De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heere is waarlijk opgestaan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heere is waarlijk opgestaan

9 minuten leestijd

Het is waarlijk geen nieuws als ik zeg dat het feit van Pasen en de herdenking ervan minder tot de verbeelding der mensen spreekt dan bijvoorbeeld het feit van de geboorte van onze Heere Jezus Christus. Onze kinderen weten eerder iets te vertellen over het kerstgebeuren dan over het paasfeest. Predikanten maken over het algemeen, dacht ik, gemakkelijker een kerstpreek dan een paaspreek. Hoe komt het toch dat het paasfeest soms zo weinig functioneert in de beleving van de gemeente Gods?

Dat is bij een ander deel van de christenheid wel anders. Ik denk daarbij aan de orthodoxe kerken in het Oosten. Wie het boekje van P. Hendrix: Het schoone Pascha (1940) wel eens heeft gelezen kan dat weten. Hendrix beschrijft in dit boekje de uitbundige viering van het paasfeest in de Russisch-Orthodoxe Kerk. Op de titelpagina citeert hij de kerkvader Gregorius van Nazianze die ergens zegt: 'Pascha des Heeren, Pascha, wederom zeg ik Pascha, ter ere van de Drieëenheid. Dit is voor ons het feest der feesten, de plechtigheid der plechtigheden, zozeer alle feesten overstralend, als de zon de sterren overstraalt'.

Het is trouwens opmerkelijk hoe elk van de delen van de christenheid bijzondere nadruk legt op één van de heilsfeiten. Bij Rome valt alle nadruk op de vleeswording van het Woord. Bij de kerken der Reformatie valt veel nadruk op het pinksterfeest, het feest van de Heilige Geest, Die door het Woord de kerk sticht en bouwt. Bij de orthodoxe kerken valt alle nadruk op de herdenking van de opstanding van Christus uit de doden. Zijn onze diensten vooral diensten van het Woord en van de sacramenten. Bij de orthodoxe kerken in het Oosten is het vooral de liturgie die de mens optilt uit het aardse leven en verplaatst in het hemelse rijk van Christus. De liturgie brengt immers het heilig drama van de hele heilsgeschiedenis, incarnatie, kruis en vooral de opstanding des Heeren. En elke zondag opnieuw wordt de Verrijzenis gevierd. Alles is geconcentreerd op de viering en de beleving van de overwinning van Christus op de dood en al haar machten.

De viering van het paasfeest, zo schrijft Hendrix, is het hoogtepunt in de hele liturgie van het kerkelijk jaar. Ze draagt ook alle samenkomsten van de gemeente het hele jaar door. Hij schrijft: 'Er wordt nu niet 'herdacht' een feit uit het verleden, neen, er is opstanding hier in deze kerk, de Opstanding is nu, hier werkelijkheid'. Eén van de hoofdmomenten in de paasdienst is, als de dienaar tot driemaal toe uitroept: de Heere is opgestaan, waarop het blijde antwoord van de gemeente weerklinkt: de Heere is waarlijk opgestaan.

Eerst de heilsfeiten

U mag van mij geen beoordeling verlangen over deze wijze van herdenken van de grote daden Gods. En toch hebben we ons het verwijt van de orthodoxe kerken tot ons gericht, een verwijt dat prof. Jonker eens onder woorden bracht, ter harte te nemen. Onze preken zijn, zo wordt door hen gezegd, te intellectueel en te weinig bevindelijk. Is de dienst van de gemeente op Pasen wel werkelijk een herdenken van de magnalia Dei, van de grote daden Gods in Christus. Ik heb altijd gepoogd de raad van een oudere predikant ter harte te nemen die erop aandrong in de eerste dienst van een kerkelijk feest het heilsfeit zelf, de daad Gods in de geschiedenis van het heil te verkondigen. De gemeente moet horen in de levende stem van het verkondigde Woord wat God in Christus gedaan heeft. Het 'objectieve', het voorwerpelijke, gaat aan het 'subjectieve' het onderwerpelij ke vooraf. Het laatste is er niet zonder het eerste.

Stappen we soms niet al te vlot over van de daden Gods naar wat de mensen rond het heilsgebeuren hebben beleefd. Wordt er bijvoorbeeld met Kerstmis niet veel eerder over de herders gepreekt dan over de daad Gods die Zijn Zoon in de wereld zond om Zijn vertrapte eer te herstellen? Wordt er met Pasen niet veel eerder gepreekt over de droeve gemoedsgesteldheid van de wenende vrouwen bij het graf, dan over het lege graf en de weggerolde steen? Wordt er met hemelvaart niet veel te veel stilgestaan bij de gevoelens van de discipelen in plaats van bij de heerlijkheid die de verrezen Heere ten deel viel. En wordt er met Pinksteren soms niet alleen gesproken over de begeleidende verschijnselen van de uitstorting van de Heilige Geest in plaats van over Hem, de verhoogde Heere, die vanaf de rechterhand Gods de Geest uitstort in Zijn gemeente? Wordt misschien in de orthodoxe kerken het heil, inzonderheid het heilsfeit van Pasen teveel gedramatiseerd en zo tekort gedaan aan het eenmalige van het heilswerk van Christus. Maar is bij ons het gevaar niet groot dat we het accent verleggen van het heilsfeit naar de heilsbeleving. Bekend is de uitspraak met de kerstdagen: Al was Jezus duizendmaal in Bethlehem geboren, maar niet in mijn hart, ik was nog verloren. En je zou met een variant op de paasdagen kunnen zeggen: al was Jezus duizendmaal opgestaan, maar ik niet met Hem, ik was nog verloren. Dat is natuurlijk een ontzettende waarheid. Als we maar niet vergeten dat het heil hangt aan het heilsfeit. Vreemd is , dat uiterst links en uiterst rechts hierin ergens met elkaar een raakvlak hebben. Er is een bepaalde stroming in de theologie die beweert: het is niet belangrijk of Jezus werkelijk is opgestaan uit de doden. Als je het maar ervaart, als je de kracht van dat opstandingsleven maar kent. En dat men ter anderer zijde van de kerk met veel kracht vasthoudt aan de werkelijke opstanding van Christus uit de doden (en terecht) en toch zegt: maar als je dat nu niet voelt, dan heb je er nog niets aan.

Waarachtig waar

De paasgroet van de eerste gemeente van Christus, die boven dit artikel staat, weerlegt beide standpunten. Als de Emmaüsgangers, na de verschijning van de levende Heere, in allerijl naar Jeruzalem zijn gegaan, treffen ze de discipelen in uitbundige vreugde aan. De deur zwiept open en het golft eruit: de Heere is waarlijk opgestaan. Daar zit de gemeente bij elkaar die leeft uit het feit. Het onmogelijke is gebeurd: de Heere leeft. Waarlijk, waarachtig, werkelijk, metterdaad. Hij is opge­ staan. Hij, de Kurios, de Heere. De Koning der koningen, de Heere der heren. Zo begroet de gemeente Gods elkaar. De gemeente die heeft leren leven uit het wonder Gods: Hij die dood was, leeft. Hij die verslagen leek, heeft overwonnen. De strik is gebroken. De Gebondene is vrij, De Machteloze heeft Zijn macht getoond, Dat opperzaaltje heeft geschud op haar grondvesten door de blijdschap van de discipelen over de daad Gods: de Heere is waarlijk opgestaan. Zo mag vandaag ook de Kerk Gods, die door genade heeft leren leven uit de daad Gods in Christus, haar groet de wereld insturen: De Heere is waarlijk opgestaan. Al zegt de hele hellemacht dat het niet waar is. Al schreeuwen allerlei stemmen in mijn hart dat het niet waar is. Het is waarachtig waar: Hij leeft. Hij, die dood was. Hij leeft. Dat is de kracht van het leven van Christus' gemeente. Daar ligt de bron, de oorsprong van haar leven. Christus heeft van de Vader het onvergankelijk leven begeerd en het is Hem geschonken en in Hem aan Zijn ganse Kerk. Alle leven wat hier niet haar bron vindt, is geen leven. Voor dit leven moet de dood op de vlucht. Toen wijlen ds. Lamens op zijn sterfbed lag, kreeg zijn oudste zoon dan ook de opdracht bij zijn graf het uit te roepen: Zeg het, dat Jezus leeft. De Heere is waarlijk opgestaan. Zo groet de kerk haar medeleden. Ze leeft uit het feit. Ze leeft uit de daad Gods. Het leven komt van Hem.

Bevestigd in de ervaring

En dan vindt het feit haar bevestiging in de ervaring. Want Simon heeft Hem gezien. Simon, de deserteur, de man van de verloochening, de man van het leven in eigen hand, hij heeft Hem gezien. Want de levende Heere heeft hem opgezocht. Nee, het gaat niet om de wijze waarop, iets wat wij zo graag zouden willen weten. Neen, de Heere leeft en Simon heeft Hem gezien. En dat zien van Simon is ook een daad van God. We worden immers in alle doodsaanvechting op onze God geworpen. Simon kan het zelf niet klaren. U ook niet die dit leest en die de Levende zo vaak zoekt bij de doden. God moet eraan te pas komen, zoals men wel eens pleegt te zeggen. Wel, Pasen predikt ons: God Zelf is eraan te pas gekomen. Het is eeuwig, Goddelijk waar: de Heere is opgestaan. En mensen als Simon zullen Hem zien. In Zijn opstandingsheerlijkheid. In Zijn Koningschap. Als de Vorst van Pasen die regeert over alle machten van zonde en dood.

Laat het maar verkondigd worden van alle kansels: de Heere is waarlijk opgestaan. Laat dat Woord maar in de gemeente vallen en dan zal onze God ervoor zorgen dat het geloofd wordt. Deze Vorst trekt zegevierend door Zijn gemeente. En doden in zichzelf wekt Hij op. 'Want op Uw Woord, o leven van ons leven, leggen we het doodskleed af. Door de kracht Uws Geestes uitgedreven, treden w'uit ons zondengraf'.

Zo leeft de gemeente van Christus van paasfeest tot paasfeest naar de morgen der verrijzenis. Hij toch heeft beloofd: Ik zal u opwekken ten uiterste dage. De levende Heere zet Zijn werk voort tot de jongste dag. Als Hij verheerlijkt zal verschijnen op de wolken des hemels. Op die dag zal Hij Zijn stem verheffen en al de Zijnen roepen en dan zullen ze opstaan. De Kerk die leeft uit het heilsfeit hoeft niet te vrezen halverwege nog te zullen omkomen. Omdat de Heere waarlijk is opgestaan, zullen ook zij, dwars door de dood heen, het eeuwige leven ontvangen. Dan zullen ze met Simon Hem zien, die ze hier al liefhadden. Daarom, heft christ' nen, heft uw lofzang aan. De Heere is waarlijk opgestaan, 't Geschonden Godsrecht is voldaan, de laatste vijand ligt verslagen. Welzalig die Hem toebehoort, dien kan geen dood of graf doen beven, die gaat zijn weg bemoedigd voort, daar hij zich vasthoudt aan Uw Woord: 'Die Mij gelooft zal eeuwig leven'.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Heere is waarlijk opgestaan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's