De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verzekering uit de vruchten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verzekering uit de vruchten

Pastorale overwegingen

7 minuten leestijd

De praktische sluitrede

Onze geref. vaderen hebben steeds voor ogen gehad, dat het geloof niet slechts een theoretische, maar vooral een praktische aangelegenheid is. Het geloof heeft z'n vruchten, het werkt iets uit. Van Luther is de plastische uitdrukking: 'Goed bier schuimt'. Calvijn is wat stijlvoller in z'n uitdrukkingen, maar laat toch duidelijk naar voren komen, dat het geloof nauw verbonden is met de levensheiliging.

Wie het derde boek van zijn Institutie leest komt treffende hoofdstukken tegen. Het komt hierop neer, dat Christus geen halve Zaligmaker is. Christus kan niet in stukken gescheurd worden. Die Hij rechtvaardigt, heiligt Hij óók. Hij bevrijdt niet alleen van de schuld der zonde, maar ook van de zonde zelf. Al is het hier nog zéér ten dele, omdat we ademen in de atmosfeer van de zonde, er komt toch een bepaalde richting in ons leven. Die richting wordt ingeslagen met vallen en opstaan. Ondanks onze zwakheid komt er toch een bepaalde levenskoers. Er heeft immers een omkeer (bekering) plaats gehad ? ! Dat is ergens aan te merken. Naar het Woord van Jezus brengt een goede boom goede vruchten voort (Matth. 7 : 17). En volgens de schrijver van de brief aan de Hebreeën zal zonder heiligmaking niemand de Heere zien (Hebr. 12 : 14).

Komt hier de rechtvaardiging van de goddeloze niet in het gedrang ? Nee, want Christus is ons niet alleen gegeven tot rechtvaardiging, maar ook tot heiliging en verlossing (1 Cor. 1 : 30). Ook dit laatste is te merken. Het gaat erom — om met Calvijn te spreken — dat wij hersteld worden naar het beeld van God. Dat begint hier. Daarin ligt het doel van ons leven. Ieder, die tot God bekeerd wordt krijgt een diepe indruk van de heiligheid van God. Naarmate wij door de Heilige Geest geleid worden zal die heiligheid (van God) een stempel op ons drukken. Wie ergens zéér door geboeid is, zal dat niet gemakkelijk vergeten. Wie met z'n volle bewustzijn op Golgotha gestaan heeft zal een afschuw van de zonde krijgen. Die kan althans in haar niet meer z'n vermaak vinden, ook al overvalt de zonde ons dagelijks. We zijn immers anders geworden ? Vroeger sprak men van een gelovige als van een veranderd mens. Dat was heus nog niet zo'n domme uitdrukking, want 'indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel, het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles nieuw geworden' (2 Cor. 5 : 17). Het oude, dat voorbijgegaan is, is het vermaak in de zonde. Het nieuwe, dat gekomen is is het verfoeien en haten van de zonde en het gericht zijn op Christus. Dat komt voor de dag. Waarom ? Nu citeer ik antw. 86 van de Heidelbergse Catechismus: Daarom, dat Christus, nadat Hij ons met zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, ons ook door zijn Heilige Geest tot zijn evenbeeld vernieuwt, opdat wij met ons ganse leven Gode dankbaarheid voor zijn weldaden bewijzen, en Hij door ons geprezen worde. Daarna ook, dat elk bij zichzelf van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij, en dat door onze godzalige wandel onze naasten ook voor Christus gewonnen worden. Voor het belang van ons onderwerp is vooral het zinnetje: 'Daarna ook, dat elk bij zichzelf van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij'. Men heeft dit genoemd de praktische sluitrede (syllogismus practicus).

Is dit niet wat gewaagd uitgedrukt ? Komen we hier niet langzaam aan weer op het voetspoor van de roomse kerk, met haar leer van goede werken ? Het lijkt er misschien op maar in wezen is dit toch niet zo. Want het gaat hier niet over het fundament van onze zaligheid, maar over de gevolgen van het ingelijfd zijn in Christus. Als een rank aan de wijnstok verbonden is, is dat te merken. Het blijft waar: Zonder Mij kunt gij niets doen, maar waar Christus aanwezig is gebeurt er ook iets. Dat blijkt na verloop van tijd. Zijn de vruchten van de boom dan altijd goede werken ? Of behoort tot de vruchten ook een constatering van het tekort aan góéde werken ? Ik dacht, dat zowel het één als het ander gebeurt. Paulus heeft het over een vermaak in de wet Gods naar de inwendige mens, maar. .. hij ziet een andere wet in z'n leden, die strijdt tegen de wet van z'n gemoed en hem gevangen neemt onder de wet der zonde in z'n leden (Rom. 7 : 22, 23). Het waarachtig geloof constateert in deze bedeling altijd een leven beneden de maat. En toch leren we ernaar jagen en grijpen (Filipp. 3 : 12). Paulus gevoelt de spanning van het leven der heiliging. In deze spanning weet hij zich betrokken, door de Heilige Geest. Niet, dat hij hier, een grond van z'n zaligheid van maakt. Die grond is het offer van Christus alleen. Maar, waar uit dat offer geleefd wordt, daar heeft dit effect. Calvijn spreekt van getuigenissen, dat God in ons woont en regeert (Inst. III:14, 18). Op een andere plaats heeft hij het over 'signa posteriara' d.w.z. navolgende tekenen. Tegelijk geeft hij toe, dat dit slechts hulpmiddelen zijn. De grond der zaligheid is en blijft Christus.

In het voetspoor van Calvijn en de Heid. Catechismus gaan ook de Dordtse Leerregels. 'Van deze hun eeuwige en onveranderlijke verkiezing tot zaligheid worden de uitverkorenen te Zijner tijd, hoewel bij verscheiden trappen en met ongelijke mate, verzekerd; niet als zij de verborgenheden en diepten Gods trachten te doorgronden, maar als zij de onfeilbare vruchten der verkiezing, in het Woord van God aangewezen (als daar zijn: Het ware geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid, die naar God is over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid enz.) in zichzelf met een geestelijke blijdschap en heilige vermaking waarnemen' (2 Cor. 13:5) (D.L. 1, 12).

Staat het gevaar van zelfwaardering hier niet levensgroot voor ons ? Dit bedoelden de geref. theologen in die dagen in géén geval. Alles is immers geschonken goed ? Wanneer de geestelijke gaven in iemand functioneren, zodat de verbondenheid met God z'n leven gaat kenmerken, dan blijkt dit leven vruchtbaar te worden. Dan mag een mens met blijdschap bemerken, dat God hem in zijn dienst heeft willen nemen. Hij komt tot een ander bestaan dan de wereldse mens. Er wordt immers uit een andere bron geput ? ! En al blijft hij zelf vleselijk (verkocht onder de zonde), er is óók een nieuwe mens opgestaan (in Christus). In eén catechismusverklaring las ik de opmerking: Wanneer God in Christus de mens aanspreekt, dan kan deze door Zijn Woord en Geest tot een geloof komen, dat zijn bestaan zó raakt, dat hij tot een willen en werken komt, waarin God werkt (Filipp. 2:13). Al komt dit werk in alle opzichten nog tekort, toch mag hij zich in dit levend geloof verblijden omdat het vruchtbaar blijkt te zijn. Dit 'vastmaken van zijn verkiezing' (2 Petrus 1 : 10) is geen verdienstelijk werk. Het is krachtig worden in de Heere en in de sterkte van zijn macht! (Efeze 6 : 10).'

Naast de praktische sluitrede is er ook nog sprake van de mystieke sluitrede (syllogismus mysticus). Daar wordt mee bedoeld: en verzekerd zijn uit de bevindingen. Hier dreigen meer gevaren dan bij de praktische sluitrede. Immers, het kan zo spoedig worden een rusten in de bevindingen. Al mag wel gezegd worden: 'Komt luistert toe, gij godsgezinden. ..', we moeten weer verder en telkens opnieuw van de genade in Christus leven. Bevindelijk leven is een afhankelijk leven. Wel mag de Heere herinnerd worden aan zijn vroegere uitreddingen: Gedenk aan het woord tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen' (Ps. 119:49). Door het aandachtig luisteren naar het Woord en een krachtig gebedsleven groeit het geloof, is de bevinding een schriftuurlijke bevinding en wordt het uitzicht op de grote toekomst helderder. En de vrucht daarvan is, dat we met Paulus zeggen: De zaligheid is ons nu nader, dan toen wij eerst geloofd hebben' (Rom. 13 : 11).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1973

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Verzekering uit de vruchten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1973

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's