De groei in het geloof
Pastorale overwegingen
Oude Testament en Nieuwe Testament
Het is duidelijk, dat er in de H. Schrift een voortschrijden van de Godsopenbaring is. Vaak is de verhouding van de beide verbonden aangeduid als die van Wet en Evangelie. Dit is slechts ten dele waar. We kunnen immers moeilijk volhouden dat het Oude Testament geen evangelieprediking bevat. Calvijn zegt, dat reeds bij Mozes de leer van het Evangelie te vinden is (Deut. 30 : 11 v.v.). Toch zegt hij: de vaderen zijn slechts in de beginselen onderricht geweest. Het Evangelie in het Nieuwe Testament zou echter aan de schaduwen het wezen toevoegen. Toch is het genadeverbond in wezen hetzelfde, alleen de bediening verschilt. Om een voorbeeld te gebruiken: in het Nieuwe Testament gaat de bloemknop steeds wijder open. Daarom is de bediening in het N.T. duidelijker. Daardoor kan ook de geloofskennis groeien. Er komt een diepere kennis van de inhoud van het geloof. Dit behoeft niet te betekenen een krachtiger geloof als daad van vertrouwen. Denk b.v. aan Noach, Abraham en Daniël. We willen er alleen op wijzen dat de Godsopenbaring verder gekomen is. Daarom mag verwacht worden, dat ook het geloof als daad sterker wordt. Toch is dit nog maar ten dele zo.
Vóór en na Pinksteren
In het N.T. moeten we direct al onderscheid maken tussen de periode vóór en na Pinksteren. Als voorbeeld nemen we Johannes de Doper. Calvijn zegt: Hij stond tussen de Wet en het Evangelie. Hij heeft een midden-ambt bekleed, dat betrekking had op beide. Hij kende wel Christus, maar niet de opstanding van Christus. Hij was wel — naar het Woord van Christus — een brandende kaars, maar de volle dag was nog niet aangelicht. Dat blijkt ook wel uit de vragen, die hij uit de gevangenis stelt. Trouwens Jezus' eigen discipelen hebben er óók niet veel van begrepen. Hoe moeilijk hebben ze het als de lijdenstijd nadert en Jezus gaat sterven. Wat een onwetendheid en rondlopen met verkeerde gedachten. En hoe is het na Z'n opstanding? Dan komt zelfs nog de vraag: Heere, zult Gij in deze tijd aan Israël het koninkrijk oprichten? (Hand. 1:6). Vanwaar toch deze onkunde? Omdat het nog geen Pinksteren was geweest. De Geest zou hen in alle waarheid leiden. Het sleutelwoord vinden we in Joh. 7 : 39: want de Geest was nog niet, aangezien Jezus nog niet verheerlijkt was'. De Geest zou pas in volle kracht gaan werken na de hemelvaart van Jezus. In Hand. 2 begint het. Dan worden de heilsgeheimen, die eeuwenlang bedekt zijn gebleven ontsluierd. Dan gaan de schatten open. De Geest geeft vérge zichten in het werk der verzoening en verlossing.
Kinderen en volwassenen
Toch spreekt ook het N.T. nog van een groei in het geloof. Er is sprake van kinderen en volwassenen. Paulus heeft het in z'n brief aan de Corinthiërs over jonge kinderen in Christus, die hij met melk gevoed heeft en niet met vaste spijs (1 Cor. 3 : 1, 2). Ook de schrijver van de Hebreeënbrief heeft het over mensen, die melk nodig hebben in plaats van vaste spijs. En hij voegt eraan toe: ant een iegelijk die de melk deelachtig is, die is onervaren in het Woord der gerechtigheid, want hij is een kind. Maar voor de volwassenen is de vaste spijs, die door het gebruik daarvan hun zinnen geoefend hebben tot onderscheiding beide van goed en kwaad (Hebr. 5:12, 13).
Ook onder het Nieuwe Verbond is er nog veel verschil tussen sterk en zwak geloof. Dat blijkt ook uit het voedsel, dat men ontvangen moet. Toch houdt Pauius aan op geestelijke groei. Hij weet maar al te goed, hoe het leven na Pinksteren eigenlijk zijn moet.
In Efeze 4:11 v.v. heeft hij het over de gaven, die Christus na Zijn hemelvaart de gemeente toebedeeld heeft, nl. Zijn evangeliedienaren. En waartoe heeft Hij deze gegeven? 'Tot volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus. Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van de Zoon van God, tot een volkomen man, tot de maat van de grootte der volheid van Christus. Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden...'
Waarom houdt Paulus zo op de geestelijke volwassenheid aan? Omdat zó God verheerlijkt wordt (God drieënig) en het geestelijk leven op schriftuurlijke wijze functioneert. Kinderen zijn gauw uit de koers geslagen. Volwassenen hebben een bewuster wil, en wéten ook veel beter wat ze willen. Er moet een geestelijk opwassen zijn in de kennis van de Christus der Schriften. Dat is het werk van de Geest.
De Geest is immers de eerste gave van de verhoogde Christus ? ! En wat wil de Geest? De verzegeling! Paulus spreekt daarvan in Efeze 1 : 13, 14 .. .in Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid'. Verzegelen is: een zegel opdrukken, met als doel te verklaren: Dit is mijn eigendom, ik heb er recht op. Ik beveilig dit. Dit zegt God van Zijn volk: Ik leg beslag op u. Dat betekent dat wij, nadat wij tot het geloof gekomen zijn, niet meer van de duivel zijn. niet meer van de wereld, ook niet meer van onszelf, maar van Hem. Die verzegeling geschiedt na het geloof. God is een God van orde, ook van heilsorde. Het geloof in Christus baant de weg voor de Heilige Geest als Persoon. Deze Heilige Geest wordt genoemd de Heilige Geest der belofte. Jezus had immers de Geest beloofd ? ! Niet alleen om tot het geloof in Hém te brengen, maar ook als de Geest der inwoning. Wat wordt door deze inwoning duideliik gemaakt? In Christus zijt ge verzegeld geworden. Dat is verleden tijd. Zo was het met de Efeziërs en zo is het met alle waarachtig gelovigen. De Heere zegt: Gij zijt voor altijd van Mij. De verzegeling met de Heilige Geest bedoelt: Het verleden uit te wissen en de vergeving der zonden vast te stellen. En de Heilige Geest als onderpand bedoelt de totale verlossing in de toekomst te waarborgen. De Geest is de éérste gave van de erfenis.
Ziehier het dubbele werk van de Heilige Geest: verleden uitwissen, de toekomst waarborgen. De Heilige Geest stuwt naar de volle erfenis, naar de verkregen verlossing. Dan vindt er een losmaking plaats van alle (nog) knellende banden van zonde, wereld en oude mens. Die verlossing garandeert de Geest en naar die verlossing leidt de Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's