Boekbespreking
G. C. van Niftrik: De Hemel. Uitgave G. F. Callenbach, Nijkerk, 2de druk, 175 pagina's, ƒ 14, 90.
In 1968 verscheen van dit boek de eerste druk. Thans de tweede. En dat over een onderwerp dat theologisch niet 'in' is. Van Niftrik gaf er zich in dit boek rekenschap van dat velen in onze tijd het naief vinden om over dit onderwerp te schrijven. Maar hij maakt duidelijk dat het nadenken over de hemel alles te maken heeft met de essentie van het geloof. Het boek handelt over het moderne wereldbeeld. 'Het is de waan van onze moderne tijd dat alleen dat werkelijk zou zijn wat de wetenschap constateert', zegt hij. 'Maar de vraag naar de hemel wordt klemmend als men in zijn persoonlijk leven met dood en graf te maken krijgt'.
Uitvoerig wordt gehandeld bver de ruimtelijkheid van God (de ondertitel van het boek). God is ruimte in zijn trinitarisch wezen en Hij schept en bewoont de ruimte. Maar God heeft Zich bepaalde plaatsen tot Zijn woning verkoren: Jeruzalem, Sion en zo ook de lokale hemel. Nieuwtestamentisch krijgt het wonen Gods gestalte in Jezus Christus. Daarom kan de kerk nooit in de hemel bestaan zonder contact met Christus. En daarom kan een theologie, die ernst maakt met de lichamelijke opstanding, niet over de hemel zwijgen. Welnu dat ernst maken met de opstanding en met de hemel is de kern van dit boek. Vandaar dat het een verkwikking is om in het oerwoud van de huidige theologische discussies van dit boek kennis te nemen.
Of er ook geen vragen te stellen zijn? Zéker wel. Dit boek is dunkt me geschreven in een periode waarin Van Niftrik een kentering doormaakte in zijn theologisch denken. Deze omwending was in dit boek niet af. Er blijven zo vragen omtrent de verhouding tussen het gerechtvaardigd worden, de iure (op Golgotha) en door het geloof, met name wat betreft de pneumatologische verbinding in deze. Verder wordt in dit boek wel sterk aandacht besteed aan de exis-tentiële beleving van het oordeel Gods, terwijl over het oordeel over de mens in het laatste gericht minder wordt gesproken al wordt dat óók wèl gedaan. Deze opmerkingen bedoelen niet af te dingen op de inhoud van het boek. De schrijver wilde schrijven over de hemel als zodanig, als liefderuimte van God. En dat gebeurt op een bijbelse en tegelijkertijd zeer indringende wijze.
v. d. G.
De christelijke school gewikt en gewogen, een tiental visies op het christelijk onderwijs. Uitg. J. H. Kok, Kampen, 1972. Prijs ƒ 9, 90.
Deze bundel bevat een aantal artikelen die eerder verschenen zijn in het weekblad van de Protestants Christelijke Bond van Onderwijzend Personeel. Aan de scribenten werd gevraagd een bijdrage te leveren onder de titel: 'Mijn visie op het christelijk onderwijs, nu en in de toekomst'. Drs. Gilhuis kreeg de opdracht 'deze blauwdrukken over de christelijke school om te zetten in de concrete praktijk van elke dag'. Op deze wijze wil het hoofdbestuur van de P.C.B.O. de ontmoeting en discussie tussen alle betrokkenen bevorderen.
Een veelheid aan visies, door Gilhuis gekarakteriseerd als 'van Lanser tot Velema, hetgeen niet exact hetzelfde is als van horizontaal naar verticaal'.
Tussen deze beide polen beweegt zich wel de discussie: Lanser, die de taak van het christelijk onderwijs maatschappelijk interpreteert in termen van humaniteit, gerechtigheid en solidariteit, Velema die de school bepaald wil zien door de aanwezigheid van Jezus Christus, door de eenvoudige en duidelijke verkondiging van Gods bemoeienis met de mens en zijn wereld. Dat is misschien niet exact het verschil tussen horizontaal en verticaal denken, maar wèl typerend voor de verschillende wijzen waarop men in onze tijd de taak van het christelijk onderwijs omschrijft. Moet dit in termen van aardse gerechtigheid, mondiale gerichtheid, het opkomen voor het verdrukte of acht men tot het wezenlijke van de christelijke school behoren een doorgeven van het Woord Gods?
Bijzonder boeiend is de bijdrage van wijlen prof. Van Niftrik. Hij pleit voor een christelijke school waar men een duidelijke visie heeft op de wording en het bestand van de Europese cultuur, waar men niet flirt met de revolutie maar opkomt voor de humaniteit, maar dan gevuld op een geheel eigen wijze zoals het volgende citaat laat zien: 'Is het nu heus onuitroeibare burgerlijkheid, wanneer ik het een vergrijp tegen de humaniteit acht, wanneer jongens en oudere mensen maar lopen en zitten te kauwen. .. ik kan niet tegen het sloffen van jongens en meisjes met gebogen rug, die zich voortzeulen over de straten alsof zij de hele wereld op hun schouders te torsen hebben. Het behoort toch tot de humaniteit wat karakter, wat fierheid, wat vreugde in de houding van he menselijk lichaam tot uitdrukking te brengen'.
Ik noem verder het artikel van dr. Buskes, die wil duidelijk maken waarom hij op politiek terrein de christelijke partijvorming afwijst, maar toch voor de christelijke school is, tenminste wanneer deze een gebeuren is en niet de zelfgenoegzame 'School met de Bijbel'.
Zo zou er meer te citeren zijn, uit bijdragen van Okke Jager, prof. Rothuizen en anderen. Wat een verschillende gedachten!
Elke schrijver legt de accenten weer anders en ieder ziet het wezenlijke van school en opvoeding weer in een ander licht. Dat is enerzijds het boeiende van een dergelijke bundel, maar anderzijds het vermoeiende. De opstellen geven een dwarsdoorsnede van opvattingen. Ze laten zien hoe ver de opinies van elkaar verwijderd zijn, als het over de christelijke school gaat. Van eenheid is hier geen sprake meer; vandaar: hoe vermoeiend! De moeilijkste opdracht kreeg drs. Gilhuis: 'hoe vertalen we deze voorstellen in de concrete praktijk van alle dag? Zijn artikel is één pleidooi voor een mondiale benadering. Tegen een hemelsgericht zijn, 'vanuit de tempel de straat op', 'de aandacht voor de dood gewend naar de opdracht om te leven, nu', 'minder bedacht zijn op eigen zieleheil', 'spelen in de ruimte van de Rechtvaardige', enz. Niet anders dan een horizontalistisch betoog. Wanneer dat de concretisering van de opdracht tot christelijk onderwijs is, dan zal het niet lang duren of we ontdekken dat we dit ook kunnen verwezenlijken binnen de openbare school, vanuit humanistische motieven.
Zij die willen weten hoe over het christelijk onderwijs gedacht wordt, krijgen in deze bundel een scala meningen te lezen, waarvan er helaas maar enkele zijn die het wezenlijke van het christelijk onderwijs onder woorden brengen.
M. Burggraaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's