De verdubbelde synode
Een verdubbelde synode
Op 19 en 20 juni a.s. hoopt de Generale Synode van onze kerk bijeen te komen. De middagvergadering van de tweede dag zal een buitengewone zijn, omdat dan in bespreking en stemming wordt gegeven de tweede lezing van een voorstel om een wijziging aan te brengen in de 'grondwet', de Kerkorde in de meest strikte zin van het woord. Deze Kerkorde bestaat uit 29 artikelen en om ervoor te waken, dat al te gemakkelijk wordt overgegaaan tot het veranderen van dit grondrecht van onze kerk, is in art. 28 bepaald, dat hiertoe slechts in een verdubbelde synode mag worden besloten.
Het is voor het eerste sinds enige jaren dat zulk een vergrote synode samenkomt. Ditmaal moet worden beslist over de vraag of in het vervolg ook een ouderling praeses (voorzitter) van de kerkeraad kan zijn.
Het thans geldend recht
Thans is het immers zo, dat de leiding van de kerkeraadsvergaderingen uitsluitend bij de (of: een) predikant berust. Tot het leiden van de meerdere vergaderingen, zoals de Classicale Vergadering, de Provinciale Kerkvergadering kan nu reeds een ouderling worden geroepen. Ja, het is zelfs mogelijk, dat de Generale Synode door een ouderling wordt gepraesideerd.
Het nieuwe element van de bevoegdheden van de ouderling ligt dus in de mogelijkheid van de leiding van de kerkeraadsvergaderingen.
Van meetaf is in het gereformeerde kerkrecht de leiding van de ambtelijke vergaderingen, en met name die van de kerkeraad, toevertrouwd aan de predikant.
Wat heeft de gereformeerde vaderen daartoe bewogen?
Het komt mij voor, dat wij deze vraag niet mogen afdoen met de opmerking, dat de predikant eenvoudig trad in de rechten van de middeleeuwse pastoor in wiens plaats hij kwam. Deze pastoor had geen enkel college te vergelijken met de kerkeraad, naast zich. Bovendien bracht de Reformatie zulke fundamentele veranderingen in de kerkregering aan, dat er diepere motieven geweest moeten zijn, waardoor aan de predikant de leiding van de ambtelijke vergaderingen werd toevertrouwd. Het antwoord is, dunkt me te vinden in het besef, dat elke heerschappij van mensen in de kerk buitengesloten dient te zijn, omdat aan Christus alleen de heerschappij over de kerk toekomt (verg. Ned. Gel. art. 29; dr. K. Rieker, Grundsatze reformierter Kirchenverfassung, S. 105 - 111; dr. H. Edler von Hoffmann, Das Kirchenverfassungsrecht der niederlandischen Reformierten bis zum Beginne der Dordrechter Nationalsynode van 1618/19, S. 88). Christus nu oefent Zijn heerschappij uit door Zijn Woord en Geest. Dat de kerk déze heerschappij erkent, komt tot uitdrukking in de centrale plaats die de bediening van het Woord en de Sacramenten inneemt én in het feit, dat geen ander dan de dienaar van het Woord leiding geeft aan de vergadering van de ambten, die gegeven zijn tot de opbouw van de gemeente vanuit en rondom het Woord.
Alle ambten gelijk?
Men hoort en leest veelvuldig, dat alle ambten toch gelijk zijn. Hier dreigt een gevaarlijk wisverstand. Deze gelijkheid geldt wel de rangorde, maar niet de inhoud van de ambten. Elk ambt heeft zijn eigen inhoud, maar een bijzonder kenmerk van het gereformeerd protestantisme is, dat het niet één ambt kent, met lagere en hogere gradaties, doch meerdere ambten, die naast elkaar staan, zodat niet het ene heerst over het andere. Ondanks dit zuivere uitgangspunt is wel dominocratie (heerschappij van de dominee(s)) opgetreden. Daarvoor wachte de predikant zich! Maar men hoede zich er eveneens voor de ambten en ambtelijke bevoegdheden te gaan vermengen. Hierdoor zou het kenmerkende van elk ambt verloren gaan. Dat zou niet alleen een betreurenswaardige verarming zijn maar ook een inbreuk op het eigene en onderscheidende van de ambten.
Op nog een andere bijzondere karaktertrek van het gereformeerd kerkelijk leven is te wijzen, zoals deze ook in de Ordinantie voor het Presbyteraat is vastgelegd. De ouderlingen hebben tezamen met de herders en leraars opzicht over de gemeente, terwijl zij medeverantwoordelijkheid dragen voor de bediening des Woords en het rechte gebruik der sacramenten.
Het opzicht over de gemeente is noch alleen een zaak van de predikant(en) noch alleen van de ouderlingen, doch van deze tezamen, terwijl de ouderlingen ook 'toezicht (hebben) te nemen op de leer en de wandel van de dienaren des Woords' (Formulier tot bevestiging van de ambtsdragers).
Door deze bepalingen wordt duidelijk, dat de predikant maar niet zijn gang kan gaan.
Er zijn echter heden ten dage tendenzen, die erop wijzen, dat men de predikant beschouwt als een functionaris van de kerk, een man, die in dienst is bij de kerkelijke gemeente. Dan heeft men de gereformeerde verbinding van de zelfstandigheid van de dienaar des Woords én zijn verantwoordelijkheid losgelaten, om de zelfstandigheid in te ruilen voor ondergeschiktheid.
Hoewel men niet kan zeggen, dat de onderhavige voorstellen dit op het oog hebben, passen zij wel volkomen in de genoemde beschouwing. Wanneer de Synode deze devaluatie en uitholling van het ambt van de dienaar des Woords niet wenst, wijze zij deze voorstellen af.
Argumenten vóór de voorstellen
De voorstellen, die vorig jaar werden toegezonden aan de Classicale Vergaderingen waren verstrekkender dan nu het geval is. Het Moderamen van de Generale Synode is teruggekomen van het voorstel ook voor de diakenen de mogelijkheid te openen de ambtelijke vergaderingen te leiden. Nu komt alleen de vraag aan de orde, of een ouderling ook belast mag worden met het praesidiaat van de kerkeraad. De argumenten hiervoor zijn in hoofdzaak, dat dit voorzitterschap geen wezenlijk onderdeel van het predikantsambt zou zijn alsmede de overweging, dat er wellicht ouderlingen zijn, die deskundiger en beter geschikt zijn de vergaderingen van de kerkeraad te leiden dan de predikant.
Argumenten tegen de voorstellen
1. Wanneer men de benaming 'herder en leraar' voor de predikant serieus neemt, kan men hem bezwaarlijk de leiding van de kerkeraadsvergadering ontnemen.
2. Daar Christus Zijn kerk regeert door Woord en Geest, berust de leiding van het kerkelijk leven bij de ambtsdragers, wier vergaderingen het best kunnen worden geleid door de dienaar van het Woord; hij staat immers dagelijks en het dichtst bij het hart van het kerkelijk leven.
3. Men mene niet, dat het praesidiaat van de kerkeraad slechts omvat het leiden van de vergaderingen. Er is b.v. ook de dagelijkse zorg en aansprakelijkheid voor de gemeente, het werk in het moderamen, de vertegenwoordiging naar buiten.
4. 'Deskundigheid' in maatschappelijke aangelegenheden behoeft nog niets te betekenen voor geschiktheid in kerkelijke zaken.
5. Is het verstandig, deze wijziging in de kerkelijke structuur aan te brengen, terwijl menigeen van mening is, dat er inzake de betekenis en inhoud van de ambten onvoldoende klaarheid is?
6. Is het verstandig, deze wijziging te aanvaarden, terwijl de Gereformeerde Kerken een voorstel van dezelfde inhoud hebben afgewezen?
7. Het is mogelijk, dat de kerkeraad na één of twee jaar zijn praeses, zijnde predikant, vervangt door een ouderling, of een geschikte ouderling door een nog geschiktere. Zullen deze dingen de onderlinge verhoudingen bevorderen? Verkiezingsstrijd binnen de kerkeraad is niet denkbeeldig!
8. Niets verhindert, dat de president-kerkvoogd tot praeses van de kerkeraad gekozen wordt. Zulk een cumulatie van functies is ongewenst.
9. In een gemeente met twee predikantsplaatsen kan één van beide predikanten heel gemakkelijk buiten het moderamen blijven.
10. De consulent, die niet als praeses van de kerkeraad optreedt, dreigt een heel onbeduidende figuur te worden. Zulk een kerkeraad kan immers vergaderen en besluiten nemen buiten tegenwoordigheid van de consulent. Dit kan tot zeer grote moeilijkheden leiden. Elk predikant, die in consulentschappen ervaren is, weet hoe vaak juist in vacature-tijd tegenstellingen en partijschappen de kop kunnen opsteken, zowel in gemeente als in kerkeraad. De kerk mag niet de gelegenheid openstellen tot aanwakkering hiervan.
Zoeke onze kerk naar opbouw en herstel en wederkeer tot God en Zijn Woord. De besproken voorstellen zijn er een symptoon van, dat het Woord uit het middelpunt verdrongen wordt. Terwijl de kerk toch alleen leven kan, als zij uit en bij Gods Woord leeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's