Over Adam en Christus (slot)
Christus méér dan Adam
De pericoop Rom. 5 : 12—21 is niet alleen een rijk maar ook een heerlijk Schriftgedeelte. De schets die Paulus hier geeft van de Adam—Christusverhouding bevat evangelieverkondiging. Tegen de achtergrond van de adamfiguur en van hetgeen er in het paradijs is geschied (waarvan Paulus het vreselijke ons als het ware doet voelen) schittert heerlijk de rijkdom der genade Gods in Jezus Christus. In alles is Christus het contra-beeld en de meerdere geweest van Adam. Adam is een beeld, een type van Hem geweest. Hijzelf overtreft verre dit beeld. Op minstens 5 punten is dat in deze pericoop aan te tonen, stuk voor stuk willen wij ze aan de orde stellen.
De genade is overvloedig
In vers 15 lezen wij: Het is met de genade niet als met de misdaad. Bij misdaad moet hier gedacht worden aan Adams val. Tussen zonde en genade is dus ongelijkheid. Adams zonde wordt al de zijnen toegerekend, Christus' gerechtigheid wordt eveneens al de zijnen toegerekend, dit is een parallelle verhouding, maar zij blijkt toch niet in alle delen op te gaan. In het betonen van Zijn genade gaat God op een andere wijze te werk dan wanneer Hij straft de zonde van Adam. Er is in dit tweeërlei werk Gods niet alleen gelijkheid maar ook ongelijkheid.
Reeds Calvijn heeft erop gewezen dat Paulus heeft nagelaten aan deze gedachte hier in dit Schriftgedeelte zelf een nadere uitwerking te geven. Intussen behoeft dat echter niet te betekenen dat wij ermee in de mist verkeren, want wat Paulus verderop zegt over de genade is voldoende om op het spoor te komen wat hij heeft bedoeld. Van de genade zegt hij daar dat zij overvloedig is. 'Zo is veel meer de genade Gods én de gave door de genade, die daar is van één mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen' (vers 15b).
Wij menen Paulus' gedachtengang als volgt te mogen reconstrueren. Adam heeft van God een gebod ontvangen, waaraan hij diende gehoorzaam te zijn. Indien hij dit gebod zou overtreden zou hij sterven. Op overtreding stond dus de straf des doods. Adam wist dit al vóór het zover kwam, hij kende deze bedreiging vanaf het moment dat God hem Zijn gebod gaf. Hij wist waar hij aan toe was. Na zijn val is de straf aan hem voltrokken, hij kreeg de dood als straf. Het was een zeer zware straf maar toch ook een volkomen billijke straf. Hij kreeg niets minder maar ook niets meer dan hem voorzegd was. De straf was niet zwaarder dan verdiend was. Geen mens zal ooit kunnen zeggen dat de straf die Adam kreeg (de dood) niet in proportie gestaan heeft tot de misdaad die hij begaan heeft; integendeel! Een lichtere straf heeft God niet kunnen en niet willen geven en behoefde Hij ook niet te geven, want al voor de val had Hij met de dood gedreigd.
Stellen wij hier nu eens tegenover de genade welke door God om Christus' wil aan zondaren bewezen wordt. Met die genade is het heel anders dan met de misdaad. Hier is geen sprake van recht, billijkheid en verdienste. De straf op de misdaad die Adam bedreven heeft staat in proportie tot de grootte van het kwaad waaraan hij zich schuldig maakte, Gods genade daarentegen staat in geen enkele proportie tot hetgeen in de mens gevonden wordt. Te allen tijde en in alle gevallen en aan wie zij ook ooit bewezen wordt is de genade zonder meer overvloedig! Elke verhouding als er is tussen misdaad en straf is hier ten enenmale doorbroken. Er is immers bij geen enkel mens ooit sprake van enige verdienste. Zo behoort dan het overvloedige tot het wezen van de genade. Naar haar aard is zij en kan zij ook niet anders zijn dan overvloedig. Hoe hoog verheft Paulus hier de genade! Wij moeten hier wel op letten. Temeer omdat op grond van ditzelfde Schriftgedeelte tevoren door ons zo sterk naar voren is gebracht de gelijkheid die er is tussen Adam en Christus. Die gelijkheid is niet het een en het al, het is er ver vandaan. Ook Calvijn heeft daar nadrukkelijk op gewezen. De vergelijking die Paulus heeft gemaakt, zegt hij, tussen Adam en Christus, wordt wanneer hij de genade overvloedig noemt gematigd. Op de weegschaal gelegd is het niet zó dat zonde en genade tegen elkaar opwegen, de genade weegt bij God heel wat zwaarder. De genade is meer en groter dan het oordeel. Het is God niet gelijk. of Hij straft of genade bewijst, of Hij laat verloren gaan of redt. In het bewijzen van zijn genade en in het redden van verlorenen is Hij groter en heerlijker dan in het betonen van rechtvaardigheid en het laten verloren gaan van zondaren. Hij heeft geen lust in de dood van zondaren. Genade bewijzen is Zijn eer. Tegenover de val van Adam staat het overvloedige der genade.
Genade voor velen
Het tweede waarin Christus Adam overtreft is dat Zijn genade een genade voor vélen is. Tot tweemaal toe komt in vers 15 het woordje velen voor, de eerste keer staat het in verband met Adam, de tweede keer in verband met Christus. Weer gaat het Paulus erom een tegenstelling te maken waarbij Christus en Zijn genade voordelig aan het licht komen. Wat Adam betreft, zijn misdaad is er de oorzaak van dat vélen gestorven zijn. Onder het woordje velen moeten hier verstaan worden alle mensen, immers geen adamskind redt zijn ziel van het graf. Evenwel, tegenover deze velen staan anderen en ook dat zijn er velen. Voor vélen is de genade die God in Christus bewijst overvloedig. Adam heeft zijn velen, maar Christus heeft ook Zijn velen. De velen van Adam erven van hem de dood, de velen van Christus erven van Hem het leven.
Nu lijkt op het eerste gezicht kwantitatief geoordeeld het voordeel toch nog te liggen bij Adam. Immers er zijn er meer die door Adam sterven dan er door Christus zullen leven. De velen van Adam zijn meer in getal dan de velen van Christus.
Wat van Adams val wèl gezegd kan worden, nl. dat zij de dood over allen gebracht heeft kan niet gezegd worden van Christus' gerechtigheid want die is niet het deel van allen. Maar men vergisse zich niet. De velen van Christus mogen minder in getal zijn dan de velen van Adam, zij wegen toch wel op tegen de velen van Adam. Als reeds de redding van één enkele zondaar een groot wonder is hoeveel temeer dan de redding van vele zondaren! Wat Paulus hier zegt over de velen van Christus zal men moeten verstaan tegen de achtergrond van hetgeen hij al enkele hoofdstukken eerder in dezelfde Brief aan de Romeinen geleerd heeft aangaande een totale verlorenheid van het ganse menselijke geslacht. Alle mensen liggen in Adam verloren en derven Gods heerlijkheid. Al had Christus er maar enkelen gered dan nog stak hetgeen Hij gedaan heeft sterk af tegen hetgeen Adam gedaan heeft. Doch het zijn er niet enkelen die Hij behoudt. Hij behoudt er velen. Hoe groot en overvloedig is dan ook de genade! Wat hoog rijst Christus uit boven Adam!
Vergeving van vele misdaden
Het derde waarin een vergelijking tussen Adam en Christus in Paulus' betoog ten voordele van Christus uitvalt is dat het vele misdaden zijn die door Hem vergeven worden. 'De schuld is wel uit één misdaad tot verdoemenis, maar de genadegift is uit vele misdaden tot rechtvaardigmaking' (vs. 16b). Schuld en genade worden hier tegenover eikaar gesteld, de schuld gaat terug op één misdaad (Adams val) maar de genade strekt zich uit over véle misdaden. Met andere woorden: de genade is veel ruimer. In het geval van Adam èn in het geval van Christus is er een toerekening, maar de toerekening van Christus' gerechtigheid omvat heel wat meer dan de toerekening van Adams zonde. Er is geen zonde die niet door de toerekening van de gerechtigheid van de Heere Jezus Christus kan worden bedekt. Wéér kan worden gezegd: Christus is meer dan Adam!
Christus geeft leven
Adam bracht de dood, zegt Paulus (vs. 17), Christus bracht het leven, en dat is dan het vierde verschil. Wie zou de dood gelijk durven stellen aan het leven, immers niemand. Dan kan ook niemand ontkennen dat Christus groter is dan Adam, dat Zijn genade de zonde ver overtreft. Wanneer Luther sprak over oordeel en genade maakte hij meer dan eens onderscheid tussen Gods linkerhand en zijn rechterhand. Het is lang niet hetzelfde of God wat doet met Zijn rechterhand dan wel met Zijn linkerhand. Van Hem komt het oordeel evengoed als het heil, maar beide komen bij Hem uit twee verschillende handen, waarbij de rechterhand meer is dan de linkerhand.
Door Christus heersen de gelovigen
Er is nog een vijfde punt van vergelijking, waarbij het voordeel uitvalt naar de kant van! Christus. Er is, zegt Paulus (vs. 17) een heerschappij der gelovigen door Hem, welke in tegenstelling staat tot de heerschappij van de zonde, die teruggaat op Adams val. De heerschappij der zonde is een ware slavernij, daarover zal Paulus in het volgende hoofdstuk nog genoeg te zeggen hebben. Degenen die van Christus zijn leven in de vrijheid. Zelfs zijn bij hen de rollen omgekeerd, in plaats van geregeerd te worden, te weten door de zonde, regeren zijzelf, nl. over de zonde. Zij doen dit door Christus. Terwijl de slavernij der zonde op Adam teruggaat geeft Christus de Zijnen de eer en de kracht om te regeren. Welk een verschil tussen Hem en Adam!
Tot besluit
Wij gaan besluiten. Het was een lang verhaal, maar de zaak is het wel waard. Het moge duidelijk zijn geworden hoeveel afhangt van een rechte waardering zowel van Adam als van Christus. Beide zullen in onderricht, prediking en geloofsbeleving tot hun recht moeten komen.
Uitgangspunt zal moeten zijn dat er volgens de Schrift werkelijk een Adam geweest is, levend in een hof die het paradijs wordt genoemd; dat deze Adam gevallen is en daarmee een schuld op zichzelf en al zijn nakomelingen geladen heeft. Wij zullen gelijk de apostel Paulus een diep besef moeten hebben van wat er in het paradijs met de val van de mens is gebeurd. Niemand zal met een wijde boog om Adam mogen heenlopen.
Maar ook mogen wij gelijk de apostel Paulus weten, dat wij bij Adam niet behoeven en zelfs niet mógen blijven staan. Tegenover Adam staat Christus, tegenover het Paradijs staat het Kruis. De genade is overvloediger dan de misdaad. Christus heeft Adam in alle opzichten overtroffen.
De materie die wij hebben behandeld raakt het geloofsleven op het diepst. Het luistert hierin heel nauw, willen wij niet of ter linkerzijde of ter rechterzijde afwijken van wat God in Zijn Woord heeft geopenbaard. Ons heil staat ermee op het spel. Wie ten aanzien van Adam en Christus dwaalt, dwaalt in meer. Hier zou onder de theologen van vandaag meer besef van moeten zijn. Menigeen zou er dan anders en verantwoordelijker over spreken en schrijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's