Gevoelens van bezwaarden ontzien
Het is een vreemde zaak als een kerk is opgedeeld in richtingen. Het is een zaak die vreemd is aan het wezen van de kerk. En toch, het is de realiteit van ons hervormd kerkelijk leven, al vele jaren lang. Voor de oorlog was er sprake van de vrijzinnige, de ethische, de confessionele en de gereformeerde-bonds richting. Na de tweede wereldoorlog zouden die richtingen verdwijnen en plaats maken voor modaliteiten. De natuur was echter sterker dan de leer. De richtingstegenstellingen bleven bestaan met misschien hier en daar een wat andere indeling. Maar door die rinchtingstegenstellingen kwam de besluitvorming bij menig omstreden punt moeizaam, en met veel pijn bij een deel van de kerk, tot stand. Over de belangrijkste en meest ingrijpende zaken werd bij meerderheid van stemmen beslist. Het getal besliste vaak inzake de waarheidsvraag. Het gevolg is vaak geweest dat minderheden, met name de gereformeerde richting, die in bepaalde besluitvorming niet konden meekomen, toch voor een voldongen feit werden gesteld. We hebben het als Hervormd Gereformeerden nogal eens ervaren wanneer beslissingen genomen werden waar ze niet achter konden staan, waar we zelf niet om gevraagd hadden. We werden wel telkens gesteld voor de consequenties van die dingen waarom we zelf niet hadden gevraagd, of waartegen we onze stringente bezwaren hadden. Men komt als minderheid nogal eens in een aangevochten positie.
De vrouw in het ambt
Om concreet te worden, toen de Hervormde synode besloot de vrouw toe te laten tot de ambten gebeurde dat met een zeer geringe meerderheid van stemmen (27-24). Daarom ging er na de synodezitting (juni 1958) een brief van het moderamen van de synode naar de kerkeraden, waarin werd gevraagd de gevoelens van de bezwaarden, van diegenen die in hun geweten niet achter dit besluit konden staan, te ontzien. Aangezien de inhoud van deze brief bij predikanten en kerkeraden, zoals de practijk leert, vaak niet meer bekend is, volgt hier het slot van de brief nog eens.
'Bij de Synode leefde het besef, dat degenen, die zich nu in de kerls bezwaard zullen gevoelen zoveel als mogelijk is tegemoet moeten komen, opdat hun zijn-in-de-Kerk niet meer beladen wordt dan nu nodig is.
Natuurlijk is de beoordeling hiervan geheel aan de kerkeraden, gemeenten en meerdere vergaderingen zelf, maar de Generale Synode spreekt de wens uit, dat wij van de nieuwe mogelijkheden, die er geopend zijn, met grote wijsheid gebruik zullen maken, zodat de bezwaarden zoveel als mogelijk is worden ontzien en de ambtsdraagster niet van haar vreugde om in het ambt te dienen wordt beroofd. Wij zouden het bijvoorbeeld een juiste wijze van omgaan met elkander achten, als een predikant, die bezwaar heeft tegen een vrouwelijke ouderling, niet door een vrouw naar de kansel werd geleid.
Wij geven u ook in overweging geen vrouw af te vaardigen naar die kerkelijke vergaderingen, waar haar verschijnen als een bijzondere moeilijkheid zal worden ervaren. Wij roepen u op in liefde en begrip voor elkander in gemeente én vergaderingen te verkeren en zo de bereidheid te tonen, niet zonder de ander voort te gaan op de weg, die wij nu betreden.'
Dat ik deze zaak hier nog eens aan de orde stel komt omdat er zich thans telkens conflictsituaties voordoen, waaruit blijkt dat men in diverse plaatsen niet meer bereid is zich aan het advies van het moderamen gehoor te geven. Telkens horen we dat predikanten voor een voldongen feit worden geplaatst, doordat bijvoorbeeld in diensten in de stad op het laatste moment een vrouwelijke ambtsdrager verschijnt. Weliswaar zijn in allerlei gemengde gemeenten voorzieningen getroffen om de gevoelens van de bezwaarden te ontzien, maar in allerlei gemeenten is dit punt een voortdurende bron van moeilijkheden. Met name in gemeenten, waar men wel bereid is Hervormd Gereformeerde predikanten te laten voorgaan in een bepaald aantal diensten per jaar, stuit men nogal eens op de eis dat dan de vrouwelijke ambtsdrager moet worden geaccepteerd. 0f men weet van het verzoek van de synode, om de gevoelens van de bezwaarden te ontzien, niet meer af, of men vindt dat een dergelijk verzoek na vijftien jaar verouderd is. Alsof het zo is dat gewetensbezwaren na vijftien jaar géén gewetensbezwaren meer zijn. Was dat het geval dan is de discussie van weleer, de hartstochtelijke strijd zelfs, een vleselijke aangelegenheid geweest, dan heeft ze niets te betekenen gehad.
Men mikt in de kerk kennelijk op de gewenning aan zaken, die een deel van de kerk dan wel als onschriftuurlijk ervaart maar 'waar je je toch niet blijvend tegen kan verzetten? ' Het is momenteel zo dat ons allerlei berichten bereiken over kwesties over deze gewetenszaak, kwesties die vaak ook een provocerend karakter hebben. Moet dat nu zó in onze kerk?
Discriminatie?
Er wordt nogal eens gezegd dat het nu maar eens uit moet zijn met de discriminatie van de vrouwelijke ambtsdrager. Het is me verschillende malen gebleken op gemeente-ontmoetingen in gemengde gemeenten, dat vrouwelijke ambtsdragers zich gediscrimineerd voelen door dominees, die tegen hun ambtelijke aanwezigheid in de kerkdiensten onoverkomelijke bezwaren hebben. Meestal blijkt dan dat de voorgeschiedenis, de gang van zaken bij de totstandkoming van het synodebesluit en de daarop volgende brief van het moderamen, helemaal niet bekend zijn. Er groeit namelijk een nieuw geslacht op, er komen andere mensen in de kerkeraden. Wat zich allemaal heeft afgespeeld rondom dit punt is vaak niet meer bekend. Wanneer men dan in een gesprek op de zaken ingaat en zegt dat het pas écht discriminatie is als men iemand dwingt om tegen zijn geweten in. te handelen — en dat in de kerk — dan blijkt het toch ook telkens mogelijk dat er begrip ontstaat voor datgene wat voor een belangrijk deel van de kerk een onoverkomenlijke zaak is.
Zou het daarom niet op de weg van het moderamen liggen om het verzoek aan de kerkeraden nog eens te herhalen en op te roepen tot wijsheid en voorzichtigheid in al die zaken, die door een meerderheid in de kerk wel gewild zijn maar die door een niet onbelangrijk deel van de kerk als een knellend juk ervaren worden? Synodebesluiten mogen toch geen dwangbuizen worden voor het geweten?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1973
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's