De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verbond en Wet 1

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verbond en Wet 1

Het Verbond Gods

9 minuten leestijd

Het werkverbond

Wie geen vreemdeling is in het kerkelijk Jeruzalem hoorde misschien weleens uit de mond van een predikant of van een ouderling de uitdrukking, dat wij in ons 'aller bondshoofd Adam' gevallen zijn. Zulk een uitdrukking kan de vraag hebben doen opkomen welk verbond er dan bedoeld is en welke plaats Adam daarin heeft ingenomen. Nog sterker kunnen deze vragen op ons afgekomen zijn wanneer wij misschien diezelfde predikant of diezelfde ouderling ook nog hoorden zeggen dat er een 'bondsbreuk' heeft plaatsgevonden. Is er dan een verbond geweest dat verbroken kon worden ? En wie heeft het verbroken ? i En wanneer is het verbroken ? En wat hebben wij nu, na zoveel eeuwen, ermee te maken ?

De oude gereformeerde theologen hebben gesproken van twee verbonden, of ook wel van een tweeërlei verbond, een verbond der werken en een verbond der genade.

De relatie tussen God en mens hebben zij zich voorgesteld als een verbondsmatige. God heeft het niet gelaten bij het feit dat Hij de Schepper en de mens zijn schepsel is. Hij is tot de mens gekomen en heeft een verbond met hem opgericht. God is hiertoe op geen enkele wijze verplicht geweest, maar het was zijn wil en welbehagen. Het was enkel zijn goedgunstigheid. Van zijn kant gezien zou men reeds dit verbond evengoed een verbond der genade kunnen°hoemen als men gedaan heeft met het verbond dat pas later, na de val met de mens, is opgericht. Toch doet men dat niet, omdat in ieder geval van onze kant bekeken dit eerste verbond toch heel anders is geweest dan wat later daarop volgde. Het was namelijk een verbond waarin evenveel geëist als beloofd werd. Alle beloften die erin gedaan werden aan de mens hingen af van zijn al of niet gehoorzamen aan de eisen die erin aan de mens gesteld werden. Wilde Adam blijven in dit verbond en daarmee in Gods gunst, dan moest hij zich houden aan Gods wil, mocht hij zelfs niet in het minste daarvan afwijken. Met evenveel recht kan men zeggen: hij moest zich houden aan Gods Wet ! Gods Wet is namelijk niet anders dan de uitdrukking van zijn wil. Groot was de betekenis van de Wet in dat eerste verbond !

Nu zou men hier tegenin kunnen brengen dat de Wet toch pas vele eeuwen later, in de tijd van Mozes, op de Sinaï gegeven is. Dat zou waar zijn als men de Wet zou mogen laten samenvallen met haar openbare afkondiging. Alsof niet de Wet ook op een andere wijze kon worden bekendgemaakt.

De apostel Paulus heeft later in zijn Romeinenbrief nadrukkelijk gesteld dat zelfs de heidenen, ook al weten zij niets van een Sinaï, toch de Wet hebben, namelijk geschreven in hun hart (Rom. 2 : 14). Als zelfs gevallen mensen, als de heidenen zijn, de Wet in hun hart geschreven hebben hoeveel te meer de nog riiet gevallen mens die Adam in het paradijs was ! Trouwens, de eerste mens heeft van God een nadrukkelijk verbod gekregen, te weten om te eten van de boom der kennis des goeds en des kwaads. Heel de Wet was in dit ene verbod als het ware samengetrokken. Het was voor de mens een testcase. Hij kon door te gehoorzamen aan dit ene verbod tonen zijn bereidheid om aan heel Gods wil gehoorzaam te zijn. Vandaar dat aan deze ene overtreding, te weten van het proefgebod, heel zijn paradijstoestand hing. Het proefgebod moet men niet zien als een louter incidenteel gebod, waar God maar wat mee speelde, het was van dodelijke ernst, omdat het de hele Wet in zich bevatte.

Hier komt dan nog iets bij, te weten dat Adam niet alleen als individu, als enkeling, gezien mag worden, maar ook gezien moet worden als het hoofd van de hele mensheid. Gods verbond met hem was een verbond met de hele mensheid. Adams houding is beslissend geweest voor al zijn nakomelingen. Wij waren allen in hem begrepen. Hij was de ene die stond (of viel) voor allen. Was hij gehoorzaam gebleven, met andere woorden had hij de Wet van het Verbond gehouden, dan zouden al zijn nakomelingen in de weldaden daarvan gedeeld hebben. Nu hij het verbond heeft verbroken delen al zijn nakomelingen in de vloek en straf die daarop bedreigd zijn.

Het is niet moeilijk om voor deze oude gereformeerde leer die men her en der in de belijdenisgeschriften vindt uitgesproken, uit de Schrift bewijzen aan te voeren. Men kan ze vinden in elke gereformeerde dogmatiek of geloofsleer.

Er is een tekst als Hosea 6 : 7 'Zij hebben het verbond overtreden als Adam'; er is een tekst als Rom. 2 : 14 die wij al noemden, waar staat dat de Wet de mens is ingeschapen. Er is een pericoop als Rom. 5 : 12 v.v. waar wij lezen dat wij allen in Adam begrepen waren, dat hij stond voor ons allen; en er is een pericoop als 1 Cor. 15 : 45 v.v. waar Christus als de tweede Adam gesteld wordt tegenover de eerste Adam in het paradijs. Er zijn ook de gegevens uit de eerste hoofdstukken zelf van Genesis, waar wij lezen van het proefgebod, van de belofte en de bedreiging waarmee het geven van dit proefgebod gepaard ging, van de ontzettende gevolgen van de overtreding van dit gebod, zodat Adam en Eva, en in hen al hun nakomelingen, buiten het paradijs werden gezet; en welke uitwerking dit had al op de eerste kinderen Kaïn en Abel.

Adams val kan dus terecht worden gezien als een bondsbreuk. Het verbond der werken is stukgebroken op de ongehoorzaamheid van de eerste mens, ons aller bondshoofd.

Alles in dit verbond heeft gerust op het gehoorzamen aan de Wet of wil van God. Niet om hem te plagen heeft God de mens Zijn Wet gegeven; de Wet diende tot zijn behoud, zijn leven. Er was geen andere zaligheid mogelijk dan in het houden van deze Wet. Zij was 's mensen levenswet.

Zij was dus allerminst een knellend juk. Men kan niet het woord 'wet' gebruiken of wij gevallen mensen denken dadelijk aan iets dat lastig is, dat drukt, dat knelt, aan iets waar wij graag van bevrijd zijn. Maar zo is de Wet toch niet geweest voor de nog gave mens die Adam was in het paradijs. Naar haar aard was en is de Wet nóg recht en goed, zelfs heilzaam. Waar geen ongehoorzaamheid is doet de Wet niets dan helpen, ondersteunen, zelfs heil beloven. Zij zet de palen uit waarbuiten wij niet gaan mogen om niet de gemeenschap met God te verliezen. Zij beschrijft de ruimte waarbinnen niets dan vreugde wordt beleefd. Zij staat binnen het kader van een verbond dat vol beloften is. Zo was het al in het paradijs.

Wie dit voor ogen houdt verwondert zich er niet over dat in de Schrift op zo menige plaats het loflied van de Wet wordt gezongen. Men denke aan Schriftgedeelten als psalm 19 en psalm 119. Zeker, het woord 'Wet' heeft in deze Schriftgedeelten een ruimer betekenis dan alleen maar de Tien Geboden; zij is het Hebreeuwse Thora; maar die omvat in elk geval toch ook de Tien Geboden. Nooit zal men het kwaad dat de gevallen mens is overkomen mogen zetten op rekening van de Wet, de Wet is er onschuldig aan. Het heeft nooit aan de Wet gelegen dat de mens zo ongelukkig is geworden. Binnen het Verbond der werken was zij heilzaam; en nóg is zij dat naar haar ware aard. Wat veranderd is is niet de Wet, maar de mens die niet meer een gehoorzame is aan de wil van zijn God. Van zijn kant is het verbond der werken verbroken. Wij leven van nature in een verbroken verbond.

Toch mene men niet dat hierdoor het verbond der werken geheel heeft opgehouden er te zijn. Iets wat verbroken is is daarom nog niet vernietigd. Ook een gebroken ruit is toch nog een ruit. Al heeft Adam het verbond verbroken, daarmee is nog niet gezegd dat nu ook God het verbond heeft verbroken. Ook een verbroken verbond is toch nog een verbond. Er is wel het een en ander veranderd, ja zelfs veel veranderd, maar niet dat wij geen bondelingen meer zouden zijn. Wat wij eens hebben gedaan in het paradijs houdt God ons nog steeds voor. Niet één van zijn verbonds-eisen heeft Hij ooit ingetrokken. Maar hoezeer zijn de verhoudingen verstoord ! Was er eerst tussen de beide verbondspartners, God en de mens, een volkomen vreedzame verhouding, zodat elke dag God zich tegen het vallen van de avond kwam verpozen in de gemeenschap met de mens, aan wie deze heilige gemeenschap werd aangekondigd door een zacht ruisen van de toppen der bomen, die verhouding is nu geheel omgeslagen; van 's mensen zijde is zij een hoogst vijandelijke geworden en van Gods zijde een hoogst vertoornde.

Het is geen wonder dat de Wet van het verbond bij de gevallen mens niet meer in ere is. Hij haat de Wet, hij haat niets zozeer als de Wet. In zijn haat tegen de Wet lucht hij al zijn haat tegen God. Door gedurig de Wet te overtreden zet hij de bondsbreuk van Adam permanent voort. Hij zoekt geen heling, hij houdt moedwillig de wond open. Hij wil geen verzoening.

En de Wet van haar kant is voor deze mens ook niet meer zoals zij eens voor hem was. Zij kan en wil de mens niet meer helpen, zij doet hem veeleer struikelen. Zij prikkelt hem tot zonde. Zij achtervolgt de mens dag en nacht, vandaar al de onrust van zijn geweten. Zij veroordeelt de mens, vandaar zijn wanhoop.

Niettemin blijft God nog altijd via Zijn Wet aanspraak op de mens maken. Nog altijd spreekt God de mens aan op zijn oorspronkelijke relatie. God doet dat zonder enig pardon. Zoals een vrouw, die moedwillig door haar man verlaten is, toch hem nog altijd blijft aanspreken op zijn huwelijksverbond, dat hij verbroken heeft, zijn eens beloofde trouw. Zij kan en wil van haar recht geen afstand doen. God kan en wil dat ook niet. In de gebrokenheid van het verbond, in de toorn van God die er het gevolg van is, in zijn onverzoend zijn en willen blijven, en in het dagelijks veroordeeld en achtervolgd worden door de Wet, ligt heel de ellende van de ongehoorzame mens die men terecht een bondsbreker noemt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Verbond en Wet 1

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's