De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het gebed in onze  belijdenisgeschriften 2

Bekijk het origineel

Het gebed in onze belijdenisgeschriften 2

Het gebed

5 minuten leestijd

De aard van het rechte gebed

Dat de bittere werkelijkheid van de verkeerdheid van ons natuurlijk bestaan blijft meespreken in dit leven, blijkt wel uit een volgende vraag van zondag 45, . waarin onderzoek wordt gedaan naar de aard. van het rechte gebed. Drie factoren worden dan genoemd, die bepalend zijn voor het rechte karakter van het gebed. De eerste betreft Degene, tot Wien wij in het gebed naderen. Het gebed is niet maar een kreet in de ruimte. Het gebed richt zich bewust tot Iemand, Die Zich heeft bekendgemaakt. Hij is geen God van onze fantasie, ook niet Iemand, van Wien we niet weten, wat we aan Hem hebben. Ons gebed is een weer-woord. Het heeft een adres. Welk een nauwkeurig adres blijkt straks uit de aanspraak in het gebed, dat de Heere Christus ons geleerd heeft.

De tweede factor van, het ware gebed is deze: dat het komt uit een hart, dat zijn nood en ellendigheid recht en grondig kent. Zolang wij nog iets meer menen te hebben of te zijn dan dat wij zondaar voor God zijn, komen we niet echt op de knieën. Hier blijkt wel duidelijk, dat de drie stukken wel nauw samenhangen. De mens, die bidt, belijdt eigen armoede en schuld. Wij weten niet wat wij doen zullen, daarom zijn onze ogen op den Heere (2 Kron. 20 ; 12).

En dan de derde factor nl. dat in ons bidden reeds de vastheid der verhoring voor ogen staat. Wij onwaardig — het is waar. Wij dragen geen materiaal aan voor de brug tussen God en ons. Ook door ons bidden niet. Dat kan niet. Dat hoeft ook niet. De brug is er. Wie daarvan gebruik maakt kan zijn doel niet riiisgen. 'Als u die weg volgt, kunt u niet dwalen', wordt ons vaak gezegd, als wij de weg vragen.

Dat zegt het evangelie ook. Buiten Hem, Die de Weg is, blijven wij staan roepen aan de verkeerde kant van de kloof. Vandaar die onlosmakelijke samenhang tussen gebed en geloof. Ook in ons bidden is de waarachtigheid van het Woord van God in het geding.

Calvijns catechismus

In Calvijns catechismus begint zondag 36 met de vraag: 'Wanneer wij tot God bidden, doen wij dat op goed geluk, zonder te weten, of we er iets mee bereiken, of moeten we verzekerd zijn, dat onze gebeden verhoord worden? ' Calvijns antwoord is: 'dit moet altijd de grond van ons bidden zijn, dat wij door God verhoord worden, en dat wij, voorzover het ons dienstig is, verkrijgen, wat wij vragen. Daarom zegt Paulus, dat het ware en rechte bidden voortkomt uit het geloof, want indien wij geen vertrouwen hebben, kunnen wij Hem onmogelijk in waarheid aanroepen'.

Volgens een daaropvolgende vraag en antwoord zijn onze gebeden geheel vergeefs, wanneer wij bij het bidden twijfelen en niet weten of God ons al dan niet verhoort, omdat wij ons aan de beloften moeten houden, zonder op onze onwaardigheid te letten. Het is de Heilige Geest, Die ons beweegt ons met vertrouwen tot de Vader te wenden, daarbij ziende op Christus als Middelaar, vertrouwende op Zijn Naam en Voorspraak. Zo luidt in het kort de inhoud van enkele vragen en antwoorden uit deze Geneefse Catechismus. Hier wordt wel heel sterk de nadruk gelegd op de zekerheid des geloofs, hetgeen eigenlijk ook onze Heidelberger doet. Ook deze zegt ons, dat God de Heere ons om des Heeren Christus' wil zekerlijk verhoren wil, gelijk Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft, en dat dit vertrouwen behoort tot datgene wat het gebed Gods aangenaam maakt. Uit die zekerheid zal de catechismus ook eindigen, wanneer hij aan het woordje Amen niet voorbijgaat, maar ook daarin een uitspraak ziet van de zekerheid der verwachting.

Ik ga nu niet in op alles wat bij ons zo menigmaal die zekerheid aanvecht. Wie de schoonheid van een bloem wil laten zien, neemt geen verflenst exemplaar, maar één, die in volle bloei staat. Laten we daar maar op zien en ons schamen vanwege de vele gebreken, die ons ook daarbij aankleven. Daarop willen we echter nader ingaan, wanneer we over de praktijk van het gebedsleven gaan spreken.

Het Onze Vader

Nu alleen nog dit: zowel Calvijns Catechismus als de Heidelberger bespreken het Onze Vader om de inhoud van het gebed uiteen te zetten. We plegen het Onze Vader 'het allervolmaaktste gebed' te noemen. Zo mag het ook genoemd worden. Het begint met de hoogste aanspraak: Vader. Het eerste drietal beden correspondeert met de eerste tafel van Gods Wet: de liefde tot God boven alles; het tweede drietal met de tweede tafel: de liefde tot de naaste als onszelf. Het woordje 'mij' (geef mij), dat ons in de mond bestorven ligt, is er niet bij. Het eindigt in de aanbidding en sluit met het Amen van de zekerheid der verhoring.

Dit gebed, dat Jezus aan Zijn discipelen geleerd heeft, is niet bestemd op een geesteloze wijze talloze malen gerepeteerd te worden. De rozenkrans doet aan een gebedsmolen denken als van de Tibetaanse boeddhisten. Het Onze Vader sluit andere gebeden niet uit. D.it blijkt uit de gebeden in het Nieuwe Testament.

Het is een maatstaf, een thermometer om dê stand van ons eigen gebedsleven mede te vergelijken en om daardoor naar het rechte spoor geleid te worden. We willen nu enkele malen bij de inhoud van het gebed des Heeren stilstaan,

(wordt vervolgd)

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het gebed in onze  belijdenisgeschriften 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's