De huidige kerkelijke situatie 2
Herindeling van de classes.
In leidinggevende kringen van onze kerk wordt beseft dat op de wijze, waarop het nu gaat, het onmogelijk wordt om nog als kerk te spreken. De classicale vergaderingen komen nauwelijks met initiatieven of voorstellen, omdat de classes innerlijk verdeeld zijn.
Ook daarom al overweegt men een herindeling van de classicale vergaderingen. Nu wordt ook wel gepleit voor een zodanige herindeling dat de classes meer uniform zullen zijn, met niet meer zulke sterke modale tegenstellingen. Me dunkt, dat we het elkaar op deze manier echter te gemakkelijk maken. Als er een herindeling komt, laat het dan zo zijn dat het beeld van de kerk weerspiegeld wordt in de ambtelijke vergaderingen, zodat deze een getrouwe representatie van de kerkgaande gemeente vormen. Maar we moeten de zaak niet bij voorbaat opdelen in classes naar modaliteiten. We hebben elkaar in de kerk aan te spreken op de confessie, waaraan ieder gebonden is. Een classis moet een regio vertegenwoordigen. Maar laten we van de nood geen deugd maken en de hotelkerk in feite sanctioneren. Liever de spanning van het met elkaar in gesprek zijn, maar dan voor het forum van de belijdenis, dan het spanningsloze van het los van elkaar leven als kerkjes binnen de kerk.
Een historische gebeurtenis
In dit verband kom ik op het tweede dat ik hier wil zeggen. Binnenkort vindt een historische gebeurtenis plaats, als namelijk de hervormde en de gereformeerde synode in gezamenlijke vergadering bijeenkomen. Dit ligt in het verlengde van de vérgaande samenwerking, die er in diverse gemeenten op gang kwam tussen hervormden en gereformeerden. Dominees verrichten bepaalde taken samen. Er is sprake van kanselruil. Soms kwam er een volledige integratie van al het gemeentewerk. Het rapport Samen op Weg uit de kring van de jongeren vroeg om spoedige eenheid van beide kerken. En nu komt dan deze gezamenlijke synodevergadering. Wat hiervan te zeggen? Professor Graafland zei tijdens een vergadering van de alternatieve predikantenvereniging in de Gereformeerde Kerken, waar hij refereerde over 'De actualiteit van het gereformeerd belijden', dat de Gereformeerde Bond dit samengaan zal afwijzen omdat een samengaan van beide kerken helaas niet zal betekenen een versterking van de gereformeerde belijdenis. Het zal alleen de huidige gang van zaken in de Ned. Hervormde Kerk bevestigen en radicaliseren'.
Inderdaad kunnen we ons niet verheugen over een eenwording van beide kerken zoals deze nu zijn. Ten tijde van de Doleantie betekende de uittreding van de Gereformeerden uit de Hervormde Kerk een enorme verarming. We vrezen dat een terugkeer nu geen verrijking zal zijn. We zouden ons als hervormden van harte moeten kunnen verheugen over een eenwording van twee reformatorische kerken, maar we zouden dan wel graag willen dat de gereformeerden de bagage, die ze in 1886 meenamen, weer mee terugbrachten. Te vrezen is dat dat niet het 254 geval zal zijn en dat het samengaan van beide kerken meer te vergelijken is met een fusie van bedrijven in een tijd van laagconjunctuur dan dat het voortkomt uit een elkaar vinden op basis van dezelfde belijdenis. Het uiteengaan vond in de vorige eeuw plaats vanwege het geding inzake de confessie. Hereniging zal niet anders kunnen gebeuren dan op het punt waar we uiteengingen.
Ook in de Gereformeerde Kerken is het belijden in de crisis. Prof. Nauta schreef in het Centraal Weekblad: 'Wij bevinden ons met onze kerken op een keerpunt. Er kan geen twijfel over bestaan dat zij niet meer hetzelfde beeld vertonen als in het begin van deze eeuw. Er heeft zich in allerlei opzichten een enorme verandering voltrokken, een verandering die zich nog almaar doorzet'. Duidelijk komt de zorg van professor Nauta naar voren over de ontwikkeling binnen zijn kerk, waarin de binding aan de belijdenis meer en meer vervangen gaat worden door het compromis, het naast elkaar laten bestaan van tegengestelde stromingen. Hij zegt daarover echter: 'Wie belijdenis zegt kan geen compromis ten aanzien van haar aanvaarden. Aan de belijdenis is altijd een onverdragelijk karakter eigen. En daarvoor zullen wij niet uit de weg mogen gaan, hoe aanlokkelijk de voorstellingen ook zijn van hen die menen de voorkeur te moeten geven aan het compromis'. Deze woorden van prof. Nauta zegt niet ieder hem meer na in de Gereformeerde Kerken, om het maar zwak te zeggen. Vandaar onze zorg dat samensmelting van de Hervormde en de Gereformeerde Kerken geen winst zal zijn als het gaat om het functioneren van de belijdenis.
De Schrift in het geding
Wij waren als hervormden in de vooroorlogse jaren en ook nog wel in de jaren daarna theologisch vaak aangewezen op wat ons vanuit de Gereformeerde Kerken werd aangereikt. We moeten nu helaas constateren dat het modernisme van de vorige eeuw in vernieuwd gewaad ook binnen die kerken terugkeert, waarbij in feite het gezag van de Heilige Schrift in het geding is. Gereformeerden van nu ontlenen nu vaak hiin theologie aan oud of nieuw modernisme. Ik signaleerde al de theologie van dr. Wiersinga inzake de verzoening. Dr. De Ru noemde deze theologie de oude vrijzinnige dwaling van de vorige eeuw, waarin de verzoening door voldoening wordt afgewezen.
Hoezeer het Schriftgezag in het geding is werd duidelijk in een artikel van prof. Kuitert in Trouw van 12 mei 11. Hij besprak de dissertatie van dr. Stern over de macht over mensen. Hij kritiseerde daarin vrij scherp Sterns exegese van Romeinen 13, inzake de overheid als dienaresse van God. Kuitert stelde dat een theoloog de regels van de exegese in acht moet houden. Je kan tenslotte de tekst niet het tegendeel laten zeggen van wat er staat en van wat Paulus bedoelde. In dat verband zei Kuitert toen: 'Ik vind het veel verkieslijker om in gevallen, waarin wij het niet met Paulus eens zijn, daarvoor rondweg uit te komen. Waarom zouden we het altijd met hem eens zijn? '
Hier komt dunkt me de ware aap uit de theologische mouw. Je houdt je theologi sche eruditie hoog door wetenschappelijk correct na te gaan wat Paulus bedoelde. Maar je zegt op een bepaald moment: 'ik ben het niet met Paulus eens'. Even verder in het artikel zegt Kuitert hetzelfde inzake Calvijn. Je moet Calvijn wel recht doen maar behoeft het niet altijd met hem eens te zijn. Nu mag dat voor Calvijn nog gelden — Calvijn was ook een mens — maar wie datzelfde zegt ten aanzien van Paulus raakt in feite de inspiratie van de Schrift. In Kuiterts redenering komen per uiterste consequentie Paulus, Calvijn en Kuitert op één lijn te staan.
Ik noemde summier dit voorbeeld om te illustreren, dat we vanuit de Gereformeerde Kerken geen onverdeeld gereformeerde inbreng te verwachten hebben wanneer deze kerken samensmelten. Dr. C. P. van Andel stelde in Woord en Dienst, dat tot voor vijftien jaren wel eens gecombineerde kerkeraadsvergaderingen plaatsvonden, waar het dan meestal ging over b.v. de positie van de vrijzinnigen in de Ned. Hervormde Kerk, onderwerpen zegt hij die weinig perspectief boden voor een werkelijke ontmoeting. Dat is nu over. Er is beweging gekomen op het grondvlak. 'Hier en daar zou men zelfs van een aardverschuiving kunnen spreken'. Welnu, ik meen dat die aardverschuiving er vooral is gekomen in theologisch opzicht en dan ook in de prediking en dat de vrijzinnigbeid, die men vroeger in de Hervormde Kerk bestreed, thans in eigen kring in niet geringe mate voorkomt.
Daarom nogmaals, we zijn niet blij met een spoedige hereniging van deze kerken op basis van een gemis aan belijden. Dan helen we de breuk op het lichtst. We staan als Hervormde en Gereformeerde Kerken in de branding, waarbij het fen diepste gaat om wat Luther zei: 'Het woord dat zult ge laten staan'. Laten we daarop elkaar aanspreken en ons niet wagen aan lijmwerk, waarbij de lijm is het gezamenlijk staan voor de uitdagingen in de wereld, zoals dat vaak wordt uitgedrukt. Alleen de overeenstemming in confessie kan de basis zijn waarop we herenigen. Iemand noemde als het kenmerk van het gerefonneerde: het diepe besef van Gods heiligheid, de verborgen omgang met God en het besef dat er genade nodig is om genade aan te nemen. Zou dat de bagage zijn die de gereformeerden van nu mee terugbrengen in een hereniging van beide kerken? We vrezen van niet, al weten we heus wel dat ook in de Gereformeerde Kerken, evenals in de Hervormde Kerk, niet alles over één kam te scheren is. En al weten we ook wel dat we onze kerk en onszelf de vraag te stellen hebben of bij ons deze grondtrekken van het gereformeerd-zijn voluit functioneren. We hebben ten aanzien van het samengaan van de Hervormde en Gereformeerde Kerken onze duidelijke zorgen gezien de verdunning van het gereformeerd karakter, dat er het gevolg van zal zijn.
Opdracht
Intussen staan we als gereformeerde belijders zelf voor de opdracht om de doordenking van de gereformeerde religie gestalte te geven ook in theologisch opzicht. Te hopen is dat onder ons doctores mogen komen, die aan de universiteiten de openvallende plaatsen kunnen innemen, zodat onze kerk en de kerken naast de onze gediend kunnen worden vanuit het gereformeerd belijden. Want in dit opzicht is de situatie ook niet zo rooskleurig. Hopelijk vinden we door de genade van de Heilige
Geest de kracht om in deze tijd vanuit het Woord richtingwijzend bezig te zijn inzake de vragen die zich in onze tijd voordoen, zodat de kerk kerk mag blijven naar het Woord.
En dan bidden we om de Heihge Geest, die dorre beenderen tot elkaar en tot leven brengt. Als we hopen op een hereniging van de kerken, dan in de weg van een waarachtige wederkeer tot het Woord van God en daarin tot de God van het Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's