De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik kan niet meer zo

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik kan niet meer zo

Ik ging praten

8 minuten leestijd

Er zijn onderwerpen, die dermate delicaat zijn, dat het niet eenvoudig is om erover te schrijven. Ik zou er niet aan gedacht hebben in ons blad te schrijven over homofilie en homoseksualiteit, als er niet een telefoontje gekomen was: 'Kom eens praten'. Ik ging praten. Het werd een gesprek van hart tot hart, openhartig, zonder dat iets achtergehouden werd. Vol indrukken ging ik naar huis, maar vooral ook met één gedachte, namelijk: ligt hier niet een roeping om erover te schrijven ? Misschien terwille van anderen, die eenzelfde strijd te strijden hebben als de man met wie ik sprak. Ik doe het onder de titel Ik kan niet meer zo. Jaren geleden schreef ds. Boer over dit onderwerp onder de titel Ik ben niet meer zo, naar»aanleiding van een boekje dat die titel droeg. Het levensrelaas dat hier volgt maakt duidelijk waarom ik déze titel nam.

Van jongs af

Jong gegrepen door het Woord des Heeren begon de strijd tegen het eigen willige vlees. Ontdekt werd de onweerstaanbare neiging tot seksueel contact met andere jongens. Het kwam er ook daadwerkelijk van, zij het dat na elke daad het schuldbesef er was. De ellende werd gevoeld en om verlossing werd gesmeekt. Uiteindelijk werd gegrepen naar het huwelijk als noodoplossing. Hopelijk zou het daardoor beter worden. En het werd beter, tenminste twee jaar lang ging alles goed. Er was liefde tussen man en vrouw. Er kwamen kinderen. Maar het was als met een steen die je omhoog werpt. Die steen komt weer op z'n basis terecht. De eerste aandacht voor zijn vrouw ging weg en de werkelijkheid werd onder ogen gezien: ik ben anders ! Mijn seksuele "neigingen gaan niet uit naar een vrouw maar naar een man. En het kwam er weer van, eenmaal en andermaal. Dié seksuele omgang was hét. En toch was een compromis met deze zonde onmogelijk. Na elke zondige daad volgde een belijdenis van schuld en een vernieuwde keuze. Zelfs werd schriftelijk en ondertekend aan God de belofte gedaan dat deze zonde afgezworen zou worden. Maar de genegenheid bleef en de gelegenheid was er telkens weer, want anderen, die ook zó zijn, worden herkend. Men voelt het bij anderen. Zo ging het van strijd tot strijd en van zonde tot zonde. Er werd gebeden en gesmeekt: verlos mij van deze zonde, al moeten mijn lichaam en ziel verbroken worden. Maar de wijze waarop met de zonde gebroken zou worden was vanuit de wet: 'Ik ben het verplicht vanuit de genade die mij geschonken is'. Zo werd de genade een wet. En dat w^rd een mislukking.

Zonde is zonde

Ik ben genoodzaakt vele dingen uit het relaas, dat ik hoorde, weg te laten. Maar vele handvaten werden aangegrepen om deze zonde te boven te komen. De psychiater gaf het advies: 'sluit je aan bij een club van homoseksuelen. Je bent nu eenmaal zo'. Bij jou is de homoseksuele neiging, die ieder mens nu eenmaal in aanleg heeft, zo sterk ontwikkeld, aldus de psychiater, dat je op personen van je eigen geslacht aangewezen bent. Maar die weg was onbegaanbaar. Zonde is zonde, kwaad tegen God. En de toorn van God over de zonde werd gevoeld. Ook de gedachte dat al Gods kinderen nu eenmaal telkens weer in zonde vallen baatte niet. Zonde is zonde ! Kan er met déze zonde genade zijn ? Een hopeloze ellende werd ervaren.

Totdat er een moment kwam — na zoveel jaren en na door veel diepten te zijn heengegaan, dat weerstand geboden kon worden tegen het bedrijven van deze zonde. Inmiddels werd ook de geopende deur van Gods genade gezien. Maar zien is nog geen doorgaan. Want het verschrikkelijke van het van God afgekeerde leven werd des te stefrker ervaren. 'Wél zo geboren maar niet zo geschapen'. Wel geboren in zonde en ongerechtigheid maar goed geschapen. En toch, de liefde van God is dieper dan onze menselijke schuld. De genade in Christus trad rijk aan het licht, toen gezien werd dat Hij in het rechthuis geleid was, dat Hij bespot was en de schande en vloek gedragen had. 'Toen was het of Christus naast me kwam staan en zei: 'jouw vloek heb Ik gedragen en jouw zonde heb Ik geworpen in een zee van eeuwige vergetelheid'.' De eeuwige liefde van God en de Borgtocht van Christus werden ervaren: 'rechtvaardigheid Gods in Hem'. De blijdschap van psalm 116 werd diep doorleefd. En getuigd mocht worden van Gods grote liefde in Christus tegenover die mensen, met wie je samen op de ene hoop van zondaars ligt: hoeren, souteneurs, doodslagers en dieven.

Nieuwe fase

Dit alles bracht een nieuwe fese in het leven. Tegen de zonde werd niet meer gestreden vanuit de wet maar vanuit de genade. Zo werd de zonde gekruisigd en de kracht van de zonde gebroken, zodat deze_ ene zonde niet meer daadwerkelijk werd bedreven. De haat waarmee de zonde — déze zonde — voortaan gehaat werd was krachtiger dan de liefde waarmee deze zonde voorheen bedreven werd. 'Ik kan niet meer zo' was sindsdien het devies.

Ook al bleef er de homoseksuele gerichtheid en kwam er niet een heteroseksuele gerichtheid voor in de plaats, de kracht van de zonde was gebroken. Het homoseksuele lichaam — zó geboren, hoewel niet zó geschapen — zal meegaan tot in het graf. Daarom is het niet mogelijk om te zeggen: ik ben niet meer zo ! Maar wel: ik kan niet meer zo !

Er bleven en blijven weliswaar vragen. Vooral ook déze vraag: hoe kan Paulus zeggen dat iedere man vanwege de hoererij zijn eigen vrouw hebben zal, als voor iemand met een homoseksuele geaardheid, voor iemand die tot een vrouw geen affiniteit heeft, het huwelijk de oplossing toch niet brengt, al kan daar overigens wel de liefde en de onderlinge genegenheid zijn ? Een onopgeloste vraag voor de man met wie ik sprak.

Waarom dit verhaal ?

Waarom druk ik dit verhaal hier af ? In de eerste plaats omdat het probleem, dat hier ligt, me als het ware opgehouden werd in het gesprek dat ik voerde. In de tweede plaats omdat me duidelijk werd, dat dit probleem ook in onze kring dieper zit dan we vaak vermoeden. Velen strij-^ den hier hun strijd en lijden hun nederlagen. De man, die me zijn leven vertelde, bond me het probleem zo duidelijk op het hart dat ik erover schrijven moest, omdat hijzelf het moeilijk doen kon en hij toch getuigenis wilde geven van het feit dat de kracht van deze zonde in zijn leven gebroken was. Wat mij vooral duidelijk werd is dat mensen, die hier hun strijd strijden en weten wat zonde is, zich vaak in de kou gelaten voelen door die psychiaters en ook door anderen die zeggen: 'wees maar zo, je bent nu eenmaal zo' en die zonde geen zonde meer noemen. Van wat ze zelf als .zonde gevoelen en als schuld voor God ervaren worden ze niet bevrijd door hen aan te praten dat ze nu eenmaal zó zijn en dus ook maar zó moeten leven.

Verder kwam in dit gesprek ook rijk tot uitdrukking dat de genade meer is dan de zonde, zonder tiat gezegd werd: laten we de zonde doen opdat de genade te meerder worde. Mensen, die hier hun nood en strijd hebben, mogen gewezen worden op de kracht en de genade van Christus, die de zonde — ook déze zonde — breken kan en ook bréékt. Zodat het wordt: Ik kan niet meer zo ! Zodat de haat waarmee de zonde gehaat wordt groter wordt dan de^ liefde waarmee zij bedreven werd. Men wordt niet bevrijd van het homofiele lichaam, dat moet mee het graf in. Maar men ontvangt wél de kracht om de homofiele uitingen en neigingen te weerstaan.

En dan, het belangrijkste is: deze zonde — door de man met wie ik sprak de verachtelijkste genoemd die er is — werd ook door Christus verzoend. Ook door deze zonde op zich te nemen was Hij de verachtelijkste onder de mensenkinderen. En wie tot Hem komt zal Hij geenszins uitwerpen.

Ik zou in dit verband willen zeggen: wek ke zonde is meer en welke minder ? Wie de diepte van zijn eigen hart kent en de schuld van zijn leven ervaart spreekt niet over de zonde van anderen als verachtelijker dan de eigen zonde. Zonde is zonde, welke zonde dan ook. En voor ieder blijft er de noodzaak voor het gebed: gedenk niet meer aan het kwaad dat wij bedreven; of: gedenk niet aan de zonde van mijn jeugd. Wie zal de diepte van zijn eigen hart verstaan of de ontwrichting van het bestaan door de zonde peilen ? Dan is het een rijkdom te weten dat Christus leed en stierf voor onze zonden, ook voor die zonden die we als boezemzonden, als verachtelijke zonden ervaren. Niemand staat dan-^ook boven hen die te strijden hebben tegen zeer bepaalde zonden, zoals de man met wie ik sprak.

Tenslotte

Misschien zijn er mensen die dit lezen en hier ook hun strijd te strijden hebben of gestreden hebben. Misschien kan het ik kan niet meer zo, - waarvan getuigd werd, steun bieden. Ik schreef dit verhaal hier

neer zoals het me werd verteld. Hopelijk mogen anderen er steun aan hebben of anderzijds beseffen dat hier een pastoraal probleem ligt van de eerste orde. Misschien wekt het ook vragende reacties op. Wie over dit onderwerp dan ook corresponderen wil met de man met wie ik sprak, schrijve mij. Ik stuur de correspondentie wel door en j.a\ ook de antwoordbrieveii van hem weer doorzenden. Wie schrijven wil die; schrijve.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ik kan niet meer zo

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's