De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Ook ditmaal willen we nog wat inhaken op de gesprekken met verontruste gereformeerde predikanten, zoals deze gepubliceerd zijn in een aantal nummers van het Nederlands Dagblad. In het nummer van 9 juni troffen we een gesprek aan met ds. M. P. van Dijk, secretaris van Confessioneel Beraad. Ds. Van Dijk wil niet tot groepsvorming overgaan, maar de kerken terugroepen tot een leven naar de Schrift eh de belijdenis der kerk.

Confessioneel Beraad en de vereniging van verontrusten

Over doelstelling en streven van Confessioneel Beraad zegt ds. Van Dijk:

'We houden conferenties en vergaderingen, waar over het belijden wordt gesproken, terwijl we ons doel ook willen bereiken door middel van publikaties. Er komt — als onze plannen slagen — binnenkort een reeks brochures uit, waarin actuele onderwerpen besproken worden.
We hebben ons indertijd ook tot de synode gewend met een open brief en we hebben samen met de verontrusten een bezwaarschrift ingediend tegen de verzoeningsleer van dr. Wiersinga.'

Wat scheidt uw organisatie van de beweging der verontrusten ?

'Hun wijze van optreden is enigszins anders. We hebben daar soms wel eens bezwaar tegen. We werken echter net tegen hen, maar eigenlijk naast hen.' Hun manier van optreden is niet altijd even geslaagd. .. ?

'Ja, ze zijn soms veel te fel tegen allerlei mensen. Het gevolg is dat ze een groot aantal mensen, die het inhoudelijk wel met hen eens zijn, tegen zich in het harnas gejaagd hebben. Ze zijn apart komen te staan. Dat willen wij nu juist niet. Wij willen middenin de kerk, tot de hele kerk spreken, ook bijvoorbeeld tot links. We willen geen mensen van ons vervreemden, maar iedereen voor onze opvattingen winnen.'

Bent u het eens met de stelling dat er in uw kerken een leer wordt getolereerd die in strijd is met de belijdenis ?

Er worden wel dingen geleerd in onze kerken die in strijd zijn met de belijdenis, maar of die ook getolereerd worden is een andere vraag. De synode is er nog mee bezig. Wat Wiersinga betreft: er is altijd nog een deputaatschap aan het werk om zijn verzoeningsleer te bespreken.

Anderzijds heeft de synode zijn leer al veroordeeld. In een synodebesluit van 6 oktober 1971 staat dat het is gebleken, dat dr. Wiersinga niet op overtuigende wijze uit de Schrift heeft aangetoond waarom hij bepaalde uitspraken over de verzoening in de belijdenisgeschriften afwijst. De kerken blijven zich daarom houden aan haar belijden inzake de verzoening'.

Maar prof. Kuiterts opvattingen worden toch getolereerd ?

'Ja, men heeft althans de afwijking van Kuitert over de historiciteit van de zondeval niet van dien aard geacht dat er tuchtmaatregelen moesten worden genomen. Zijn leer is wel afgewezen, maar er waren nog zoveel goede dingen bij prof. Kuitert, dat men het niet nodig achtte de tucht toe te passen.' Bent u het eens met dat synode-oordeel ?

'Ik ben het er in zoverre mee eens, dat ook ik van mening ben dat die leer op zichzelf niet censurabel was. Er staan immers nog zoveel goede dingen tegenover.' Welke goede dingen ?

'Nu, dat hij bijvoorbeeld de zonde leert, dus dat de mens zondig is en dat het hele menselijke geslacht in zonde is gevallen. Dat woord 'gevallen' zou hij natuurlijk niet gebruiken, omdat hij de historiciteit van de zondeval loochent, maar hij is toch wel van mening dat alle mensen in de zonde liggen en dat wij alleen door Christus verlost kunnen worden. En dat zijn natuurlijk goede dingen.

Anderzijds acht ik het geheel van zijn theologie fout, maar het is moeilijk uit te maken in hoeverre die theologie invloed heeft in onze kerken.'

Het is duidelijk dat Confessioneel Beraad een middenpositie wil innemen, niet in de zin van een kleurloze middenorthodoxie, maar wel dat ze zo lang mogelijk langs - de genezende weg tucht wil oefenen en de broederband zo lang mogelijk wil vasthouden. Het zou bijzonder jammer zijn als beide bewegingen birmen de Geref. Kerken uit elkaar zouden groeien.

Ds. Van Dijk over de Herv. Kerk

Ook hem werd de vraag gesteld naar de verhouding tot de andere kerken. Ten aanzien van de Geréf. Bond en de Hervormde Kerk lezen we in het gesprek dat P. A. Bergwerf met ds. Van Dijk voerde:

Hebt u bezwaren tegen de Gereformeerd Bond ?

'Bezwaren niet. De ligging is alleen wat anders dan bij ons. Ik kan best begrijpen dat ze in de Hervormde Kerk gebleven zijn. U moet niet vergeten dat ze goed werk hebben gedaan in die kerken. Zo is het ook met de Confessionele Vereniging.'

Afscheiding en Doleantie waren dus niet legitiem ?

'Tja, ik weet eigenlijk niet wat ik op die vraag moet antwoorden. Beide standpunten kan ik me indenken. Aan de ene kant kan ik de Doleantie niet afkeuren, maar ik kan ook de mensen die de medische weg bewandelden, zoals Groen van Prinsterer — 'we zijn samen ziek geworden, we moeten ook samen weer gezond worden' — niet helemaal ongelijk geven.'

De Gereformeerde Bond heeft toch niet zoveel bijgedragen tot die gezondmaking... ?

'Ik geloof toch wel dat de situatie in de Hervormde Kerk verbeterd is na 1886. Toen was veertig procent van de kerkleden vrijzinnig, terwijl op dit mofnent de vrijzinnigheid naar de rand gedrongen is. De orthodoxie is in opkomst. De gemeenten van de Gereformeerde Bond bloeien. Ze hebben in de Hervormde Kerk dus wel goed gewerkt.'

Tot zover het gesprek met ds. Van Dijk die overigens ook zijn kritiek op de binnenverbanders niet onder stoelen of banken stak, hun kerkbegrip afwees en nogal optimistisch stond tegen de ontwikkeling in eigen kerk. 'De situatie is niet hopeloos. Zo donker zie ik het niet'.

Ds. Van Mechelen

Het ND had in het nummer van 13 juni een gesprek met de Urker predikant, Ds. J. B. van. Mechelen. Een groot deel van dit gesprek ging over de verhouding tot de vrijgemaakten. Ds. Van Mechelen had immers in Waarheid en Eenheid opgemerkt dat we (nl. de verontrusten) contacten moeten aanknopen met de vrijgemaakten zowel binnenverbanders als buitenverbanders. Op een desbetreffende vraag over het aangaan van die contacten zegt ds. Van Mechelen:

'Ja, dat heb ik geschreven en dat niet alleen uit tactische overwegingen. Integendeel het is voor mij een principiële zaak. Ik heb hier eigenlijk ook altijd al op aan gewerkt en ik moet zeggen dat ik zelf meermalen op de grens heb gestaan om vrijgemaakt te worden. De voorwaarden van vrijgemaakte zijde zijn tot nu toe echter onmogelijk geweest.

Ik zal dat aan de hand van een voorbeeld duidelijk maken. Op een bepaald ogenblik had ik een classis met veel moeite ertoe bewogen uit te spreken dat zij de besluiten ten aanzien van de tuchtmaatregelen betreurde en dit mee te delen aan de classis van de vrijgemaakte kerken. Wij kregen toen tweeerlei antwoord: wat is nu 'betreuren' en in de tweede plaats heb je de brief verkeerd geadresseerd. Je had hem naar de plaatselijke kerk moeten sturen.

Een tweede voorbeeld: we zouden een samenspreking hebben met de genabuurde kerken, op plaatselijk niveau. Ik dacht: ik zal het nu plaatselijk spelen, want anders geven ze geen antwoord. Toen kwam op het laatste nippertje de vraag aan de orde of wij wel samen met gebed konden beginnen. De vrijgemaakten meenden van niet. Toen hebben wij gezegd: we doen het niet.

Kijk, ik stel elke vrijgemaakte hiervoor niet verantwoordelijk, maar op deze wijze wordt de boel toch maar aardig gefrustreerd. '

Men verwijt mij wel eens dat ik me altijd zo fel uitlaat over de binnenverbanders. Ik ben er eerlijk gezegd helemaal niet tegen. Maar ik heb één droefheid namelijk dat deze mensen kans zien hun aangezicht voortdurend te frustreren. Hun standpunt is voor een buitenstaander vaak keihard en getuigt van weinig begrip en inleven in andermans situatie.'

Geen eenheid

Mijn indruk is dat er toch teveel in deze gesprekken geschreven en gedacht wordt vanuit een bepaalde reorganisatiegedachte, al of niet met juridische consequenties, tuchtmaatregelen etc. Misschien nog het minst in het gesprek met ds. Schelhaas. In elk geval is wel duidelijk dat de positie van de verontrusten verre van gemakkelijk is, a) omdat er nogal wat divergerende stemmen zijn, b) de helderheid ten aanzien van de te volgen koers ontbreekt, c) de waardering van het grondvlak erg verschillend uitvalt.

Aan de ene kant wil men niet de kant op van de Geref. Bond, d.w.z. blijven in de kerk als minderheid en daar bezig zijn tot verbreiding en verdediging van de reformatorische prediking. Anderzijds zit men min of meer al in die positie, zonder het te weten. Ook de visie op de Geref. Kerken is nogal verschillend. Dat geeft prof. dr. J. Douma in een afsluitend commentaar in het ND van 16 juni reden om het ds. Van Mechelen na te zeggen: Als nu het sein tot breken met de synodaal-gereformeerde kerken gegeven zou worden, zou er zeker een splitsing in zeven richtingen ontstaan, en Douma voegt er dan aan toe: Waar is de staf bij deze verontruste herders die koers zou kunnen geven om verstrooide schapen weer op het rechte pad te brengen ?

Een vrijgemaakte stem over de verontrusting

We willen daarom tot slot aan Douma het woord geven. Hoe kijkt hij aan tegen het verschijnsel verontrusting ? Zijn kritiek is niet mals, vooral ds. Van Dijk moet het ontgelden:

Ten diepste spruit deze verwarring o.i. voort uit de halfslachtigheid waarvan de analyse die men van de situatie in de eigen kerken geeft, getuigt. Zeker, er zijn grote verschillen tussen b.v. ds. v. d. Heuvel en ds. v. Dijk. Maar allen klampen zich toch wel ergens aan een strohalm vast. Voor ds. v. Dijk is dat nog veel te zwak gezegd. Men kan zijn visie nauwelijks plaatsen in een reeks vraaggesprekken met 'verontruste' predikanten. De synodaal-gereformeerde kerken hebben volgens hem hun gereformeerde karakter nog lang niet verloren. 'Er worden wel dingen geleerd in onze kerken die in strijd zijn met de belijdenis, maar of die ook getolereerd, worden is een andere vraag. De synode is er nog mee bezig', zo lezen we. De synode zou de leer van dr. Wiersingal al veroordeeld hebben, want — aldus v. Dijk — in een synodebesluit van 6 oktober 1971 staat dat het is gebleken, dat dr. Wiersinga niet op overtuigende wijze uit de Schrift heeft aangetoond waarom hij bepaalde uitspraken over de verzoening in de belijdenisgeschriften afwijst.

Het is mij een raadsel hoe iemand die blijkens vele publikaties een bekwame bestrijder van barthiaanse en andere niet-gerefofmeerde theologieën is, zo naief uit de hoek kan komen als het over de verhouding synode-dr. Wiersinga gaat. En dan even later van Kuitert kan zeggen dat zijn leer op zichzelf niet censurabel is, omdat er tegenover de verkeerde elementen nog zoveel goede staan. Als de interviewer hem dan vraagt wat die goede dingen zijn, horen we dat Kuitert toch erkent dat de mens zondig is ! Ik wil ds. v. Dijk wijzen op het opstel Verandering van de moraal uit Kuiterts bekende bundel Anders gezegd en ik ben zo onbescheiden hem attent te maken op een publikatie mijnerzijds (Voorbeeld of gebod ? ), waarin ik meende te moeten aantonen, dat er in Kuiterts uitgesproken optimistische visie op de wereldmoraal geen draad overblijft van de ernst waarmee de Schrift over 's mensen rebellie legen God spreekt. Meent ds. v. Dijk werkelijk dat het — zoals hij zegt — moeilijk is uit te maken in hoeverre de theologie van Kuitert invloed heeft in zijn kerken ? !

Ds. v. d. Heuvel en trouwens ook de anderen hebben veel scherpere kritiek op de situatie in de synodale kerken. Maar, zoals gezegd, de bekende strohalm ontbreekt nergens. Ds. v. d. Heuvel zegt dat de gereformeerde leer alleenrecht van bestaan heeft in zijn kerk. Conclusie: we moeten niet te snel vertrekken. Laten de anderen maar opstappen. 'Ik geloof ook dat het die kant opgaat. Er wordt nu al sterk, aangestuurd op een eenwording met de Hervormde Kerk. Is die eenmaal gerealiseerd dan blijven wij alleen over'. Gelooft hij dat werkelijk ? Gelooft hij, dat de trage massa (laat ik aannemen dat het er inderdaad zeer velen zijn) der orthodoxgereformeerden ineens, na reeds zoveel geslikt te hebben, niet mee zal gaan met de vereniging hervormden-gereformeerden ?

M.a.w. gelooft hij echt in een zich op 'natuurlijke' wijze voltrekkende schifting ? Gelooft hij werkelijk dat op geestelijk terrein mensen wakker worden als er niet heel hard op de bazuin geblazen wordt ?

Het wordt te lang ook bij de anderen te wijzen op de optimistische toon na en tussen de weeklachten in. Wat te denken b.v. van ds. Vreugdenhils mening dat de strijd tegen de leer van 1944 toch óók niet tevergeefs is gebleken door het opruimen van de Vervangingsformule en er daarom ook perspectief kan zijn in de huidige strijd tegen de vrijzinnigheid ? Een paar dagen eerder meldde het Nederlands Dagblad dat vier predikanten eerherstel voor de hoogleraren Schilder en Greijdanus zouden aanvragen bij hun synode. Wat is de overwinning, die ds. Vreugdenhil moed geeft, anders dan een aaneenschakeling van compromissen geweest ?

Het is een verdrietige zaak, vooral omdat wij gaan herhalen wat onzerzijds reeds zo vaak gezegd is, erop te wijzen dat geen van de geïnterviewden zijn eigen belijdenis, neergelegd in de artikelen 27-32 van de Ned. Geloofsbelijdenis, centraal stelt. De eigen gemeenschap afmeten naar de kenmerken van de ware kerk; zich afvragen of de verkondiging van het Evangelie, de bediening van de sacramenten en de oefening van de kerkelijke tucht niet op ingrijpende wijze geschonden zijn, zodat men op de plaats waar men staat - en dat is allereerst de eigen gemeente - gaat oproepen tot het breken met de ongerechtigheid, dat missen wij in alle interviews. Ongetwijfeld staat de een dichter bij zo'n breuk dan de ander. Maar de perspectieven, die zij allen binnen de synodaal-gereformeerde kerken min of meer nog zien, trekken een rookgordijn voor wat eigen confessie over blijven of heengaan vertelt.

Ook al lees je in deze regels een typisch vrijgemaakt standpunt inzake afsplitsing en afscheiding, en een typisch vrijgemaakte visie op de artikelen 27—29 van de N.G.B., zakelijk is zijn analyse van de verontrusten op vele punten raak. Daarbij komt, dat prof. Douma ruiterlijk en op bewogen wijze toegeeft dat de geest van onverdraagzaamheid waartegen vele verontrusten zich verzetten inderdaad aanwezig is bij verschillende vrijgemaakten. Maar wat ik mis in zijn betoog over eenheid, vrijmaking en gehoorzaamheid is de notie van het verbond. Begrijp ik Douma goed dan moeten allen die de reformatorische waarheid lief hebben, breken met hun kerk en zich afscheiden, uit gehoorzaamheid aan Gods gebod. Is dat Gods gebod ? Was Hanna ongehoorzaam, toen ze haar zoon bracht naar de verworden kerk van Silo ? Is er inderdaad niet de zorg om de schapen die in de kooi achterblijven, zoals Schelhaas zegt ? En hebben we niet veeleer uit te gaan van het feit dat Christus Zijn Woord nog laat verkongen ook in een kerk vol dwalingen en gebreken. De visie op Verbond en Kerk scheidt Douma van de verontrusten en scheidt hem ook van de gereformeerde gezindte in de Hervormde Kerk. Hoe sympathiek zijn betoog ook in menig opzicht is, en hoezeer we ervan overtuigd zijn dat de zorg om het rechte belijden hem ertoe beweegt te schrijven zoals hij doet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1973

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1973

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's