De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bemoedig de jonge predikanten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bemoedig de jonge predikanten

6 minuten leestijd

De ouderdom is te eren en het ambt hoog te achten. Daarom mag wel even worden stilgestaan bij het feit dat ds. J. van Amstel, de nestor onder onze predikanten, onlangs op 88-jarige leeftijd gedenken mocht dat hij vijftig jaar dienaar des Woords is geweest. Wanneer je al 38 jaar bent als je predikant wordt en je mag dit zeldzame jubileum dan nog vieren, dan is dat wel een bijzondere genade van God.

Ik bezocht ds. Van Amstel en zijn vrouw in het bejaardencentrum 'Voor Anker' te Huizen, waar zij hun levensavond doorbrengen in de gemeente waar zij geboren werden. Je behoeft daar alleen maar te luisteren. Want ds. Van Amstel is een ongedwongen verteller en zijn vrouw vult hem als het nodig is aan wanneer hij vertelt over zijn levensloop.

Het ging allemaal via een omweg, de weg naar de kansel. Eerst was hij in de kaashandel. Als hij 's zondags onder de prediking zat dacht hij: 'Die dominee zou ieder mens wel willen bekeren, maar mij krijgt hij niet.' Tot tijdens een bevestiging van lidmaten het Schriftwoord 'Strijd de goede strijd des geloofs' bij hem insloeg. Het bracht een wending in zijn leven, die ook de roeping tot het ambt bracht. Op 26-jarige leeftijd ging hij naar het stedelijk gymnasium te Kampen. In die stad was hij vreemd. Hij bad om een goed kosthuis. Ds. Beekenkamp, vroeger predikant te Huizen, bij wie hij op catechisatie was geweest, zei altijd al dat je ook kunt bidden met de pet op. Op straat klampte hij iemand aan met de vraag of er niet ergens een christelijk kosthuis te vinden was. De onbekende wees hem direct naar een adres waar twee onderwijzers in de kost waren en waarvan er één weg zou gaan. Daar aangekomen was er direct contact. De vrouw des huizes had 's morgens gebeden of God iemand sturen wilde die daar zijn moest. Voor ds. Van Amstel was het een wonder. Zes jaar bleef hij er, en met veel vreugde.

De studietijd in Kampen was tevens een geestelijke leerschool. De studie ging niet altijd even voorspoedig. Dat houdt een mens echter klein. 'Maar', zegt ds. Van Amstel, 'ze mochten me best allemaal voorbij gaan, als ik er ook maar komen mocht'. De studie in Utrecht ging wél zeer voorspoedig. Tegen het laatste examen zag hij evenwel op als een berg, omdat hij er toch niet helemaal voor klaar was. Hij moest komen voor het classicaal bestuur van Harderwijk. Hij dacht: 'De ezel van Bileam heeft nog gesproken, maar wat zal deze ezel? Als ik slaag zal het een wonder zijn. Maar als ik slaag — en personen uit zijn naaste kring hadden daar geloof voor — dan gebeurt er een tweede wonder, want dan kom ik met een beroep op zak naar huis.' Hij slaagde en bracht het beroep van de gemeente Oosterwolde mee. Het was hem bij het weggaan van het classicaal bestuur gegeven door een ouderling uit Oosterwolde, die in het classicaal bestuur zat.

Voor die tijd had hij al een keer clandestien gepreekt in Ameide, ter vervanging van een ander. In het kerkblad had men een vraagteken gezet bij de preekbeurten. Want het kón eigenlijk niet. Zelf dacht hij: 'Wat is er te verwachten van een kuiken dat te vroeg uit de dop kruipt? ' 'Maar', zei een ouderling daar, 'ze zijn vaak beter dan die je eruit moet pellen'. In ieder geval, op de preekstoel werd hij bevestigd in zijn roeping en kreeg hij een duidelijke opening in het gebed. En als later iemand hem vroeg of hij wel wist dat hij dominee moest worden, dan kon hij met ds. Beekenkamp zeggen, dat hij wist dat hij het moest wezen.

Ds. Van Amstel preekte liever drie keer dan twee keer. De grootste vreugde, zo zegt hij, was het als zielen mochten worden toegebracht. Hij heeft mogen bemerken dat door Gods genade er veel zegen op zijn prediking is geweest, soms ook in gemeenten waar hij minder graag was, maar waar hij toch zijn moest. Elke gemeente was weer anders. Er was een gemeente waar men wel geloofde dat God genade heeft maar niet dat Hij ook genade geeft. Er was ook een gemeente waar deze beide kanten werden geloofd.

Preken moeten goed worden voorbereid, vindt ds. Van Amstel. Het Woord van God is te waardig dan dat we er maar wat van maken. Toch moest hij het, vooral in de oorlogsjaren in Lage Vuursche, als er geen uur voor de voorbereiding kon overschieten, ook wel eens zonder voorbereiding doen. In zulke omstandigheden moet je echter op God vertrouwen en niet op jezelf.

Ds. Van Amstel is een doorgewinterde hervormde dominee. Hij heeft respect voor de Afgescheidenen, met wie hij ook banden voelt, maar hij heeft grote liefde voor de Ned. Hervormde Kerk, waar hij getrokken en toegebracht werd. De liefde voor die kerk vond hij ook op gezelschappen, waar godvruchtige zielen waren die de kerk op het hart droegen. Hij hoopt intussen wel op hereniging van diegenen die één zijn in geloof en belijden en ziet ritselingen in die richting op dit moment, waar hij blij mee is.

Denk niet dat ds. Van Amstel op zijn hoge leeftijd leeft bij het verleden. Natuurlijk leeft het verleden bij hem. Maar hij staat nog midden in onze tijd. Voorzover het hem nog mogelijk is blijft hij zich op de hoogte stellen van wat er in de kerk gebeurt. En dan zegt hij: 'Bemoedig de jonge dominees vooral, want God doet in onze tijd en in onze kerk grote dingen ! Wat heerlijk dat er zoveel jonge dominees komen, die het Woord van God recht snijden. Maar wat God doet - zegt hij - doet Hij niet om onzentwil, maar om Zijns grote Naams wil. Het is alles genade van God. Hij zendt Zijn Geest uit en ze worden geschapen.'

Zou dominee Van Amstel het nog eens over willen doen? Hij zou wel honderd jaar willen worden om de daden Gods te verkondigen. Maar hij en zijn vrouw zien ook beiden vooruit. Mevrouw Van Amstel verlangt naar het einde, want het lichaam gaat nog maar moeilijk mee. Dominee Van Amstel zegt: 'Moeder mag van mij nu wel gaan hoor, en ik hoop dat ik haar een paar dagen mag overleven'.

Ziehier enkele grepen uit het gesprek met ds. Van Amstel en zijn vrouw. Hun kamer in 'Voor Anker' is een kleine oase van rust. Ds. Van Amstel bemoedigt ons allen. Nu ze Voor Anker liggen leven ze toe naar de nieuwe dag. Maar ze zijn nog klaar en helder bezig met de dingen in de kerk van nu. Ze vuren de jongere generatie aan het met God te wagen.

Op de gang liep ds. Van Amstel me nog na en zei: 'Zeg, die Sociale Academie van jullie daar zal ik ook wat voor geven hoor'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bemoedig de jonge predikanten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's