De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De grenzen van het Verbond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De grenzen van het Verbond

Het Verbond Gods

10 minuten leestijd

Bijgaand artikel verschijnt in een serie over het verbond, waarin naast een algemeen overzicht van wat de Schrift in het Oude en het Nieuwe Testament zegt, allerlei aspecten van het verbond aan de orde komen. De bedoeling is te komen tot een thetische weergave van dit centrale thema en zo de bezinning erop te stimuleren. Het artikel dat thans geplaatst wordt is van ds. L. Blok, predikant te Hierden.

Gevaarlijke logica

Wie de 'Christenreis' van Bunyan leest, wordt telkens weer getroffen door de rake wijze waarop Bunyan de leidingen van God en de ervaring des geloofs weet uit te beelden.

Eens was Christen aangekomen op een moeilijk gedeelte van de weg, waarop hij al zuchtende voortstrompelde, toen hij ineens een betere weg zag, evenwijdig aan de weg, die hij ging. Hij moest even een smal plankje over, dan kwam je op de 'weide der bekoring' en dan ging de weg, een mooie, vlakke, effen weg, dezelfde richting uit. Het kon niet missen, deze weg ging ook naar de hemelstad! Helaas was het maar schijn, dat deze weg de goede kant uitging, want onmerkbaar begint de weg af te buigen en straks blijkt dat Christen terecht is gekomen op het gebied van reus wanhoop, die Christen dan ook gevangen neemt en hem opsluit in zijn kasteel twijfel.

Enkel maar een smal plankje over ... en je raakt de weg Gods kwijt! Dit is de zonde, waarin wij Christenen, theologen en gemeenteleden, telkens weer vallen. Even een smal plankje over: even een logische conclusie, even een verstandelijke redenering en wij raken het pad van het Woord kwijt!

Dat is een bittere zaak dat koning Verstand knecht moet worden, onderworpen aan het Woord van God. Ons verstand, eens de mens geschonken als een helder licht, is door de zonde verduisterd en geestelijk onverstand geworden. Bovendien is het in de macht der duisternis, in de macht van satans bespiegeligen gekomen, zodat het van nature niet alleen vervreemd is kan de kennis van God, maar zonder dat in te zien zich er ook tegen verzet. Het verstand is misleid, het verstand zit gevangen in de macht van het ongeloof. Ongeloof is redeneerkunde. Ongeloof heeft verstandelijk altijd gelijk, maar het mist het hogere licht, het mist het licht van het Woord door de Geest van God. In dat licht wordt het verstand dienstbaar gemaakt tot de kennis van God.

Verbond en verkiezing

Een smal plankje over; even verstandelijk redeneren en je bent de weg van God kwijt! Dat is ook onze fout herhaaldelijk weer als het gaat over het verbond Gods en de verkiezing. Eenzijdig redenerend vanuit het verbond, juister gezegd vanuit onze enge verbondsbeschouwing, en we hebben geen bekering en geloof meer nodig, alles is in het verbond al geregeld. Eenzijdig redenerend vanuit onze beperkte kijk op de uitverkiezing en alle beloften Gods, ons binnen het verbond in het evangelie toegezegd, zijn van nul en geen waarde. Wie kent ze niet de verbonds-oppervlakkigen; wie kent ze niet de in de verkiezing verstarden. Jammer; men luistert niet voldoende naar Gods Woord. Men is te gauw klaar met zijn eigen conslusies.

Verbond en verkiezing, twee machtige lijnen in de openbaring van God aan ons. Twee lijnen, die wij graag met elkaar verenigen, tot één willen maken en het lukt ons niet. Het verbond is veel wijder dan de verkiezing. Het geloof in de verkiezing mag het verbond niet uitschakelen, gelijk maar al te veel geschiedt.

Omdat in onze gemeenten wij telkens in aanraking komen met mensen, gevangen in de overmacht van de verkiezingsleer, willen wij in dit artikel met name rekening houden met deze schadelijke eenzijdigheid. Temeer, daar in onze gemeenten over het algemeen het verbond van God veel te weinig reëel gekend en beleefd wordt. Wij dopen onze kinderen en eisen dat de predikanten het doopsformulier letterlijk lezen, maar wee hen, als zij in predikingen geloofspraktijk ook van de doop als gewisse belofte van God uitgaan. Zo verloochenen wij de doop met de daad.

De grenzen wijder

In de voorafgaande artikelen is er herhaaldelijk op gewezen, dat de grenzen van het verbond wijder zijn dan de uitverkiezing. Wij hebben ons aan de Schrift te houden, waarin God ons duidelijk leert, dat Hij Zijn genadeverbond heeft gesloten met Abraham en zijn zaad, met zijn gehele zaad. Daarom moesten alle zoons besneden worden; daarom heet Israël herhaaldelijk 'Gods volk'.

Daarom is in ons kerkelijk taaleigen een verkeerde gewoonte ontstaan. Meermalen noemen wij alleen Gods kinderen 'Gods volk', maar dan hebben wij het bijbelse begrip verengd. God zelf noemt Zijn bondsvolk herhaaldelijk Zijn volk. Deze spreekwijs moet hersteld worden als wij ons werkelijk willen laten leiden door het Woord van God. Wij mogen Gods gemeente niet beroven van de verbondsvoorrechten en beloften, haar door God geschonken; wij mogen de heilbegerigen niet beroven van de troost, die God hen heeft toegezegd in Zijn verbond; wij mogen de gemeente in haar geheel niet ontslaan van de verbondseisen en plichten. Dit brengt spanning teweeg. Wij willen ons aan die spanning onttrekken, maar God legt de klem op ons. Wie niet gelooft is een verbondsbreker, een deserteur; is iemand die zich onttrekt ten verderve, Hebreeën 10 : 39.

Maar de uitverkiezing dan? Terecht is er reeds op gewezen: God begint in ons leven met Zijn verbondsbelofte. God begint met de doop. Wij moeten niet wijzer zijn dan God en ook daar beginnen. In alle aanvechtingen mag je tot jezelf zeggen: 'Maar ik ben gedoopt; God heeft ook mij Zijn belofte verzegeld'. Een onbetrouwbaar mens mag je achter zijn rug kijken, de getrouwe verbondsgod behoef je niet 'achter Zijn rug te kijken'; je mag uitgaan van het Woord, waarin Hij tot je komt, je mag uitgaan van het evangelie, ons in de doop persoonlijk verzegeld.

Wij staan in het verbond. Dat wil niet zeggen, dat er ergens, ver bij ons vandaan een besluit of verordening van God is, neen God heeft ons geplaatst in Zijn verbondsbemoeienissen. God is voortdurend daadwerkelijk met ons bezig. Hij omringt ons met Zijn trouw en zorg en wijst ons voortdurend op de weg ten leven, opdat wij die zoeken en bewandelen zouden. Anders gezegd: Gods verbond is niet een akte in een kluis, Gods verbond is de werkzame draaggrond van ons leven. Dag bij dag omringt het ons en zegent het ons.

Bonds-breuk 

Dat Gods verbond ook de niet-gelovigen, scherper gezegd, de niet-uitverkorenen omvat blijkt duidelijk onder meer uit de bijbelse, dat is de Goddelijke spreekwijze, dat ongelovigen Zijn verbond verlaten (1 Koningen 19 : 10, Jeremia 22 : 9 enz.) of verbreken (Ezechiël 16 : 59 enz.). Dit wijst op het verbreken van een band, van een relatie, die er bestond.

Bijzondere aandacht moeten wij hier besteden aan die woorden van God, waarin staat, dat iemand, die de verbondszegelen, besnijdenis en pascha, niet houdt, het verbond gebroken heeft.

We lezen in Genesis 17 de instelling van de besnijdenis als zegel van Gods verbond met Abraham en zijn zaad. 'Een zoontje dan van acht dagen zal besneden worden, maar wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuidsvlees niet zal besneden worden, die ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken', Genesis 17 : 14.

Aan eenzelfde zonde maakt men zich schuldig als men het pascha niet op gezette tijd houdt. We lezen daarvan in Numeri 9 : 13: Als een man, die rein is en op de weg niet is, nalaten zal het pascha te houden, zo zal die ziel uit hare volken uitgeroeid worden; want hij heeft de offerande des Heeren op zijn gezette tijd niet geofferd; die man zal zijn zonde dragen'. Wie dus onder het oude verbond de verbondstekenen, de sacramenten niet gebruikte zou uit zijn volkeren uitgeroeid worden. In het eerste geval staat er uitdrukkelijk bij: hij heeft Mijn verbond gebroken'. 

Zouden wij dan met de sacramenten van het nieuwe verbond trouweloos mogen omgaan? In het licht van bovenstaande vermaningen kunnen wij zeggen: wie zijn kinderen ongedoopt laat, wie niet deel neemt aan het avondmaal, heeft het verbond gebroken; hij zal zijn ongerechtigheid dragen.

Wat het avondmaal betreft: de avondmaalschroom is groot, maar er is geen enkele reden om ons afblijven te verdedigen. Zo maar aangaan mag niet; gerust afblijven mag ook niet. Wie afblijft doet iets wat een geweldige consequentie heeft: hij onttrekt zich aan Gods verbond. Al bedoelt hij het zo niet, door ongeloof wijst hij Gods verbond af; dat ongeloof wordt zichtbaar in zijn afblijven.

Wie gemakkelijk en gerust afblijft laadt een grote schuld op zich: hij leeft gemakkelijk aan Gods verbondsbemoeienissen, aan Gods verbondsgenade voorbij. Onbekeerd aangaan is zondig, afblijven wegens onbekeerdheid is ook zonde. De onbekeerde 'bondgenoot' zit tussen twee klemmen, mogen het maar twee vuren worden! Hij blijft in de schuld, onvergeeflijk, tenzij hij zich tot God bekeert. Het verbond en de daarin ons geschonken verbondsbemoeienissen des Heeren zullen van ons geëist worden. Lees in dit verband eens Spreuken 1 : 20—33 en Jesaja 5 : 1—4.

Gods blijvende trouw

In het afblijven van het avondmaal komt dus onze bondsbreuk, onze verbondsbngehoorzaamheid duidelijk tot openbaring; maar in ons wezen zijn wij allemaal schenders van het verbond. Israël heeft ook doorgaans Gods verbond geschonden en verlaten. Gods verbond gebroken gelijk Adam, Hosea 6 : 7. Was daardoor Gods verbond inderdaad geheel teniet gedaan? Neen. Hier blijkt weer het wonder van Gods trouw. Uit grondeloze — lees dit goed! — uit grondeloze genade heeft God Zijn verbond opgericht, hoewel Hij wist, dat Israël gans trouweloos zou handelen, Jesaja 48 : 8; uit even grondeloze trouw blijft God Zijn verbond gedenken in duizenden geslachten, ook in duizenden trouweloze geslachten! Hoezeer de profeten ook in Gods naam het volk bestraft hebben wegens hun ontrouw, wegens hun overspel, de oproep tot bekering is bewijs, dat God Zijn volk de scheldbrief niet gegeven heeft, zie Jesaja 50 : 1.

Israël bedreef overspel, overspel namelijk in godsdienstige zin. 'Gelijk een vrouw trouweloos scheidt van haar vriend, alzo heeft Israël trouweloos tegen zijn God gehandeld, Jeremia 3 : 20. Toch blijft God lokken, om Zijn trouweloze bruid weer terug te krijgen: Gij nu hebt met vele boeleerders gehoereerd; keer nochtans weder tot Mij, spreekt de Heere', Jeremia 3:1. Waar ligt de grens van het verbond? Bij de bekeerden? Neen. Bij de trouwe of half trouwe kerkgangers? Neen. God sloot Zijn verbond met Abraham en daarin was ook begrepen zijn nog niet geboren en dus nog niet bekeerde zaad. Hoe ver loopt de grens van het verbond nog door in de tot 'wereld' geworden Christenheid, anders gezegd in de kring van hen, die met Godsdienst en kerk gebroken hebben? Ik weet het niet; die grens onttrekt zich aan ons oog en oordeel, maar Gods Woord getuigt doorgaans, dat de grens bij God ruim ligt. Hij doet barmhartigheid aan duizenden, dergenen, die Hem liefhebben en Zijn geboden onderhouden, zo belooft Hij in de wet (!). God is bereid om trouweloze bondgenoten soms na jaren, soms na geslachten, weer Zijn trouw te bewijzen, zie o.a. Ezechiël 16 : 59—60.

Daarom mogen wij bij het doopvont de grens ook niet al ten eng trekken. Ook de kinderen van onkerkelijke ouders zijn nog in het verbond opgenomen en behoren daarom gedoopt te worden. Maar in bepaalde gevallen hebben de ouders het recht verspeeld om als doopouders op te treden. Gezien hun leven is hun jawoord een leugen. Maar door de doop te 'weigeren' zijn wij niet van hen af. Wij moeten hen als kinderen des verbonds, hoe ontrouw ook, pastoraal verzorgen, zowel voor hun doopaanvrage als na onze doopweigering of doopuitstel. Afwijzing zonder pastoraat is onbarmhartig en onrechtvaardig.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De grenzen van het Verbond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1973

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's