De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bijna een Christen...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijna een Christen...

6 minuten leestijd

En Agrippa zeide tot Paulus: Gij beweegt mij bijna een Christen te worden. Hand. 26 : 28

Wie het bijbels verband van dit woord leest, krijgt oppervlakkig genomen de indruk alsof Agrippa tegenover de evangelieprediking van de apostel Paulus van zijn stuk is gebracht en met sterke banden wordt getrokken om de Blijde Boodschap te aanvaarden. Zo althans verstaan vele oudere uitleggers deze tekst en zij tonen daarmee aan welk een kracht Gods Woord heeft op het hart van de stugste zondaar. Wij willen dat geenszins betwijfelen. Wanneer God een mens trekt uit de duisternis tot het wonderbaar licht is dat op zichzelf altijd een wonder. Niemand kan dit verklaren. Wij zien het, maar doorgronden het niet.

Intussen doet zich de vraag voor of deze uitleg juist is. Op taalkundige gronden mag men namelijk ook een andere verklaring geven. Het woordje, dat in de oude vertaling door 'bijna' weergegeven is, kan ook de betekenis hebben van: 'n kleinigheid, of 'n korte tijd. De zin luidt dan: Gij denkt maar zo eventjes mij tot Christus te bekeren ! Wij geven toe, dat deze opvatting aan de oorspronkelijke tekst beantwoordt en ook past in het verband. Agrippa spreekt niet, gelijk wij ons altijd gaarne voorstelden, met moeilijk bedwongen aandoening van waar berouw. Hij is niet op het punt zich gevangen te geven aan de gevangene, die hem opeist voor zijn Koning! Hoe zou trouwens Agrippa, ook al ware hij innerlijk geneigd geweest, in tegenwoordigheid van het uitgelezen gezelschap, dat de christenen minacht, zijn innerlijke toenadering onomwonden hebben bekend ? Het levensbeeld van deze vorst spreekt een geheel andere taal. Het was een man, die, belust op pracht en praal, in alles uit was op relaties kweken teneinde zijn macht te kunnen handhaven. Hij hield ervan paleizen te verfraaien en steden te bouwen. Zijn vermoedelijk bloedschennige verhouding met zijn zuster Bernice verwekte een schandaal. Kortom, uit alles wat wij van hem weten, blijkt nergens enige bijzonder godsdienstige belangstelling. Hij haatte in wezen het volk der joden en zijn zondige verhouding met Bernice zette hij onverdroten voort; na de val van Jeruzalem verhuisde hij met Bernice naar Rome, waar hij een hoog ambt ontving. In het jaar 100 na Christus overleed hij.

Toch gaan ook zij feil, die hier niets anders willen lezen dan een woord van koele hoon en minachting. Agrippa gelooft de Schrift en Hij is niet los van de waarheid, die Paulus predikt. Van het begin af heeft de apostel Paulus zijn woord persoonlijk tot de koning gericht en hem herhaaldelijk bij name genoemd. De kampvechter heeft met de uiterste inspanning van zijn apostolische kracht gestreden om deze afvallige te bewegen een christen te worden. Het is ondenkbaar, dat deze geweldige roepstem, een , stem niet alleen van het Woord, maar ook van de Geest Agrippa niet ontroerd zou hebben. Het kan niet anders, of deze zondaar op de troon heeft het bang gehad. Het zwaard des Geestes heeft hem in de engte gedreven.

Maar wat doet de zondaar als het Woord hem benauwt en hij zich toch niet wil overgeven ? Dan zoekt hij ontspanning van zijn angst door de spot! Dan slaat hij een hoge toon van stoerheid aan. Dan draagt hij allerlei doorzichtige beweegredenen aan om zijn afweer voor God te kunnen staven. En hoewel hij zelf wel weet, dat hij tegen de kracht des Woords niet veel vermag, poogt hij door een onverschillig gezicht de aanslag van zijn geweten te verhullen. Wat lopen er zó vele mensen rond ! Hun geweten oordeelt anders. Van huis uit bewaren ze de aanspraak van het Woord op hun hart. Ze denken aan een godvrezende vader of moeder, die hun de weg ten leven zo goed heeft voorgehouden. Maar ondanks de vele vriendelijke vermaningen en waarschuwingen hollen ze maar door op de verkeerde weg. Schrik niet al te zeer voor hun boze woorden. De spotters weten niet, hoe zwak ze zijn. Vrede hebben ze niet. Als met een vijl doorboort hen de onvrede. Maar het is er verre van dat ze met deze onrust tot Christus gaan. Ze zoeken veeleer troost in drukte, gezelligheid, vermaak, spot, kortom in alles wat hun aandacht van het Woord afleidt. Ze slagen daarin vaak wonderwel. Maar telkens komen de steken weer. En een enkele maal lijkt het of u op hen wint. Er is toestemming, overgave, ontvankelijkheid en aandacht.

Dikwijls zijn zij het Koninkrijk der hemelen zeer nabij. Het scheelde niet veel of ze waren uit de duisternis doorgedrongen tot het licht, uit het ongeloof tot het geloof, uit de zonde in de boetvaardigheid, uit de onvrede tot de vrede, uit de wereld tot God...

Het hart was aangedaan, de geest verlicht, de wil bewogen, het uur leek gunstig, het genade-uur, hetwelk had kunnen beslissen Over hun eeuwige zaligheid. Het scheelde niet veel — maar het weinige, dat hen nog ontbrak, is juist alles ! Van één aards goed konden ze zich niet losrukken, één zonde konden ze niet nalaten. Toen kwam de verstrooiing weer, de verzoeking en het uur der genade was voorbij. Het kleinood, dat zij al bijna in handen hadden was weer verspeeld. En zij waren weer ver van de Heere verwijderd.

Deze zieletoestand komt vaker voor dan u denkt. Er is alle aanleiding toe te menen dat de schrijver van de brief aan de Hebreeën deze mensen op het oog heeft, wanneer hij zegt, dat het onmogelijk is degenen die eens verlicht zijn geweest en daarna afgevallen zijn, weder opnieuw tot bekering te brengen. Juist in de onmiddellijke nabijheid der gemeente is altijd het hevigst verzet tegen de gemeente en tegen de Christus der gemeente. De discipel en verrader Judas is er het indrukwekkende voorbeeld van. Wij naderen hier in de diepten van het menselijk hart. Wat is het waar dat God de Zijnen verkiest ten eeuwigen leven! Maar wat is het óók waar, dat de mens voor zijn daden verantwoordelijk is ! De mens wordt tot een keuze opgeroepen. God laat ons geen stokken en blokken zijn. Wij zijn redelijke en zedelijke wezens, weliswaar in de zonde verslaafd, maar toch met verstand en wil!

Agrippa zegt: 'Gij denkt maar zo eventjes mij tot christen te bekeren'. Zo gemakkelijk gaat het niet. Ge hebt ten dele gelijk, Agrippa. Het kost alles. Uw hart, uw tijd, uw geld, uw leven en uw wil.
Ge hebt ten dele gelijk, Agrippa. En toch... volkomen misgeschoten. Door de kracht van Christus worden de vijanden vrienden en het kwade door het goede overwonnen. Zie het aan Paulus ! Nodig is slechts een gelovige blik op Christus' macht!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bijna een Christen...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's