De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De huidige kerkelijke situatie* 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De huidige kerkelijke situatie* 1

11 minuten leestijd

Spreken over de huidige kerkelijke situatie heeft iets hacheHjks. Al te nadrukkelijk stilstaan bij de huidige kerkelijke situatie kan licht suggereren dat het met de kerk nu heel anders is dan het altijd geweest is. Er kan ook iets ontmoedigends inzitten. Zo in de trant van: wat is er allemaal aan de hand in de kerk dat niet goed is?

Daarom is het goed om allereerst vast te stellen, dat de kerkelijke situatie zó is, dat er in onze situatie, de situatie van deze twintigste eeuw, een kerk is. Niet nodg is, want dat klinkt ook nogal ontmoedigend. Neen, de kerk is er. De gemeente is er. Dat is bemoedigend. Het heeft God behaagd om ook in onze tijd Zijn kerk in stand te houden. Er zijn nog wekelijks de duizenden en tienduizenden die zich onder de prediking van het Woord begeven, die zich mogen laven aan de bron. Wanneer we bedenken hoevelen er wekelijks onder de verkondiging van het Woord komen, dan moet de eerste conclusie zijn dat het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest doorgaat. Honderd jaar geleden was er nog niemand van de gemeenteleden van nu. Nu zijn ze er, in groten getale zelfs, dankzij het blijvende kerkvergaderende werk van de Heilige Geest, die ook in ónze tijd een gemeente samenroept. De gemeente van nu is een schepping van de Geest. Dat mogen we niet kleineren.

Heroriëntering

We zien bovendien momenteel op allerlei plaatsen en in allerlei streken een bewuste heroriëntering op de prediking, die is naar Schrift en Belijdenis. Dat zijn dingen die meestal de krant niet halen, maar die er toch onmiskenbaar zijn. Ik realiseer me daarbij zeer wel dat er ook een enorme afkalving aan de gang is. We kunnen wat onze kerk betreft zelfs zeggen dat we staan voor het bankroet van de midden-orthodoxie, die met een verschraalde prediking de ontvolking van de gemeente op verschillende plaatsen mede heeft bevorderd. Maar er is intussen toch ook een verlevendiging van de belangstelling voor de gereformeerde prediking waar te nemen. In allerlei gemeenten is er een tendens waar te nemen om predikanten te beroepen uit onze kring. Dat geldt met name het noorden van ons land. Daarmee wil ik niet zeggen dat we erop uit zijn om de invloed van de Bond in de kerk te vergroten. Maar het stemt wel tot dankbaarheid als we bemerken, dat er in de breedte van onze kerk voor de gereformeerde religie een klankbodem is en de vraag naar de gereformeerde prediking toeneemt. Ds. Boer schreef terecht in het boekje: De Gereformeerde Gezindte nu en in de toekomst, dat de bedding van het gereformeerd belijden in onze kerk altijd nog weer breder is dan we vaak vermoeden, en dat de verborgen kracht van de gereformeerde religie groot is.

Na het Getuigenis

Intussen kunnen we er niet omheen, als we over de huidige kerkelijke situatie spreken, toch enkele punten te noemen die de aandacht vragen en moeten vragen. Allereerst de ontwikkeling na het Getuigenis. Het kan niet ontkend worden dat met het Getuigenis het kerkvolk in onze kerk maar ook daarbuiten op een indrukwekkende wijze in beweging is gekomen. Duizenden hebben gevoeld waarom het gaat in onze tijd, namelijk dat het genadekarakter van het heil in het geding is. Dat genadekarakter van het heil is in het geding ten aanzien van de verzoening en ten aanzien van de rechtvaardiging. De messiaanse theologie van onze tijd betrekt de verzoening zodanig op het menselijk handelen, dat het genadekarakter er vaak uit is. De mens wordt medebewerker van het heil. Zijn daden en activiteiten bewerken het heil hier en nu in navolging van de Messias die in de verzoening tussen mensen, volkeren en rassen vooropging. Het kruis, zo zei pas iemand, is een werktuig om mee bezig te zijn in deze wereld, verzoenend en heilbrengend voor de volkeren. Alle aandacht valt in onze tijd op het verzoenend handelen van ons mensen. Op deze wijze echter worden de gevolgen van de verzoening voor de verzoening zelf aangezien. Datzelfde geldt voor de rechtvaardiging. Rechtvaardiging is dan niet meer de daad Gods tot vrijspraak van schuld, tot vergeving van zonden — de diepe ontdekking van de Reformatie — maar najagen van gerechtigheid, in de aardse verbanden. En ook hier weer is het zo dat de gevolgen van de rechtvaardiging voor de rechtvaardiging zelf worden aangezien. Toen het Getuigenis juist ten aanzien van deze dogmata van de kerk het genade-karakter van het heil onderstreepte is dit binnen de kerk op indrukwekkende wijze verstaan. Wanneer genade geen genade meer is komt de gemeente onder het juk van een menselijke wet, in onze tijd met name onder het juk van het politiek messianisme, dat het heil uitsluitend vertaalt in binnenwereldse termen. Dat hebben duizenden begrepen.

Systematisch verzet

Wat we echter momenteel ook zien is een vernieuwde activiteit om datgene wat door het Getuigenis werd losgemaakt in te dammen, te ontkrachten en tegen te staan. Dan bedoel ik in dit verband niet de pers-hetze, die direct na de verschijning van het Getuigenis loskwam. Die pers-hetze is weer verleden tijd. Maar wel wijs ik erop, dat thans op systematische wijze in allerlei geschriften stelling genomen wordt tegen de theologie achter het Getuigenis, zoals dat dan wordt genoemd. Dr. Buskes heeft dat wel zeer uitgebreid gedaan in een lijvig boek Het humanisme van God. Het wil een soort tussenpositie kiezen tussen het Getuigenis en de stromingen die in het Getuigenis worden afgewezen. In werkelijkheid is het boek één doorlopend gevecht met het Getuigenis met erg veel begrip voor de messiaanse theologie, ook al heeft Buskes óók ten aanzien van déze theologie zijn reserves. Buskes zelf mag dan geen uitgesproken aanhanger van deze theologie zijn, zijn verzet tegen het Getuigenis is zo sterk dat hij nauwelijks nog verweer over houdt tegen de Messiaanse theologie.

Evenals de gereformeerde theoloog Wiersinga rekent ook Buskes af met wat hij noemt 'de onbijbelse scholastiek van de zondagen A—6, de vragen 9—17, waarin de straffende gerechtigheid van God wordt beleden. God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede. Niet dat de plaatsvervanging als zodanig door hem wordt ontkend maar bij Buskes tref je lijnen aan, die ds. Boer in zijn boekje De prediking der verzoening noopte tot de opmerking: 'Let erop dat Calvijn de toorn niet door de liefde laat omspoelen maar dat hij zegt: het begin van de liefde is rechtvaardigheid'. Hij vraagt zich dan verder af of hier niet de oorzaak van de grote vervlakking ligt, die de prediking, die door Barth werd geïnspireerd, heeft gebracht, namelijk dat Gods toorn als het ware geheel omspoeld wordt door Gods liefde en de spanningsvolle betrokkenheid op Gods toorn èn liefde dan niet wordt opgelost door het intreden van de Middelaar'.

Niet alleen dr. Buskes kwam in het geweer tegen de theologie van het Getuigenis. Prof. Verkuyl schreef een felle bijdrage in het boekje 'Wat vindt u van het Getuigenis' die er al evenmin om loog. Geen enkel begrip voor het Getuigenis, wel voor het politiek messianisme. In het slot van zijn bijdrage schreef hij, dat we behoefte hebben aan mensen 'die de bazuin blazen en het volk Gods weer bijeen vergaderen en die ons aanmoedigen om hier en nu midden in de wildernis en chaos van feiten en situaties wegen te kappen in de richting van het gekomen en komende Messiaanse Rijk'.

Verder zou ik nog kunnen wijzen op het artikel van dr. C, P. van Andel in het diaconale orgaan van Amsterdam, DIT, over de diaconale roeping in onze tijd. Met bewoordingen, die soms letterlijk uit het Getuigenis zijn geput wordt een theologie bepleit, die in het Getuigenis werd afgewezen waarbij het neo-marxisme in feite onomwonden werd verdedigd. Verder gaven de zogenaamde kritische gemeenten, dat wil zeggen die gemeenten buiten de bestaande kerkverbanden, die de maatschappijcritici een interkerkelijk onderdak verschaffen, een soort tegengetuigenis voor met name de jongeren. Ter toelichting werd gezegd dat, als men tenminste de situatie goed beoordeelde, het Getuigenis in de jongerenwereld een te verwaarlozen rol heeft gespeeld. Laat ik dan tussen haakjes mogen zeggen dat men slecht is geïnformeerd gezien het feit dat onder de tienduizenden reacties er ook vele waren van jongeren. Dat zal wel blijken uit het boek dat binnenkort verschijnt bij de uitgever Kok van de opstellers: Het Getuigenis, motief en effect. Maar genoeg hierover.

Wat deed de kerk niet het Getuigenis?

Wat vooral onze aandacht moet hebben is wat onze kerk in haar ambtelijke vergaderingen tot nu toe met het Getuigenis heeft gedaan. Tot hu toe wist de synode, na alle kritiek die er op het Getuigenis is geweest, zelf niet met een beter stuk te komen. Met erkentelijkheid werd door de synode van het Getuigenis kennisgenomen en men beloofde een boodschap van bemoediging, waarin ook de kritiek op het Getuigenis was verwerkt. Het werd een samenvoeging van ijzer en leem, bij de samenstelling van de commissie al. En de boodschap die uit de commissie kwam haalde het niet, tot tweemaal toe niet. Integendeel, het bracht een stuk polarisatie tijdens de besprekingen op de synode. Professor Berkhof moge dan een verlossend woord hebben gesproken, door te zeggen dat de synode niet over het stuk stemmen moest, omdat een minderheid ter synode niet mocht doorgaan onder het juk van de verdrukkende verdraagzaamheid van de midden-orthodoxie, het resultaat is geweest dat de synode de schuld liet openstaan. De synode was toch na alle deining rondom het Getuigenis (warempel) wel verplicht om te spreken. Het ging bepaald niet om zaken aan de rand van het kerk-zijn, maar om zaken waarmee de kerk staat of valt. Om de vraag of genade nog genade is. Me dunkt dat het tijd wordt dat de kerk tegen de doorwerking van een tegen het neo-marxisme aanleunende theologie en prediking eens duidelijk stelling neemt. Het sola fide, sola gratia, sola scriptura van de Reformatie is in onze tijd in het geding. Tegenover alleen het geloof, alleen het Woord en alleen de genade, staat in onze tijd het alleen door onze activiteiten. Zou onze kerk in deze niet eens onomwonden en onbevangen moeten spreken ? Daarom hebben de duizenden die 'ja' zeiden tegen het Getuigenis gevraagd. En de synode heeft hier iets beloofd dat tot nu toe niet is waargemaakt. We mogen onze kerk aan haar roeping herinneren om reformatorische kerk te zijn en het driemaal alleen van de Reformatie in onze tijd duidelijk te belijden. Tot nu toe kwam men niet verder dan een praatstuk dat de gemeente koud maakt noch heet. Nu heeft men de opstellers van het Getuigenis in alle toonaarden verweten dat men niet de kerkelijke weg bewandeld heeft. Men had het stuk eerst de kerkelijke vergaderingen moeten laten passeren. Zou het dan echter niet de weg van alle rapporten zijn gegaan, bijbeschaafd, herzien en aangevuld tot de kracht eruit is en het niemand meer wat doet? Maar bovendien, de synode heeft laten zien dat ze niet meer bij machte is om een eigen geluid te laten horen, gezien de tegenstellingen die er zijn. Zijn we dan niet in een situatie gekomen dat de groepen moeten gaan doen wat de kerk in haar geheel niet meer kan doen? Dr. Aalders heeft gezegd dat de opstellers van het Getuigenis, toen ze het Getuigenis buiten de ambtelijke vergaderingen om de kerk inzonden, gebruik gemaakt hebben van een soort zelotenrecht. Ik wil dat onderstrepen, zonder dit uiteraard te idealiseren. Het zou ons een lief ding waard zijn wanneer geen open brieven en getuigenissen nodig waren. Ze wijzen erop dat er zich in het geheel van de theologie en de prediking gevaarlijke verschuivingen aan het voltrekken zijn, waartegen stelling genomen moet worden. Wanneer de kerk dan niet spreekt in haar ambtelijke vergaderingen vanuit de confessie van de kerk, dan moeten groepen binnen de kerk het doen en daarbij de kerk zelf ertoe oproepen om ook vanuit de ambtelijke vergaderingen, belijdend te spreken. De opstellers van het Getuigenis hebben gesproken omdat de nood hun opgelegd was. En nu de kerk in haar ambtelijke vergaderingen in gebreke gebleven is om op eigen, zelfstandige wijze te spreken inzake de theologie, die God vermenselijkt en het evangelie verwereldlijkt, nu blijft er voor de opstellers de noodzaak om door te gaan op de weg die ze insloegen. Daarom is na het overlijden van prof. Van Niftrik de kring van de opstellers aangevuld. Dr. G. de Ru, de oud-praeses van de synode, nam de opengevallen plaats in. De bezinning op wat verder gebeuren moet gaat derhalve voort. De messiaanse theologie mag niet onweersproken blijven, waarbij we ervoor hebben te zorgen dat we niet in de verontrusting blijven steken, maar dat de geloofsschat van de kerk wordt uitgezegd. Ik herhaal, dat het geen gezonde situatie is, als groepen gemeenteleden gaan spreken terwijl de kerk zwijgt. Maar ligt hier ten diepste ook niet de bestaansreden van onze Bond? Een Bond in de kerk, dat kan eigenlijk niet. Maar een kerk die aan haar belijden ontrouw is kan nog veel minder.


* Referaat gehouden op de jaarvergadering van de Geref. Bond op woensdag 16 mei te Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De huidige kerkelijke situatie* 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's