De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kinderen van het Verbond 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kinderen van het Verbond 2

Het Verbond Gods

6 minuten leestijd

De Schrift zelf geeft ons dus aanleiding om te spreken over kinderen van het verbond. Allereerst kunnen daar dan mee worden bedoeld allen, dus ook volwassenen, die tot het verbond behoren, maar meer speciaal kan het ook slaan op de kleine kinderen die geboren worden onder de bediening van het genadeverbond. Kinderen van het verbond dat zijn wij, die ongeacht hun leeftijd via de lijn der afstamming betrokken zijn op het genadeverbond Gods. Men hoort erbij. We stuiten hier op die eigenaardigheid van het genadeverbond, namelijk dat het aansluit op de schepping. God heeft in de schepping gelegd dat een vader en moeder verbonden zijn met hun kinderen. De band van het bloed verbindt de geslachten. Nu sluit de nieuwe schepping, die rust in de genade, hierbij aan. En dat niet alleen bij wijze van voorbeeld. Dan zou er immers alleen maar een band zijn in de nieuwe mensheid zoals er ook een band was in de oude mensheid. Integendeel, het is die band des bloeds van de oude schepping zelf die geestelijke betekenis krijgt in de nieuwe schepping. Het zijn niet alleen de personen, maar ook hun verbindingen, die opgenomen worden in het genadeverbond. De nieuwe schepping is herschepping, herstel van het oude. Anderzijds is ze echter ook voluit nieuwe schepping. Dat betekent dat de band in de nieuwe mensheid pas door wedergeboorte werkelijkheid wordt.

Spanning

Zo komt het dat er zo'n hoge spanning ligt in dat woord 'kinderen van het verbond'. Je kunt het zijn en toch eigenlijk niet zijn, Rom. 9 : 6. Kind en toch geen kind! Deze spanning heeft men op alle mogelijke manieren onder woorden proberen te brengen: e kunt wel uiterlijk kind van het verbond zijn, maar niet innerlijk. Je kunt leven als kind van het verbond onder de bediening van het genadeverbond, maar niet tot het wezen van het verbond behoren, een betrekking hebben op het genadeverbond, maar er niet echt toe behoren. Je kunt voorwaardelijk in.het verbond zijn opgenomen, maar niet absoluut in het verbond zijn. Je kunt in het verbond zijn, maar niet van het verbond. Er zijn tweeërlei kinderen van het verbond. Er zijn kringen of lagen in het verbond. Deze onderscheidingen hebben soms geleid tot veel verwarring. Het is voorgekomen in de geschiedenis van het Gereformeerd Protestantisme, dat met dezelfde argumenten dezelfde onderscheiding zowel werd verworpen als verdedigd. Daarom moeten we altijd vragen naar de bedoeling waarmee zo'n onderscheid wordt gehanteerd en ons niet laten verleiden tot een twist om woorden.

De naam 'kind van het verbond' zet ons onder hoogspanning. Enerzijds spreekt de Heere heerlijke beloften over ons en onze kinderen, maar wat krijgt juist van daaruit het recht van God op kinderen van het verbond een enorme klem. En dan is het toch niet zo, dat op het erf van het verbond de overgangen alleen maar vloeiend en vaag zijn. Integendeel, wedergeboorte en bekering blijven wedergeboorte en bekering. Een goddeloze wordt gerechtvaar­digd. Van ons uit is er geen verschil of we een kind van het verbond zijn of niet. De Heere maakt verschil door ons geboren te doen worden onder de beloften van Zijn genadeverbond. Wat een pleitgronden worden hier voorgesteld aan verbondskinderen, die zichzelf niet meer in kunnen zetten met een verstandelijk 'dus'. In de nood van zonde en schuld blijft de Heere over met Zijn verzegelde belofte. Kind van het verbond, dat word ik door de innerlijke vernieuwing van de Heilige Geest, als goddeloze, gerechtvaardigd door het geloof in Christus, Gal. 3 : 26—29. Hij is het ware Zaad van Abraham, het ware Kind van het verbond. In Hem heeft de God van het verbond alles geëist en alles ontvangen. In Hem, is de Vader, Vader van het verbond en zijn kinderen, kinderen van het verbond, die door de Geest stamelen: 'Abba, Vader'. Het leven in dat verbond is een heerlijk gezinsleven. God is de Vader, Christus is de Eerste der broederen en dan zijn er de gelovigen als de vele broeders en zusters. Een zalig gezin, waarin door de Geest der liefde rijpe vruchten worden gemaakt.

Opvoeding

Onder diezelfde spanning staan we met de opvoeding van verbondskinderen. Die kinderen zijn immers in algemene zin Gods kinderen, Ez. 16 : 20—21. De Heere heeft recht op hen. We mogen ze niet offeren aan de afgoden van de tijd. Dat is de eis van het verbond. Hoeveel vragen komen er dan niet aan de orde! Welke invloeden laten we op die kinderen van buitenaf inwerken door radio, tv, krant en boek, onderwijs en werkkring? Daar zijn we toch als ouders verantwoordelijk voor. De gemakkelijkste weg is om de wereldsgezindheid van onze kinderen te wijten aan de moderne tijd. En welke invloeden komen van binnenuit? Waar gaan bijvoorbeeld de gesprekken over aan tafel?
En dat is niet alleen iets negatiefs. Dit mag niet en dat mag niet. Er staat het geweldige rijke van de vreze des Heeren tegenover. Verbondskinderen mogen onderwezen worden in al de zegeningen van het verbond. De Heere heeft ze op het erf van het verbond gezet. Hun ouders mogen hen de zegen daarvan niet onthouden. De zegen van het Woord Gods, waaruit gepredikt wordt in de kerk, verteld wordt op school en gelezen wordt in het gezin.

Dit alles wil niet zeggen, dat zo onze kinderen natuurlijk ook wel echte kinderen van het verbond worden. Dat spreekt immers niet vanzelf. Wie zichzelf kent als in zonde ontvangen en geboren, die kent ook zijn kinderen. Onze kinderen zullen niet vanzelf geloven, evenmin als wij dat doen. Het ligt niet in de macht van ouders, ook niet in de macht van verbondsouders om ze te doen geloven. We kunnen onze kinderen het geloof niet aanpraten. Doen geloven is het werk van de Heilige Geest. Die Geest wil echter van ouders gebruik maken. Hij legt het Woord Gods in hun handen, met de beloften van het Verbond. Daar mogen ze op aanwerken, maar vooral op aanbidden. Verbondsouders dat zijn biddende ouders. Kinderen van het verbond, dat zijn kinderen voor wie veel gebeden zijn neergelegd in het binnenste heiligdom. Daar wordt onze onbekwaamheid ontdekt en beleden, daar wordt ook de troost gevonden in de beloften van God. 'Hij Die u roept, is getrouw. Die het ook doen zal'.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De kinderen van het Verbond 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's