'Calvijn en de doperse radicalen’ *
Op 14 juni jl. is aan de Universiteit te Utrecht dr. W. Balke cum laude gepromoveerd tot doctor in de theologie. Dat deze promotie op zulk een voor de promovendus (en de promotor) eervolle wijze is verlopen, is wel een speciale gelukwens waard. Maar ook heeft dit betekenis in deze zin, dat door dr. Balke blijkbaar een studie is geleverd, die bijzonder belangrijk en belangwekkend mag worden genoemd.
Dat belangrijke en belangwekkende ligt in de eerste plaats in de historische bijdrage die in dit boek is geleverd. Balke heeft met een grote nauwkeurigheid en breedheid de relaties getekend, die Calvijn met de dopers van zijn dagen gehad heeft. Hij heeft de resultaten daarvan verdeeld tussen een historisch deel, waarin hij vooral de biografische aspecten van Calvijns bemoeienissen met de dopers tekent alsmede ook wat Calvijn over hen heeft geschreven in de verschillende uitgaven van zijn Institutie, én een systematisch deel, waarin vooral de speciaal over dit onderwerp geschreven traktaten van Calvijn worden behandeld. Op deze manier krijgen wij een overzicht van de wijze, waarop Calvijn over de dopers heeft gedacht alsook van de wijze, waarop hij met hen is omgegaan.
Dat dit contact maar niet een enkel aspect van Calvijns leven en denken betrof, wordt duidelijk, als wij de verschillende onderwerpen nagaan, die hierbij ter sprake komen. Zij betreffen niet alleen de directe geloofszaken als wedergeboorte en geloof, maar evenzeer ook de kerk en de verhouding van de kerk tot de staat. Het gaat over de doop en het ambt, maar ook over de overheid en het pacifisme, over de leer van de zieleslaap maar ook over de maatschappijkritiek. We kunnen gevoegelijk zeggen, dat alle belangrijke onderwerpen, die wij bij Calvijn tegenkomen ook de sporen laten zien van de confrontatie met de dopers.
Het is dan ook een van de belangrijke stellingen van de auteur, dat de verschillen met de dopers Calvijns positie even wezenlijk hebben bepaald als zijn conflict met Rome.
Natuurlijk blijft daarbij de vraag van belang, wat het grondverschil is geweest tussen Calvijn en de dopers. Dr. Balke meent, dat dit grondverschil ligt in een verschillende waardering van de verhouding tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Voor Calvijn stond de eenheid van beide testamenten op de voorgrond en bij de dopers het verschillend-zijn ervan, waarbij men de overtuiging had, dat het Nieuwe Testament het Oude Testament in principe had achterhaald. Deze verschillende instelling ten opzichte van de Schrift doortrekt de hele geloofsleer. Hier ligt de bron van alle andere verschillen.
De betekenis van Balke's studie wordt aanmejrkelijk vergroot door haar bijzondere actualiteit. Het is immers een veelgehoorde uitspraak, dat wij in de nieuwere theologie in vele opzichten met een opleving van het doperse denken te maken hebben. Welnu, wie deze studie van dr. Balke ter hand neemt, zal daarin duidelijk de bevestiging ervan vinden. Het verrassende van dit boek is daarbij, dat het laat zien, dat Calvijn niet alleen de vragen al gekend heeft, die ook nu weer, zij het in vaak andere vormen, maar met een toch grote wezenlijke overeenkomst, van neo-doperse zijde worden gesteld (en niet alleen de vragen, maar ook de vaak stellige antwoorden, die van die kant te horen zijn) maar dat Calvijn ook in deze confrontatie de Schrift voor ons opent op een dergelijke wijze, dat wij ook in onze tijd daar ons nut mee kunnen doen. Want dat is toch ook weer uit deze studie ons gebleken, hoezeer Calvijn op een evenwichtige wijze het volle getuigenis van de Schrift heeft doen spreken. Dat heeft hem ook ervoor bewaard om niet alleen negatief op wat de dopers leerden te reageren, maar ook de positieve, bijbelse aspecten van hun leer wist te honoreren en in zijn eigen gedachtengang te integreren. Het is in dit verband belangrijk, dat Balke niet alleen van controverse, maar ook van verwantschap spreekt, zij het dan een kritische verwantschap. Het had trouwens voor mij niet te veel van het goede geweest, wanneer hij deze kritische verwantschap in zijn boek inhoudelijk nog iets meer had uitgewerkt.
Daarmee komen wij toe aan enkele opmerkingen, die niet als kritiek zijn bedoeld, maar die als wensen op het verlanglijstje blijven staan, ook wanneer men met grote voldoening de lezing van dit boek heeft voltooid.
Eén naam heb ik namelijk in dit boek gemist. Dé naam van dr. Woelderink. Deze schreef in zijn tijd het belangrijke boek De gevaren der Doopersche geestesstrooming. Daarin keert Woelderink zich tegen de wat Van Ruler genoemd heeft ultragereformeerden, althans tegen vele opvattingen van hen. Onwillekeurig heeft men dit getuigenis van Woelderink in zijn achterhoofd, wanneer men een, boek als van dr. Balke ter hand neemt, met daarbij de nieuwsgierige vraag, welke belichting hij vanuit Calvijn daarover zal geven. Heeft Woelderink gelijk gehad, toen hij in dit verband sprak over een doperse geestesstroming ? Is dit historisch ook te verifiëren ? Op die vragen geeft het boek van Balke geen antwoord. Of het moet zijn, dat hij indirect erop wijst, dat Calvijn deze stroming niet tot de dopers, maar tot de dwepers heeft gerekend. Maar dat wordt niet expliciet zo gesteld.
En dat Balke's studie op deze vraag geen antwoord geeft, komt dacht ik daardoor, dat hij alleen die gedeelten van Calvijn behandelt, die expliciet over de dopers spreken, terwijl hij te weinig de structuur van Calvijns theologie peilt en de verwikkelingen die dit geeft ten opzichte van de (kritische) verwantschap van Calvijn met de dopers. Ik denk dan b.v. aan de verhouding tussen Woord en Geest, aan de plaats, die het getuigenis van de Heilige Geest bij Calvijn inneemt. Ik vermoed, dat de verwantschap tussen Calvijn en de dopers dan een nog sterker accent zou gekregen hebben.
Zo zouden er nog meerdere vragen gesteld kunnen worden. Maar dat zou te veel plaats vergen. Het zou toe te juichen zijn, wanneer dr. Balke zelf een uitwerking zou geven van wat hij schrijft op blz. 9 van zijn boek: 'Er is een grote mate van overeenkomst tussen de zestiende eeuw en onze tijd'. En dan wat de doperse beweging betreft, in navolging van Van Ruler, opmerkt: 'Zij heeft enorm breed en diep doorgewerkt in vele stromingen en kerkformaties van het protestantisme'.
Zo'n studie over Calvijn en de dopers is geen voltooiing, maar eerder een start. Ze kan een goede en sterke stimulans zijn tot een hernieuwde bezinning over de kritische verwantschap tussen het reformatorische en het doperse denken, ook binnen het gereformeerde protestantisme in deze tijd.
Wij hopen, dat dr. Balke zelf daar een levendig en vruchtbaar aandeel in zal hebben.
* W. Balke: Calvijn en de Doperse Radicalen; diss.: uitgave Bolland, Amsterdam; 387 pagina's, ƒ39, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's