Uit de pers
Naar aanleiding van een tv-forum
De problematiek binnen de Gereformeerde Kerken blijft ons bezighouden. Telkens weer blijkt immers hoe deze kerken worstelen met de vraag hoe het gereformeerde karakter te bewaren in deze tijd. Enerzijds is er de invloed van de nieuwe theologie en klinken er geluiden die zo ze al niet ronduit tegen de belijdenis ingaan, toch aan deze belijdenis een eigentijdse interpretatie geven. Anderzijds zien we bij de rechtervleugel toenemende verontrusting die zich uit in alternatieve kerkdiensten, pogingen tot bundeling van krachten en een eigen organisatie te komen. De middengroep die ook in synodebesluiten het sterkst aan het woord komt, poogt dit polarisatieproces tegen te gaan door tegenstellingen te overbruggen, te waken voor eenzijdige interpretaties en door in gesprek te blijven met 'rechts' en 'links'. Het is de vraag hoe lang dit alles zal duren en waar dit op uitloopt? Ook als hervormden zijn we daarbij betrokken. Op 15 en 16 juni zullen de synodes van beide kerken gemeenschappelijk vergaderen en het belijden der kerk aan de orde stellen. Men kan dit na 1834 en 1886 toejuichen. Tegelijk is de vreugde getemperd als we letten op de koers die de kerken gaan. Welke winst zou een eventuele hereniging betekenen voor het bijbels-reformatorisch karakter van beide kerken? Zeker zover zijn we nog niet en men zou deze vraag voorbarig kunnen noemen. Maar het is duidelijk dat men dit toch in het oog houdt. En natuurlijk mogen we in de gescheidenheid nooit berusten. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het polarisatieproces waarin we ons bevinden, de verscherping van tegenstellingen het gevolg heeft, dat we gevaar lopen zonder meer ons te onttrekken aan contacten tussen de kerken. Wij zullen het gesprek met de Gereformeerde Kerken niet mogen ontlopen, temeer omdat ook daar er nog velen zijn, die van de hervormd-gereformeerde vleugel in de kerk toch het een en ander verwachten. Ik schrijf dit alles naar aanleiding van een commentaar van Herman Ridderbos in zijn rubriek Van week tot week in het Geref. Weekblad van 25 mei. Ridderbos haakt in op de forumuitzending van Hier en Nu over de moeilijkheden in de Geref. Kerken. Hij is nogal ontstemd over de polariserende opmerkingen van ds. Van den Brink, een van de verontrusten, als zouden de Geref. Kerken in Lunteren 'begraven' zijn omdat tuchtmaatregelen tegen Kuitert c.s. uitbleven. Maar Ridderbos is ronduit geschrokken van het interview met prof. Augustijn. Hij schrijft in 'dit verband:
Ik was toen echter nog niet geprepareerd op het tweede interview in deze uitzending, dat met prof. Augustijn. Wat deze, in antwoord op de hem gestelde vragen betoogde heeft bij mij de vraag doen rijzen, die mij sindsdien nog niet weer verlaten heeft, of het nog zin heeft de strijd tégen de polarisatie en tégen het model van 'kiezen of delen' voort te zetten. Want wat prof. Augustijn — ik moet erkennen: met de charme van een grote rondborstigheid — voorstaat is de volstrekte onthouding van de zijde van kerk en synode van enige maatregel, die de belijdenis van de kerk tegenover afwijking of tegenspraak zou moeten handhaven. En toen de verslaggever, zelf blijkbaar toch niet voor een kleintje vervaard, hem daarop navroeg en wilde weten of hij in dit opzicht de ambtsdragers toch niet binnen bepaalde grenzen wilde houden en of hij ook nog enig onderscheid zag tussen de Hervormde en de Gereformeerde Kerk, was het antwoord, dat de tijd van kerkelijke tuchtmaatregelen voorbij was, althans t.o.v. mensen, wier goede intentie voor de waarheid van het evangelie men niet in twijfel mag trekken en dat de enige manier om in de kerk de strijd voor de waarheid te voeren die van de dialoog is. Hét verschil tussen de Herv. en de Geref. Kerk en de reserve die prof. Augustijn daarom tegen de Herv. Kerk gevoelt, is hierin gelegen, dat men bij de hervormden deze dialoog niet meer voert en dat daar de tegenstellingen geïnstitutionaliseerd zijn, terwijl dat bij de gereformeerden nog niet zo is. Daarom mag men aannemen, dat prof. Augustijn de bij ons thans óók beginnende institutionalisering van alternatieve diensten, catechisaties etc. etc. afwijst. Niet alsof hij van confessionele alternatieven in de kerk niet zou willen weten — want het bestaan ervan erkent hij ten volle en daaraan wil hij juist alle recht en ruimte geven — maar zijn bezwaar is dat men, door zich — als bij de hervormden — alternatief tegenover elkaar te organiseren, de dialoog geen kans meer geeft.
Wat Augustijn blijkbaar voor de geest staat is dus géén gereformeerde belijdeniskerk — ook al zou men op de wijze van onze tegenwoordige synodes daarin met nog zoveel voorzichtigheid en genuanceerdheid te werk willen gaan —, óók geen hervormde kerk van georganiseerde richtingen, maar een dialoog-kerk waarin men ten aanzien van leer en prediking elkander kerkrechtelijk de volle vrijheid laat, maar confessioneel en theologisch met elkaar in gesprek blijft.
De Kamper hoogleraar had in dit forum een adequaat antwoord op Augustijns visie gemist. Waar bleef het verzet tegen de vrijheids-kerk a la Augustijn? Hoe kan men zich tegen het streven van de verontrusten verzetten als men niet tegelijk deze vrijheid krachtig afwijst?
Wat door prof. Augustijn wordt voorgestaan betekent naar mijn oordeel het einde van het gereformeerd karakter van onze kerken. Hier past het woord 'begraven', een woord dat prof. Augustijn zelf in dit verband trouwens ook reeds gebruikt heeft, toen hij n.a.v. mensen, die zich over de binding aan de geref. belijdenis nog druk maken, eens schreef: Laat de doden hun doden begraven. Want de geref. kerken ontlenen hun hele bestaanszin juist daaraan, dat zij de belijdenis van de kerk niet hebben willen prijsgeven aan de dialoog en de strijd der meningen, waarin een ieder, hetzij hij deze belijdenis aanvaardt of weerspreekt, hetzelfde kerkelijke recht wordt toegekend. Dat er daarbij nog een derde weg zou zijn tussen het gereformeerde en het hervormde model, schijnt mij buiten de werkelijkheid geredeneerd. De dialoog-kerk van prof*. Augustijn is een typisch produkt van een intellectueel-theologische vrijheidsbeleving, die het contact met de werkelijke kerk verloren heeft. Want de mensen gaan niet naar de kerk om daar dialogen aan te horen, of om de ene zondag te horen bestrijden wat op de andere weer wordt bevestigd, maar om zich te stellen onder de duidelijke en ondubbelzinnige prediking van het Woord Gods. Ik sprak hervormde theologen, die deze uitzending ook hadden gevolgd. Zij verwonderden zich over de naïveteit van prof. Augustijns 'derde weg'. Alsof — zo zeiden ze — het ja en het neen ten aanzien van de belijdenis in de kerk zich zonder institutionalisering van deze tegenstellingen zou kunnen voltrekken! Alsof — nogmaals — de mensen.naar de kerk gaan om daar getuige te zijn van het pro en contra van de theologen en niet zouden zoeken naar die prediking, die naar hun overtuiging de inhoud van het Woord Gods vertolkt.
De vraag die overblijft is niet of het dilemma tussen een geïnstitutionaliseerde modaliteitenkerk (van Geref. Bond tot Vrijzinnige Vereniging) èn een geref. kerk, waarin de eenheid van het kerkelijk belijden als uitgangspunt en akkoord van het kerkelijk samenleven wordt aanvaard, wel een achtbaar dilemma zou zijn. Het zijn twee 'modellen', die men tegenover elkaar kan stellen en waartussen men kiezen kan. Deze achtbaarheid moet ons ervan weerhouden de opvatting van prof. Augustijn al te emotioneel te benaderen. De vraag is wèl — en ik erken daarbij niet geheel de emotie te kunnen bedwingen —, of men binnen een gereformeerde kerk, die de inhoud van de belijdenis niet wil prijsgeven aan de dialoog, nochtans zulk een dialoog-kerk kan propageren en zich bij voorbaat daarnaar kan gedragen. Hier kan men zich m.i. niet beroepen op een 'nu eenmaal' in de gereformeerde kerk 'terechtgekomen' zijn, hier zal men moeten kiezen of delen en dat te meer, naarmate men krachtens zijn ambt geacht wordt het karakter van de kerk, waarin men dient, vóór te staan en niet van binnenuit te relativeren en op te heffen. Men kan uiteraard — want wij leven in de kerk met een vrije consciëntie — te bevoegder plaatse alles aan de orde stellen en eisen, dat de kerk — de gereformeerde in casu — haar gereformeerd karakter zal prijsgeven. Maar men kan niet op een legitieme wijze binnen de kerk de overeengekomen en plechtig bevestigde regels van de kerkelijke samenleving voor achterhaald verklaren en doen alsof deze niet meer bestaan. En wanneer men dit zelf niet (meer) beseft, moet men zich niet beklagen, wanneer de kerk hier anders over denkt en in voorkomende gelegenheden daarover ook anders zal beslissen. Het schijnt mij zelfs noodzakelijk, dat de kerk tegenover deze toenemende druk op haar karakter niet slechts als 'geref.' kerk, maar als kerk voor wie de Schrift en niet het theologisch subjectivisme richtsnoer is voor geloof en leven, in toenemende mate duidelijk positie kiest. En dat niet slechts om ds. Van den Brink e.a. het wapen uit de hand te nemen, maar vooral om de zéér velen, die niet gediend zijn ivan dit op-het-spel-zetten van de kerk, waarvan zij lid zijn, niet in het onzekere te laten over wat nu eigenlijk in de kerk al dan niet gelden zal.
Wij zijn dankbaar voor dit heldere en klare geluid. Tegelijk verbaast het ons dan dat prof. Ridderbos al zuchtend zit te luisteren naar de klachten van ds. v. d. Brink e.a. Is het dan niet zo dat de synode de visie van Augustijn, zonder deze zelf te delen, toch vrije doorgang verleent? Het moeilijke punt in deze kwestie is, dat men voortdurend het gevoel heeft, dat mensen als H. Ridderbos een midden-positie willen innemen, die op den duur niet vol te houden is. Want de visie van Augustijn — en hij is de enige niet! — is er bij de gratie van de jongste synodebesluiten. Hier zal men moeten kiezen of delen. Het is te verstaan dat men geen verharding van tegenstellingen wil, en geen onbijbelse polarisatie wil bevorderen. Maar waar is het synodale geluid, dat aan rnensen als Augustijn een krachtig 'neen' laat horen? Is dat niet de zorg, die ds. v. d. Brink doet spreken zoals zij spreken. En wie deze zorg deelt, zal er ook de consequenties uit hebben te trekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's