De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik geloof in God 3

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik geloof in God 3

7 minuten leestijd

Wij hebben de vorige keer gezien, dat als onze Nederlandse Geloofsbelijdenis over het geloof in God spreekt, zij daarmee niet een algemene, vage God bedoelt, die evenzeer buiten het christelijk geloof gekend en geloofd zou kunnen worden. Nee, wanneer de naam van God genoemd wordt, hebben wij te denken aan de Godsnaam zoals deze in de Schrift ons wordt geopenbaard. Wij denken dan vooral aan de naam Jahwe. Met die Naam heeft God Zich geopenbaard aan Mozes bij het brandende braambos. 'En God zeide tot Mozes: Ik zal zijn, die Ik zijn zal' (Ex. 3 : 14). Het treft ons, dat in ditzelfde hoofdstuk de Heere zich ook aan Mozes openbaart als de God van zijn vaderen, de God van Abraham, de. God van Izaak en de God van Jacob (Ex. 3:6).

Dat laatste zullen wij in gedachten moeten houden, wanneer de vraag gesteld wordt, welke betekenis deze naam Jahwe heeft. Het is mogelijk het antwoord in tweeërlei richting te zoeken. Denken wij eraan, hoe de Griekse vertaling van de Septuagint deze naam heeft vertaald, dan wijst deze naam Jahwe ons in de richting van God als de Zijnde. We zouden deze naam dan zelfs kunnen omschrijven als: het Zijn. God is de Zijnde. God is het Zijn zelf. Blijven wij echter dichter in de buurt van de Hebreeuwse tekst, dan heeft de Naam Jahwe meer de betekenis van: Ik ben erbij, Ik ben aanwezig, Ik ben met u.

Nu dacht ik, dat het niet beslist nodig is om tussen één van deze twee betekenissen van de Godsnaam te kiezen. Integendeel. Wij leren God in zijn zelfopenbaring dan het diepst kennen, wanneer wij beide betekenissen van Zijn naam in het oog houden. Aan de ene kant is God de Zijnde. Dat wil zeggen, dat God de oergrond is van alles wat is, wat bestaat. Hij is niet alleen de Schepper daarvan. Maar als Schepper is Hij tegelijk de bestaansgrond van alle dingen. Zodat Paulus in een aanbiddende lofzegging tot deze God kan uitroepen: Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen (Rom. 11:36).

Dat betekent niet, dat God de gevangene is van het Zijn, van de dingen. Juist niet. Als de oer-grond van het bestaande, stijgt God onmetelijk hoog boven alles uit. God is juist zo de absolute God, de verhevene, de heilige God, met wie niemand en niets te vergelijken is, tot Wie niemand kan naderen, omdat Hij een ontoegankelijk licht bewoont. God als de Zijnde is, wat wel genoemd is, de transcendente God. De God, die boven alles en allen staat en die met een onmetelijke afstand uitstijgt boven Zijn schepsel.

Dat deze betekenis in de naam Jahwe ligt opgesloten, blijkt uit vele andere plaatsen van de Schrift, waarin God als de heilige God wordt beschreven. Wij denken vooral aan het roepingsvisioen van Jesaja (Jesaja 6). Jesaja ziet de Heere zitten op een hoge en verheven troon, omringd door Zijn heilige engelen, die voortdurend uitroepen: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol. Jesaja is zo diep onder de indruk van de heiligheid Gods, dat hij beseft, dat hij zelf daarbij in het niet wegzinkt. Daarom roept hij uit: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van on­ reine lippen ben, en ik woon in het midden van een volk, dat onrein van lippen is; want mijne ogen hebben de Koning, de HEERE der heirscharen gezien.

Het valt ons op, dat hier de Godsnaam Jahwe (HEERE) gebruikt wordt in verbinding met de heiligheid van God. God is de heilige. Dat wil ook zeggen, dat God ons mensen niet nodig heeft. God heeft genoeg aan Zichzelf. God is een Wezen, dat volkomen zelfgenoegzaam is. dat, zoals men vroeger zeide. de Volzalige is in Zichzelf, dat niet nodig heeft om door mensenhand gediend te worden. Zo openbaart God Zich allereerst aan Mozes. Als deze HEERE, deze Jahwe. Daarom moet Mozes de schoenen van zijn voeten doen, want de plaats, waarop hij staat, is heilige grond.

Maar het wonderlijke en tegelijk ook he heerlijke van deze Godsnaam is, dat tevens ook die andere betekenis erin ligt op gesloten, namelijk dat God Jahwe is, om dat Hij die God is. Die erbij is. Die bij Zijn volk is, die met Zijn volk een verbond heeft gesloten, en Die het uitredt ui de nood. Die het verlost van zijn schuld. Die het voortleidt naar het beloofde land door de woestijn heen, en Die Zijn volk meeneemt naar zijn toekomst.

De Naam Jahwe wijst dus niet alleen op de hoogheid en de verhevenheid van God, niet alleen op de onmetelijke afstand tussen Hem en ons, maar deze Naam wijst ook tegelijkertijd op Zijn nabijheid. Die naam wijst er ook op, dat God tot de mens gekomen is, dat Hij met die mens Zijn verbond gesloten heeft, d.w.z., dat Hij Zich aan en met de mens verbonden heeft.

De Naam Jahwe wijst dus aan de ene kant op Gods heiligheid, maar aan de andere kant wijst ze ook op Gods genade. Op Zijn verhevenheid, maar ook op Zijn diep-buigende ontferming. Zo ligt in deze naam Jahwe alles opgesloten, wat wij van God mogen en moeten weten. In die Naam heeft Hij werkelijk Zichzelf helemaal geopenbaard.

Nu is dat allereerst belangrijk voor ons persoonlijk geloof, voor ons persoonlijk kennen van God. De Heere Jezus zegt: Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt (Joh. 17 : 3). Het gaat erom God te kennen. En als wij Hem kennen, leren ook wij Hem kennen in deze dubbele gestalte, die aan deze ene God eigen is. Dan leren wij Hem kennen als de heilige en verheven God. Als de God voor Wie wij ons nietig en schuldig voelen, voor Wie wij niet kunnen bestaan. En aan de andere kant leren wij Hem kennen als die God, die in Jezus Christus ons nabij gekomen is, die met ons is, die ons leven heeft aangeraakt en daardoor gered en vernieuwd, als de God van het Verbond, waarin Hij met ons wil verkeren. Zo leren wij God kennen en Zijn naam noemen. Zijn naam is Jahwe, Ik zal zijn, die Ik zijn zal, de Zijnde èn de God die erbij is, en die nooit laat varen het werk Zijner handen.

Nu blijkt het telkens moeilijkheden te geven om deze twee kanten van de Godsnaam en van de openbaring van God met elkaar verbonden te laten. Ik denk aan theologen, die alleen maar op die ene zijde van de Godsopenbaring wijzen, nl. God als de God-met-ons, de God van het verbond. Of, zoals het dan vaak gezegd wordt, God als Bondgenoot-God, God die de Verbondspartner is van de mens. God en mens zijn beide partners in het ene Verbond. Er zijn er, die dit zo sterk beklemtonen, dat zij zeggen: zo is God en niet anders. Zonder de mens kan en wil God zelfs geen God zijn. Wij moeten niet spreken over God, die de mens niet nodig heeft, die de genoegzame is in zichzelf. Nee, God kan niet zonder de mens God zijn, en Hij wil dit ook niet. Dat is het humanisme van God.

Nu meen ik, dat het slechts één kant is, die dan wordt belicht, de ene betekenis van Gods Naam. En als die ene betekenis wordt tot de enige betekenis, worden wij eenzijdig. Dan krijgen wij een eenzijdige Godskennis. En zo'n kennis is niet genoeg, is zelfs gevaarlijk. Omdat juist dan de heiligheid van God, de absolute verhevenheid van God en daartegenover onze kleinheid en schuldigheid niet radicaal genoeg aan het licht treden. En dat is toch nodig. Dat is nodig om God waarlijk te kennen. En dat is nodig om onszelf waarlijk te kennen. En het is nodig om Jezus Christus waarlijk te kennen en nodig te krijgen als de enige en noodzakelijke weg om God te leren kennen en met Hem in de juiste relatie te komen.

Daarom moeten wij deze vereenzijdiging afwijzen. Zij betekent een reductie niet alleen van het christelijk belijden aangaande God, maar ook van wat God Zelf aangaande Zichzelf in Zijn Woord heeft geopenbaard.

Toch is het mogelijk ook ter anderer zijde in een eenzijdigheid te vervallen. Daar zullen wij de volgende keer bij stilstaan om dan te zoeken naar de juiste weg, die niet een middenweg, maar de weg van het Woord is.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ik geloof in God 3

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's