Gods lof, zelfs in de nacht
En omtrent de middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gade lofzangen; en de gevangenen hoorden naar hen. (Handelingen 16 f25)
De christen zal in dit leven wandelen door geloof. En dat geloof put zijn levenssappen tegelijkertijd uit twee wortels. Dat brengt er juist de spanning, het 'onderweg-zijn' in. Als één van de beide wortels uitvalt, is er meteen stilstand; het is dan gebeurd met het 'op-reis-zijn'. In de prediking en de praktijk van het geestelijk leven zullen we dan ook steeds hebben te waken tegen gevaarlijke eenzijdigheden. De apostelen in de gevangenis van Filippi hebben blijkbaar aan dit gevaar het hoofd weten te bieden. Hoe benauwend en uitzichtloos hun situatie ook was, toch vallen zij niet in de eenzijdigheid van wanhoop en ongeloof. In deze bange nacht is hun geloof toch nog levend en krachtig; hun geloof wordt gevoed door twee wortels. Zij bidden en zingen lofzangen. Zo op het eerste gezicht lijken deze twee bezigheden met elkaar in strijd. ^In hun nood en vertwijfeling schreeuwen zij tot God om uitredding. Maar blijkbaar hebben ze er alle moed op, ze zien ook nog kans om tevens lofzangen te zingen.
En nu zijn wij geneigd om eigenlijk aan de echtheid óf van het één, óf van het andere te twijfelen. Die angst en nood zal heus wel wat meegevallen zijn, anders bestaat het niet dat zij nog lofzangen kunnen zingen. Of we gaan vermoeden dat die lofzangen niet oprecht en welgemeend geweest zullen zijn.
Op dit punt zijn we telkens weer gelijk aan kleine kinderen. Die kunnen ook zozeer in beslag genomen zijn door de voorhanden-zijnde situatie, dat ze 'bijziende' worden, zich blind gaan zitten staren op één punt. Als een kind op een bepaald iets al zijn zinnen gezet heeft en het wordt hem dan verboden of afgenomen, . dan zal het kind zeggen: Ik mag ook nooit iets; alles wordt me altijd verboden.
Tegen zulke radicale eenzijdigheden zullen we moeten waken, want ze zijn tot grote schade van het geloof. Als één van de beide wortels van het geloof uitvalt, staat dat geloof meteen stil; er zit geen leven meer in.
Als Israël op reis naar Kanaan uitsluitend niaar oog heeft voor de huilende wildernis van de woestijn en volledig de oren toestopt voor de belofte van het land der rust, dan verzet het geen stap meer. Waarom zouden ze !
Maar als Israël, rustend in een oase, uitsluitend oog heeft voor de palmbomen en de waterfontéinen; als het dus geheel blind is voor de reis en de bestemming van de reis, dan verzet het evengoed geen stap meer. Waarom zouden ze !
Daar zitten voor ons veel lessen in. Om te beginnen, nu we dit weten, gaan we Gods leiding en voorzienigheid met andere ogen zien.
Het kan gebeuren dat iemand overstelpt wordt door tegenspoed of overladen met voorspoed. Maar bij nader toezien zullen we bemerken dat de Heere nooit voor 100% alleen maar tegenspoed of voor 100% alleen maar voorspoed geeft. Het kan er wel eens de-schijn van hebben, zodat we met Jacob gaan zeggen: Alle deze dingen zijn tegen mij, maar het is niet waar. Ook in de bitterste beker mengt God toch altijd nog wat honing. Soms zien we het pas achteraf, als het dieptepunt voorbij is. Als we het dan ook maar zien en opmerken !
In elke beker die de Heere ons aanreikt is beide het bitter en het zoet aanwezig. Natuurlijk zal nu eens het ëén, dan weer het ander zo overheersen dat we die andere nauwelijks of helemaal niet meer proeven. Maar dit zit er toch wel in en het is nodig dat we die ontdekken, hoe moeilijk dit soms ook zijn mag.
De Heere doet dit alles zo, niet om daarmee de scherpe kantjes én van de droefheid, én van de vreugde af te vijlen. God is op deze wijze niet bezig de mens op te voeden tot een zekere oppervlakkigheid; tot een optimisme dat toch altijd nog een slag om de arm houdt, of tot een pessimisme dat toch altijd nog een achterdeurtje heeft. Neen, in zijn zorgende liefde is Hij ook in al déze dingen van" Zijn voorzienigheid bezig om de mens te brengen en te houden op de weg van het waarachtig geloof. En zal het geloof leven en gezond werkzaam zijn, dan zal het gevoed moeten worden tegelijkertijd uit de twee wortels.
Als ons leven omschreven kan worden in de twee 'werk'woorden die we in onze tekst lezen van Paulus en Silas — bidden en Gode lofzingen — dan kunnen we zeggen dat we een rijk gezegend leven hebben. De samenvoeging van deze twee werkwoorden vormt immers het antwoord van het menselijk geloof op het spreken Gods; met name als God tot ons spreekt in datgene wat Hij ons in Zijn voorzienigheid oplegt en te dragen geeft. '
We moeten nooit uit het oog verliezen dat de Heere er steeds op uit is om de mens op die weg te brengen en te houden, die heenleidt naar Zijn Koninkrijk, naar het J land der rust. De mens moet steeds leren op die weg, de weg van het geloof, te komen en te blijven voortgaan. Het is om die reden dat God altijd voorspoed en tegenspoed dooreenmengt. En als de mens dit mag ontdekken en het ermee eens mag worden, dan zal hij ook bidden en Gode lofzangen zingen. Zou de mens pure voorspoed of pure tegenspoed ontvangen, dan was het met het voortgaan meteen gedaan; hij zou stilstaan.
Zolang de mens op aarde is, is hij onderweg en op reis naar zijn eeuwig huis. En dat is de hemel of de hel. Zolang we hier leven, zullen we hier nooit volkomen een hemel en ook niet volledig de hel hebben. En op dit punt begint nu onze twist met God. Wij willen eigenlijk dat God de hemel naar ons toebrengt en de hel uit ons leven wegneemt. God is toch immers liefde ! Maar God, die inderdaad liefde is, wil wat anders. Hij wil de mens van het pad dat naar de hel voert afbrengen en ons laten lopen op het pad dat naar de hemel leidt. Het verschil zit in de positie van de mens. Wij zijn in deze wereld en eigenlijk zouden we het liefste altijd maar hier willen blijven. Maar dan moet God de hemel bij ons hier op aarde brengen. De Heere wil echter niet de hemel hier bij ons brengen, maar Hij wil ons — hiervandaan — in de hemel brengen. Het gaat dus om ons voortgaan op de weg en ons lopen in de loopbaan die óns voorgesteld is.
Om ons daartoe te brengen mengt Hij honing en bitterheid in onze levensbeker. Op deze zelfde wijze heeft de Heere ook de verstokte gevangenbewaarder van Filippi op gang weten te brengen op het
pad des levens. De bitterheid van de aardbeving met de gevolgen die deze had voor de stokbewaarder, en het vasthouden van alle gevangenen om de cipier van de ondergang te redden.
Het kruis dat de mens soms dragen moet kan wel eens zo zwaar worden, dat de mens tot de verzuchting komt: Het leven is een 'hel' voor mij. De vragen naar het 'waarom' zijn dan als een muur waar men tegenop botst en voor blijft steken. Toch moeten we eens proberen het te zien op de wijze zoals we trachtten aan te geven. In psalm 73 lezen we dat Asaf het zien mocht. Hij merkte het einde aan, het doel waar God heenleidt. Daar zag hij de ondergang van de goddeloze en hij zag ook dat God bezig was hem aan Zijn hand te leiden, hem toe te bereiden om hem in Gods heerlijkheid op te nemen.
Als de Heere het kruis oplegt, doet Hij dat niet om ons te pijnigen vóór de tijd en de hel over ons te brengen; maar Hij wil ons daar doorheentrekken naar het land der rust. Hij wil ons in beweging brengen in het vlieden voor de hel en in het verlangen naar de rust en de vrede van de hemel. Het kan zijn dat we als het ware langs de rand van de hel gaan, maar ook dan nog zal God iets honing van Zijn goedheid in deze bittere beker mengeil, zodat naast de smeekbeden middenin de nacht in het onderste van de kerker toch nog ruimte blijft voor lofzangen. Als die ontbreken, blijft er geen enkele grond meer voor de hoop en rest alleen maar de wanhoop. Maar als dat zo is, zullen ook de smeekbeden verstommen; die hebben immers ook een vaste grond nodig. In de hel wordt niet meer gebeden, omdat daar ook geen lofzangen meer zijn. Maar omgekeerd zullen hier op aarde de lofzangen verstommen als er geen smeekbeden meer zijn. De lofzangen zijn immers lofzangen van het geloof; het zijn pelgrimsliederen.
En de bitterheid is bij de honing nodig om de mens daafaan te herinneren, opdat hij niet stil zou zitten, maar voort zou gaan als een vreemdeling en een pelgrim.
Waddinxveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's