De eerste of de minste...
Diotrefes, die onder hen zoekt de eerste te zijn, neemt ons niet aan. 3 Johannes 1 : 9b
De derde brief van Johannes behoort tot die Schriftgedeelten, waaruit u zelden of nooit hoort preken. Maar al wordt dit gedeelte van de Bijbel dan ook zelden of nooit op de kansel tot klinken gebracht, dat betekent niet, dat we deze schat verwaarlozen mogen. Want een gouden schat behelst deze boodschap van Johannes wèl. Het is niet duidelijk wanneer en waar de oude apostel Johannes de pen heeft opgenomen om deze letters te schrijven. Maar uit de inhoud volgt des te meer dat het dringend noodzakelijk was een woord van vermaan te richten. Een zekere Gajus is de ontvanger van de brief — een persoon van wie ons verder geen levensteken bekend is. Weliswaar komt de naam vaker in de Schrift voor, maar enige overeenkomst hoegenaamd met andere Bijbelse personen is niet aan te wijzen. Johannes wekt deze Gajus op gastvrijheid en behulpzaamheid te bieden aan rondreizende predikers van het Evangelie. Uiteraard had de gemeente in die vroegchristelijke tijd nog geen eigen herder en leraar. Daarom was het in die dagen een gewone aangelegenheid, als van plaats tot plaats dienaren van het Evangelie uittrokken om de heilsboodschap te verbreiden. Zij waren daarbij aangewezen op de herbergzaamheid van de Christenen.
De moderne verkeersmiddelen waren toendertijd van zelfsprekend niet aanwezig. Men kon slechts enkele uren per dag te voet reizen. Wilde men dus een brede omtrek bestrijken, welnu, dan was men aangewezen op een gastvrij huis en een vriendelijk onderdak.
Wat wil Johannes nu aan Gajus zeggen? Wel, dat hij getrouw moet voortgaan de boodschappers van het Evangelie in zijnhuis te Ontvangen, te herbergen en te onderhouden. En dat doet Johannes met te meer nadruk, omdat een zekere Diotrefes geheel anders handelt. Hij woont in diezelfde gemeente als Gajus, maar wat een liefdeloosheid! Johannes had ook hem een brief geschreven met het vriendelijke verzoek de rondreizende Evangelisten voort te helpen. Maar deze brief van de apostel achtte Diotrefes niet, liet in zijn eerzucht het gezag van de apostel niet gelden, smaadde hem zelfs met boze woorden, ontzegde de predikende broeders de gemeenschap en als toppunt — hij wierp degenen, die gastvrijheid verleenden zelfs uit de ge meente. De vraag klinkt op: vanwaar die handelwijze van Diotrefes? Het antwoord staat hierboven afgedrukt: hij zocht de eerste te zijn: Diotrefes verhief zich uit eergierigheid boven zijn medebroeders, trachtte deze te overheersen en al het gezag aan zich alleen te trekken. Er was bij hem geen buigen onder het apostolisch gezag. Diotrefes beminde alleen zichzelf.
Wij kunnen uit deze handelswijze enkele lessen trekken. De eigenliefde heeft twee dochters. Eerzucht en heerszucht. Dat is overal zichtbaar. Weliswaar komt dit tweetal kwade eigenschappen niet immer openlijk naar voren. Maar op de bodem van de ziel zijn toch de grondtrekken aanwezig. Eerzucht kan meesterlijk verhuld worden onder een noeste vlijt en een volhardende wil. Een ijzeren streven om uit te blinken in de een of andere tak van sport, bedrijf of ambacht. Alles wordt op alles gezet om de begeerde doeleinden te bereiken. Daarbij juicht de wereld u van harte toe. Dat is nog eens een flinke man of vrouw! Vaak brengen deze mensen het reuze ver in deze wereld. Maar wat Gods oordeel over hun arbeid is? Het blijkt in Zijn heilige ogen menigmaal alleen een zoeken van zichzelf te zijn geweest. Want God was er niet in! Zijn eer werd niet bedoeld. Maar — zo kan iemand denken — mag er dan gans geen ambitie wezen in ons beroep of arbeid? Natuurlijk, zonder een streven het beste te leveren bleef veel schoons in de wereld ongedaan. Maar het gaat er slechts om dat uw streven en pogen op het goede spoor wordt gezet. Geschiedt het uit de hunkering van uw hart uw Meester er in te eren? Een goed werk is waard goed te worden gedaan. Al wat uw hand vindt om te doen, doe dat met uw macht. Doe het zó, dat uw God er Zijn zegen over kan gebieden. Dan staat ge zelf niet meer in het centrum, maar Hij.
Dan is Hij uw Heere en God, in Wiens kracht uw leven zin en doel ontvangt.
De eigenliefde blijkt even dikwijls in heerszucht. Daar is de eerzucht onverbloemd naar buiten getreden. Daar nemen we het roer in handen van een gemeente, een land of een volk, soms van een familie. Daar moet alles gehoorzamen aan onze manieren en wetten. Doorgaans hebben we hier te maken met brutale mensen. Ze hebben een grote mond. Ze schelden een ander uit. Lopen hem rondweg onder de voet, ja, achten hem in zijn menszijn zelfs niet eens. De jongste geschiedenis geef van dergelijke mensen afschrikwekkende voorbeelden. Doorgaans vallen dergelijke dictatoren aan de mammon of aan de sexualiteit ten offer - veelal aan beide afgoden. Maar laat nu staan dat zulks in de wereld geschiedt, het gebeurt helaas ook in de kerk. Onder broeders en zusters onder diegenen, die naar 's Heeren Naam genoemd zijn. Moet er dan geen leiding wezen? Natuurlijk, de Heere heeft voorgangers, bestuurders en regeerders gegeven aan Zijn gemeente op aarde. Maar regeren is niet willekeurig heersen, het is dienen. Wie onder u de eerste zoekt te zijn die zij als één die dient. Dat verstond Diotrefes niet. Hij zocht de eerste te zijn - het was bij hem een jagen en jachten naar eer en grootheid. Een schallend rumoer om zichzelf belangrijk te maken. Het wa één rusteloosheid in zijn leven. Een 'zoeken' de eerste te wezen.
Wat was daarvan de oorzaak? De Schrift geeft het antwoord: hij neemt ons niet aan. Dat beduidt, hij onderwerpt zich niet aan het apostolisch gezag in de brief van Johannes uitgesproken. Hij luistert niet naar het Woord Gods, dat door de mond van Johannes klinkt. Daar hebt u het wezenlijke gebrek in het leven van Diotrefes, daar hebt u ook de oorzaak van uw naamloze onvrede: uw weigering te buigen voor God! Eerst wanneer dat geschiedt komt er rust.
Eerst wanneer uw wil breekt op Gods wil - komt er vrede. Wij moeten daarin zien op Christus. Hij is in alles de Vader gehoorzaam geweest tot aan het bittere einde toe. Maar daaruit heeft Hij onderwerping geleerd en glorie gewonnen.
De vraag is altijd weer: hoe staat ge tegenover Hem? Diotrefes was er nog niet achter gekomen dat hij, wilde hij de eerste wezen, de minste diende te zijn. Hij had nog niet ernstig voor het Woord gebogen.
Ziedaar, lezer en lezeres, de enige weg. Diotrefes zonder Christus wil zeggen: eerzucht en heerszucht. Eigenliefde. Maar de ontmoeting met Hem maakt u klein. Dan verliest u alles. Maar dat is de enige weg tot heerlijkheid. Wie zichzelve verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelve zal vernederen, die zal worden verhoogd!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's