De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zelfmisleiding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zelfmisleiding

6 minuten leestijd

De zot vouwt zijn handen samen en eet zijn eigen vlees. Prediker 4:5

Dit woord, hierboven afgedrukt, zou op het eerste gezicht doen vermoeden, dat hier sprake was in de Schrift van een menseneter; wel te verstaan niet van een kannibaal, die mensenvlees van een ander, maar vlees van zichzelf opat. De sobere woorden, waarmee de Prediker ons een kernachtige waarheid onder het oog wil brengen, laten ruimschoots gelegenheid tot de stoutste fantasie. U ziet de wilde woesteling aan de gang... schrokkebrokkend in eigen lichaam en bloed. Om van te huiveren!

Gelukkig, het is maar beeldspraak. Met de zot, die zijn handen vouwt, wordt de luie dwaas bedoeld. Hoe tekenachtig en scherp is deze karakteristiek reeds op zichzelf. Zijn handen heeft de mens van God gekregen om te tonen, dat hij een koning is. Hij moet ermee werken en regeren. Vouwen mag hij ze alleen voor het gebed. Deze dwaas doet anders. Hij heeft zich in de hitte van de oosterze zon een lieflijk schaduwplekje uitgezocht. Hij is daar lui gaan liggen, zijn handen gevouwen over zijn dikke welgedane buik. Weliswaar roept alles hem tot de dagelijkse arbeid, maar hij heeft aan werken een broertje dood. Akkers, vee, boerderij — hij verwaarloost het alles, omdat hij er een hekel aan heeft de handen uit de mouwen te steken. Zo verteert hij zijn eigen vlees. Zijn lichaamskracht wordt niet meer geoefend. Zijn hersens werken trager en trager. De inkomsten houden op. De mens moet werken, anders gaat hij te gronde.

Luiheid maakt een mens week, suf en zonder initiatief. Het is een zonde, die zichzelf straft in een totale degeneratie van de mens. Wordt hier gezinspeeld op het oude volksgeloof, dat de wolf, in razernij van de honger, stukken uit zijn eigen lichaam scheurt? Wij weten het niet. Wij aanvaarden de taal, ook al doet ze niet zo fraai aan, als uiting van rechtvaardige toorn tegen de mens, die de schone gave Gods, de tijd, verkwist.

Wij laten alle beeldspraak varen en letten op de werkelijkheid. Het misbruik of onbruik van de door God verleende kracht heeft onvermijdelijk tengevolge het verstarren en verstijven van kracht. De Schepper heeft de mens zo gemaakt, dat stilstaan sterven is. Waarde lezer, wij nemen gaarne aan dat u uw werk met opgewektheid en ijver doet, maar hoe staat het met uw geestelijke arbeid? Gods Woord ziet de mens als één geheel. Lichamelijk en geestelijk. De bedoeling van de Prediker is, om door de tekening van de ijdelheid van het menselijk leven te wijzen op de noodzakelijkheid van het geloof, dat uitkomt in de vreze Gods. Zo wil het dus aantonen, dat men niet zonder de Godsopenbaring in Christus kan, en dat in Hem de oplossing ligt van de vele vragen, waarmee de mens in het ondermaanse geen weg weet.

Daar ligt onze dwaas in de zon. Hij laat alles maar om zich heen voortfladderen. Hij bekommert zich in wezen ook niet om zichzelf. En ... richt zichzelf te gronde. Naar ziel en lichaam. Is uw beeld soms in deze mens getekend? Weest toch eens eerlijk! Moet ge niet belijden, dat deze zoete sluimering van eigen behagen, dit bedrieglijke spelevaren door het leven u veel beter aanspreekt, dan de gehoorzaamheid aan de God van uw leven? Een beroemd mensenkenner heeft eenmaal geschreven: het leven van de meeste mensen bestaat uit alledaagsheden, praatzucht en intriges met de bedoeling een ander te benadelen. Wanneer ge u eens zet onder de lamp van het Woord, is het niet alles hopeloos leeg, dor en verflenst? Dat is nu het wezen der zonde: eigen vlees weten. In zichzelf ingesponnen wezen. Weet u wat de oorzaak is? Schriftverwaarlozing! God kan met geen mens verder komen, die Zijn Woord verzuimt te onderzoeken. Naarmate wij het persoonlijke onderzoek van het Woord laten schieten, naar die mate teren wij in aan geestelijke kracht. De zoete sluimergeest van de wereld neemt u in haar dromen gevangen. Wij moeten telkens weer tot het Woord worden gebracht. Bovendien: Gods Woord heeft onvermoede vergezichten en ongekende schatten. De slaapgeest wijkt voor pittige waakzaamheid. Ge leert in het Woord uw God kennen..., maar ook u zelf. Een gezond leven des geloofs nu, begeert al meer en meer vertrouwd te worden met deze goudmijn, om door datzelfde Gods Woord van ogenblik tot ogenblik te worden getroost. Onkunde in de Schrift is de oorzaak van menige geestelijke duisternis; verwaarlozing van de Schrift brengt onherroepelijk achteruitgang in het geestelijk leven. Velen leven alleen op wat ze eens hoorden in een preek, ja, velen wachten zelfs op een aparte boodschap voor henzelf en drijven zo op hun gevoel, in plaats van op Gods Woord te steunen.

Ja, hoevelen laten zich niet voortdrijven op hun stemmingen en emoties in plaats van te komen tot de klare gehoorzaamheid der Schriften. Diep zitten deze tuimelgeest en fladderzucht ook in ons hart. Een brokje hier, een stukje daar; elders een traan, een snik en een zucht... Maar er verandert nooit enig ding ten goede. Het is in deze zielen al maar door stoffig. Ze hebben verleerd uit het Woord te leven, wat dageraad zullen ze dan hebben?

Ze laten zich niet door de Heere leiden. De wereld krijgt meer en meer de overhand in hun doen en laten. Ze gaan achteruit. Misschien niet voor de buitenwereld, maar wel voor zichzelf. De Stem van boven ontbreekt, de kritische Stem, doordat ze geen tijd nemen naar het Woord te horen.

De oorzaak van deze zonde is eenvoudig luiheid, gebrek aan geestelijke tucht. Het gebedsleven wordt dor, we gaan altijd precies hetzelfde bidden, we komen nooit verder, nooit nader tot God en dieper in Zijn gemeenschap.

Doe de slaapzucht weg en de genezing zal uw deel worden. De apostel Paulus roept ons toe: werkt uwszelfs zaligheid met vreze en beven; want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. Het is waar — het hangt tenslotte niet af van onze ijver en vlijt, maar God heeft er wel zegen op beloofd. De Heere moet in de weg der middelen worden gezocht. Vergeet de controle op uw geestelijke arbeid niet. Levende bij het Woord Gods zullen wij allen meer opwassen in het geloof en kracht verkrijgen tot dagelijkse bekering. Door het gewaad des Woords komt Jezus Christus ons tegemoet. Ons oordelende vanwege onze luiheid, maar ook troostende als de enige Middelaar en Zaligmaker.

De zot, die dit vergeet, komt eenmaal om. De wijze, die dit gebod bewaart, zal eeuwig leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zelfmisleiding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's