De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De gemeenschappelijke synode

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeenschappelijke synode

8 minuten leestijd

De gemeenschappelijke Hervormde Gereformeerde Synode is achter de rug. Elders in dit nummer heb ik uitvoerig het discussiestuk van dr. Weijland weergegeven over het belijden. Hier wil ik nog enkele opmerkingen maken over het geheel van deze bijeenkomst.

De binding aan de belijdenis

De nota van dr. Weijland bevat vele goede dingen. Daarin vinden we een eerlijk zoeken naar wegen om in onze tijd belijdende kerk te zijn. Anderzijds ligt door deze nota heen de spanning van de discussie in de Gereformeerde Kerken van de laatste jaren. Ook in de Gereformeerde Kerken is er de distantie gekomen ten opzichte van de belijdenis. Nu werd, nadat over deze nota in groepen was gediscussieerd, door dr. C. P. van Andel een soort samenvatting gegeven van de meningen over de binding aan de belijdenis. Gezegd werd daarin onder meer: 'De binding aan de historische belijdenisgeschriften heeft in de Gereformeerde Kerken meer aandacht en functioneert anders dan in de Nederlandse Hervormde Kerk. Niettemin kan men opmerken dat de beide kerken naar elkaar toegroeien in hun zorg voor een schriftuurlijk belijden.' De vraag is of dit zó juist is gesteld. Het is dunkt me veelmeer zo dat de Gereformeerde Kerken naar de Hervormde Kerk zijn toegegroeid in hun visie op de belijdenis. In feite eindigt de nota van dr. Weijland toch met een relativering van de binding aan de reformatorische belijdenisgeschriften. Door te zeggen dat de opstellers van de belijdenis het ons na vierhonderd jaar wel niet kwalijk zullen nemen, dat we de totaalinhoud van de belijdenis vervangen door een aantal kernen, wordt in feite de deur geopend voor een beweging los van de belijdenis. 

Het gaat hier in feite om de discussie, die we in de Hervormde Kerk na de tweede wereldoorlog hebben gehad over de uitdrukking belijden in gemeenschap met het belijden der vaderen in plaats van in overeenstemming met dit belijden. De Hervormde Kerk koos toen voor gemeenschap, hetgeen in feite betekende dat in de Hervormde Kerk heel willekeurig met de belijdenisgeschriften werd omgesprongen en deze geschriften werden omkranst met allerlei proeven van belijden of overwegingen, die met de inhoud van de belijdenisgeschriften op gespannen voet stonden. De nota van dr. Weijland geeft een aanzet tot een gelijksoortige ontwikkeling in de Gereformeerde Kerken en de vrees is gewettigd dat de Gereformeerden van nu daarom meer aansluiting zullen vinden bij de midden-orthodoxie in de Hervormde Kerk dan bij de gereformeerde stromingen, die een binding aan de belijdenis voorstaan. Overigens waren er vanuit de Gereformeerde synode zélf ook andere stemmen.

Prof. dr. D. Nauta met name stelde, dat een belijdende kerk niet zonder justitiële tuchtoefening kan (d.w.z. schorsen wanneer het belijden duidelijk wordt aangetast). Hij vond daarom de probleemstelling inzake de binding aan de belijdenis te weinig scherp. Hij achtte het bovendien een inconsequentie dat, waar woord en daad bijeen horen, wèl tucht geoefend wordt over het leven van ambtsdragers (wanneer ze zich misgaan) en niet over hun leer. Als geen tucht geoefend wordt over de leer dan zullen de gemeenteleden dit zelf gaan doen, zo merkte hij op, door de prediking, die niet naar de belijdenis is, te mijden en dat gebeurt al in de Gereformeerde Kerken. Ik meen dat deze opmerkingen van prof. Nauta de zaak in de kern raken.'

En ds. Van Oeveren (Haren Gr.) stelde de vraag of beide kerken wel écht in de Gereformeerde traditie wilden staan — zoals in de samenvatting van de discussie werd gezegd — en zich gebonden wilden weten aan de belijdenisgeschriften, door prof. Van Ruler een keer genoemd: een stok om te slaan, een staf om te gaan en een lied om te zingen. Maar anderzijds klonken er ook herhaaldelijk stemmen, waarin tot uiting kwam dat men de binding aan de belijdenisgeschriften als een knellend juk was gaan ervaren. Dat werd dan nogal eens gemotiveerd met de opmerking dat het ontstaan van de belijdenisgeschriften moet worden gezien tegen de achtergrond van de tijd waarin ze ontstonden met het knellende juk van de roomse hiërarchie (ook dr. Weijland deed dit). Maar is het niet veel meer zo dat, juist omdat men zó beleed, men op gespannen voet kwam met die roomse hiërarchie? Had men niet juist weer ontdekt wat het geloof van de kerk van de eeuwen was? Daarom zit er in de belijdenissen toch iets dat tijdloos is en kan ik de opmerking van dr. Weijland, dat de beleving van de vergeving der zonden tegen de achtergrond van de brandstapels anders is dan wanneer je in hemdsmouwen tussen de slaplanten staat, ten diepste niet meemaken. Overigens zei dr. Weijland heel terecht — in antwoord op de vrijzinnige ds. Huisman die duidelijk uitsprak het gereformeerd belijden niet voor zijn rekening te nemen — dat er geen alternatief is voor zonde en genade. Maar alles bij elkaar was toch duidelijk dat men met de historische belijdenisgeschriften, zoals die daar liggen als neerslag van het belijden van de kerk van de eeuwen, niet goed raad meer weet. Daarom ben ik er toch niet gerust op dat de twee kerken, wanneer die elkaar gaan vinden, belijdene kerk zullen zijn in de zin van de confessie. De midden-orthodoxe visie heeft in de Gereformeerde Kerken bepaald een brede klankbodem gekregen. Vandaar dat ik de stelling dat beide kerken naar elkaar zijn toegegroeid in hun zorg om het bijbels belijden te ongenuanceerd vind. Integratie is alleen mogelijk omdat de Gereformeerde Kerken veranderd zijn.

De Gereformeerde Bond een blok?

Tijdens deze synodezitting kwam de Gereformeerde Bond nogal eens ter sprake. Op de tweede dag, toen het ging over een toekomstige integratie van beide kerken, zei de gereformeerde dr. B. Wentsel, dat dan de Gereformeerde Bond een blok is waar je op stuit. Ik weet niet of ik nog voorop moet stellen dat de Bond geen blok wil zijn maar datgene wil wat de Gereformeerde Kerken als kerk hebben gewild, namelijk kerk zijn in overeenstemming met de confessie. Als dr. Wentsel dan over een blok spreekt en zegt dat de Bond veelal voor anderen afgesloten kansels heeft, dan zit daar in feite achter wat prof. Nauta beweerde, namelijk dat de gemeente tucht gaat oefenen wanneer de kerk het niet doet. Want heel die discussie over de binding aan de belijdenis vindt je natuurlijk ergens terug in de prediking. En de gemeente reageert nu eenmaal op de prediking veelmeer dan wat een synode beraadslaagt en bedisselt. Als zodanig moet ik zeggen dat de discussie over het belijden op deze synode een zaak van professoren en doctores was. Zelfs de ouderlingen waren niet aan het woord, laat staan de gewone gemeenteleden. En dan is het zo dat in de gemeenten echt wel een orgaan aanwezig is, waarmee duidelijk wordt aangevoeld of de religie, die in de belijdenis naar voren komt nog aanwezig is of niet. De Bond wil geen blok zijn, maar wel is het zo dat vele duizenden in de gemeenten zich rondom de prediking, die uit de belijdenis der kerk opkomt, laten verzamelen, méér dan rondom een prediking die aan de religie van de belijdenis gespeend is. Men kan proberen daarvoor allerlei sociologische motieven aan te dragen maar daarmee is warempel deze zaak niet verklaard. Nogmaals, de Bond wil geen blok zijn maar een feit is, dat binnen het geheel van de Hervormde Kerk een sterke concentratie plaats vond op de prediking, die in de Gereformeerde Bond gebracht wordt en die anders is evenals de hele inrichting van de eredienst dan in de midden-orthodoxie waar men vaak nog slechts voor anderhalve man staat te preken. Diezelfde verschillen zijn overigens bezig te ontstaan in de Gereformeerde Kerken, met als consequentie het onvermijdelijk uitkristalliseren van dezelfde 'blokken' als die je in de Hervormde Kerk hebt.

Bovendien is het zo, dat thans vele gereformeerden in de plaats waar ze wonen uitwijken naar de prediking van de Gereformeerde Bond, omdat men de beweging van de belijdenis af, die men in de eigen kerk aantreft, niet mee kan maken. Andersom is het ook zo dat mensen uit midden-orthodoxe gemeenten uitwijken naar de Gereformeerde Kerk ter plaatse om dezelfde reden als bovengenoemd. Daarom, ik zie de integratie zich op het plaatselijk vlak nog niet overal voltrekken. En dat zit 'm niet in het feit — om de woorden van dr. Wentsel nog maar eens aan te halen — dat de Gereformeerde Bond een blok is waar je op stuit, maar omdat velen in de Hervormde Kerk zich niet kunnen vinden in de prediking zoals die thans in de Gereformeerde Kerken op veel plaatsen gebracht wordt evenmin als ze zich kunnen vinden in de midden-orthodoxe prediking. De Gereformeerde Kerken zijn evenals de Hervormde Kerk modaliteiten-kerk geworden en dat komt tot uitdrukking bij de prediking, waar het hart van de kerk klopt. Dat maakt de integratie plaatselijk alleen maar moeilijker.

De Gereformeerde stemmen op de synode waren nogal uiteenlopend evenals de Hervormde. Er waren stemmen die ieder die ernst wil maken met de confessie om zo te zeggen als muziek in de oren klonken, vanwege het duidelijk confessionele element, maar er waren ook stemmen die we in de Hervormde Kerk al zoveel jaren ge­hoord hebben in de midden-orthodoxie. Inmiddels is met deze synode een beweging op gang gebracht waar we ook, als Gereformeerde Bond midden in staan en moeten staan. De zorg om het belijden in beide kerken is de onze. En dan gaat het niet om blokvorming maar om een open comfnunicatie terwille van de voortgang van het belijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De gemeenschappelijke synode

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's