Samen belijden of één in belijdenis?
De weg van het belijden der kerk
De synode gaf een nota uit onder de titel De weg van het belijden der kerk. Ik schreef er al eerder iets over, omdat de inhoud ervan op een synodevergadering aan de orde kwam. Thans wil ik er wat breder op ingaan omdat de nota aan alle kerkeraden ter bespreking is gezonden. Ter inleiding nog het volgende: deze nota werd met algemene stemmen door de synode aanvaard. Terwijl op diezelfde synodezitting een stuk over het Getuigenis heftige discussies en weerstanden opriep. Een nota over het belijden met algemene stemmen aanvaard, hoe kan dat ? Voor dat ik op die vraag inga geef ik eerst aanleiding en de inhoud kort weer.
De aanleiding
Aanleiding voor het schrijven van de nota was het besluit van het moderamen van de synode in overleg met de Generale Financiële Raad om bepaalde hervormd-gereformeerde projecten uit de generale kas te gaan subsidiëren. Kan dat eigenlijk wel, zo werd gevraagd, onder andere door enkele synodeleden. Er waren — zo werd gezegd — te weinig principiële gesprekken aan dit besluit voorafgegaan. Was men niet te gemakkelijk uitgegaan van de gedachte, dat alle modaliteiten bij voorbaat moeten worden aanvaard als 'sectoren van de ene waarheid, als deelwaarheden die te zamen de volheid van genade en waarheid representeren ? ' Was het niet nodig om vooraf te praten over de rechte prediking, de rechte bediening der sacramenten, over de belijdenis en al wat het belijden weerspreekt ?
De nota gaat dan zeggen dat er een nieuwe polarisatie, een nieuwe tegenstelling der richtingen is ontstaan. Deze richtingstegenstellingen vallen niet zonder' meer samen met de richtingstegenstellingen uit de vorige eeuw, namelijk die tussen orthodoxen en modernen, tussen confessionelen en ethischen, tussen rechts-en linksvrijzinnigen of tussen confessionelen en hervormd-gereformeerden. Deze tegenstellingen uit de vorige eeuw behoren nog wel niet helemaal tot het verleden, maar de beweging Gemeenteopbouw van na de Tweede Wereldoorlog heeft de scherpe kantjes eraf gehaald. Thans gaat het om tegenstellingen, die rondom het Getuigenis zichtbaar werden. Er is thans namelijk een beweging op gang gekomen, zo zegt de nota, die sterk maatschappij-kritisch is en politiek tegen het neo-marxisme aanleunt. Een beweging die gericht is op het hier en nu, die met de bovenaardse dingen geen raad meer weet en de kerk alleen nog ziet als instituut ten dienste van de verwerkelijking van 'de stad van de toekomst' hier en nu.
Intermezzo
Ik onderbreek hier even de gang van de nota om aan te sluiten bij wat prof. dr. C., Graafland in het juninummer van Theologia Reformata over de nieuwe tegenstellingen schreef. Hij merkt op dat hij niet gelooft dat het thans om andere richtingstegenstellingen gaat dan in de vorige eeuw. De oude tegenstellingen doen zich nu in nieuwe vorm voor. Ook in de vorige eeuw is te signaleren de tendens om het heil hier en nu te zoeken met verwaarlozing van het bovenaardse. Toen werd dat echter louter persoonlijk, op het individuele leven toegepast, thans is deze zelfde tendens maatschappij-kritisch, op het samenlevingspatroon gericht. En het tweede is dat, evenals in de vorige eeuw, thans ook de mens wordt gezien als medebewerker van het heil. God en mens werken samen. Hier gaat het om een zaak die door de eeuwen heen al heeft gespeeld, namelijk in de strijd tussen Augustinus en Pelagius, tussen de gereformeerde vaderen en de remonstranten, tussen Paulus en de Judaïsten.
Inderdaad doen zich op deze twee door Graafland genoemde punten nog dezelfde tegenstellingen voor als in de vorige eeuw. Het gaat ten diepste om de vraag of genade nog genade is óf dat het bekende gezegde geldt: God wat en de mens wat. '
De weg die 'gewezen wordt
Als de synodale nota dan de weg wijst, die de Hervormde Kerk heeft te gaan, dan wordt gewezen op artikel X van de kerkorde, waarin gezegd wordt dat de Hervormde Kerk belijdt 'in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in gemeenschap met het belijden der vaderen'. Als de kerk zo belijdt dan kan niet worden uitgegaan van de gedachte van de pluriformiteit (de veelvormigheid van de kerk) 'alsof uit de optelsom van deelwaarheden de waarheid die in Christus is vanzelf tevoorschijn zou komen'. Men zal elkaar binnen de kerk moeten confronteren met het getuigenis van apostelen en profeten en met het belijden van de vaderen en met de wereld waarin we thans samen leven. En dan wordt gezegd: 'Daarbij mag niet de mogelijkheid uit de weg worden gegaan, dat tegenstellingen aan het licht komen, die voor de noodzaak stellen dwalingen te signaleren en af te wijzen als strijdig met geest en hoofdzaak vanhet belijden der kerk. Het belijden der kerk, zo vervolgt de nota dan overigens, is méér dan het opstellen van een belijdenisgeschrift, het gaat ook om het betuigen van Gods beloften en geboden voor alle mensen. Daarbij mag overigens de gerechtigheid die in de samenleving moet worden nagejaagd niet vereenzelvigd worden met de gerechtigheid Gods die in Jezus Christus is. En goede werken mogen niet in de plaats worden gesteld van de souvereine genade van een God, die goddelozen rechtvaardigt.
Tot zover de inhoud van de nota. Het stuk besluit met de noodzaak van hernieuwde gesprekken in de kerk te onderstrepen. Er mag namelijk, zo wordt gezegd, geen vrede zijn met een situatie waarin geestelijk naast elkaar bestaande groeperingen elk een eigen leven leiden en elkaar hoogstens 'erkennen'. Dan zou het hervormd kerkverband hoogstens een administratieve worden.
Met algemene stemmen
Hoe is het mogelijk dat een nota als deze met algemene stemmen wordt aanvaard ? Me dunkt, dat dit alleen mogelijk is omdat volstaan wordt met algemene aanduidingen terwijl de concrete toespitsing ontbreekt. Er worden in dit stuk goede dingen gezegd maar ieder zal daar wel zo zijn eigen interpretatie aan geven. Het stuk biedt trouwens allerlei mogelijkheden voor eigen interpretatie. Bijvoorbeeld als gesproken wordt over geest en hoofdzaak van het belijden, of als gezegd wordt, dat het belijden plaats vindt in confrontatie met de wereld waarin we leven, kortom als meer gesproken wordt over het belijden dan over de belijdenis.
De Hervormde Kerk ging na de Tweede Wereldoorlog belijden in gemeenschap met het belijden der vaderen. In de praktijk kwam het erop neer dat gemeenschap met het belijden der vaderen vaak samen ging met het op gespannen voet staan met de belijdenis der vaderen. De belijdenissen werden omkranst met allerlei nieuwe proeven van belijden of overwegingen of nota's, die de belijdenis als het ware onherkenbaar maakten. De belijdenis zélf is vaak vergeten bezit. Ds. Boer schreef in het boekje De Gereformeerde Gezindte nu en in de toekomst: 'Alles wat in de belijdenis voorhanden is en wat niet, of nog niet of niet meer in de prediking van nu wordt verkondigd als de schat van het Evangelie, dat wordt — kerkelijk gezien — slapend bezit. Wanneer dat zich uitbreidt, wordt het vergeten bezit. Daarbij blijft het niet. Want slapend bezit wordt bestreden bezit en straks geëlimineerd bezit'. Komen we elk van deze door ds. Boer genoemde fasen niet tegen in onze kerk ? Terwijl toch van links tot rechts wordt teruggegrepen op artikel X van de kerkorde, op het belijden in gemeenschap met het belijden der vaderen ?
Willen we in de kerk tot een zinnig gesprek over het belijden komen dan zullen we tot een gesprek Qver de belijdenis moeten komen. Dan pas komen de echte tegenstellingen aan het licht, tegenstellingen die ook vlees en bloed krijgen in de prediking.
Wat dat slapend bezit van de belijdenis betreft nog het volgende. Telkens weer kan je horen zeggen: de belijdenis is ons uitgangspunt, de rechtvaardiging van de goddeloze is natuurlijk de basis van waaruit je werkt maar dan is verder de vraag hoe doe je dat nu in het leven van elke dag in deze wereld ? Maar iemand zei eens terecht tegen een dominee die dit óók zo zei, namelijk, dat dit alles natuurlijk zijn uitgangspunt was: 'dominee, wanneer preekt u er dan eens over ? ' Raak gezegd. We zitten in de kerk teveel in de sfeer van de vooronderstellingen. We zeggen 'natuurlijk' amen op dit en we gaan 'natuurlijk' uit van het belijden maar het functioneert niet in de prediking en ook niet in het spreken van de kerk. De belijdenis is slapend bezit of vergeten bezit vaak en zodra het tot een confrontatie zou komen met de werkelijke inhoud van de belijdenis dan zou dit bezit van onze kerk op vele punten bestreden bezit worden.
De nota van de synode spreekt over het belijden maar zwijgt over de belijdenis. Daar ligt de zwakte ervan, welke goede opmerkingen dan ook gemaakt mogen, worden. Belijden doen we allemaal maar we doen het in onze kerk ieder vaak op eigen wijze. Daarom, een nota over het belijden gezamenlijk aanvaarden kan nog wel, maar over de belijdenis ? Daarom ben-ik er nog niet zo van onder de indruk dat een nota als deze met algemene stemmen werd aanvaard. Onder deze algemene aanvaarding liggen namelijk iiitussen diepgaande verschillen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1973
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1973
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's