De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Alle dingen nieuw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Alle dingen nieuw

15 minuten leestijd

In de gereformeerde kerk te Hilversum werd een viertal gemeente-ontmoetingen georganiseerd, waar personen met uiteenlopende visie aan het woord kwamen. In dat kader spraken de heer D. Coppes, lid van de Tweede Kamer voor de P.P.R., en ondergetekende over het thema 'De nieuwe aarde onderweg', naar aanleiding van de verwachting inzake de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

Hieronder volgt de tekst van mijn referaat, zoals dat ook door de N.C.R.V.-radio werd uitgezonden.

Méégetuigen

We zijn vandaag niet voor het eerst kerk. We staan in de traditie van de kerk van de eeuwen, die teruggaat op het fundament dat gelegd is door apostelen en profeten. Die apostelen en profeten hebben, geïnspireerd door de Geest, de kerk laten weten wat geschied is en geschieden zal. Vanuit hun getuigenis gelooft en belijdt de kerk, gelooft de kerk alles wat in hun getuigenis begrepen is, zegt de klassieke Nederlandse Geloofs Belijdenis, en niet zozeer omdat de kerk dat nu eenmaal altijd heeft geloofd, maar vooral ook omdat de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten dat de Schriften van het Oude en het Nieuwe Testament van God zijn. God getuigde vóór profeten en apostelen getuigden en wij getuigen méé omdat de Geest in ons getuigt. Wat hebben profeten en apostelen getuigd over de nieuwe aarde? Ten aanzien van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde wordt in vele beelden gesproken. Maar één ding springt toch wel duidelijk naar voren. De nieuwe aarde ligt niet in het verlengde van déze aarde. Christus Zelf zei dat déze aarde voorbijgaat. En dat gebeurt op een dag waarvan niemand weet behalve de Vader. De vergelijking wordt getrokken met de dagen van Noach. De mensen aten en dronken, ze trouwden en deden alles wat tot het normale leven behoort, tot de dag waarop Noach in de ark ging. De zondvloed overviel hen. Zo zal het ook zijn, zegt Jezus, in de toekomst van de Zoon des mensen.

Via de breuklijn

En de apostel Petrus spreekt erover dat de dag des Heeren komt als een dief in de nacht. Hij gebruikt de uitdrukking dat de hemel en de aarde met een gedruis voorbijgaan en de elementen van de aarde en de werken die erop zijn met vuur verbrand zullen worden. Het beeld van het vuur, hoe dit ook verstaan moge worden, want de bijbel spreekt onder verschillende beelden, laat weinig ruimte voor de gedachte dat de nieuwe aarde in het verlengde van déze aarde ligt. Het vuur, de loutering, als ook het feit dat gesproken wordt over een situatie waarin mensen er niet op bedacht zijn dat het komt, is de grond geweest voor de kerk van de eeuwen om te geloven dat de nieuwe aarde komt door het gericht heen, via de breuklijn in de geschiedenis, als God komt om al het geschapene, dat aangevreten is door het kwaad, te louteren. De bekende Berner theoloog Walther Lüthi zegt in een boekje De Zeven gesprekken van Maleachi: 'Tot het geheim van het Rijk Gods behoort niet alleen de toekomstigheid maar ook het verrassend plotselinge. Als het Gods tijd is, grijpt Hij plotseling in, als een dief in de nacht, als niemand het verwacht'. Plotseling komt tot Zijn tempel de Heere naar Wien gij ver­ langt, zegt Maleachi. Luther werkt dat uit door te zeggen dat dit in eerste instantie slaat op de éérste komst van Christus maar ook op de twééde komst.

De dag van die komst is intussen een dag waarnaar als het goed is de kerk met groot verlangen uitziet. Het werd ten tijde van de eerste christengemeente, toen Petrus zijn brief schreef, overigens kennelijk al ontkend, dat die dag komen zou. Waar blijft de belofte van Zijn komst? Want alles blijft zoals het geweest is. Maar, zegt Petrus, God vertraagt Zijn belofte niet al zijn er die dit denken, maar Hij is lankmoedig omdat Hij niet wil dat sommigen verloren gaan maar allen tot bekering komen. Daarom mogen wij niet meer doen dan verwachten. En in dat verwachten zit iets van de spanning, van het uitzien naar de vervulling van wat beloofd is. Het is veelzeggend dat op de valreep van het Nieuwe Testament, helemaal aan het eind nog even gezegd wordt: Kom Heere Jezus. Het móet nog een keer gezegd, want de heerlijkheid van de nieuwe aarde is groot. Johannes zegt het in Openbaringen 21 zó, dat hij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zag, waar de tent van God bij de mensen is en waar de tranen van de ogen zijn weggeveegd, waar geen moeite meer is, geen rouw en geen pijn. God heeft alle dingen nieuw gemaakt.

Alle dingen nieuw

Dat brengt me op het tweede. God maakt alle dingen nieuw. Hij schept een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zegt Jesaja. Ook in dat scheppen zit de discontinuïteit. God schept wat er niet was, en aan de dingen die er waren zal niet meer gedacht worden. God staat boven de geschiedenis en brengt haar tot voltooiing. Hij maakt uiteindelijk alle dingen nieuw. Niet wij! Wij kunnen alleen maar verwachten. Wij verwachten naar Zijn belofte de nieuwe hemel en de nieuwe aarde en in dat verwachten zit geduld. Het geduld dat voortkomt uit Gods geduld met deze wereld. Als de mensen vragen waarom de komst van Christus vertraagd wordt dan heeft Petrus maar één antwoord: Gods geduld. God wil namelijk dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de Waarheid in Christus komen, zegt Timotheüs.

Wat intussen niet vertraagd wordt is de belofte van Zijn komst. Daarom kunnen christenen verwachten, met hetzelfde geduld als waarmee God deze wereld tolereert, omdat ze zeker zijn van de belofte. Het is altijd weer het grote gevaar dat ons christenen bedreigt, dat we onder de belofte willen uitlopen en het initiatief aan God gaan ontstelen. Dat we ongeduldig worden. Dat kan dunkt me op twee manieren naar voren komen. In de eerste plaats kan dat op sektarische wijze als we gaan speculeren over het moment van de komst van Christus en we zo als het ware dat, wat alleen bij God bekend is en wat alleen God geeft en maakt, naar ons toe willen halen, en we intussen onze handen laten verslappen en het leven steriel wordt. Het verwachten gaat over in wachten. 'Stil maar wacht maar, alles wordt nieuw'. Maar dan wordt vergeten dat verwachten een zaak van spanning is, van anderzijds onstuimige drang om Gods bedoeling in de tijd die rest waar te maken, namelijk dat mensen komen tot de erkenning van de enige Naam waardoor ze behouden moeten worden. Dat bedoelt Timotheüs óók als hij het in zijn brief heeft over de voorbede voor de overheid met de toevoeging daarbij dat die voorbede nodig is 'opdat we een stil en gerust leven mogen hebben'. Wie hieruit concludeert, dat dat een rustig leventje is vergist zich gezien wat erop volgt. Namelijk wat ik zojuist aanhaalde: dat God wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen.

We kunnen ook op andere wijze het initiatief aan God ontstelen, namelijk door het zo voor te stellen alsof wij mensen wegen moeten kappen door het oerwoud van deze wereld naar het Rijk toe. Dat het al of niet komen van de nieuwe aarde van ons zou afhangen, van ons doen en laten. Met die gedachte heeft God al eerder duidelijk afgerekend. Ten tijde namelijk van de torenbouw van Babel. Tot tweemaal toe lezen we in de geschiedenis daarvan: Kom aan! Kom aan laat ons stenen bakken, kom aan laat ons een toren bouwen, waarvan de top tot in de hemel reikt. En God verstoorde deze activiteit. De mensheid nam de geschiedenis in eigen hand, zegt dr. W. Aalders, en keerde zich af van de belofte die gegeven was, namelijk dat God Zelf zou zorgen voor een nieuw begin. Het Kom aan van de torenbouw staat tegenover het verwachten van de vervulling van de belofte. Het Rijk van God verwezenlijkt zich niet langs de weg van of dankzij onze menselijke activiteiten of door de evoluties en de revoluties in de wereldgeschiedenis. God maakt alle dingen nieuw. Hij Zelf zorgt voor de vervulling van Zijn belofte. Wij hebben niet méér maar ook niet minder dan het geloof! In de Hebreeënbrief lees ik dat zó Abraham door het geloof een inwoner geweest is in het land van de belofte als in een vreemd land en zo in tenten gewoond heeft met Izaak en Jacob, die erfgenamen waren van dezelfde belofte en dat hij verwachtte de stad waarvan God de Bouwheer, de Architect is.

Mogelijk door de Zoon

Intussen is het nieuwe begin, dat God maken zal, mogelijk geworden door de komst van Christus. Hij heeft aan het kruis de machten overwonnen, zegt Paulus, ze te kijk gezet. Hij heeft in principe het Koninkrijk van God ontrukt aan de macht van de rebellen, van de overste van deze wereld, van de Boze. Op een weergaloos mooie wijze wordt dat ook beschreven in 1 Cor. 15 waar over de opstanding van de doden gesproken wordt, die mogelijk is geworden door de opstanding van Christus. Christus zal uiteindelijk bij de definitieve ontknoping van de wereldgeschiedenis het koninkrijk aan Zijn Vader overgeven. Dan blijkt ten volle dat Hij de Heere is, de Kurios die de machten overwon, die de vijanden van het Godsrijk aan Zijn voeten heeft liggen. Daarom kan Hij het Rijk aan de Vader overgeven omdat Hij al overwonnen hééft. Daarom kan de nieuwe aarde er komen. Daarom hebben christenen verwachting van het Rijk dat komt. Omdat de strijd al beslist is. Als u mij vraagt of ik het begrijp, dan zeg ik nee. Ik kan alleen maar nazeggen wat de apostelen voorzeggen, meegeloven wat zij geloofden, dwars tegen alle schijn van wat zichtbaar en tastbaar is in.

Nu leert de bijbel verder ook duidelijk dat niet allen de nieuwe aarde bewonen zullen. De erfgenamen van het Koninkrijk zijn zij die God liefhebben, zegt Jacobus. Het geloof is hier van allesbeslissende be­tekenis. De verwachting van de komende stad, van de nieuwe aarde, is er alleen door het geloof. Door het geloof was Abraham erfgenaam. Hij woonde in tenten. Zijn pinnen kon hij niet al te vast in de aarde slaan. Zo zijn christenen mensen op doorreis, ergens vreemdelingen en bijwoners, die weten dat de erfenis nog komt. . Als we alleen maar hoop op Christus heb­ben voor dit leven, zegt 1 Cor. 15, dan zijn we de ellendigste van alle mensen. Christenen zijn mensen die 'wedergeboren zijn tot een levende hoop'. Die hoop reikt verder dan het bestaan van elke dag, dan deze wereld alleen. Die hoop gaat ook over de grens van deze bedeling en be­treft de nieuwe aarde. Ik meen dat zo ook over de psalmen in het Oude Testament déze glans van de hoop ligt. Als bijvoorbeeld in psalm 25 gesproken wordt over de man die de Heere vreest (psalm 25) I en wiens nakroost de aarde beërven zal, dan zit daarin ook al de verwachting, die heenreikt over de grens van deze tijd. Dan is dat ook de verwachting die in het Nieuwe Testament ligt van de nieuwe aarde die komt.

De keerzijde

De keerzijde van dit alles is dat de ongelovigen dit Koninkrijk van God niet beerven zullen. Dat is de huiveringwekkende mogelijkheid die de bijbel ons ook op vele bladzijden tekent. Het wordt in aller­lei bewoordingen gezegd. De onheiligen, de onrechtvaardigen, de afgodendienaars zullen buitengesloten worden. In 1 Corinthe 6 lezen we dat zeer indringend terwijl het dan uitloopt op de belijdenis dat de gemeente van Christus wèl het Koninkrijk beërven zal, omdat ze afgewassen is, geheiligd, gerechtvaardigd door de Naam van de Heere Jezus Christus en door de Geest van onze God. Paulus zegt op weer een andere wijze, dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet binnengaan. Met andere woorden, ons leven zoals dat van huis uit is past niet bij het Koninkrijk. Het gaat om vernieuwing door de Geest van God. De Heilige Geest geeft ons hoop op het Rijk dat komt, en dat we zullen mogen ontvangen als een gave van God. Ik zeg heel bewust: op gevaar af misverstaan te worden: we behoeven er zelf niets meer aan te doen. Alles is gedaan. En als wij er komen is het pure genade.

Tekenen

Dit alles wil evenwel niet zeggen dat er nu voor christenen ook niets meer te doen zou zijn. Er dienen tekenen te worden opgericht van het Rijk dat komt. Signalen moeten worden gegeven die heenwijzen naar het Rijk van God. Een van de machtigste, hoewel voor het oog een van de meest onaanzienlijke tekenen, is daarbij de prediking. Met de prediking van het evangelie van de Gekruiste en de Opgestane geeft de gemeente van Christus een machtig teken, een machtig signaal, in deze wereld. Het is één van de meest merkwaardige dingen van het Nieuwe Testament, dat Paulus ergens in één adem de prediking noemt met de komst van Christus in de wereld en Zijn hemelvaart. Het geheimenis is groot, zegt hij: God is geopenbaard in het vlees, gerechtvaardigd door de Geest, gepredikt onder de heidenen, geloofd in de wereld en opgenomen in heerlijkheid. De prediking is presentie van Christus door Woord en Geest. Daarom is de prediking onvervangbaar. Daarom blijft de zending de primaire roeping van de kerk omdat daardoor de toegang tot het Rijk van God geopend wordt. Omdat daarin de Heilige Geest aan mensen hoop geeft, die perspectief geeft tot op de nieuwe aarde. Neem de prediking uit de wereld weg enhet teken van het komende Rijk is weg. Meer dan de prediking heeft de kerk eigenlijk niet te bieden. Geen macht en geen geweld, maar slechts getuigenis. Daarom is de kerk in de wereld uiterst kwetsbaar en weerloos. En toch, méér dan het Woord heeft ze niet. Maar de preiking is intussen ten diepste prediking van de gerechtigheid, die op de nieuwe aarde woont, die daar een thuis heeft. Deze gerechtigheid is in het getuigenis  van apostelen en profeten allereerst een gerechtigheid die geloofd moet worden, niet allereerst een gerechtigheid die geaan moet worden. Christus heeft de ge-rechtigheid gebracht door Zijn offer, zodat mensen voor God weer recht op hun voeten kunnen staan en zo dat de gerechigheid op de nieuwe aarde wonen kan. Ten diepste is dat dunkt me dit, dat Christus Zelf als dé Zon der Gerechtigheid op de nieuwe aarde woont en allen, die Zijn gerechtigheid kennen, met Hem. Maar dan heeft die gerechtigheid ook een spits naar de wereld, de samenleving, de relatie tussen mensen en volkeren. De gerechtigheid die op de nieuwe aarde woont verdraagt zich niet met onrecht tussen de mensen, onder de volkeren. Daarom heeft de kerk ook profetisch op te komen voor het recht en het onrecht aan de kaak te stellen. Wanneer de kerk zo profetisch geuigt worden óók tekenen van het komen-de Rijk, waar gerechtigheid woont, opgericht. De machten zijn door Christus verslagen, maar ze hebben nog speelruimte. Die speelruimte mogen wij ze niet gunnen. In de strijd tegen de machten worden tekenen opgericht van de overwinning van Christus. De speelruimte van het onrecht hebben we ze niet te laten. Maar meer dan het nietige wapen van de profetische prediking heeft de kerk niet.

En tenslotte de Barmhartigheid. Ik geloof dat we deze notie teveel aan het kwijtraken zijn in het kerkelijk spraakgebruik. Barmhartigheid zou iets neerbuigends zijn. Maar wanneer Christus Zelf in de bijbel genoemd wordt de barmhartige Ho­ gepriester en over Zijn werken van barmhartigheid herhaalde malen gesproken wordt dan heeft de kerk óók tekenen van barmhartigheid op te richten, olie te gieten in de wonden die geslagen worden, Het diaconale dienstbetoon is ook één van de tekenen die de kerk heeft op te richten; een begeleidend teken van het evangelie van de Gekruisigde.

Ik eindig met een woord van dr. Walther Lüthi naar aanleiding van de profetie van Maleachi waarin gesproken wordt over de dag die komt brandend als een oven. Die dag is allereerst de eerste komst van Christus, die uitloopt op Goede Vrijdag, op Golgotha waar het gericht zich voltrekt, waar het oordeel van God over de schuld van ons mensen gaat in de Gekruiste. Maar over deze dag heen licht op de tweede dag, de dag van Christus' komst. Lüthi zegt: 'Tot op die dag zal er nog wel wat water door de Rijn stromen, zullen er nog vele tranen gestort worden en zal er nog veel bloed vergoten worden. Dat wil zeggen, de schare van de verlosten zal nog menigmaal reden hebben om over aangedaan onrecht verdriet te hebben, om te hongeren en te dorsten naar de nieuwe hemel en naar de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. De kerk van de Gekruisigde zal gedurende deze wachttijd een advocaat en beschermer zijn voor weduwen en wezen, voor vreemdelingen en dagloners. En zou zij zelf daardoor smaad en schande te verduren krijgen en onrecht moeten lijden, dan zal zij zich, in onderscheiding van de moedeloze tijdgenoten van Maleachi volstrekt niet beklagen. Zij zal er zich niet eens over verbazen, 'alsof haar iets vreemds overkwam'; zij zal getroost weten, dat het als het ware zó in orde is. Zo hoort zij geheel en al bij de Man van Smarten en mag zij onder de bescherming en in de schaduw van de Gekruisigde reeds een klein beetje kruisdragen en lijden. Op deze manier gaat zij met geheel de mensheid voort door de duistere nacht, die nu nog loodzwaar over de aarde ligt; maar zij weet, 'de nacht is voorbijgegaan, de dag is nabij gekomen' — de dag! Het zal tenslotte niet nacht zijn, maar dag!

Ook het laatste boek van het Nieuwe Testament heeft een laatste woord. Dat luidt aldus: Kom, Heere Jezus! De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen! Amen.' (Openb. 22 : 20, 21)'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Alle dingen nieuw

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's