De vrouwen, waarover het evangelie spreekt, waren al vroeg in de weer; hun nachtrust duurde niet lang. Zij verlieten de hof, waarin het graf van Jezus was, het laatst, en zowaar, de volgende morgen zijn ze er het eerst. De liefde drijft hen, de liefde tot deze Jezus. Indien ooit, dan geldt hier: de liefde is blind. Omdat het geloof ontbreekt. Zij slaan de verkeerde weg in, om Jezus te zoeken, de weg naar het graf. Maar Hij is het graf al uitgegaan; Hij is de Levende, Hem kon de dood niet houden.

Een simpele vraag opent hun de ogen: Wat zoekt gij de Levende bij de doden? Waar de doden liggen is de Levende toch niet! Kennelijk zijn ze het spoor bijster geraakt. Kijk maar: Hij is hier niet. Ach, hoe vaak raken wij het spoor bijster, dat Christus door dood en opstanding heen trekt! Hoe vaak blijven we steken in de dood, terwijl het ons om de Levende te doen moest zijn. Pasen. Wij zullen er deze vrouwen niet hard over vallen. Zullen wij ons door de engel laten gezeggen: Hij is hier niet! Pasen is een openbaring, het wordt gevierd met allerhande verrassingen. Pasen, dat is de grote meevaller, waarvan we mogen leven.

Hij is hier niet. Valt dat tegen? Hij was hier wel geweest, ze hadden Hem begraven. Hem bedoelden ze met die vroege tocht, die nu tevergeefs schijnt. Tevergeefs. Wij zochten Hem, en vonden Hem niet. Waar zochten wij Hem? Hij is hier niet. Dat kan een bedroevend woord zijn. In de mond van de engel is het verblijdend, vertroostend. Als Hij hier was, dan restte hun niets dan Hem de laatste eer te bewijzen; ze hebben de specerijen bij zich. Nu Hij hier niet is, maakt Hij een nieuw begin. Dat zal straks blijken, wanneer ze Hem ontmoeten.

Hij is hier niet. Laat dat goed doordringen tot ieder die dit leest. Het zijn woorden van God. Werd het ons gevraagd, dan zouden velen antwoorden: Jezus? Die leefde, die stierf, die heeft het een en ander nagelaten, aan woorden en daden; Zelf is Hij dood en begraven, lang geleden. Hij speelt geen rol in mijn leven, eerlijk gezegd. Men kan de letters van de naam spellen, maar de man, die hem droeg, hebben we begraven, onder dode woorden en in dode vormen, wat herinneringen, dat wel. Dan is het met Pasen oppassen geblazen. Hij is hier niet. Dien wij dood wanen, staat levend voor ons: Ik ben Jezus! De soldaten die de wacht hielden schrokken zich dood. Dat staat er: en werden als doden.

Maar nee. Wie de Levende zoekt, al is hij de draad kwijt geraakt. Komt hier en hoort: Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. U mag ook lezen: Hij werd opgewekt. Die twee grijpen in elkaar, opstanding en opwekking. De hand van de Vader en de daad van de Zoon. Vergeet de Heilige Geest niet, die levend maakt. God wordt op Pasen verheerlijkt, als de God des Levens.

Dat opent nieuwe vooruitzichten en nieuwe verwachtingen, volstrekt nieuw. Het graf, dat is de dood als voldongen feit. De steen is daarvan een teken, er is geen verwrikken aan. Jezus achter die steen. Jezus in onze dood. Want wij verkeren met ons leven in de voldongen dood, hoe wonderspreukig dat ook klinkt. Niet in de voltooide, wel in de voldongen dood. Dat is om voor te huiveren. Wat helpen dan al mijn levenspogingen, ze zijn tot mislukken gedoemd, ze komen niet van de grond, ze blijven in het graf steken. Hoe ontdekkend is dit evangelie. En wij maar doen alsof we het leven nog vóór ons hebben, alsof we het tevoorschijn zouden brengen. Niets daarvan. Het graf, dat is een 'afgesneden zaak'.

Zult Gij wonderen doen aan de doden, klaagt de psalmist. Daar is niets meer aan te doen. Daar kwam Jezus! Hij daalde in onze dood, in onze zonde, in ons oordeel. En Hij deed er wat aan: Pasen. Hij stond op! Gods hand. Wij houden grafbespiegelingen, wij laten de hoop varen, wij zien het niet meer zitten met ons leven. Hij wekte Jezus op uit de doden, en stoort ons in iedere bespiegeling: Opstandingsdag.

God weet wel weg met grote stenen, met graven in de rots, met leven dat in de doeken van de dood gewikkeld ligt: Hij wekt op.

Pasen is het feest van de kracht Gods, van de sterke rechterhand des Heeren! Krachtige daden, vindt u niet? Sterk gesproken: Hij is opgestaan. Een kracht, die de dood te sterk is. Zullen wij niet te klein van de Heere denken? Wie is aan Hem gelijk? Voor Hem is niets te wonderlijk. Het gaat ons bedenken te boven, het verstand weet er geen raad mee. Het gaat ons berekenen te buiten, we hebben er geen begrip van, het ontglipt ons. Het wordt ons gepredikt. Pasen, dat is vandaag de boodschap van Pasen. Een streep, een stroom van licht, van opstandingslicht God almachtig. Wat verhindert Hem? Wie beperkt Hem. Niets is, in Zijn naam, onherroepelijk, niets ondoenlijk. Daar zijn we nu getuigen van! Het woord overvalt ons, want wij waren nog met de dood bezig, en wij zouden er ons dan maar bij neerleggen. Wij zijn zo kortzichtig, de einder van ons leven is de dood. Maar van achter die horizon, komt de zon van Pasen op. Het wordt dag, een stralende dag. En wij ontvangen een wijde blik.

Pasen is het feest van de genade, van de trouw Gods. Hij kan en wil en zal. Het is de roem der dagen, de dag roemt Hem. Christus is de eersteling. De eerste aren van de nieuwe oogst, daarin is heel de oogst. Een waarborg van nieuw leven, van en met allen, die in Hem geloven tot zaligheid. Hoe zouden wij dat leven ontvangen, als we de handen vol hebben met ons leven. Als we het leven van onze hand niet verliezen. Maar het graf, dat is toch: het leven is verloren. Juist, zegt u. Daar kom ik niet overheen. Ik ook niet. Daar werk ik mij niet overheen, met vrome kunsten en goede daden. Doe het maar niet. Wat dan? Hier, waar het graf van Jezus is, heeft Hij de dood overwonnen. De dood waarin wij eeuwig hadden moeten verzinken. Wie er erg in krijgt, dat Christus niet alleen in mijn huid is gekropen, maar ook aan mijn dood is gestorven, die raakt in leven en sterven verbonden aan Hem. Die zoekt het buiten zich in Christus Jezus. En zowaar, daar is het. Hij heeft het onverderfelijke leven aan het licht gebracht. De Heilige Geest legt zulke eigenaardige verbindingen door het Woord. Hij verbindt ons aan Christus op leven en dood, op dood en leven. Dat is de volgorde: Dood en leven.

Genade. God deed een groot werk, een werk van genade. Hij werd opgewekt. Christus bezocht ons, in een land waarover de schaduw van de dood valt; de schaduw was avondschemering, de nacht daalde over Hem. Nu is het ochtend geworden: Hij is hier niet. Hij stond op. Hij deed de deur open. Zijn voetstappen zijn in het eeuwige leven. Hij trekt er niet alleen op uit. Hij neemt ze allen mee, die de Vader Hem heeft gegeven, Hij leidt ze het leven in. En dat moet ik maar geloven? Geloven is horen wat de Heere zegt. Geloven is, geen leven overhouden, om uit en met die Ander, die Ene, die Eerste te leven. God zond de engel om de vrouwen inlichtingen te geven. Dat is nodig, daartoe dient de prediking, daartoe dient deze overdenking. Want we zien het niet, tenzij Hij het zegt. Opstanding. Mij gaat een licht op!

Hier zijn de zonden, die mij de dood aandoen. Hier zijn de noden, de angsten, die mij de levensvreugde benemen. Hier is het vonnis, en het is een doodvonnis. Hier is de doodsheid, al maken we nog zoveel leven. Hier is de dodigheid in de gemeente, en in mijn eigen hart. Hier zijn de woorden, loodzwaar, doodzwaar. Hier is de aanvechting: tevergeefs. Hier ... Vult u het maar in. Duizend zorgen, duizend doden.

Hij is hier niet. De Levende is hier niet. Hij is opgestaan. Hij sprak er met mij over. Hij zoekt mij vandaag al op. Wat is het vandaag? Pasen. Een vrije dag. Bevrijdingsdag. Wat gaat u doen? Wel, ik ga met de Levende uit wandelen. Ik leef zei Hij en Gij zult leven. Ik zal wandelen, zing ik, voor het aangezicht des Heeren, in de landen der levenden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Pasen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's