Uit de pers
Gesprekken met verontrusten
Men kan het verschijnsel 'verontrusting' positief of negatief waarderen, het met belangstelling volgen of schouderophalend negeren, het feit dat het er is laat zich niet ontkennen. Is het meer dan een gevoel van onbehagen over een gangbare koers ? Spreekt er alleen maar conservatieve behoudzucht uit ? Of gaat het om veel wezenlijker zaken ? Zaken die zo wezenlijk zijn voor het geestelijk welzijn van kerk en samenleving dat we de verontrusten juist de koplopers moeten noemen, omdat zij onder woorden brengen wat ons ten diepste moet bewegen.
Genoeg om duidelijk te maken dat we het verschijnsel 'verontrusting' niet met een woord kunnen benaderen. In het Nederlands Dagblad hebben in de junimaand een serie gesprekken gestaan met verontruste gereformeerde predikanten. Wat is hun positie in het geheel van de kerken waar ze deel van uitmaken ? Hoe zien zij zelf hun plaats ? Wat is hun verhouding met de andere kerken van de gereformeerde gezindte ? Terwijl in het Nederlands Dagblad uiteraard hun verhouding tot de vriigemaakten ter sprake komt.
Het is goed van deze gesprekken kennis te nemen. Met deze verontrusten delen we immers de zorg om de rechte prediking overeenkomstig Gods Woord en de belijdenis van de kerk. Met hen delen we ook de zorg om de functionering van de belijdenis in het geheel van leven en werken van de kerk. Tenslotte is er het oecumenisch aspect. Nu hervormden en gereformeerden getuige de laatste synodevergadering besloten hebben voort te werken aan de integratie van beide kerken is het dienstig onze eigen positie te bepalen en tevens erop te letten hoe de verontrusten in de Gereformeerde Kerken deze ontwikkeling waarderen.
Een modaliteitenkerk ?
Aan ds. A. van den Heuvel, gereformeerd predikant te Ens (N.O. P.), secretaris van de nieuwe predikantenvereniging, wordt de vraag voorgelegd of de synodaal-gereformeerde kerken een modaliteitenkerk is geworden. Ds. v. d. Heuvel zegt in dat verband:
'De moeilijkheid is, dacht ik deze: de verontrusten als zodanig hebben niet zoveel 'Anklang' bij de gemeenten. Daaruit zou je kunnen concluderen dat er geen modaliteitenkerk is. Als de tegenstellingen wat scherper uit de verf komen, de polarisatie toeneemt, dan kun je, dacht ik, wel een grotere schare verwachten. Het gereformeerde leven is doorgegaan. De 'trouwe kerkleden' blijven een dagblad als 'Trouw' lezen en blijven lid van de N.C.R.V. Deze publiciteitsorganen en massamedia zijn echter een geheel andere koers gaan varen en deze mensen zijn, zonder dat ze het goed beseffen, met die koers meegegaan. Daarom lijkt het erop, dat wij iets anders verkondigen, alsof wij ongereformeerd geworden zijn.
Het is de omgekeerde wereld. Het zal er nog van komen dat niet prof. Kuitert, maar wij op het matje geroepen worden.'
Ds. J. B. van Mechelen wijst er in een artikel in 'Waarheid en Eenheid' op dat de 'broeders en zusters aan de kant' een 'zwijgende meerderheid' vormen. Hij ziet er weinig heil in deze mensen te gaan bearbeiden, omdat je ze toch niet meekrijgt. Ze zijn interesseloos, ze lezen niets, ze doen niets...
Ds. Van den Heuvel; 'Ja, ik geloof dat de grote meerderheid van onze kerkleden inderdaad niet geïnteresseerd is.'
Heeft het bearbeiden van die broeders en zusters dan wel veel zin ?
Ds. Van den Heuvel: 'Nee, ik dacht dat dat onze situatie juist zo moeilijk maakt: er is nog wel een eenheid in denken. Maar dat denken is niet meer het gereformeerde denken, maar meer het afgezwakt gereformeerde. Dat is het meest populair. In dit verband wil ik graag nog even terugkomen op die grens waar u het zoeven over had. Ik meen, dat de zaak eerst van bovenaf, op synodaal niveau moet worden aangepakt, zodat daar eerst gereformeerd gesproken wordt en dat dan in tweede instantie mensen als Kuitert en Wiersinga moeten worden aangesproken. Ds. Oomkes wil daarentegen van onderaf aan beginnen.'
Zo in de geest van: de synode laten we maar de synode ?
Ds. Van den Heuvel: 'Inderdaad. Ik vind dat echter een beetje te onkerkelijk gedacht. Ds. Oomkes zegt eigenlijk: laten we de zaak nu eerst maar plaatselijk een beetje runnen, dan heb je de beste resultaten. Met de rest bemoeien we ons niet. Die opvatting is ruim verbreid in onze kerk. Er zijn vele andere predikanten die zo redeneren. Ik geloof echter dat je beide wegen op moet gaan. We moeten zowel naar de synode gaan met bezwaarschriften als de plaatselijke gemeenten bearbeiden. Het is ongereformeerd te zeggen: ik dien geen bezwaarschrift meer in. Je gaat je dan isoleren en terugtrekken in de plaatselijke situatie. Je moet op die manier de bakens telkens verzetten.'
In het vervolg van het gesprek blijkt ds. v. d. Heuvel wel wat te zien in contacten met de vrijgemaakte kerken, althans de binnen-verbanders. Over de vrijgemaakten buiten verband lezen we:
'Tja, die buitenverbandse kerken vormen naar mijn idee een wat erg pluriform geheel. Ik weet niet of die nu allemaal wel zo gereformeerd zijn. Als hun studenten opgeleid worden aan de VU en in Utrecht, krijg je minstens zulke erge dingen als bij ons. Dat is dan maar een kwestie Van tijd. Misschien wordt het er nog wel erger, want men hangt er maar losvast aan elkaar. Die buitenverbanders hebben in feite geen recht van bestaan. Ze moeten of synodaal of christelijk-gereformeerd worden. Wat is hun gereformeerd-zijn ? Ik meen dat die strijd buitenverbandbinnenverband het 'slechte image' van de vrijgemaakte kerken sterk verhevigd heeft. Het ging vaak zo hard tegen hard. Toch geloof ik, dat daar nu, wat betreft binnen verband, wel een kentering in komt. Ik heb ook de gedachte dat de vrijgemaakte kerken nu koers moeten gaan zetten naar de toekomst. Ze kunnen zich nu met veel meer dingen bezighouden. Ook wat betreft de verhouding met andere kerken.'
Met alle begrip voor hetgeen ds. v. d. Heuvel hier zegt, meen ik toch dat zich hier een wat formalistische opvatting baanbreekt. Als hun studenten worden opgeleid aan de VU en in Utrecht... Wat bedoelt ds. v. d. Heuvel hiermee ? Dat het kwaad te keren is als je maar een goede opleiding hebt, waar formeel de zaak in orde is ? Ik meen dat juist Kampen en Amsterdam laten zien hoezeer een gereformeerde universiteit geen oplossing biedt. Ik meen dat het er veel meer om gaat dat studenten beleven wat zij belijden, dat het gaat om de geestelijke band aan de reformatorische belijdenis. Dat dit overigens niet uitsluit de zorg om wat er gedoceerd wordt aan de theologische faculteiten, spreekt vanzelf. Maar zo gemakkelijk als V. d. Heuvel het stelt is het bepaald niet.
Niet te snel eruit gooien
Verontrusten vormen geen hecht blok in die zin dat iedereen over alles gelijk denkt. Zo is ds. M. Vreugdenhil, emeritus predikant te Nijkerkerveen van oordeel dat de tijd om te breken met eigen kerkverband nog niet gekomen is. Over de tuchtoefening zegt hij:
'Ik ben voor beide vormen van tucht. Tucht moet in de eerste plaats een vermanend karakter dragen. Maar ook de barmhartigheid moet erin doorschemeren. Daaraan heeft het in onze kerken nogal eens ontbroken. Ik kan goed plaatsen dat ds. Geelkerken na zijn afzetting zong: 'Eenzaam ben ik en verschoven'. We moeten ook niet te gauw mensen als Kuitert eruit werpen. Je moet ze tijd geven om zich te bekeren. Ik had graag gewild dat de synode tegen prof. Kuitert gezegd had: 'Kijk eens, wat u wilt, kan niet, maar we zullen u een tijd van rust geven om er eens over na te denken en er met ons over te praten'. Als zo iemand dan na onderscheiden vermaningen z'n opvattingen nog niet terug wil nemen, ja, dan moet je hem schorsen of afzetten.'
Op hun laatste vergadering in Amersfoort besloten de verontrusten hun strijdtoneel te verleggen naar de basis, de 'broeders en zusters aan de kant'. Bezwaarschriften indienen had geen zin meer, vond men...
Ds. Vreugdenhil: 'Ja, maar toch zijn er enkele mensen in 'Waarheid en Eenheid' die beide willen blijven doen. Mijn vriend Masselink en ik zullen bezwaarschriften blijven sturen naar de synode. En we denken erover deze in algemene publiciteit te brengen, bijvoorbeeld door middel van een advertentie in 'Trouw', zodat iedereen ze kan lezen. Maar daarnaast willen wij ons natuurlijk graag meer op de broeders en zusters werpen, als ik dat woord gebruiken mag.'
Ds. J. B. van Mechelen noemde deze 'broeders en zusters aan de kant' de 'zwijgende meerderheid'. Ze zijn interesseloos etc. Bent u het daarmee eens ?
Ds. Vreugdenhil: 'Ja, en dat is nu juist de grootste moeilijkheid. Ik ben ook de overtuiging toegedaan dat de meeste mensen in onze kerken zijn ingeslapen. Als het Woord van God niet al te onprettig gebracht wordt, dan vinden ze het al gauw goed. Ik geloof dat van hen gelden moet: 'Wee de gerusten Sion'. Als ik nu mijn eigen gemeente neem, dan is er maar een klein gedeelte dat de kerkelijke vraagstukken volgt. Ze zijn tevreden met de prediking die ik hen geef. Maar ik betwijfel of ze het verschil zouden merken, wanneer er eens een moderne predikant op de preekstoel zou staan.'
Blijven werken in de gemeente
Verschil van visie is er ook inzake de waardering van de 'zwijgende meerderheid'. Terwijl sommigen zeggen: Ons kerkvolk is ingeslapen, ze geloven het wel, menen anderen dat juist het kerkvolk gewoon gereformeerd wil zijn en niets moet hebben van de nieuwe theologie. Alleen ze zijn wat te argeloos. Zo zegt ds. Schelhaas uit Delft:
'We moeten weer bij het grondvlak beginnen. God vraagt ons weer te kiezen en niet aan te leunen tegen mannen als Kuyper. We moeten bijbelkringen oprichten, biddend en getuigend gemeente zijn. Dat zijn onze primaire opdrachten. We moeten alles doen als grondvlak.' In zijn opvattingen over het werken aan de basis verschilt hij enigszins van mening met sommigen van zijn medestanders. Ds. J. B. van Mechelen te Urk bijvoorbeeld ziet niet zoveel heil in het bearbeiden van die 'zwijgende meerderheid'.
Ds. Schelhaas: 'Ja, kijk eens, hij zit op Urk en ik zit in Delft. En tussen die plaatsen is natuurlijk een hemelsbreed verschil. In Delft heb je een grote groep jongeren die bij Youth for Christ en bij de Navigators zitten. Je kunt hier gewoon spreken van een opleving. Ik verwacht zeker nog wel wat van het grondvlak. Ik geloof dat we onze marsroute niet meer moeten laten bepalen door wat de tegenpartij zegt. Je verknoeit dan teveel tijd met het bestrijden van allerlei dingen. Laten we daarentegen proberen wat op te gaan bouwen en trachten zoveel mogelijk mensen wakker te krijgen.'
Dacht u niet dat er landelijk gezien een grote groep kerkleden is die werkelijk niet geïnteresseerd is in de kerkelijke problematiek ?
Ds. Schelhaas: 'Ja, er is natuurlijk een grote groep mensen die zegt nog gewoon gereformeerd te zijn, maar die doodeenvoudig niet gelooft dat het allemaal zo erg is. Ze lezen vaak niets en voor de televisie zie je nu eenmaal niets van deze dingen.
Er is misschien ook wel een geest van leugen of van blindheid. Het schijnt niet meer door te dringen tot de mensen. Maar ik dacht niet dat je de zwijgende meerderheid, waar Van Mechelen het over heeft, over één kam kunt scheren. Er is immers ook een groot deel dat zegt: wij zijn gewoon gereformeerd en wat kan ons die Kuitert nu schelen. Daar hebben we hier in Friesland of Overijssel geen last van. Ze vergeten natuurlijk dat het via de scholen overal doordringt. Dat is een ontzettend groot gevaar, maar dat kun je heel veel ouders niet aan het verstand brengen.'
Ds. Schelhaas is fel tegen een modaliteitenkerk, wil daarom beslist niet de positie krijgen die de Geref. Bond in de Hervormde Kerk inneemt. En ook hij blijkt met sympathie te kijken naar de vrijgemaakten. Al ziet hij wel verschillen, met name inzake de prediking. Ds. Schelhaas: Je komt bij vrijgemaakten zo koud uit de kerk. Ik mis er de warmte van het geloof in. Ik ben misschien iets piëtistischer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's