De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloof en zekerheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof en zekerheid

Pastorale overwegingen

6 minuten leestijd

De huidige situatie

Tot nog toe hebben we het gehad over hoe het geestelijk leven (volgens de Schrift) na Pinksteren kan zijn en eigenlijk moet zijn. Wanneer we nu eens de blik richten op de (geestelijke) stand van zaken in de kerk (en), moeten we zeggen, dat deze stand géén stof tot roemen geeft. Alom wordt geklaagd over een — als ik het zo even uitdrukken mag — te lage thermometerstand. Onze tijd is een tijd van verwarring, vervlakking en verslapping. Dat geldt van het politieke en maatschappelijke leven, dat geldt niet minder op geestelijk terrein. Over het algemeen is het kerkbezoek in onze herv.-geref. gemeenten nog redelijk te noemen. Maar, hoe is het aan de binnenkant ? Is er waarachtig geestelijk leven ? Is er de blijdschap des geloofs ? Is er vrede in het hart, omdat men zich — in Christus — met God verzoend weet ? Hoe weinig mensen komen we tegen met gerijpt geestelijk leven, waar het anker van de hoop vast ligt voor tijd en eeuwigheid.

Nu kan iemand mij tegenwerpen, dat het geloof — zolang wij leven — een aangevochten zaak blijft. Spreekt Paulus niet van de strijd des geloofs ? Heeft de Heere Jezus zelf niet gesproken van strijden om in te gaan door de enge poort ? En wanneer we de 'christenreis' van John Bunyan lezen, zien we dan niet hoe een christen z'n leven lang door grote gevaren omringd is, vóór hij de poort van de hemelstad binnengaat ? Was er vlak voor deze poort nóg geen weg naar de hél ? Toch is een christen van één ding zéker, nl. dat hij bij het kruis van Christus het pak van z'n zonde voelde afvallen en dat pak verdween in de diepte. Waarmee gezegd wil zijn, dat het kruis de grote wending in z'n leven bracht. En dat zouden we nu zo graag méér willen horen: et roemen in het kruis. D.w.z. léven uit het offer van Christus (Gal. 6 : 14). Nu niets meer hebben om op te rusten dan Zijn volbrachte werk. Dan gaan we christocentrisch leven. Dan staat Christus in al ons doen en laten in het middelpunt.

Hier wringt de schoen. Wat ontdekken we bij vele kerkmensen de invloed van het materialistisch denken van deze tijd. Wat een willen meedoen met 'wereldse' geesten. Ik bedoel hier niets slechts met het overnemen van het denkpatroon van de moderne tijd, maar ook een zich richten in de praktijk daarnaar. Ik denk b.v. aan de t.v.; het opgaan in sport en spel (Ajax of Feijenoord-vergoding'); het vooral niet achter willen blijven in de mode; het opgaan in een luxueus leven; buitenlandse reizen; feesten; gezellige avondjes enz.

De soberheid is bij velen ten enenmale verdwenen. Hoevelen (weinigen !) zeggen het Paulus na: Als wij voedsel en deksel (onderdak) hebben, wij zullen daarmee vergenoegd zijn ? (1 Tim. 6:8). Het materialisme heeft ons allen min of meer in haar greep. En wie ziet het dodelijk gevaar daarvan ?

Er is echter nog een ander gevaar, dat onze gemeenten binnengeslopen is. En nu gaan we een geheel andere kant op. Waarom bloeit het geestelijk leven bij velen óók niet ? Omdat men verstrikt zit in een bepaald schematisme. We bedoelen daarmee, dat men een wettisch schema uitgestippeld heeft van de bekéringsweg en waar het geestelijk leven aan voldoen moet. Men hoort bepaalde mensen spreken over 'stukken', die men zelf niet doorleefd heeft. En zó komt men steeds meer aan de kant te staan. Het leven met God is er slechts voor die mensen, die een Manasse-of Saulusbekering hebben meegemaakt. Als men over de Bijbel hoort spreken, dan is dat maar de 'dode' letter. De prediking is niet genoeg, want 'achter de waarheid ligt nog een waarheid'. De prediking is dan 'slechts' het 'uitwendig' Woord. En zo is men in een lijdelijkheid terechtgekomen, die fataal kan worden. Immers zo is alle spanning eruit. Die spanning kan er van 'links' uitgaan door een puur verstandsgeloof, maar óók van wat men dan 'ultra-rechts' noemt. Zo wordt het appèl, de aanval en de twist met de onbekeerden in de prediking weggenomen. Wanneer het Woord krachteloos wordt gemaakt — op welke wijze dan ook — is de ellende van de dwaling niet meer te overzien. Want dan gaat men scheiding aanbrengen tussen Woord en Geest. Al moet onderscheid worden gemaakt tussen Geest en Woord, scheiden mogen wij deze nooit, want de Geest laat zijn eigen werk niet in de steek. De Geest wil juist werken door middel van de verkondiging van het Woord (Rom. 10 : 17; 1 Kor. 1 : 21).

Genezing

Daarom ligt de genezing zowel van het materialisme als het schematisme in het voluit laten functioneren van het gezag van de Heilige Schrift. Met het 'er staat geschreven' heeft de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs op aarde ook geleefd. Zo leert Hij ook zijn volk leven. Met het 'er staat geschreven' komt de dienaar des Woords met volmacht tot de gemeente. Hij moet eerlijk exegese bedrijven. D.w.z. hij mag uit een tekst niets anders lezen dan erin staat. Hij is immers dienaar van het Woord ? Dan moet hij zichzelf het zwijgen opleggen.

Als opgemerkt wordt, dat het Woord toegepast moet worden aan het hart en persoonlijk moet worden verwerkt, is dat wel waar, maar ook hier moet de Schrift als uitgangspunt genomen worden. Daarom moet elke bevinding Schriftuurlijke bevinding zijn. In het geestelijk leven moet het hart van de Schrift kloppen. Dat betekent dan, dat Christus alles voor ons geworden is. Dat HIJ al onze liefde waardig geacht is en niet slechts met de mond, maar met het hart beleden wordt: Al wat aan Hém is, is gans begeerlijk. Bemin'lijk Vorst, Uw schoonheid hoog te loven gaat al het schoon der mensen vér te boven. Waarom zeggen we dat ? Omdat we ook een blik in onze diepe verlorenheid geslagen hebben en het bederf van de zonde in eigen leven hebben gezien, en dagelijks nog zien. En dan weten we, dat hier maar één geneesmiddel is: Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon (1. Joh. 1:7).

Dan zal ons leven ook een leven van voortdurend gebed zijn. Het gebed is terecht genoemd de ademtocht der ziel. Als Jezus zelf het gebed nodig had, zouden wij het dan missen kunnen ? Zoals een mijnwerker in z'n schacht het uit kan houden als hem voortdurend zuurstof toe gediend wordt, zo ook de gelovige in de spelonk van deze wereld als hij geestelijke kracht uit de hemel ontvangt. Een leven in het geloof is een biddend leven, dat kan niet anders. Gods verborgen omgang vindt zielen waar Zijn vrees in woont. Geloof en gebed zijn de twee vleugels, die ons doen opstijgen uit het moeras van ons zondig bestaan.

Bij zulk een leven zal men ook de gemeenschap der heiligen zoeken. Geloof vindt geloof. Leven vindt leven. Omdat uit dezelfde levensbron geput wordt. Er wordt geleefd uit en bij het Woord. Dat Woord heeft de liefde van ons hart en geeft in de woestijn van het leven telkens een oase en bovenal een uitzicht op het eeuwig Kanaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geloof en zekerheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's